De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

DE GROTE VERBITTERING

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

DE GROTE VERBITTERING

Feuilleton

3 minuten leestijd

Bij de hooischelf laat Karel z'n klompen en z'n jasje. Dan holt hij het weggetje op naar de hoeve van boer Poot.

— Beste mensen, denkt hij, daar heb je ook wat voor over. Kees staat, nog beduusd van het slapen, bij de achterdeur.

— Wat is het nou, Karel? , vraagt hij.

— De koeien zijn er uitgebroken! Roep de anderen !

En zoals hij gekomen is, holt hij terug en gaat post vatten bij het bietenveld.

Gelukkig blijven de koeien nog onder de houtwal.

Doch juist als Kees, Herman en boer Poot gearriveerd zijn, komen de koeien de hooikamp uit hollen in de richting van het bietenveld.

Met de armen hoog op, zwaait Karel al roepend en schreeuwend :

— Heisa, hup. Vooruit jullie!!!

— Goed zo, Karel, prijst Herman.

Met z'n vieren drijven ze nu de koeien weer in het weiland terug.

— Die horzels, dat weet wat, zegt Kees.

Ze  staan bij de vernielde heining.

— Ik was juist mijn dutje aan het doen, vertelt de rooie schooier, en hijgt nog van de laatste sport.

Herman, haal jij met Kees drie palen en gereedschap, zegt vader.

De jongens lopen naar huis.

Vader Poot zet een knie op de grond en de rooie schooier gaat op z'n achterste zitten, terwijl hij z'n handen om de opgetrokken knieën heeft gevouwen.

Hij is een schakel in de keten der saamhorigheid en hij vindt het de allergewoonste zaak van de wereld.

— Ik schrok wakker, vertelt hij aan boer Poot. Ik denk wat zulle we nou hebbe!

— Ja, die horzels schijnen geweldig te steken. Ze zijn er als de dood voor, zegt boer Poot.

De zon staat hoog aan de hemel. De lucht is diep blauw, 't Is nu echt zomer.

De boer en de rooie schooier praten over allerlei dingen.

Karel is geen vreemde voor de boeren. Overal kent men hem. En vooral als het belang van de boeren bedreigd wordt, is hij er terstond bij om het gevaar af te weren.

Als hij vanmiddag gedaan had alsof z'n neus bloedde, en stil was weggegaan, verder de streek in, dan hadden de koeien het bietenveld vernield, dan waren ze de rogge ingegaan, dan was dit een strop geweest voor boer Poot.

Nu heeft hij dit verhinderd en hij zou de boer raar aankijken, als deze hem hier voor bedankte. Karel weet het voor zichzelf als zijn redelijke plicht, dat hij op moet treden als dit in een kritiek moment geëist wordt. Hij weet dat dit bij z'n leven behoort. Voor zijn besef spreekt dit alles vanzelf, hlij staat er niet eens bij stil. Als het voorkomt, is hij paraat.

Als Kees en Herman gereedschap en materiaal hebben gehaald, worden eerst de oude resten van de afgebroken palen uit de grond gegraven, dan de nieuwe er voor in de plaats gezet.

Karel zit nog steeds in dezelfde houding. Zijn handen gevouwen om zijn opgetrokken knieën. Rustig zit hij toe te kijken, hoe een heining vlug wordt hersteld.

— Jij ben ook liever lui dan moe, plaagt Herman, en kijkt lachend naar de toeschouwer.

6)

(Wordt vervolgd).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 juli 1956

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

DE GROTE VERBITTERING

Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 juli 1956

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's