RIJSSEN
Een- en andermaal stond er een stuk in , , De Waarheidsvriend" over de kerkelijke toestand in Rijssen. Omdat mijn naam als dienaar des Woords in die stukken genoemd wordt, acht ik mij om des Woords wil geroepen om een en ander recht te zetten.
Ik zal dat doen door een chronologisch verslag te geven van de aangelegenheid, voor zover ik er bij betrokken ben geweest.
Juli vorig jaar vervoegden enkele kerkeraadsleden van de Hervormde 'Gemeente te Rijssen bij mij. Ook was bij hen de heer G. Mouw, voorganger van de Hervormde Evangelisatie te Vriezenveen. Eerstgenoemde vier hadden zich eerst tot hem gewend, maar op voorstel van mijnheer Mouw kwamen zij nu gezamenlijk tot mij.
Men kwam mij vragen om advies, of men een , , Evangelisatie" te Rijssen zou oprichten. Reden was, dat men: 1e. de plaatselijke predikant ds. Van Tuyl, gezien zijn gedragingen, niet kon erkennen als een gezonden herder en leraar, en 2e. verdere afvloeiing naar de Geref. Gemeente ter plaatse wilde voorkomen.
Ik heb het gevraagde advies niet kunnen geven. Letterlijk heb ik gezegd, dat ik dan op zijn minst eerst ds. Van Tuyl en de gehele kerkeraad van Rijssen over de kwestie 's moest ontmoeten en dat die — gesteld ik zocht contact — mogelijk zouden zeggen: waarmede bemoeit u zich. En zelfs na zulk een ontmoeting, zo, zeide ik verder, is 't nóg de vraag, of ik wel een gefundeerd advies zou kunnen geven. Ik heb dan ook geen advies willen geven. Vervolgens heb ik de vrienden aangeraden, om zich eens met ds. W. L. Mulder, em. pred. te Voorthuizen (vroeger te Rijssen), in verbinding te stellen en bovenal om van alles een zaak des gébeds te maken,
Verder is er toen mijnerzijds niets gezegd of gedaan, ook geenerlei toezegging of belofte van hulp of iets dergelijks, 't Werd mij trouwens niet geviaagd.
Totdat de Rijssenaren mij enige tijd daarna meedeelden, dat zij, inderdaad tot oprichting waren overgegaan en dat er reeds diensten werden gehouden. Toen vroeg men mij of ik bereid was om een weekpredikbeurt voor hen te vervullen, aan welk verzoek ik heb willen voldoen onder uitdrukkelijke verklaring dat ik daarmede geen verantwoordelijkheid op mij nam voor de oprichting van de Evangelisatie en zonder meer kwam om het Woord te prediken.
Korte tijd hierna bracht ds. Van Tuyl mij een bezoek, waarmede ik zéér verblijd was en dat niet minder dan wel vier uren heeft geduurd. Resultaat was, dat ik hem hartelijk beloofde te willen trachten een bemiddelaar te zijn tussen hem en de bewuste groep. Daartoe heb ik een vergadering belegd met het bestuur met als resultaat een brief mijnerzijds aan ds. Van Tuyl, waarvan ik helaas geen afschrift bewaard heb (ds. Van Tuyl mogelijk wel), maar waarvan de inhoud hierop neerkwam, dat ik er van overtuigd was dat 't nog niet te laat was en dat een gang-in-liefde van hem als herder en leraar tot die mensen (eventueel met belijdenis van schuld) alles terecht zou brengen. (Op voormelde vergadering had ik ook de groep tot eventueel schuldbelijden opgeroepen).
En waar intussen enkele ouders begeerden hun kinderen te laten dopen, verzocht ik ds. Van Tuyl tegelijk namens het bestuur om een doopdienst in de kerk met een predikant aaar hun keuze. De inhoud van mijn brief weet ik niet precies meer, maar dit weet ik, dat het een welgemeend, hartelijk schrijven was.
Jammer genoeg heeft ds. Van Tuyl geen contact met de groep opgenomen. Volgens zijn zeggen in een telephoongesprek van mij met hem, omdat hij , , er al ruimschoots genoeg aan gedaan had".
En zo is de zaak gebleven en doorgegaan.
Totdat al meer ouders met te dopen kinderen kwam aandragen. En Doopdiensten elders mislukten.
Op dit punt is het bestuur bezweken. Ik heb hen meer dan éénmaal ernstig vermaand om. te wachten en te verwachten. Gewaarschuwd ook voor eigenwillige gangen.
Opzet om zich af te scheiden van de Hervormde Kerk was er, naar mijn mening, oorspronkelijk zeer beslist niet, maar nu is 't er toch van gekomen.
Toen men kennelijk in die richting ging (omtrent Pasen), heb ik aan het bestuur bericht, dat ik hen op deze weg niet kon volgen. Sindsdien heb ik er geen predikbeurt meer willen vervullen. Tot die tijd had ik er zeven weekbeurten vervuld.
Tot zover, wat ik in de zaak-Rijssen heb meegemaakt. De Heere weet, dat Hij mij meermalen op de knieën aanschouwd heeft met betrekking tot deze mijn ziel verscheurende aangelegenheid.
Ds. D. van der Ent Braat,
Elspeet.
Het vorige stuk over Rijssen werd opgenomen met de vermaning dezerzijds, dat men toch voorzichtiger moet zijn. Ds. Van der Ent Braat zendt ons een stuk om de zaak van zijn kant te belichten. De Redactie wil dit niet weigeren, maar neemt over deze aangelegenheid geen stukken meer op.
Ook hier is alweer gebleken dat men advies of geen advies, begon met te , .Evangeliseren" en eindigde met een scheuring. Het is droevig.
Wij zouden hieraan nog wel een en ander willen toevoegen, maar om misverstand te voorkomen, laten wij dat hier achterwege.
Alleen één ding. De dominé's moeten het ambt toch te hoog achten om in elkanders gemeenten te wroeten.
Red.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 juli 1956
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 juli 1956
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's