DE GROTE VERBITTERING
Feuilleton
— Je hebt gelijk! Vandaag, en morgen ook! zegt Karel.
— Laat 'm maar praten, hij is niet wijzer, neemt boer Poot het voor Karel op. Ik ben blij dat je daarnet de sokken er zó onder had! Dat kan ik je wel zeggen.
Herman is intussen altijd een goede vriend van de rooie schooier geweest. Maar in de tegenwoordigheid van anderen meent hij hem steeds te moeten plagen.
De rooie schooier is geen vloeker en toch is hij diep in z'n hart onverschillig. Hij wil van God en Zijn dienst niets weten.
Dit heeft Herman voor jaren terug al gemerkt en daarom mag hij de rooie schooier wel graag. Het is net of hij samen met hem een accoordje heeft, waar de anderen niets van weten. Zoiets als een geheim tussen hem en Karel.
Karel heeft hem van alles verteld uit z'n leven. Van alles wat hij van en meegemaakt heeft in de wereld,
Een half jaar geleden hebben ze samen een heel gesprek gevoerd over de kerk en over God.
Sinsdien stond Herman meer radikaal onverschillig tegenover elke wet van God. Met ophalende schouders stond hij tegenover de Bijbel en tegenover de dominee.
Hij liet zijn gedachten gaan over alle onderwerpen, die verband hielden met de godsdienst. Hij had een goed verstand gekregen en gebruikte het.
Kees is zijn eigen broer, maar hij heeft een hekel aan hem. Willy evenzo, maar wat zij is, is ze door Kees geworden.
De boeken, die Kees graag leest, verfoeit hij. Trouwens hij houdt helemaal niet van lezen.
Maar de rooie schooier is zijn beste kameraad. Daarom is hij vrij om hem te plagen. Dit kan een ander lüet doen, maar die begrijpt ook hun verhouding niet. Dat zij de beste vrienden van de wereld zijn.
Straks, als vader en Kees weer naar huis zijn, zal hij nog een poosje gezellig bomen met de rooie schooier.
III.
OM HET LEVEN TE WINNEN.
Vader Poot heeft zijn aandacht er nu scherp op gericht of Herman nu werkelijk naar de voetbalmatch gaat, de eerstvolgende zondag.
Met bevende verontwaardiging heeft hij kennis genomen van het verhaal van zijn vrouw.
— Nóóit heeft hij gezegd — zal dat weer gebeuren. Dat kan en mag ik niet toelaten.
Maar vóór de zondag is aangebroken, nog vóór Herman erover dacht om te gaan, heeft boer Poot de gelegenheid aangegrepen er met hem, over te praten.
Het is op het bietenland, dat hij erover begint.
Kees is deze namiddag een buurman helpen, die een extra karwei alleen moeilijk af kan. Vader Poot weet wel dat hij. met grote voorzichtigheid te werk moet gaan, wil hij iets bereiken.
Samen zijn ze bezig de rijen bieten op maat te zetten.
Ze hebben zakken om hun knieën gebonden en gaan nu als straatmakers met de rij bieten tussen zich, over het land.
Ze zijn vlak bij elkaar.
Herman kan heel goed werken. Zijn vader heeft zich daarbij steeds kunnen overtuigen van zijn helder inzicht in de zaken op de boerderij, .
Boer Poot houdt van de jongen, omdat hij een warm hart heeft voor de beesten. Alleen is het zo, ontzettend jammer dat hij, wat de godsdienst betreft, hoe langer hoe meer van hem vandaan leeft. Reeds vroeg merkte hij zijn andere karakteraanleg. Was er bij Herman niet van kindsbeen af een tegenzin op te merken, als het de eerbied betrof onder het bidden of anderszins?
Hij had er lust in te ageren. Altijd moest hij Kees tegenspreken. Altijd zat hij hem dwars. En tóch, hij mag de jongen graag, Herman doet z'n best en houdt zich flink in het werk. Streeft naar groter, enzovoort,
IJverig zoekt boer Poot naar de beste plant uit het polletje. De mooist ontwikkelde plant moet blijven staan, de anderen mogen eruit.
7)
(Wordt vervolgd).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 augustus 1956
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 augustus 1956
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's