DE GROTE VERBITTERING
Feuilleton
Het is hoog tijd. Na de overvloedige regen van de laatste dagen zijn de bieten hard gegroeid. En nu met dit warme weer gaat het dubbel snel.
Boer Poot wordt warm. Niet alleen van het rusteloos werken, maar ook van het probleem waarmee hij zit.
Hoe zal hij het aanpakken?
Dan opeens weet hij 't.
Er niet omheen praten, maar recht op de man af gaan.
— Herman, ben je zondag naar het voetbalveld geweest? , vraagt vader Poot.
— Hoe kom je daar zo ineens bij ? , zegt hij en er is beduusdheid in zijn ogen.
— Ik heb dit gehoord, maar ik kan het haast niet geloven. Daarom vraag ik het!
— Ja, zegt Herman resoluut, ik ben daar zeker geweest. Wat zou dat ?
— Zó dus het is toch waar. Wat dat betekent? Dat dit de laatste keer is geweest. Ik wil het pertinent niet hebben. Ik kan niet toestaan dat mijn kind de dag des Heeren met voeten treedt. Zich op het voetbalveld begeeft en daar één is met de hoop van de wereld, die vloekt en schreeuwt en tekeer gaat.
— Voetbal is een mooie sport. Je moet 't niet alleen van de lelijke kant bekijken. Ik ben er heel fel op. Ik zou graag willen meespelen.
— Dat begrijp ik tot m'n grote spijt, Herman, maar ik zeg je, dat het niet weer gebeurt.
— En als 't op zaterdagmiddag is?
—•Dan wordt 't iets anders, hoewel ik geheel tegen de sfeer ben, die daar heerst.
— Ja, vader, redeneert Herman voorzichtig, maar alle mensen zijn niet gelijk. De één houdt van dit, de ander van dat.
— Daar is een Wet des levens, daaraan móéten we ons houden. Die mogen we nooit moedwillig overtreden. Dat is God beledigen. Die ons geschapen heeft om Hem te dienen en te verheerlijken.
— Ik weet dat niet. Ik verveel me in de kerk. Ik kom er veel liever niet. Ik ben heel erg blij, als ik dan zondags middags eens echt plezier kan hebben. Vader Poot ontroert van dit koude, onverschillige en spotachtige wederwoord. Het snijdt hem door de ziel. Hij voelt zich onmachtig om de jongen dat andere, die lieflijke levenslust in God te schenken.
Kees — Herman. In dezelfde nacht geboren. Met dezelfde liefde grootgebracht. Gelijk behandeld, al de dagen.
En nu. Kees, de volgzame, en toch met die spontane vrolijkheid, de jongen, die reeds van kindsbeen af eerbied toonde voor allen die God dienden en naar Zijn wil zich zochten te gedragen, wier liefde hij proefde. Hoe heel anders was hij ingesteld op die dingen, die nauw aansluiten bij het geestelijk leven.
Herman, de weerbarstige, de eigenzinnige, die zijn eigen weg ging. Die weerbaar stond tegenover de sprake van de Heilige Schrift, en hoewel verborgen en bedekt, de spot dreef met de gelovigen. Hij merkte de teerheid van hun woord en wandel, en daar had hij een hekel aan.
Vader Poot weet dit alles. Het maakt hem ongelukkig, te denken, dat zijn eigen kind, een jongen van zestien jaar, zó leeft en denkt.
Een hele tijd is het stil.
Geen van beiden spreken een woord.
— Alle geestelijk leven is van God. Ook ons verlangen om Hem te dienen, al de dagen van ons leven, zegt hij meer tot zichzelf, dan tot Herman.
— Wil je me beloven, dat je er niet meer komen zult? vervolgt hij.
— Ik ben bang dat ik het niet laten kan. Wat moet ik thuis doen? Ik verveel me heel erg. De zondag duurt een eeuwigheid.
Het wordt vader Poot zeer verdrietig.
— Maar je bent nog jong, Herman. Doe je vader het genoegen. Ik zou willen dat je het om óns deed dan. Wees verstandig en sta niet openlijk tegen je ouders op.
Er breekt een snaar in Herman,
Hij zou willen schreeuwen.
Vader merkt het.
— Kan ik dan niet iets voor je doen ? Voel je niet voor een orgel ? Dan kun je muziekles nemen van de zoon van de kruidenier uit het dorp.
No. 8.
(Wordt vervolgd).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 augustus 1956
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 augustus 1956
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's