De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

KRONIEK

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

KRONIEK

12 minuten leestijd

De Wereldraad van Kerken — Atoomwapenen — Spaans Seminarie — Prof. Schippers' referaat in Utrecht — 2e Congres van Calvinistische Academici — De positie van de gereformeerden in de Hervormde Kerk — Uit „De Reformatie" — „Kerk en Theologie" over de benoeming van dr. S. van der Linde.

In Galyateboe in Hongarije kwam dit jaar van 28 juli tot 5 aug. de Wereldraad van Kerken bijeen. Niet de grote vergadering, de Assemblee, die om de zes jaren bijeenkomt en in '48 in Amsterdam en 1954 te Evanston in Noord- Amerika vergaderde, maar het uitvoerend comité van die Raad. De vergadering in Hongarije, alzo op communistische bodem, is meer een samenkomst in klein formaat. Niettemin woonden 250 afgevaardigden deze zitting bij. Dr. Friedrich Nolde , , vroeg om een plan, waarbij de proeven met atoomwapens niet zouden worden voortgezet. Op z'n minst zouden de proeven moeten worden beperkt".

Aldus de N. R. Crt. d.d. 1 augustus j.l. Het onderwerp is niet nieuw. Het is ook in de reacties op het laatste appèl onzer Synode nogal eens genoemd. Wellicht zal de Generale Synode het ook nog wel eens tot onderwerp harer bespreking maken. Want zij werkt meermalen onder oecumenische invloeden. De zaak op zich zelf is de aandacht waard en het is mogelijk, dat de regeringen, via de instanties der V.N, , er gehoor aan geven. Laat ons het hopen.

Die wens geldt evenzeer het andere punt, dat in de zitting van de Wereldraad der Kerken aan de orde kwam, blijkens boven vermeld verslag. Het betreft: Het Spaanse Seminarie. Op de vergadering van het hoofdbestuur van de Wereldraad van Kerken is besloten de regering-Franco te verzoeken haar beloften terzake van godsdienstvrijheid na te komen, door het protestantse theologische seminarie te Madrid toestemming te geven haar deuren te heropenen.

In de resolutie over het theologische seminarie werd o.m. gezegd : „Spanje moet als lid van de Verenigde Naties de morele verantwoordelijkheid aanvaarden voor de naleving van de godsdienst­ vrijheid, zoals die wordt omschreven in Handvest en verklaring over de rechten van de mens der Verenigde Naties.

Ons hoofdbestuur is er volkomen van overtuigd, dat het bestaan en het volledige functioneren van het seminarie volkomen in overeenstemming is met de rechten en vrijheden van de Spaanse burgerij, zoals die in de grondwet worden gewaarborgd".

Ook deze zaak, die onze volle aandacht, ons meeleven in de gebeden verdient, moge haar beslag krijgen.

De pers berichtte onlangs, dat de Gereformeerde Kerken in Indonesië hadden besloten zich bij de Wereldraad van Kerken aan te sluiten.

Zullen de Gereformeerde Kerken hier te lande na verloop van tijd dit voorbeeld volgen ? Wat dit betreft, las ik een opmerkelijke uitspraak in de rede van prof. Schippers : , , De Gereformeerden en de oecumenische situatie in Nederland", gehouden op de Hervormde predikantenvergadering van 11 april 1956, en opgenomen in., , Kerk en Theologie" van juli 1956. Ik geef dat stuk hier onverkort :

Het gaat sinds 1834 en 1886 in Nederland tussen ons over de vraag, wat de kerk is. Gelukkig gaat het daar ook in de oecumene hoe langer hoe meer over. Daarbij mag speciaal worden gewezen op de verklaring van Toronto, de ecclesiologische magna charta van de oecumene. Zij spreekt uit, dat in de Wereldraad plaats is zowel voor kerken die elkaar erkennen als kerken in de volle en ware zin, als voor kerken, die dit niet doen. De vraag zou even kunnen opkomen, of in deze uitspraak geen ruimte is geschapen, oecumenische ruimte, voor de hervormden en de gereformeerden, om zo lang zij niet samen kerk zijn, naast elkaar een plaats in te nemen in de Nederlandse Oecumenisch Raad en dan als kerken, die elkaar erkennen in de volle en ware zin. Voorlopig lijkt mij dat echter zeer ongewenst. Ik ben het voorlopig eens met Van Ruler, wanneer deze schrijft : , , Als we bezig zijn met Oosters orthodoxen en Anglicanen en zo in liet wereldwijde verband van de Kerk van Christus terecht zijn gekomen, dan worden onze vaderlandse onenigheden altijd ietwat belachelijk. Het is, om zo te zeggen, ook een huishoudelijke twist, wat Gereformeerden en Hervormden verdeeld houdt. Wij zijn één , , gezindte", één religie, één confessie, één kerk. Maar wij hebben inwendig twist.

Het gaat hier over een uitspraak van prof. Schippers ; dat zegt nog niets voor een kerk of een Synode. Maar prof. Schippers is niet de eerste de beste. Hij is hoogleraar aan de V.U. en de professoren van de theologische faculteit dier xiniversiteit hebben adviserende stem op de Synodes der Gereformeerde Kerken. En hun invloed moge niet zo groot zijn als die der „Raden" op onze Generale Synode, ze is zeker een niet te onderschatten factor.

*** Het tweede Calvinistische Congres is bijeen geweest onder leiding van prof. mr. P. J. Verdam, hoogleraar aan de V.U., maar in de juridische faculteit. Prof. Verdam kan onze lezers enigszins bekend zijn over zijn referaat, uitgesproken op de 38ste wetenschappelijke samenkomst van de Vrije Universteit, over: , , Toepassing en bestudering van Mozaïsch recht in de loop der eeuwen", in , , De Waarheidsvriend" (nr. van 26 juli en 9 aug. j.l.) onder de loupe genomen door onze hoofdredacteur. Naar wat het verslag van het congres meldde en ook congressisten me vertelden, waren heel wat groeperingen uit de Gereformeerde Gezindte daar vertegenwoordigd en zijn van verschillende zijden de hervormd-gereformeerden nogal geattaqueerd : hun positie in de Hervormde Kerk kwam ter sprake en ook de vraag, hoe zij zonder hun consciëntie geweld aan te doen, het daar konden uit houden. Het zal wel niet met dezelfde woorden, als ik gebruikte, gezegd zijn, doch als ik het verslag goed heb gelezen, kwam 't daar zo ongeveer op neer.

Voor die bezorgdheid kunnen we erkentelijk zijn, als blijk van broederlijke genegenheid en belangstelling in onze strijd. Omgekeerd zal men dan onze bezorgdheid ons óok niet euvel duiden. Want die is er óok. Vooral, waar er aan de „andere zijde" zich wel eens symptomen openbaren, die doen denken aan , , verflauwing der grenzen" of distantie van , , de dingen, die onder ons volkomen zekerheid hebben". (Luk. 1:1). Ik denk in dit verband aan wat prof. de Gaay Fortman, indien althans het verslag getrouw was, op de conferentie over Hervormd-Gereformeerde samenwerking', waar hij met dr. Berkhof refereerde (28 juni j.l.) ten opzichte van de Waarheidsvraag naar voren bracht. Ik had ook kunnen wijzen op wat prof. Verdam o|) de 38e Wetenschappelijke samenkomst van de V.U. betreffende de decaloog zeide, maar daarop wees, gelijk we vermeldden, prof. Severijn reeds op uitnemende wijze. Maar dit terloops.

We waren op het tweede Calvinistische congres. Uit het verslag van , , Trouw" neem, ik voor een globaal overzicht van het gerefereerde het volgende over :

, , Voordat deze zaken in de debatten, waar royaal gelegenheid voor was, tot uiting konden komen, zijn vier inleidingen gegeven : resp. door dr. S. van der Linde (herv. geref.), de heer A. Algra (geref.), prof. C. Veenhof (geref. onderh. art. 31) en ds, B. v. Smeden (chr. geref.). Men zal de redactie van het tijdschrift , .Bezinning" (uitgave Kok te Kampen), waarvan men zeggen kan dat het de geref. gezindte representeert, verzoeken de referaten in het blad te doen opnemen.

We kunnen hier niet alle punten, waarop meer of minder diep is ingegaan, releveren. Niet direkt beslissend voor de plenaire discussies, maar wel markant waren b.v. de opmerkingen van dr. Van der Linde over de levensstijl van de gereformeerden : voelen velen hunner zich eigenlijk niet beter thuis in het klimaat van de midden-orthodoxie ? Hierop sloot aan wat prof. Veenhof zei over een , , linker" en een , , rechter" vleugel bij de gereformeerden, waarbij de waardering van de Wereldraad van Kerken, van de theologie van Barth een rol mee zouden spelen".

Een bijzondere plaats nam in de discussie in de vraag naar de bevinding. Dienaangaande vermeldt het verslag van , , Trouw" ook een en ander, dat we hier geven :

, , Een van de onderwerpen voor de algemene debatten was de vraag naar het wezenlijk gereformeerde, en daarbij kwam een punt, dat later sterker naar voren kwam en althans één avond de gemoederen beheerste, ter tafel: de bevinding. Prof. W. Kremer, chr. geref. hoogleraar, zei dat bij de objectieve factor (het absoluut karakter van het spreken Gods) direkt een subjectief element komt: degene tot wie het Woord komt. Dit subjectieve, dit , , bevindelijke", behoort z. i. ook in de prediking des Woords naar voren te komen.

De Amsterdamse herv. predikant dr. H. Jonker, onderstreepte dit, toen men de vraag stelde of de geref. gezindte misschien tekort schiet bij de worsteling om de centrale geloofsvragen : de Bijbel, zo zeide hij, geeft ook de reacties op het Woord, de Bijbel tekent ook affecten : z.i. zal juist de bevindelijke prediking — wil men een modewoord : de existentieel getinte prediking — kunnen aansluiten bij de moderne mens. Met name prof. Veenhof bestreed deze gedachten: er is een duidelijke scheiding tussen Gods Openbaring en de reactie van de mens daarop, stelde hij".

Men ziet, uit de kringen van , , Art. 31" was er nog wel enige reactie tegen dit o.i. essentiële element in de gereformeerde prediking. In dit verband is wel opmerkelijk een stem uit die kringen over de benoeming van dr. S. van der Linde als buitengewoon hoogleraar te Utrecht. Het is het slot van een artikel in , , De Reformatie", - dat in opzet is een In Memoriam dr. J. G. Woelderink. Dat , , slot" laat ik hier volgen:

Zowel Visscher als Severijn, haar  theologische leiders aan Utrechts Universiteit, bleven zich in grote lijnen aan Kuyper oriënteren. Zij hebben deze groep niet opgeheven uit de ban van de valse mystiek, die duizenden daar gevangen houdt. In Woelderink leek het een moment of zij, die sinds 1834 en 1886 kerkelijk van elkander gescheiden leven, theologisch elkaar zouden naderen. En de hoop leefde een ogenblik op, dat er daardoor althans een gesprek, om nu eens deze term te gebruiken, moge­lijk zou zijn. Maar in de jaren na 1946 ebde die hoop weer weg. Ook Woelderink kon zich niet ontworstelen aan de greep van de theologie van Barth. Hetzelfde nummer van , , Trouw", waarin Woelderink's overlijden wordt gemeld, is wel een droef getuigenis van het moeras, waarin de gereformeerde belijders in de Hervormde Kerk terecht zijn gekomen. Het meldt op pag. 2, dat dr. S. van der Linde tot buitengewoon hoogleraar in Utrecht is benoemd om onderricht te geven in de geschiedenis van het protestantisme. Dit wordt dus, na Visscher en Severijn, weer een theoloog uit de kringen van de Gereformeerde Bond op een katheder te Utrecht. Maar in hetzelfde berichtje wordt gemeld, dat er eerstdaags van de hand van deze dr. Van der Linde een boek zal verschijnen over het piëtisme. Dit is typerend. Zowel Van der Linde als andere gereformeerde theologen uit deze kringen, houden zich de laatste tijd intensief bezig met de z.g. „nadere" reformatie. Alsof van die zijde een regeneratie van de gereformeerde theologie in Nederland is te wachten! Daarvoor heeft juist Woelderink ons het funeste van deze , , nadere" reformatie in haar destructie van het reformatorische verbonds- en beloftebegrip te zeer laten zien. Naast het bericht van het overlijden van Woelderink staat een uitvoerig verslag van het congres van de Confessionele Vereniging. Sprekers waren Van Niftrik, Van Ruler en E. L. Smelik, alle drie leerlingen van Barth ! Maar de één gaat verder dan de ander en het werd, blijkens het verslag, een onzinnig debat. Nacht over Nederland, schreef onze redacteur, ds. Kamphuis, naar aanleiding van de verkiezingen. Maar dit geldt ook wat betreft de ontwikkeling van de gereformeerde theologie en het gereformeerde leven in de Hervormde Kerk".

Volgens de schrijver, ds. R. H. Bremmer, een vruchtbaar scribent uit de kerken, waar men zich wel eens met het epitheton , , ware kerk" durfde sieren, ziet het er in de Hervormde Kerk niet al te best uit. Een gewaarschuwd man geldt voor twee. Dat zij voor ons de toepassing van dit stuk, gespeend aan , , bevindelijkheid".

Tenslotte nog — ook een kroniek mag niet te lang zijn — las. ik in het jongste nr. van „Kerk en Theologie" een waardering(?  over de benoeming van dr. S. van der Linde. Prof. Van Niftrik beëindigde er zijn deel van de Kroniek in dat nr. van , , Kerk en Theologie" mede : „De familie Van der Linde blijft in het kerkelijk nieuws. In de vorige kroniek sprak ik over de promotie van ds. J. M. van der Linde. Thans moet in onze kroniek vermeld worden de benoeming van dr. S. van der Linde tot buitengewoon hoogleraar aan de Rijksuniversiteit van Utrecht. Na korte tijd als lector werkzaam geweest te zijn, zal dr. S. van der Linde voortaan als hoogleraar de geschiedenis van het gereformeerd protestantisme onderwijzen. Er schijnt ook een boek over de grote gereformeerde piëtisten op stapel te staan. Men zal zich herinneren, dat dr. Van der Linde in 1943 te Utrecht is gepromoveerd op een dissertatie over „De leer van de Heilige Geest bij Calvijn" (verschenen bij H. Veenman & Zonen in Wageningen). De kerkgeschiedenis heeft nu in Utrecht drie leerstoelen : Van Rhijn, Quispel en Van der Linde. Men zal moeten erkennen, dat het vak kerkgeschiedenis in Utrecht rijkelijk verzorgd wordt. In Gereformeerde Bondskringen beschouwt men de benoeming van dr. Van der Linde als een pleister op de wonde, geslagen door de benoeming van De Graaf als opvolger van prof. Severijn. Met prof. Severijn is de laatste gereformeerde hoogleraar verdwenen, schrijft het , , Gereformeerde Weekblad". Men voelt zich gelukkig, dat er nu in Nederland tenminste wéér een gereformeerd hoogleraar is. Wij wensen dr. Van der Lmde toe, dat hij zich temidden van al die nietgereformeerde collega's niet al te een­zaam moge gevoelen. Het is ons bekend, dat dr. Van der Linde zich helemaal ingraaft in de geschiedenis van het gereformeerd protestantisme ten onzent. Wij zijn verlangend naar het boek, dat hij aan het schrijven is. Wij wensen hem een goede en vruchtbare werkzaamheid aan de „Sapierei sat", zeiden de oude Latijnen. Ik had een blijdere toon verwacht, nu er toch nog iemand in de Bondskringen bleek te zijn, om als hoogleraar en representant van die groep in Utrecht te kunnen benoemd worden.


1) N.l. van de gereformeerde groepering in de Hervormde Kerk.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 augustus 1956

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

KRONIEK

Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 augustus 1956

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's