DE GROTE VERBITTERING
Feuilleton
— Ik weet, dat ik meer van de sport hou, maar 't zou te proberen zijn, geeft Herman, toe.
Een blijde lichtstraal schiet er over 't gelaat van de boer. Hij heeft er alles voor over, de jongen binnen 't spoor te leiden.
Om het leven te winnen, om de gaafheid te zoeken, om de vrucht te behouden.
Wie ontroert niet om de ijver van een vader, die staat midden in het perikel van de opvoeding?
Zie, hoe de zon de landen verlicht, schoonheid tovert op boom en blad. De houtwallen baden in het stralende licht en daar tussen de bieten op de akker, worstelt een vader om de ziel van zijn zoon.
Hij kent z'n eigen hart. Hij kan de jongen niet hard vallen over wat hem tegenstaat. Maar hij wil de donkere macht in een andere richting stuwen.
Hij zou er een nachtelijke tocht, dn storm en ontij voor over hebben, o ja, wat al meer niet. Maar het is niet zo eenvoudig.
Hij móet zich met de jongen bezig houden, maar hij weet het, meer nog moet hij in het verborgen zijn God smeken om het leven van Herman. Want een leven in de zonde is geen leven, dat is een levensmislukking.
Daar is het einde van de rij. Ze hebben gewerkt en ze hebben gedacht, vader en zoon. Herman kijkt terug.
De bieten staan mooi in de rij. Hij zet zich voor de volgende.
IV.
ER KOMT EEN ORGEL.
Op de laatste avond van de week gaan vader en Herman samen naar de stad. Omdat vader Poot 't voor Herman doet, daarom gaat Herman ook mee. Hij zal weten, dat hij er dan ook volledig in gekend wordt, dat 't alles om hem is.
Een orgel is in Karvelde niet te koop, zomin als in Oesteren. Beide dorpjes zijn te klein voor een winkel in muziekinstrumenten. Lunaoord is de dichtstbijgelegen stad, waar men voor zoiets terecht kan.
Het is een mooie zaterdagavond. De vogels in de hoge houtwallen, zingen nog een vrolijk lied. Licht sprankelt door de takken.
Op de brede berm van de Driewegenweg leidt de oude vrouw Bemmel haar koe. Ruig hangt heur 't haar om het hoofd.
— Je kunt ook nog hooi winnen, de zomer is nog niet voorbij, vrouw Bemmel, zegt boer Poot in het voorbijgaan.
— Ja, zegt ze, daar zeg je zo wat. Maar de buurman heeft geen tijd meer.
Boer Poot remt en stapt af.
Met enkele stappen is hij bij haar.
Dan begint vrouw Bemmel ijverig haar verhaal te vertellen.
— Als de jongens één dag komen maaien, zou je dan genoeg hebben? , vraagt hij.
— O ja, dat geloof ik wel. Maar kan dat? Is het niet teveel ?
— Nee!
No. 9 (Wordt vervolgd).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 augustus 1956
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 augustus 1956
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's