De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

De Huisgodsdienstoefening

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De Huisgodsdienstoefening

13 minuten leestijd

Eens iets te schrijven over de huiselijke godsdienstoefening is in onze tijd en in onze gemeenten zeker geen overbodige luxe. Werkelijk christelijke gezinnen zijn schaars geworden. Men leeft bij alles wat geboden wordt, behalve bij het Woord Gods, en dat moet voor de toekomst van onze gezinnen en onze gemeenten rampzalige gevolgen hebben.

Boven dit artikel zou ik óok hebben kunnen zetten: de huisvader als priester van zijn gezin; Dat zou precies hetzelfde zijn geweest, want de vader als het hoofd van het gezin, is degene, die voor de gemeenschappelijke dienst des Heeren aansprakelijk is. Hij heeft de roeping om de zijnen voor te gaan en ze als het ware voor Gods aangezicht te vertegenwoordigen.

Het huisgezin is wel een bijzonder geschenk Gods in deze wereld. Door de zonde zijn alle verhoudingen onder de mensen ruw verstoord. Had de liefde allen moeten samenbinden, nu kwam de haat en de vijandschap, die wat bijeen hoorde van elkander deed vervreemden. De mensheid begon het beeld van rampzalige verwarring en verwildering te vertonen. Ieder ging op jacht naar datgene, wat hij zijn eigen belang achtte en de naaste werd daartoe onder de voet gelopen. De verwoestende werking van de zonde is onoverzienbaar. Toch heeft de Heere de mens niet aan zichzelf overgegeven, maar wil Hij hem nog door Zijn genade voor zichzelf bewaren. Door het instandhouden van allerlei instellingen wil Hij hem nog behoeden voor de gevolgen van zijn eigen kwaad.

Eén van die inzettingen Gods en zelfs de meest waardevolle, is het huisgezin. Men heeft dat niet gekozen, maar komt er door zijn geboorte in. Toen wij geboren werden, werden wij als een weerloos schepsel in de schoot van een bepaald gezin gelegd. Dat gezin is de oefenschool voor het leven, dat wacht. Geestelijk en lichamelijk worden wij daar gevormd, opdat wij ter rechtertijd in staat zullen zijn om de strijd des levens op te nemen. De waarde daarvan uit te meten, is onmogelijk. Wij willen in dit verband er alleen op wijzen hoe in het gezin de zelfverloochening wordt geleerd, waarvoor offers moeten worden gebracht. Vader en moeder moeten tegenover elkaar die zelfverloochening beoefenen, want zonder dat is een recht huwelijk niet bestaanbaar. De kinderen moeten het leren tegenover de ouders en de ouders tegenover de kinderen. Ieder moet elke dag beseffen, dat hij niet voor zichzelf alléén op de wereld is, maar vooral óok voor de ander, die de Heere in Zijn wijsheid naast hem stelde.

In dat gezin zijn allen voor God gelijk, ieder, klein en groot, heeft zijn eigen persoonlijke verhouding met God. Maar daar zijn wel onderscheidingen tegenover elkander, die door de Heere zelf zijn gewild en ingesteld. Zo is de man het hoofd van het gezin en in een christelijk gezin zal hij zowel door de vrouw als door de kinderen zonder spanning als zodanig erkend worden. Bij hem ligt het initiatief en hij geeft de leiding. Dat betekent niet, dat de man heerst over de zijnen, maar wél dat hij met de vervulling van de hem door de Heere gegeven opdracht de zijnen dient. Dat de huisvader ook in de geestelijke dingen zijn vrouw en kinderen voorgaat, is juist de dienst, die het gezin nodig heeft en waar het recht op kan laten gelden.

In een christelijk gezin betekent dat, dat de man geroepen is voor te gaan in de aanbidding des Heeren. Hij zal wat daarmee samenhangt niet aan het vrije initiatief van zijn huisgenoten mogen overlaten. Het is niet zó, dat ieder zijn privé-verhouding met God heeft en dat de vader al vrij uit zou gaan als hij ze daar maar niet in tegenwerkt. Het gezin als geheel heeft voor de Heere te leven en het is de roeping van de man, daarin de zijnen te vertegenwoordigen. Hij is gesteld om het ambt waar te nemen, waarmede de Heere hem bekleed heeft. Als hij dat verzuimt, is het gezin net als een gemeente zonder kerkeraad. Zo is het de roeping van de huisvader om de gemeenschappelijke dankzeggingen en gebeden uit aller naam en in aller tegenwoordigheid voor de Heere neer te leggen, aan het gezin ook het Woord Gods te brengen en zo in deze huiselijke godsdienstoefening voor te gaan. Het zal in ieder gezin, naar de eis der Schrift, zó moeten zijn, dat de vader uit de Bijbel voorleest, elke dag opnieuw. Ook dat hij hardop voorgaat in het gebed, om zo de gemeenschappelijke noden, vragen, zonden en vreugden voor de Heere uit te spreken. De priesterlijke roeping brengt dat tafelgebed noodzakelijk met zich mee, want wat is een priester, die zijn volk niet in het gebed voorgaat. En wat is een christelijk gezin, als de stem van dat gezin (en dat is toch die van de huisvader) voor de Heere zwijgt, als de lippen, die de offerande des lofs en des gebeds moesten opdragen, dag aan dag gesloten blijven. Zo'n gezin kan niet met goed recht een christelijk gezin genoemd worden. Het is in elk geval een gezin, waaraan iets zeer wezenlijks ontbreekt.

De meesten van onze huisvaders hebben zich daartoe in het openbaar verplicht. Zij zijn immers in de kerk getrouwd. Welnu, bij een kerkelijke huwelijksbevestiging wordt een huisgemeente geïnstitueerd met een vast middelpunt — dat is de bijbel — en met een door de Heere bevestigde ambtsdrager — dat is de huisvader.

In de kerk ontvangt de huisgemeente een bijbel: dat is dus de huisbijbel. Die bijbel is niet bedoeld voor privégebruik, maar voor het gebruik aan tafel. Anders had de kerkeraad eerst moeten informeren of men soms niet al een bijbel bezat, wat in de meeste gevallen wel zo zal zijn. Neen, het is de huisbijbel en daar om heen zal de huisgemeente vorm moeten krijgen net als de gemeente in de kerk rondom de kanselbijbel. Hij moet dus in het openbaar, d. w. z. hardop gelezen worden voor het gehele gezin en daarna zal de vader met allen samen en in hun naam de Heere aanroepen. De meest geschikte tijd daarvoor is na de gemeenschappelijk genoten maaltijd ; dan is men immers bij elkaar. Het is een goede, oudvaderlijke zede om na het genoten voedsel voor het lichaam, ook het brood des levens tot zich te nemen, en het is de taak van de vader om het aan zijn vrouw en kinderen uit te reiken.

Er zal dagelijks tijd genomen moeten worden om dit samen te kunnen doen. Velen verschuilen zich achter het feit, dat ze hiervoor geen tijd vrij kunnen maken. Maar wij nemen toch óok tijd om zoveel mogelijk samen te eten. Dan moet er óok tijd kunnen zijn voor dit allerbelangrijkste, de spijze der ziel. Een mens zal toch bij brood alléén niet leven, maar bij alle Woord, dat uit de mond Gods uitgaat. Natuurlijk zal het gezin zelf uit moeten maken wanneer dit het beste ongestoord zal kunnen plaats vinden, maar dat het gebeuren moet, sta onder ons vast. Zeker zijn er maatschappelijke toestanden, die zeer storend en belemmerend werken, maar wij hebben er toch in ons eigen belang voor te strijden, dat wij niet de slaaf worden van ons drukbezette leven, Dan leven wij niet meer, maar dan wórden wij geleefd. Overigens is het ook zo, dat wanneer het niet anders kan, de moeder deze taak van de vader zal moeten overnemen.

In ieder geval zal men het als zijn eerste taak moeten zien er voor te waken, dat het geestelijk leven van het gezin niet in de vaart des ]evens wordt doodgedrukt. Anders plukken de kinderen er de wrange vruchten van en wijzelf vaak al in onze kinderen, en wij vallen ten prooi aan de geestelijke leegte en oppervlakkigheid, die ons bedreigen. Het gezin raakt dan zijn waarde als vluchtheuvel voor ouderen én jongeren kwijt en de afgod, waar de huiselijke religie op gericht wordt, is die van het tempo en het geld. Als wij de rust rondom de tafel niet tenminste eens per dag meer kunnen scheppen, wordt ons gezin gedegradeerd tot een cafetaria. Veel gezinnen zijn al een heel stuk op weg daarheen. Daarom moeten wij elkaar een halt toeroepen, anders zouden wij de Heere voorbij draven en in een geestelijke woestijn terecht komen, waarin onze kinderen wel voor de distels en doornen zullen zorgen.

Daarom roepen wij elkaar tot bezinning op vanwege dit gevaar en dat betekent, dat wij elkaar moeten terugroepen tot de bijbel. ledere christenhuisvader, die er nog prijs op stelt dat te zijn, zal moeten tonen dat het Woord Gods het beste, kostbaarste en noodzakelijkste bevat van de hele wereld. Wat baat het een mens, z0 hij de gehele wereld gewint en lijdt schade aan zijn ziel ? Het meest aanbevelenswaardige is nog altijd de bijbel in zijn geheel door te lezen, ook de stukken dus, die ons nogal weinigzeggend voorkomen, b. v. de wetten. Op die manier is in het verleden een bijbelvast geslacht gekweekt, dat de Schrift kende en er de weg in wist. Wanneer wij zelf uit gaan zoeken was ons ligt, gaat gemakkelijk de persoonlijke smaak overheersen en gaat de rijkdom van de Schrift goeddeels verloren. Ik zou dus zeggen: tenminste eenmaal der dag de bijbel lezen in de gewone volgorde, zoals de bijbel zelf zich geeft. Daarnaast zou men een andere keer een of ander bijbelrooster kunnen gebruiken. Verder zou ieder christelijk gezin de beschikking moeten hebben over eenvoudige bijbelverklaringen, die in een voor ieder begrijpelijke vorm allerlei gedeelten duidelijker zouden kunnen maken. Ik denk o.a. aan de boekjes : „De bijbel toegelicht voor het Nederlandse volk", of de bekende , , Korte Verklaring", die wat dieper op de dingen ingaat. Men heeft dan een arsenaal om voorkomende vragen, zowel van uzelf als van uw kinderen, te beantwoorden en men komt er gemakkelijker toe er nog eens over door te praten.

Ook verdient het aanbeveling in een gezin met kleine kinderen naast (vooral niet in de plaats van) de bijbel, een kinderbijbel te lezen. Het is vaak zó, dat de ouderen daar net zoveel belangstelling voor hebben als de jongeren. Maar altijd naast de Schrift zelf, want anders wordt de bijbel weggedrukt door boeken over de bijbel en gaan wij luisteren naar wat mensen over Gods Woord gezegd hebben, inplaats van naar de Heere zelf. Ook zijn er veel dagboeken in omloop, die goed gebruikt kunnen worden als wij maar niet vergeten, dat ze nooit de bijbel vervangen kunnen of mogen. Een goed dagboek zal altijd de bedoeling moeten hebben ons bij Gods Woord zelf te brengen. Daarom staan er steeds bijbelgedeelten in, die vooraf of achterna gelezen moeten worden. Anders zou het dagboek ons verleiden niet meer de Heere zelf, maar een of ander mens als onze dagelijkse gids te kiezen. Zo is er een overvloed van hulpmiddelen en ieder kieze datgene, wat hem naar aard en behoefte zal kunnen dienen om het beste de weg naar de bijbel zelf te vinden.

Daarna blijft dan het gemeenschappelijk gebed, waarin de vader voorgaat. Het is zijn recht en roeping, waarvan hij niet, dan tot schade en verarming van zichzelf en de anderen afstand zal kunnen doen. Er is veel schroom en schaamte in dit opzicht. Velen zouden het niet durven ; toch blijven zij er toe geroepen. Het verdient aanbeveling er direkt na de huwelijkssluiting mee te beginnen. Dat voorkomt latere aarzelingen. Laten wij er intussen niet al te zeer tegen opzien. Al is het gebrekkig en stuntelig, als wij maar iets zien van onze priesterlijke taak. En wij mogen toch ook vertrouwen, dat de Heere geven zal wat wij nodig hebben om de ons door Hem op de schouders gelegde taak te kunnen vervullen. Het zal ons gezin binden en onszelf verrijken, doordat ons eigen gebedsleven er door gewekt wordt en gevoed. Overigens moge gewezen worden op het Onze Vader, waarbij de Heere Jezus gezegd heeft: gij dan, als gij bidt, bidt aldus. En niet het minst zou ik willen wijzen op de formuliergebeden, die wij achter in ons psalmboek kunnen vinden. Onze vaderen hebben daarmee een handreiking willen bieden, zowel aan de ambtsdragers in de kerk als in het gezin. Wie ze leest, wordt telkens weer geboeid door de kracht, ernst en diepte ervan. In ons kerkboek liggen schatten verborgen, zó teer en schoon, dat het alleen maar te betreuren valt, dat ze voor velen inderdaad daar verborgen liggen. Natuurlijk is een vrij uitgesproken gebed altijd te verkiezen boven een formuliergebed. Dan kunnen de actuele vragen en noden van het gezin direkter worden beseft' en overdacht. Onze vaderen hebben ook niet meer willen geven dan een handreiking, maar als zodanig zijn ze dan ook waardevol. Wij oefenen dan bovendien in ons gebed gemeenschap met de kerk der vaderen, en dat is nog altijd een betrouwbare gids. Voorts denk ik aan een woord van dr. J. H. Gunning: , , een ernstig en eerbiedig gelezen gebed is in geen enkel opzicht minder dan een uit het hart gesproken bede, wanneer daartoe de onmisbare zalving en genadegave ontbreekt. Men kan een rijk gebedsleven voor en met de Heere leiden en toch de geschiktheid missen anderen in dankzegging en smeking voor te gaan".

Luther heeft eens gezegd: , , ik heb het vandaag zo ontzettend druk, dat ik mijn werk onmogelijk zal kimnen doen, als ik niet tevoren geruime tijd in Gods Woord leef". Laten wij toch de tijd zoeken en maken om deze huisgodsdienstoefening in ere te houden en daarbij als huisvader bedenken, dat de zegenende ziel —• naar Zijn belofte — zal worden vetgemaakt.

Wat hier besproken is, eist zelfverloochening. Zou het niet zó zijn, dat de heimelijke vrees van velen, die zich achter de ongeschiktheid voor deze taak of achter het gebrek aan tijd verschuilt, zijn grond vindt in het feit, dat men terugschrikt voor de zelfverloochening, die een priesterliik leven van ons eist ? Men wil wel een gezin hebben en stelt er prijs op, dat alles daar naar de eis des tijds is ingericht, dat de kinderen een goede toekomst zullen hebben en niet te ver af zullen dwalen van het spoor der vaderen, maar de roeping om priester in zijn gezin te zijn, laat men schroomvallig liggen. Als de priester niet meer de wacht in het heiligdom betrekt, is het dan te verwonderen dat de verwildering hand over hand begint toe te nemen ? Wij hebben hier een dure en hoge roeping en God geve ons die meer en meer te verstaan.

Tenslotte een gebed van Kohlbrugge, dat u vinden kunt in de prachtige bundel: „Gebeden van H. F. Kohlbrugge", vertaald door ds. D. van Heyst en uitgegeven door en verkrijgbaar bij de Vereniging tot uitgave van Gereformeerde Geschriften te Amsterdam :

„O Heere, wij zeggen U dank voor Uw goedheid, dat Gij ons Uw getrouw Woord geeft, vol van genade. Wij zeggen U dank, dat Gij met ons niet doet, naardat wij verdiend hebben. Wij bidden U, schenk ons Uw Heilige Geest en wil ons door die Geest zodanig heiligen, dat wij de eenvoudige woorden van Uw liefelijk Evangelie in onze harten bewaren, opdat wij daardoor duivel, wereld, zonde en dood overwinnen en psalmen, zingen, die Gij ons in het harte geeft".

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 augustus 1956

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

De Huisgodsdienstoefening

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 augustus 1956

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's