Boekbespreking
Werner Keller, De Bijbel heeft toch gelijk. Uitg. H. J. Paris, Amsterdam, 1956. 440 pag. Prijs geb. ƒ 19.50.
In een woord vooraf vertelt schrijver, die publicist van professie is, hoe hij door de archeologische arbeid van Parrot en Schaeffer zó gegrepen werd, dat hij zich steeds intensiever met de bijbelse archeologie is gaan bezig houden. Als een detective verzamelde, bestudeerde en schiftte hij het materiaal en tegenover de onverweldigende veelheid van authentieke en vaststaande resultaten drong zich aan schrijver de stelling op : De Bijbel heeft toch gelijk !
Wie dit boek in handen neemt, wordt in de eerste plaats door de sprekende titel getroffen : Ondanks alle bestrijding, verdachtmaking, bespotting, heeft de Bijbel gelijk. Inderdaad : God waakt over Zijn Woord ; dit is gebleken als meerdere malen door de opgravingen bevestigd is, wat in de dagen van Wellhausen en Kuenen als volkomen onmogelijk en ongerijmd werd aangeduid. Reeds door deze titel neemt dit boek voor zich in. In de tweede plaats wordt de lezer geboeid door het prachtige illustratie-materiaal: de vele verduidelijkende tekeningen tussen de tekst en de veertig pagina's vol prachtige foto's. In de derde plaats : ook door de vloeiende stijl verveelt dit boek geen ogenblik ; schrijver sleept zijn lezers enthousiast mee en doet ons genieten van de vergezichten, die hij ons opent. Schrijver voert ons mede naar de dagen van Abraham, als deze optrekt uit Ur, in die dagen een wereldstad ; wij horen van het machtige rijk der Faraonen, volgen Sinuhe, uit de tijd van Sesostris (ong. 1950 v. Chr.) op zijn zwerftochten. Schrijver voert ons door de gehele bijbelse geschiedenis heen, de opgang en ondergang van de grote wereldrijken Assyrië, Babylonië en Perzië, trekt als een roman voorbij. Aan de Nieuw-Testamentische tijd heeft schrijver een honderd pagina's gewijd.
Er liggen in boeken als dit wel gevaren : dat de schrijver niet voldoende onderkent het verschil tussen het algemeen aanvaarde en datgene, wat niet meer is dan werkhypothese ; de vondsten van de archeologie toch moeten worden geïnterpreteerd en daarbij gaan de archeologen dikwijls uiteen; ik noem slechts de moeilijkheid van de datering ten aanzien van de val van Jericho, ondanks de klare vondsten en de opgegraven muren.
Ik zou niet gaarne beweren dat schrijver de hier liggende klippen altijd heeft weten te omzeilen. Soms bewijst hij een tikkeltje teveel; ik noem slechts de kwestie van de zondvloed, van de water gevende rots in de woestijn, over de ster der wijzen. Eigenlijk is het zó, dat als de archeologie over een bepaald punt licht heeft gegeven, achter het antwoord onmiddellijk nieuwe vragen de geleerden voor nieuwe moeilijkheden stellen. Gelukkig hangt het gezag van de Bijbel niet aan de bevestiging door uiterlijke bewijzen. Terecht zegt Calvijn: „Wat betreft de menselijke getuigenissen en bewijsredenen, die tot bevestiging van de Schrift dienen, die zullen dan nuttig en bevorderlijk zijn, wanneer zij als hulpmiddelen onzer zwakheid naast het voornaamste en opperste getuigenis des Heiligen Geestes volgen en in de tweede plaats gesteld en gebruikt worden. Maar die allen handelen dwaas, die aan de ongelovigen willen bewijzen, dat de Schrift Gods Woord is, want dit wordt niet verstaan, noch bekend, dan alleen door het geloof". Met grote belangstelling nam ik van dit boek kennis ; het is inderdaad een werk van blijvende waarde.
Over de onderlinge verhouding van Psychotherapie en zielzorg. Rapport, uitgebracht door een daartoe door de Raad van Beheer van de Ned. Herv. Stichting voor Geestelijke Volksgezondheid benoemde Commissie.
No. 10 van de Serie Praktisch Theologische Handboekjes. 79 pag. Prijs ƒ 3.—. Uitg. Boekencentrum N.V., 's Gravenhage.
Het is verre van gemakkelijk tot een terreinafbakening te geraken ten aanzien van de arbeid van de medicus en de predikant. Er is menigmaal een argwaan bij de psychiater tegenover de zielzorger en omgekeerd is dit zeker niet minder het geval. Waar houdt het werk van de éen op en waar moet hij zich terugtrekken om plaats te maken voor de ander ? Wie pastoraal met de mensen omgaat, weet, dat vele als godsdienstig voorgedragen moeilijkheden geen echte geloofsvragen zijn, maar camouflage van conflicten, die op een geheel ander niveau liggen dan het godsdienstige. Een commissie van deskundigen, door de Herv. Stichting voor Geestelijke Volksgezondheid benoemd, heeft zich met de hier liggende vragen ernstig bezig gehouden en over de onderlinge verhouding van psychotherapie en zielzorg een rapport van de Stichting voor Geestelijke Volksgezondheid uitgebracht, welk rapport nu verschenen is in de serie praktisch theologische handboekjes. In een voorwoord wordt gewezen op het feit, dat in de commissie zeer geschakeerde inzichten vertegenwoordigd waren, iets, dat ongetwijfeld de discussie ten goede is gekomen.
Het rapport gaat er van uit, dat Psychotherapie en zielzorg hun eigen, van elkaar onderscheiden werkterrein en opdracht hebben. De taak van de zielzorger is niet om therapie te bedrijven, maar wèl is het zijn opdracht om in de bepaalde therapeutische situatie zielzorg te oefenen. Het rapport stelt ook de vraag : Mag de eis gesteld, dat de psychiater christen is ? Zeer voorzichtig is het antwoord : het is niet onbillijk, dat hij iets van geloofsvragen afweet. Inderdaad : het gevaar is groot, dat een zieke terecht komt bij een psychiater, voor wie religie niets anders is dan een neurotisch verschijnsel. Terecht zegt het rapport, dat het moeilijk te denken is, dat een zieke volledig vertrouwen zou hebben in een psychiater, van wie hij moet vrezen, dat deze hem in zijn geloofsmoeilijkheden niet begrijpt. Het geheel vind ik een mooi stuk werk. Wat evenwel niet wil zeggen, dat ik in alles met het rapport kan meegaan : daarbij denk ik aan wat de commissie zegt over de betekenis van de Wet en de vergeving der zonde.
Bt.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 augustus 1956
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 augustus 1956
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's