HET RECHTE GEBED
„Het geschiedde nu, als men het spijsoffer offerde, dat de profeet Elia naderde en zeide : Heere, God van Abraham, Izaak en „Israël ." (1 Kon. 18 vs. 36).
Wij staan bij de geweldige strijd op de Karmel. Beseffen wij goed wat daar gaat gebeuren? Het is niet alleen het worstelen van die ene eenvoudige man tegen de vele spectaculair uitgedoste priesters van Baal. Het is de strijd tussen Israels God en diegenen, die goden genoemd worden en niet anders zijn dan pionnen van de Satan.
Het volk is samengestroomd om getuige te zijn. Toch is het voor het volk niet zo maar een kijkspel. Het volk is, bewust of onbewust, partij. Immers het hart van het volk is ingenomen voor de Satan en tegen de Heere. Als de Heere dan gerichten gaat houden, kan het volk niet afzijdig blijven. De oorzaak van dit alles kunt u vinden in het gebeuren van Genesis 3. Laat geen enkele lezer vergeten hier reeds de toepassing te maken. Ook de gemeente van nu is n.l. meer dan toeschouwer. Zij is partij !
Het eerste deel van de gebeurtenissen op de Karmel laten wij buiten het bestek van deze meditatie vallen. Genoeg te zeggen, dat alle inspanning, zowel lichamelijk als geestelijk, ten spijt, er geen antwoord vernomen wordt van de afgoden. Hier komt het weer eens openbaar, dat het dienen van de zonde en de duivel een dure en tenslotte een teleurstellende zaak is. De Heere opene onze ogen daarvoor!
Dan is het de beurt van Elia, de man Gods. Nu is het alsof de schrijver al onze aandacht wil concentreren. Minutieus beschrijft hij de handelingen : Het herstellen van het altaar (bittere aanklacht tegen het volk, dat zo kennelijk de dienst des Heeren verwaarloosde), met gebruikmaking van twaalf stenen (troostvolle prediking van de eenheid der stammen, ondanks alle verscheurdheid), het schikken van het hout en het offer, en tenslotte het uitgieten van het water. En dan? Dan moet er gebeden worden.
Is het toeval dat het juist de tijd was waarop in Jeruzalem het spijsoffer werd gebracht? Neen. De Heilige Geest wil verkondigen dat hier een profeet nadert tot de dienst van God, niet zo maar, op zijn eigen manier, doch op Gods tijd en wijze. Laat dit het eerste zijn wat wij omtrent het gebed overdenken. Het is niet onverschillig hoe en wanneer er gebeden wordt. Wij hebben een Heere, die heeft geopenbaard hoe Hij het alles wil hebben. Daaraan hebben wij ons alleen maar te onderwerpen. Bidden is een zaak van gehoorzaamheid dus. Deze gehoorzaamheid kan ook nimmer discutabel gesteld worden, daar de God der Schriften een rechthebbend God is ten opzichte van ieder mens. Wie de gehoorzaamheid niet betracht, zondigt, en dat komt duur te staan.
Nu mag dit echter alles waar zijn, het komt aan op het gebed zelf. En de eerste vraag is : Kan er gebeden worden ? Deze vraag is van gewicht. Bidden is: naderen tot een heilig God. De bidder is .een schuldig zondaar. Hier in 1 Kon. 18 kunnen we dat ook duidelijk zien. Elia staat niet als privépersoon op de Karmel, doch als vertegenwoordiger van het volk. Dat volk heeft de Heere moedwillig en zonder reden de rug toegekeerd. Dat volk heeft gezondigd tegen de allerhoogste Majesteit. Het heeft niet anders verdiend dan eeuwig verstoten te worden. Voor Elia zijn dit geen grote woorden alleen, maar óok zaken, die hij persoonlijk kent. Hij is lid van dit volk en staat er in geworteld. Ontdekt aan zijn schuld, kan hij zich in geen enkel opzicht daarboven stellen. Hoe moet hij nu bidden? Laten we luisteren.
, , Heere, God van Abraham, Izaak en Israël". Hoort u dat ? Dit is geen ophalen van de historie, zonder meer, dit is helemaal geen speculeren op nationale gevoelens van trots. Dit is een beroep doen op het Verbond. Liever nog: op de God van het Verbond. En dit is een prediking op zichzelf. Er was niets in Elia en niets in het volk, om het gebed op te gronden. Van die kant was alles alleen waard om veroordeeld te worden. Van die kant was het dus een onmogelijke zaak om te bidden en zelfs maar één woord tot de Heere te spreken. Maar de Heilige Geest heeft een andere weg gewezen. Een weg, die door de Heere zelf is gemaakt. Een wondere weg, maar nochtans een waarachtige. Deze weg is geopenbaard in het Verbond dat met de vaderen is opgericht. Terecht spreekt de Schrift hier over een daad Gods, die in geen mensentiart is opgeklommen. En nu mag een ieder voor zichzelf het nadenken, of de wonderen Gods niet groot zijn. Zeker, deze geopenbaarde weg houdt de veroordeling in van alles wat van mensen is, en dat gaat tegen vlees en bloed in. Maar wie kan hierin de Heere tegenspreken onder de ontdekkende werking des. Geestes ? Wie moet bij het licht van Zijn Woord niet beamen, dat de Heere een afgesneden zaak doet ? Nergens kan immers iets gevonden worden dat Hem verheerlijkt ? En toch ligt de eis er. Is het dan niet juist voor zulke verslagen en verbrijzelde harten een wonder van goedheid, dat de Heere nog zulk een weg opent ? Voor wie anders dan voor rechtelozen zou Hij het bedacht hebben? Neen, het is geen verbeelding, want de Heere bevestigt nog altijd de waarheid van dit Verbond. Denk maar eens aan de Heilige Doop. Hebt u al eens acht gegeven op deze genade ? Hoe meer de Heere de ogen ervoor opent, des te meer is het alles een wonder. In dat Verbond openbaart de Heere Zijn welbehagen om goed te zijn voor slechte mensen.
Jawel, denkt iemand, dit is alles mooi, maar er is toch nog meer? Al is er nu dat Verbond, dan zou de Heere toch geen God zijn, als de schuld niet werd weggenomen? Hij laat Zich toch niet ongestraft aanranden ? Neen, inderdaad. Maar hiertoe moet u nu ook eens letten op de plaats, waar deze bidder neerbuigt en vanwaar hij een beroep doet op het Verbond. Dat is naast het altaar. Daar is een offerdier toebereid. Daar vloeit bloed. In de schaduw van dit offer klinken de aangehaalde woorden.
Nu behoeven we ook weer niet breed uit te wijden over deze zaak. Vanuit de belijdenis van de eenheid van Oude- en Nieuwe Testament, verstaan we dat Elia zijn gebed uitspreekt in de schaduw van het offer van de Zoon van God, de Heere Jezus Christus. Schuilend bij Hem, bij het volbrachte werk, roept hij tot de Heere. Nu behoeven we niet meer te vragen naar de waarde van dit offer. De Heere voorzag zelf in deze zaak. Hij verordineerde en zalfde Zijn Zoon, Hij beproefde Hem en keurde Hem waardig tot Zijn altaar. Hij verklaarde voor de oren der ganse aarde dat dit offer genoeg was. Nu behoeven we, ook niet meer te vragen naar het verband tussen dit offer en het Verbond. De Heere legde het zelf.
Begrijpt u nu ook waarom het zo belangrijk was dat Elia in Gods weg en op Gods wijze tot de Heere naderde ? Het kan immers niet anders ? Op een andere wijze en in een andere weg is er geen gemeenschap met de Heere mogelijk. Onze God is een verterend vuur. Het vuur valt van de hemel. Als er geen offer is dat voor de Heere bestaan kan, zal immers de bidder verteerd worden? Maar bij dat offer kan de bidder leven en zijn wens verkrijgen. Onuitputtelijk is de rijkdom die Gods Kerk in de Middelaar bezit. Het is noodzakelijk dat haar ogen en harten er steeds op gevestigd worden tot vernieuwing en versterking van het geloof. Ook als aanvuring en bekwaammaking tot het gebed.
Niet minder noodzakelijk is het, dat een ieder zichzelf onderzoeke op het stuk van de eis tot gebed, de grond en de wijze van het gebed. De Heere laat geen twijfel aan de enigheid van deze weg tot zaligheid. Hij laat ook geen twijfel over terzake van de natuurlijke gesteldheid van ons aller hart. Eveneens is geen twijfel mogelijk betreffende het einde van hen, die de Heere niet wilden dienen en eren. Leest u maar 1 Kon. 18 VS. 40. Alles tezamen reden om tot elkander te zeggen dat de Heere door Woord en Geest nog werkzaam is tot behoudenis van zondaren. En hoe rijk en ruim is de onderwijzing, die een benauwde ziel van de Heere ontvangt, waar Hij klaar staat om de stomme monden te openen en te leren tot gebed. Leest u tot slot maar eens Psalm 32.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 september 1956
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 september 1956
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's