KERKNIEUWS
Beroepen te :
Nijkerkerveen A. Vroegindewey te Veenendaal — Roswinkel W. A. Bos, vicaris te Wieringerwerf — Wijk bij Heusden J. Wieman te Oudewater — Holwerd B. van Blanken, candidaat te Amsterdam
— Otterlo (toez.) W. Vroegindewey te Bleiswijk — Papendrecht J. C. Stelwagen te Hillegersberg — Kockengen A. G. Haring te Loon op Zand.
Aangenomen naar :
Bennekom (toez.) P. D. Steegman te Klaaswaal.
Bedankt voor :
Delden M. Blom te Hengelo (Ov.) (nadere besl.) — Berkenwoude B. van Blanken, candidaat te Amsterdam —- Berkhout Joh. A. Labrie te Oostwoud-Midwoud.
Otterlo-Bodegraven.
Naar wij vernemen hoopt ds. J. C. Terlouw op zondag 16 september a.s. afscheid te nemen van de gemeente Otterlo, en zal hij dan D.V. op zondag 23 september zijn intreepredikatie houden in zijn nieuwe gemeente Bodegraven.
Ds. Terlouw zal in de morgendienst bevestigd worden door zijn a.s. collega ds. C. van den Bosch.
Leiden.
D.V. zondag 16 september a.s. zal ds. N. Kleermaker — na een verblijf van 5 jaar — des avonds om 7 uur in de Pieterskerk af scheid nemen van de gemeente van Leiden.
Nunspeet.
D.V. zondag 23 september a.s. hoopt hij zich aan zijn nieuwe gemeente Nunspeet te verbinden, na des morgens bevestigd te zijn door zijn zwager, dr. H. Jonker, van Amsterdam.
Dienstaanvaarding tot Gods eer.
Deze woorden zou men kunnen schrijven boven de kerkdienst, waarin ds. G. Spilt op zondag 9 , september des avonds intrede deed bij de hervormde gemeente van Utrecht.
Ds. Spilt, die in Utrecht werkzaam zal zijn in de wijkgemeente „Oudwijk" was des morgens in een stampvolle Domkerk bevestigd door zijn voorganger ds. B. van Ginkel, thans diaconessenhuis-predikant te Utrecht, die als tekst had gekozen Colossenzen 4 VS. 17 : „En zegt tot Archippus : Zorg, dat gij de bediening, die gij in den Heere aanvaard hebt, ook vervult".
In aansluiting aan het gelezen formulier zette de bevestiger allereerst de zin der bevestiging uiteen. Hoewel reeds geordend predikant in volle rechten, wordt de nieuwe dominee toch opnieuw bevestigd, nu hij aan deze gemeente verbonden wordt, die naar haar welwezen alle kenmerken draagt, die haar tot gemeente van Christus maakt. Terecht is in het gereformeerde protestantisme steeds de nadruk gelegd op de plaatselijke gemeente, die voluit Kerk is.
De tekst verklarend en op de bijzondere situatie van het ogenblik toepassend legde de bevestiger de volle nadruk op het „in Christus", zowel voor de dienst, waarin de voorganger tot de gemeente staat, als waarin de gemeente tot de dienaar staat.
In de toespraak na de bevestiging bracht ds van Ginkel degenen in herinnering, die hem en ds. Spilt in deze predikantsplaats waren voorgegaan : Martens van Sevenhoven, Kwint, Gewin ; nog verder teruggaande aan de grote invloed, die Utrecht heeft ondergaan van de mannen als Kohlbrugge, Voetius, Datheen ; in de oude kerkgeschiedenis Willebrord, een band, die voor heel de Kerk teruggaat tot de wolk der getuigen uit Hebreen 11. Vooruitziende wenste hij ds. Spilt toe, dat hij met vreugde en zegen zou mogen arbeiden in deze estafetteloop tot de wederkomst, het rijk der heerlijkheid, als Christus heersen zal tot het uiterste der aarde.
Na de dank der gemeente te hebben vertolkt, gewaagde ds. van Ginkel ook van zijn persoonlijke dankbaarheid, dat de ledige plaats zo vervuld werd, en voor het behoud van de prediking, dat al onze wegen ten dode zijn, maar dat Jezus Christus is de weg, de waarheid en het leven. De gemeente zong na de bevestiging Psalm 119 : 9 (gewijzigd).
Des avonds moesten in de historische Domkerk nog vele stoelen worden bij geplaatst om allen (ook uit Ermelo) een plaats te kunnen bieden, die bij de intree tegenwoordig wilden zijn.
Aansluitend aan het thema van de bevestigingsdienst wees ds. Spilt er op, dat gemeente en dienaar geroepen zijn tot het samen dienst doen, tot het op aarde doen van Gods wil, en wel (gelijk de Heidelberger Catechismus in zondag 49 verklaart), zo gewillig en getrouw als de engelen in de hemel doen.
Daarom wilde hij bij deze intrede daartoe in de leer gaan bij de engelen, aan de hand van Jesaja 6 : 2 (uit het visioen van Jesaja) : „Serafs stonden boven Hem ; ieder had zes vleugels ; met twee bedekte hij zijn aangezicht, met twee bedekte hij zijn voeten en met twee vloog hij".
Het dienen van God naar het voorbeeld der engelen wordt gekenmerkt door eerbied, door ootmoed en door aandacht.
Het is een wonder, dat God van ons wil gediend zijn. God openbaart zich in heiligheid. Zelfs de engelen vouwen de vleugels voor de ogen, omdat zij God niet aan kunnen zien. Hoeveel te meer dient dan ons, zondige mensen, ontzag te vervullen. We moeten oppassen niet te gemeenzaam te worden met het heilige. Hoe kunnen wij dan toch God, die het zo waard is, dienen ? Hij toont ons Zijn vriendelijk aangezicht in Zijn Zoon; en wie Hem gezien heeft, heeft de Vader gezien.
Het wonder van het samen tot Gods dienst te zijn geroepen, kan alleen in ootmoed ontvangen worden. De engelen kunnen niet alleen niet verdragen God te zien, zij kunnen ook niet verdragen dat God hèn ziet. Zij bedekken hun voeten in ootmoed. Hoeveel temeer past het dan ons, zondaren op de aarde, waar niet alleen de tegenstelling God-schepsel geldt, maar ook de tegenstelling Godzonde : Ga uit van mij, want ik ben een zondig mens, een zondig mens. De prediking is dan ook altijd beschuldigend. Tegenover Gods heiligheid onze onheiligheid. Maar waarmede zullen wij onze voeten, die zo vaak verboden wegen gingen en gaan, bedekken ? God heeft Christus gegeven tot een volkomen bedekking van al onze zonden. Gods vloek was op Hem. Wie dit kent, gaat ook vertellen en zegt met Jesaja (6 vs. 8) : „Zend mij". Zo, aldus ds. Spilt, hoop ik in uw midden te preken. Naar de mening van Gods Geest. Niet naar smaak of voorkeur of ligging, maar (naar de bede, die de gemeente hem 's morgens had toegezongen : „Dat Uw Géést hem ware wijsheid leer'".
Het dienen van God naar het voorbeeld der engelen houdt ook in een aandachtig horen ; gewillig, niet eigenwillig; niet alleen activiteit of opgaan in beschouwelijkheid of redeneringen, maar ook luisteren, dienstvaardig zijn. Met aandacht horen, want God spreekt nooit vrijblijvend. Zijn Woord is een oproep en een bevel. Waar met aandacht Gods Woord van gericht en genade wordt beluisterd, daar waait Gods Geest.
God de Vader toont u in Christus Zijn vriendelijk aangezicht als eerbied u bevangt; Christus bedekt met Zijn schuldverzoenend offer uw schuld, als u in ootmoed nadert; Gods Geest doorwaait u, als u in aandacht luistert.
Treffend toepasselijk zong de gemeente na de prediking Psalm 103 VS. 10 en 11. Na de zegen zong de gemeente de nieuwe predikant nog toe Psalm 121 vs. 4.
Voorafgaand aan de prediking, had ds. Spilt een aantal colleges en personen toegesproken, waarbij hij in het bijzonder dank bracht aan ds. Van Ginkel voor diens steun en wijze van bevestiging, waarvan hij getuigde, dat zij hem had gesterkt en bemoedigd.
Bevestiging en intrede ds. Ph. J. Leenmans.
Na een vacature van nauwelijks vier maanden, ontstaan door het overlijden van ds. H. G. van den Hoek op de dag van zijn emeritering 1 mei 1956, ontving de gemeente Hagestein een nieuwe dienaar des Woords in ds. Ph. J. Leenmans.
In de morgendienst was cand. Leenmans tot zijn dienstwerk ingeleid door zijn vader, ds. H. A. Leenmans, emer. pred. van Bleskensgraaf en wonende te Driebergen. Als tekst had de bevestiger gekozen 2 Corinthe 5 vs. 19 en 20.
Aan de handoplegging namen, behalve de bevestiger, mede deel de consulent ds. W. G. G. van Voorthuysen uit Everdingen, ds. H. G. Abma uit Monster en ds. E. J. Schimmel uit Hei. en Boeicop. Na de bevestiging zong de gemeente de nieuw bevestigde predikant toe Psalm 134 vs. 3.
Alle plaatsen (waarvan het aantal door het bijplaatsen van stoelen was yergroot) waren bezet, toen ds. Ph. J. Leenmans des middags voor de eerste maal .in zijn gemeente als haar eigen herder en leraar voorging, in het bijzijn van familieleden, vrienden en de ringcollega's.
Zo worden, wie samen tot Gods dienst geroepen zijn, samen tot een lied tot Zijn eer. Is dat niet te hoog gegrepen ? Er is een belofte ! „Wie de Heere verwachten, zullen opvaren met vleugelen gelijk de arenden !'
Hij bediende het Wootd uit 2 Corinthe 4 vs. 5 : „Want wij prediken niet onszelf, maar Christus Jezus de Heere ; en onszelf, dat wij uw dienaren zijn om Jezus' wil". In dit tekstwoord onderscheidde hij een tegenstelling en een nevenstelling.
Een tegenstelling : niet onszelf, maar Christus Jezus, de Heere. Een nevenstelling : Christus Jezus de Heere èn onszelf. Bij dit laatste gaat het echter niet om „onszelf", niet om de mens. Het is geen christenprediking inplaats van een Chistusprediking. Er staat: „onszelf om Jezus' wil". Zo is dan Jezus Christus het begin en 't einde, het alles van de prediking. Het komt aan op de juiste Schriftuurlijke verhouding bij het onderwerpelijk en het voorwerpelijk karakter der prediking.
Ds. Leenmans sprak in zijn toespraak na de preek tot instellingen en personen o.a. woorden van dank tot zijn vader en bevestiger, en tot de belangstellenden uit Poederoyen, welke gemeente hij voordien als vicaris gediend had ; terwijl hij in het gebed in het bijzonder mevr. de wed. ds. H. G. van den Hoek gedacht.
Na toespraken door ds. Van Voorthuysen als consulent, ds. Corts van Vianen, namens classis en ring, en ds. Abma namens de familie, zong de gemeente op verzoek van ouderling Bassa haar nieuwe predikant nog toe Psalrm 119 VS. 9, in enigszins gewijzigde vorm.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 september 1956
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 september 1956
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's