De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

PREEKSTIJL

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

PREEKSTIJL

10 minuten leestijd

Het kan een onvruchtbare onderneming schijnen in een tijd als de onze te schrijven over preekstijl. Zonder overdrijving meen ik onze tijden arm aan stijl te moeten noemen.

De cultuurfase, waarin wij leven en die wij meemaken, heeft, als ik het goed zie, op geen enkele van haar gebieden een eigen stijl gecreëerd ; niet in de bouwkunst, niet in de beeldhouwkunst, niet in de literatuur, niet in de muziek. Er zijn op die terreinen diverse stromingen te onderkennen. Er zijn zeer zeker ook individuele prestaties van begenadigde kunstenaars, die er mogen zijn. Doch een eigen stijl heeft onze tijd niet. Daarvoor is hij te atomistisch.

Dat kan niemand, die de tijd enigszins onderkent, bevreemden. Hij onderscheidt zich van vorige door een drang naar bevrijding van bindende vormen en normen, waardoor de eenheid, die, naar de deskundigen op dit gebied ons zeggen, een wezenlijk, een stijl kenmerkend element is, ontbreekt. En ook de sociale binding, welke eveneens een stijl kenmerkt, wordt gemist. Wij leven en gedragen ons, naar dat het ons goeddunkt en gemakkelijk is. Dat is allen wel gemeen. Daarover zijn wij het eens, en daarnaar gedragen wij ons, ons weinig bekommerend over wat decorum en vanouds geijkte vormen van ons vragen. Een stijlvolle kleding bij een begrafenis treft men weinig meer aan. Dat ministers ter beëediging bij H.M. de Koningin in colbert, op zijn best in zwart, verschijnen, wekt bij sommigen nog ergernis, maar de massa vindt het niet erg. Men kan een en ander op rekening schrijven van de banalisering, welke zich na de tweede wereldoorlog voltrok, maar dat is het aanduiden van een oorzaak, geen verontschuldiging.

Wat in onze cultuurfase werkt, dringt ook door in de kerk. Onze tijd weet geen stijlvolle kerken te bouwen, heeft geen kerkstijl. Ibsen tekent ons in zijn , , Bouwmeester Soilness", een man, die vroeger kerken bouwde, maar , , de Heer der kerken" de dienst opzegde en nu zich.toelegde op het bouwen van nette burgerwoningen. Dat is wel 'n treffende typering van onze tijd. Alleen de , , nette burgerhuizen" zijn massale kazernecomplexen geworden. En die zijn er nog veel te weinig ! Wat inzake de kerkbouw nog goed is te noemen, is een meer of minder vrije navolging van kerkstijlen uit het verleden. En de R. Katholieken hebben in deze m.i. meer en beter gepresteerd dan de Protestanten.

Deze stijl-armoede treft ons ook niet zelden in de inrichting van de kerkdienst. De eenheid ontbreekt, ondanks alle , , orden van dienst". De ene predikant met of zonder overleg met de kerkeraad, doet het zus, de ander zo. Het besef van als gemeente samen te zijn tot de dienst en veelvoudige lof des Heeren, ontbreekt heel vaak. Dit bedoelt helemaal niet de preek op het tweede of derde plan te dringen. Gebrek aan besef van stijl openbaart zich ook in, miskenning van de ganse kerkdienst als Dienst des Woords, waarin de , , verkondiging" essentieel is. En waar men dit nog aanvaardt, is de prediking vaak weinig .„verkondiging" en schiet ze, tekort als „dienst" aan het Woord.

Meermalen was dit reeds in discussie. Dat is het ook nu. De preek is alzo in discussie. Dat is niet erg. Dat is zelfs heel goed. Het duidt er op, dat men — het kerkvolk en ook het niet kerkgaand publiek — nog nota van de preek neemt, dat die iets doet.

Maar is het wel waar, dat de preek in discussie is bij het kerkvolk ? Wordt er werkelijk nog wel over gesproken? Ik bedoel niet, dat zij bekritiseerd wordt, omdat ze te lang of te kort duurde, omdat ze niet actueel of hyper-actueel was. Och neen, wat dat betreft, wordt er wel over gesproken en zwijgt de kritiek niet.

Zie, iemand zei me eens : , , Als ik na de kerkdienst naar huis ga, hoor ik heel zelden spreken over de inhoud van de preek, maar als ik tussen de mensen verzeild raak, die uit de bioscoop komen, hoor ik altijd praten over wat ze gezien hebben ; ze zijn er bijkans steevast vol van". En toen kwam de toepassing : „De dominees moeten zó preken, dat het de mensen raakt, dat ze er over moeten spreken!"

Niemand zal ontkennen, hetzij predikant of gewoon gemeentelid, dat er in dit zeggen veel waarheid schuilt.

En is nu in deze zin de preek werkelijk in discussie ?

Een preek moet iets doen. Er moet iets van uitgaan. Ze moet onrust en schuld wekken bij wie in een sleur voortleven, of in valse zin gerust zijn ; ze moet een verslagen ziel oprichten; ze moet , , de kinderen van het huis" voeden; ze moet bovenal God groot maken; ze moet Christus in al Zijn heerlijkheid en gepastheid voor het zondaarshart in het licht stellen en heenleiden tot de veelvuldige lof des Heeren.

Ja, daar gaat het om. Juist daarop had ik ook wel het oog met mijn zeggen, dat de preek in discussie is. Doch er stond mij mede iets anders voor het oog.

De preek is in discussie in de pers, die zich nog voor de Kerk interesseert en, gezien haar , , Kerknieuws", nog met haar rekent, hetzij als Kerk, hetzij als cultuurverschijnsel.

Nu is deze discussie heus niet van de laatste tijd. Mijn oog viel, toen ik voor iets anders de bundel „Opstellen en Artikelen" van wijlen prof. dr. H. Bavinck „Kennis en Leven" moest naslaan, op een artikel, getiteld: , , De Predikdienst".

Het verscheen in , , De Vrije Kerk IX", in het jaar 1883. Hij begint daar aldus : , , Het stemt altijd tot weemoed te denken, hoeveel in de practijk nog aan ons christelijk belijden ontbreekt". Als voorbeeld van dat , , hoe veel" neemt hij dan de , , predikdienst", in welk verband hij zegt: „De tijd, dat de kansel eene macht was, is voorbij. Het kerkgaan neemt niet alleen onder de modernen, maar ook onder de orthodoxen op de meeste plaatsen gaandeweg af. De belangstelling in de Kerk en de lust tot het hooren eener preek wordt al minder. Er zijn reeds duizenden, die van de Kerk geheel zijn vervreemd, die nimmer haar drempel meer overschrijden, en hun getal wordt nog dagelijks grooter. Velen ook van wie rechtzinnig worden genoemd, hebben de gewoonte, om tweemalen 's Zondags ter kerke, te gaan, voor goed afgeschaft  eens is hun al meer dan genoeg. Zelfs wordt het door velen tijdverlies gerekend, zoo lang, soms 2 volle uren achtereen in de kerk te zijn".

Het vervolg van 'het artikel wijst wel uit, dat hij bij deze situatietekening heus niet zijn eigen Kerk in een uitzonderingspositie ziet. Ook daar constateert hij teruggang. En hij constateert het met smart.

Wij hoorden hier een stem uit een ver verleden. Toen was het al niet meer als in de dagen, , , dat de kansel eene macht was".

Laat niemand — en ik heb het oog vooral op de predikanten en a.s. predikanten onder onze lezers, , , de mannen van het vak" — zich hieraan optrekken, alsof wij vandaag aan de dag niet zo ongerust behoeven te zijn, omdat het in 1883, bij de Afgescheidenen incluis, al niet bijster rooskleurig was. Wat zich in 1883 reeds begon af te tekenen, is thans onrustbarend. En de preken hebben er wel zeker schuld aan, en die schuld is niet gering. Wanneer iemand als prof. Bavinck, een prediker van groot formaat, er weemoedig over is, dat er veel aan ons christelijk belijden ontbreekt — en hij schakelt er de predikdienst onder en er zichzelf bij in, want hij was pas hoogleraar —, dan past ons minstens dezelfde , , weemoed"!

De discussie over de preek is sindsdien niet verstomd. Ze bleef op volle gang. Wilt ge bewijs ?

In 1916 gaf wijlen prof. dr. H. Visscher zijn brochure : , , Tijd rijpt". Ze gaat niet direct over de preek, maar over heel andere dingen, die nauw verband hielden met de toenmalige kerkelijke situatie. Maar hij zegt ook in een bepaald verband iets over preken van hervormd gereformeerde predikanten, n.l. de dusgenaamde , , blauwe preeken", die indertijd onder redactie van wijlen ds. G. H. Beekenkamp verschenen, maar waarvan de uitgave omstreeks 1916 werd gestaakt. Hij beoordeelt ze als volgt: , , Die blauwe preeken moesten nu eens het echt gereformeerde brengen aan „alle den volcke". Dat zou zuivere gereformeerde kost zijn ! Ik zal ten nadeele van sommige goede preeken, daarin verschenen, niets zeggen. Die zonder ik gaarne uit. Maar welke kost daarin , , alle den volcke" onder gereformeerden naam werd opgedischt, dat was eenvoudig vreemd. Onder het masker van extra zuiverheid en dierbaarheid werden er dikwijls de eerste beginselen der Gereformeerde leer in verkracht. Geen wonder, dat ze van alle zijden critiek uitlokten. Als hèt Gereformeerde volk zich bewust was van wat het in zijne belijdenis heeft, dan zou het zich met verachting afkeeren van veel, dat met vroom vertoon wordt aangeboden, en dat noch uit intellectueel oogpunt, noch uit het oogpunt der belijdenis aan redelijke eischen voldoet", (blz. 27),

Die kritiek is niet mals. Wij kunnen er ook vandaag nog wel winst mee doen !

De preek is ook — nu neem ik een van de recente voorbeelden — in discussie geweest op de Algemene Vergadering van de „Vereniging van Vrijzinnig-hervormden", dit jaar in Amersfoort gehouden. Het verslag vermeldt, dat ds. A. Faber, uit Boxum (Fr.), nadrukkelijk de zaak van de eredienst onder de loupe heeft genomen. , , Spr. gaf een uitvoerig overzicht van de geschiedenis van de preek, en toonde aan dat de preek is opgenomen in een veelomvattende kritiek van dé mens van heden. Deze kritiek is zowel van buitenkerkelijke zijde als van binnenkerlijke zijde afkomstig. Talrijke argumenten contra de preek passeerden de revue; het betoog werd klemmend, toen gesteld werd, dat de gangbare manier van preken een van de oorzaken is van de grote onkerkelijkheid!"

Aldus staat te lezen in de N.R. Crt. d.d. 9 juli 1956. Dat is dus ruim 70 jaar nadat prof. Bavinck sprak, een zelfde klacht, alleen heel wat forser geuit.

Ook in r.k. kringen is de preek in discussie. „Het Schild", afl. 7, 1956, geeft een artikel van dr. C. F. Pauwels O. P., over : , , Het verkondigen van Gods Woord". Het geeft een overzicht van wat de laatste jaren over de , , preek en het prediken" in de r.k. theologie is verschenen, en gaat dan nog verder op dit onderwerp door. Merkwaardig is wel, dat in dit artikel ook aangeroerd wordt , , De preek als verkondiging van de Verlossing". Dat was, naar ik meen, voorheen niet in geding.

Wat daarvan zij, een en ander is ook aangesneden tengevolge van kritiek, door , , de gelovigen" op de bestaande wijze van preken uitgebracht. En in dit verband wordt ook gewaagd van , , een , , preekmoeheid" bij de gelovigen" en wijst de schrijver er op, dat , , de drukbezette priesters te weinig tijd kunnen besteden aan het voorbereiden van de pieek".

In het maandschrift , , Bezinning", uitgegeven bij J. H. Kok te Kampen — de schrijvers waren, voorzover ik kan nagaan, tot die tijd, eind 1955, uit de kringen der Geref. Kerken — trof ik in de jaargang '55 drie artikelen aan over de , , preek". Het laatste was van de litterator C. Rijnsdorp. Ik kom daarop nog wel terug.

En dan is er nog een recente bijdrage in de discussie over de preek, n.l. het boek van ir. A. Ingwersen: , , Tussen Kerk en Hangar". (Uitg. Mij. West- Friesland, Hoorn), waarin de schrijver op felle, hartstochtelijke wijze het tegenwoordig kerkelijk leven onder kritiek neemt. Het is een , , cri de coeur" genoemd. Want ondanks alle verbetenheid en „vlijmige invectieven", , , werd dit boek", zo zegt de schrijver, „geschreven uit liefde voor en zorg over de Kerk en het kerkelijk leven". Ik kan er nu niet meer uit citeren. Dat is in dit verband ook niet nodig. Ik noemde het in de rij der vorige voorbeelden, om te laten zien, hoezeer in deze tijd de preek in discussie is, en dat wij goed zullen doen, een en ander in verband met ons onderwerp op ons te laten inwerken. Men beschouwe het bovenstaande maar als een , , inleiding" om de urgentie van een en ander, in zekere zin, , , de nood der prediking", in het licht te stellen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 september 1956

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

PREEKSTIJL

Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 september 1956

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's