De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

OPROEP OVER NIEUW GUINEA

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

OPROEP OVER NIEUW GUINEA

9 minuten leestijd

Nadat de spanning van de verkiezingen ternauwernood geluwd was, heeft de Generale Synode ons verrast, bepaald niet verheugd, met een oproep over de kwestie Nieuw Guinea. De inhoud daarvan hebt u in grote trekken in de bladen kunnen lezen. De commentaren waren niet bepaald gunstig, om niet te zeggen merendeels afwijzend. Ook in Nieuw Guinea zelf is deze oproep door de christenen met grote verontrusting ontvangen. Er is een situatie ontstaan, waarin protest-actie's zich beginnen af te tekenen. Velen, van links tot rechts, zijn over deze stem van hun kerk bitter teleurgesteld. Nu is dat het ergste niet, want de Syonde heeft niet de taak naar het hart van het volk te spreken, wèl naar het hart van Jeruzalem. De Synode heeft het recht en de plicht de volksmening zo nodig te corrigeren, al komt het hele volk daartegen in het geweer. Er is reeds ter Synode gezegd, dat deze oproep wel tegen het vlees en bloed van vele Nederlanders in zou gaan, maar dat dat geen verhindering mocht zijn toch een oproep van deze strekking te doen uitgaan.

Niettemin delen wij de verontrusting, omdat wij van mening zijn, dat de Synode zich hier op een weg begeven heeft, die ze niet had moeten betreden. Als de kerk zich over politieke vraagstukken uitspreekt — en daartoe heeft ze stellig het recht — dan zal dat toch altijd een eigen geluid moeten zijn. Het zal dan meer betrekking moeten hebben op de grondslagen van het politieke leven, om die aan het Woord Gods te toetsen, dan dat ze zich over de politieke vraagstukken zelf zou uitspreken. Dat eigen geluid van de kerk is een profetisch en niet een politiek geluid. Het feit, dat wij in deze oproep dat profetisch-kerkelijk geluid niet te horen krijgen, is onze ernstige bedenking. De ware profetie ligt in het gezagvol spreken van het Woord des Heeren. Zo hebben de profeten onder Israël getuigd van datgene, wat de Heere ze op het hart gebonden had. Dat werd aan het volk voorgelegd als iets, wat onontkoombaar noodzakelijk was.

In deze oproep vinden wij geen profetie, maar alleen de imitatie daarvan. Daarom wijzen wij dit stuk af als pseudo-profetie. Let wèl, wij gaan nu nog niet eens in op de inhoud, maar beoordelen het stuk als zodanig. Deze oproep zou alleen als een kerkelijk stuk in overweging genomen kunnen worden wanneer hij zich aandiende als een concrete vorm van Schrift-toepassing. Dan had de Synode gezegd: op grond van het getuigenis van de Schrift menen wij te moeten vragen of de politieke gedragslijn inzake Nieuw Guinea wel verantwoord is. De ons voorgelegde oproep vertoont hiervan nauwelijks een spoor. Er wordt wel gezegd, dat wij moeten zoeken naar het licht van het Woord Gods, maar uit het vervolg blijkt niet, dat de Synode daar werkelijk naar gezocht heeft, in ieder geval heeft ze dat blijkbaar niet gevonden. Waar ze zich werkelijk door heeft laten leiden is het gezichtspunt, dat wij in een veranderende wereld leven en dat er van bepaalde zijde kritiek op ons beleid wordt uitgebracht.

Het standpunt, dat Nieuw Guinea in de republiek Indonesië moet worden opgenomen, wordt in de Aziatische landen gedeeld en men verwijt ons kolonialisme. Dat Nederland in deze zaak tot dusver het been heeft strak gehouden, heeft in het Oosten kwaad bloed gezet en het zendingswerk ondervindt daar ernstige moeilijkheden van. Dat is voor de Synode reden te over, om een oproep te doen uitgaan, die de strekking heeft, dat Nederland eigenlijk Nieuw- Guinea los zou moeten laten. Daarbij valt dan nog te overwegen, of het onder Indonesië moet komen of onder de Verenigde Naties. U ziet: de argumenten, die tot dit standpunt geleid hebben, zijn van politieke aard, afgedacht nog van de vraag of het deugdelijke politieke argumenten zijn. Als een kerk zó begint te spreken, wordt het eerstgeboorterecht van de profetie verkocht voor de schotel linzenmoes van de zakelijke politiek en begeeft ze zich op een weg, waarop ze niet thuis hoort. Op deze wijze kunnen wij van de Synode ook een boodschap verwachten over het vraagstuk van de woningbouw, of van de loonvorming of over de huurbelasting. Terecht zegt de socialist Fedde Schurer in de Friese Koerier : , , De kans is zo groot, dat de dingen worden vastgelegd en menselijke meningen, voor verandering in de toekomst en voor correctie in het heden vatbaar, als DE gedachte der Kerk in het openbaar worden gebracht. Laat de Syriode zich niet al te concreet gaan belasten met een progressieve missie".

Op grond van de aangewezen vervalsing van de profetie achten wij deze oproep het slechtste stuk, dat ons na de oorlog is aangeboden.

Bovendien doet zich daarbij de ellendige toestand voor, dat zo'n stuk toch ontvangen wordt als het officiële standpunt van de Hervormde kerk, dus van alle hervormden, zodat men geacht wordt niet goed hervormd te zijn, als men deze visie niet deelt. Als de Hervormde kerk als zodanig geen standpunt heeft in een bepaalde zaak, wekt het alleen maar verwarring, als daar toch een verklaring over wordt uitgegeven. Wij zullen heel nuchter moeten vaststellen, dat de hervormden er niet zo over denken, vermoedelijk zelfs niet een beduidende minderheid. Er zal tegen gestreden moeten worden, dat de Hervormde kerk vereenzelvigd wordt met een bepaalde progressieve groep in die kerk, een groep bovendien, die het contact met het kerkvolk al lang verloren is. Anders krijgen wij de toestand, dat ergens op een bureau wordt uitgemaakt hoe de hervormden moeten denken over Nieuw Guinea etc. En dat degenen, die er anders over denken de vervelende opdracht krijgen toegewezen in het openbaar hun eigen kerk te bestrijden tot vermaak van hen, die zich van die kerk hebben afgescheiden. Wij vragen dus in alle ernst om barmhartigheid met het kerkvolk en menen dat dat een christenplicht is, zelfs voor een Synode.

Wij geloven, dat een Synode wel het recht moet hebben zonder voorafgaande raadpleging van de classicale vergaderingen een oproep tot 't Nederlandse volk te richten. De tijd kan zozeer dringen, dat dat stadium moet worden overgeslagen, omdat de kerk anders te laat zou spreken. Anders zouden in de oorlog de boodschappen over de Jodenvervolging, de arbeidsinzet, etc, nooit tot stand gekomen zijn. Zo'n situatie kan zich ook in vredestijd voordoen. Als deze mogelijkheid werd afgesneden, werd de kerk met lamheid geslagen. Maar er gebeuren erge dingen, als de Synode van dat recht misbruik maakt en wij zijn van mening, dat dat hier het geval is. Het standpunt van onze kerk over Nieuw Guinea had langs de normale kerkelijke weg kunnen worden vastgesteld. In de tijd, waarin men met deze oproep bezig was, werden er classicale vergaderingen gehouden en die hadden geraadpleegd moeten worden. Nu verkeert men in een situatie, dat wij ons gedrongen voelen tegen deze oproep te protesteren, maar dat dat protest intussen toch niets meer helpen kan, omdat de gewekte indruk bij het Nederlandse en Indonesische volk toch niet meer kan worden weggenomen ; alleen zouden de Papoea's misschien nog enigermate kunnen worden getroost.

Als wij ons nu nog aan enkele politieke overwegingen mogen wagen, menen wij, dat de Synode een zeer eenzijdige blik op de zaak gehad heeft. Het ligt met Nieuw Guinea naar onze bescheiden mening heel wat ingewikkelder, dan de Synode schijnt te denken. De oproep spreekt over zelfzucht van Nederland, wel niet meer in die zin, dat wij daar een wingewest zouden uitbuiten, maar wèl dat wij een rest van de glorie van het vroegere imperium zouden willen behouden en deel zouden willen hebben aan de politieke machtsvorming in verre streken van de wereld. Het zou ons dus gaan om het blijven wapperen van onze vlag op de laatste wal van onze oude vesting. Bovendien zou Nieuw Guinea ons de prettige kans geven onze edelmoedigheid jegens dit achtergebleven gebied te tonen. Dat zou de reden zijn waarom wij aan de huidige toestand gehecht zijn. Wie zo iets leest, wrijft zich de ogen uit bij zoveel politiek onverstand. Wij dachten, dat het ook in de kringen van de Synode bekend zou kunnen zijn, dat Nieuw Guinea een belangrijke positie inneemt in de strijd tegen het internationale communisme, n.l. als schakel tussen Australië en de Philippijnen. Zodoende ligt de strijd om het behoud van de democratie en van geestelijke vrijheid op de achtergrond. Wie spreekt, zoals de Synode doet, speelt Moskou in de kaart. Het komt mij voor, dat , , De Waarheid" het met deze oproep wel eens zal zijn.

Bovendien behoort Nieuw Guinea noch aardrijkskundig, noch volkenkundig tot Indonesië. Wanneer Sukarno het pleit voert voor inlijving van dit gebied, dan is dat een nieuwe vorm van kolonialisme en dat deze kolonie baat zou hebben bij een bezetting door Indonesië, wordt door de verwarring aldaar na de souvereiniteitsoverdracht wel heel duidelijk weerlegd. Een volk, dat zichzelf ternauwernood regeren kan, kan maar het beste geen kolonie toevertrouwd krijgen. De zending op Nieuw Guinea zal daar niet veel vrucht van plukken.

Voorts is deze oproep in strijd met de christelijke vrijheid, waar de Synode voor opkomt. Op onze schouders rust de taak dit volk zolang te helpen, totdat ze zelf over hun toekomst beslissen kunnen. Dat moet aan de Papoea's zelf worden overgelaten, maar zover is het nu — naar algemene overtuiging — nog lang niet. Misschien willen ze wel — evenals Suriname — blijven behoren tot het Koninkrijk der Nederlanden. Of mag dat soms niet, omdat dat voor de verhouding met Indonesië wel eens ongunstig zou kunnen zijn ? De Synode schijnt de gunst van Indonesië te willen kopen tegen de prijs van dit gebied. Het kon daarna wel eens blijken, dat die gunst voor Nederlanders tegen geen enkele prijs te koop is. In elk geval is de voorgestelde prijs te hoog, omdat die neerkomt op een aantasting van de rechten van de mens. De protestanten in Nieuw Guinea hebben al bewezen, dat men zich daar onder het Nederlandse bewind voorshands in deze, roerige wereld het veiligst voelt. 

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 september 1956

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

OPROEP OVER NIEUW GUINEA

Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 september 1956

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's