De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

NAOMI

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

NAOMI

11 minuten leestijd

Alzo kwam Naomi weder Ruth 1:22.

Zwaar bezocht — hard gekastijd — lrjk gezegend.

De geschiedenis van Naomi valt in de tijd der Richteren, een donkere en droeve tijd, waarin ieder deed wat goed was in zijn ogen.

Telkens weer opnieuw verlieten zij de Heere.

Maar de Heere liet dat afvallige volk niet los, gedachtig en getrouw aan het verbond, dat Hij met de vaderen had opgericht. Dan bezocht Hij hen met Zijn straffen en met Zijn strenge tucht, om hen met geweld terug te drijven van de dwaling huns wegs. De Heere liet Zich echter ook verbidden door een berouwvol volk, zodat er weer vrede en welvaart kwam.

Dat is ook nu nog de goddelijke opvoedkunde, die wel hard schijnt, maar toch heilzaam is voor degenen, die door God ten eeuwigen erve zijn verkoren. Gelukkig als het ook onze ervaring mag zijn of worden :

De Heer' wou mij wel hard kastijden. Maar stortte mij niet in de dood. Verzachtte vaderlijk mijn lijden. En redde mij uit alle nood.

Ook in de dagen van Naomi drukte de hand des Heeren zwaar op dat afkerige volk door een jarenlange hongersnood. En dat in het zo vruchtbare land, overvloeiende van melk en honig. Dat mag ons, die leven in een tijd van hoogconjunctuur en welvaart, wel tot voorzichtigheid manen, want de Heere kan de dorre woestijn doen bloeien als een roos, maar Hij kan ook het vruchtbare land maken tot een dorre wildernis. De Heere geve, dat wij, in deze tijd van voorspoed, de goddelijke Weldoener niet vergeten, want dan hebben ook wij smart op smart te vrezen.

Ook in Bethlehem, het broodhuis, was het een dure tijd en hongersnood. Ook bij degenen, die de Heere trouw waren gebleven, was het blijkbaar droevig gesteld, want Elimelech emigreerde naar Moab om aan de straffende hand des Heeren te ontkomen. Hij ging weg uit dat lege broodhuis, weg uit dat dorre vruchtbare land, weg uit het armzalige brooddomein van God. weg ook van God Zelf, Die de Zijnen van gebrek laat omkomen.

Het vrome gepraat van zijn stille godvruchtige vrouw had hem niet kunnen bewegen op zijn besluit terug te komen, want het heidense Moab, met zijn golvende korenvelden, trok hem met onweerstaanbare kracht.

Maar Elimelech zocht, ver van God, het leven, en hij vond er de dood. Wij willen hopen, dat hij toch nog, uit onverdiende genade, mag zijn ingegaan in het hemelse Kanaan, waar geen honger en gebrek meer geleden wordt.

Als wij menen het gevonden te hebben, dan hebben wij het soms juist verloren. Mèt God kunnen wij leven, als het moet, bij een lege proviandkast, zónder God sterven wij, zelfs bij volle voorraadschuren. Zalig, wanneer wij het in alle omstandigheden van het leven van de Heere verwachten, de Almachtige en Genadige, Die zélfs bij het naderen van de dood nog uitkomst kan geven.

Naomi was nu wel van de hongerdood gered, maar zij had daarvoor het zwaarste offer van haar leven moeten brengen. Ach, was die arme weduwe toen nog maar tot het besluit gekomen terug te keren naar het dierbare land harer vaderen. Dat had haar nog veel leed kunnen besparen.

Maar er was nog altijd hongersnood in Kanaan.

Bovendien, zij kon toch haar kinderen, die inmiddels getrouwd waren en hun bestemming hadden gevonden, niet achterlaten ? Het zijn wel hechte banden, die ons binden aan het Moab dezer wereld, banden, die door Gods sterke hand moeten verbroken worden, zullen wij ooit het hemelse Kanaan kunnen binnengaan.

Ook na de dood van haar man bleef Naomi in Moab, hoewel haar ziel dagelijks werd gekweld door de gruwelijke afgodendienst. Bovendien zal het haar zeker ook verdriet hebben gedaan, dat haar kinderen leefden met een heidense vrouw. Waar zou dat tenslotte op uitlopen ?

Wij hebben niet alleen onze kinderen een goede opvoeding te geven, maar er ook voor te zorgen, dat zij, terwille van geld of positie, niet komen in een omgeving, waar men niet als christen kan leven, want anders kon het verlies wel eens veel groter worden dan de winst.

Nog zwaarder moest Naomi worden bezocht: Machlon en Chiljon stierven in de kracht en in de bloei der jaren. Zo bleef zij alleen achter in haar bitter groot verdriet. Maar toen was dan ook haar verzet gebroken.

Laat zulk een dwang voor ons niet nodig wezen. Naomi had dit alles aan zichzelf te danken. Ook wij kunnen de Heere nooit van onrecht betichten, want Hij is rechtvaardig in Zijn oordelen en rein in Zijn richten. Hij slaat ook nooit uit lust tot plagen, maar Hij kastijdt degene, die Hij liefheeft, opdat de Zijnen niet verloren gaan.

Dat betekent tijdelijk verlies, maar tevens uitnemende eeuwige winst.

Ook degene die van God niet weten wil ontkomt niet aan de slagen, want de Heere móét de zonde straffen. Maar ook wil de Heere daardoor nog bewegen tot geloof en bekering.

Hoevelen echter verharden hun hart, omdat zij niet willen weten van een God, Die zo meedogenloos slaat. En zo gaat het met hen door de aardse ellende naar de helse rampzaligheid. Tenzij de Heere, met ontferming bewogen, nog rukt als een brandhout uit het vuur, gelijk dit met de goddeloze koning Manasse in de donkere kerker het geval was.

Maar wij zien het bij Naomi, dat ook Gods kind de roede niet bespaard kan blijven. Neen, niet om voor de zonde te boeten, want dat heeft Christus gedaan aan het kruis. Het is slechts vaderlijke  kastijding om ons terug te brengen van de dwaling onzes wegs, zoals ook het afgedwaalde schaap soms met geweld naar de kudde moet worden teruggedreven. 

De bezoeking is dus voor degene, die gelooft, beproeving, zoals ook het goud in de smeltkroes wordt geworpen, niet om vernietigd, maar om gelouterd te worden.

En dan is het zó : hoe heter de smeltkroes, hoe meer het goud gereinigd wordt en hoe schoner haar glans.

Maar als wij nu zien op die zwaarbeproefde Naomi, dan vragen wij ons toch af : hoe heeft zij het kunnen doorstaan ? En misschien menen wij, dat wij zo'n zware last nooit zouden kunnen dragen. Naomi was echter niets méér en niets béter dan wij. Zij had het alleen aan Gods genade te danken, die haar staande hield. Zeker, onze weg kan zo donker zijn, en onze last kan zo zwaar drukken. Doch wij behoeven niet te wanhopen : het goud wordt uit de smeltkroes genomen, als het van alle vuil is ontdaan. Wij blijven echter zo aan het kwade vastzitten.

Het .is dan ook maar gelukkig, dat de Heere doorgaat, totdat wij het opgeven en aan Hem overgeven. Zover is het ook naet Naomi gekomen, maar ten koste van veel smart en pijn. Zij moest ontzettend veel verliezen, maar zij kreeg haar God terug, die zij zo schandelijk had verlaten. O, wat kunnen ook wij, ondanks uitwendige vroomheid, ver van God afdwalen. Zijn wij, in onze smart en pijn, al tot die bekentenis gekomen ? Gelukkig, als ons dat óók van harte leed mag zijn, en als er ondanks alles toch nog verlangen naar God mag zijn in onze, ziel. Immers dan gaat het ons als de dichter, die het zong :

Bezwijkt dan ooit in bittere smart, Ot bange nood mijn vlees en hart ; Zo zult Gij zijn voor mijn gemoed, Mijn rots, mijn deel, mijn eeuwig goed.

Bij Naomi was het leed en de smart geheiligd aan haar hart. Maar nu wilde zij dan ook zo spoedig mogelijk terug naar Kanaan, waar zij, met de andere vromen, het best God kon dienen, de Heere, Die Zijn volk inmiddels bezocht had, gevende hun brood.

Och, zult gij zeggen, daar was in Naomi toch niets meer, dat haar bond. En haar beide schoondochters dan, met wie zij lief en leed had gedeeld ?

Bij het afscheid bleek eerst recht, hoe sterk de banden der liefde waren, die hen verbonden hielden. Naomi kon nu echter, door Gods genade, het laatste, wat zij nog bezat, loslaten, hoewel Orpa en Ruth bij haar wilden blijven.

Doch dat wilde Naomi niet; zij had geen zonen meer, geen Israëliet, die een heidense tot vrouw zou nemen, zelfs zou smaad en verachting haar deel zijn.

Daarom drong zij er dan ook op aan terug te keren. Scheiden doet wee!

Maar Naomi had gelijk. Toen kuste Orpa haar schoonmoeder en zij keerde terug tot haar land en tot haar goden!

Is het niet diep ontroerend, geleefd te hebben met Gods volk, mee opgetrokken te zijn naar het hemels Kanaan, en toch tenslotte nog terug gekeerd naar het Moab dezer wereld? Bijna behouden en toch verloren, dat is veel erger dan welbewust het verderf in te gaan.

Orpa keerde terug. En dat zou Ruth natuurlijk ook doen, vooral toen Naomi er op aandrong haar voorbeeld te volgen. Maar hoe verbaasd zal Naomi geweest zijn, toen zij het uit de mond van die heidense vrouw vernam: uw volk is mijn volk, en uw God is mijn God!

Dat was het wonder van Gods genade, dat in stilte was gewrocht. Orpa keerde terug, maar Ruth kleefde haar schoonmoeder aan. , , De een zal aangenomen, de ander zal verlaten worden".

Zalig, zo wij aan de verkiezende liefde Gods niet geërgerd worden. Hebben wij reeds de goede keuze gedaan, want schrikkelijk zou het zijn, wanneer wij jaar en dag met Gods kinderen zouden gaan, en toch tenslotte te moeten buitenstaan !

Weet het wél, wij kunnen geen twee heren dienen : het is het Moab dezer wereld met zijn satanische slavernij, óf het hemelse Kanaan met de ware vrijheid der kinderen Gods.

Kiest u dan nog heden, wie gij dienen zult!

Na het zure, komt het zoet! Dat was ook voor Naomi het geval: na de zware beproeving werd zij rijk gezegend. Zij had dus niet voor niets in het heidense Moab geleefd en geleden. Haar gebed was dus toch verhoord. Na al het verlies was dit haar eerste winst, dat zij een dochter (naar de geest) ontving.

Zo wordt het kwade van onze kant, nog dikwijls ten goede gewend door Gods hand, en wel zó, dat wij ons moeten verwonderen. Maar als de Heere het goede al schenkt op de weg, hoe zalig zal het dan zijn in het hemels vaderland.

Een door verdriet gebogen en vergrijsde vrouw strompelde de poort van Bethlehem binnen. Toen werd de hele stad ontroerd, en men fluisterde : , , Is dit Naomi ? "

Ja, zij begreep het wel, en het deed haar bittere pijn. Daarom sprak zij , , Noem mij "niet Naomi, de lieflijke, noem mij Mara, want de Almachtige heeft mij grote bitterheid aangedaan".

Uit dit woord van Naomi blijkt weer eens, dat, ook na ontvangen genade, de zonde blijft tot het einde toe. Doch in het hemelse Kanaan zullen wij nooit meer klagen over de bitterheid, ons door de Almachtige aangedaan, maar daar zullen wij eeuwig roemen over de rijke onverdiende genade des Heeren, aan ons bewezen.

Naomi werd rijk gezegend', want zij werd met liefde ingehaald. Maar veel heerlijker zal de ontvangst zijn in de hemel. Hoe rijk werd de doodarme weduwe gezegend door middel van de schatrijke Boaz. Hij was echter slechts de zwakke schaduw van de grote Losser, Jezus Christus. Hij geeft, wat wij hier op aarde verloren, duizendvoudig weer, en degenen, die in Hem geloven, zijn Zijn moeder en zusters en broeders.

Zalig, wanneer wij waarlijk mogen geloven dat Hij óok voor ons de schuld tot de laatste penning toe heeft betaald, en ook ons schenkt het goed, dat nimmermeer vergaat.

Wat een rijke zegen : door middel van Boaz en Ruth, ontving zij toch nog nageslacht, en werd zij, zij het niet in rechte linie, de stammoeder van onze Heere Jezus Christus.

Wij behoeven niet op haar jaloers te zijn, want wij mogen horen, wat zij niet gehoord, en mogen zien, wat zij niet gezien heeft. Laat dat voorrecht voor ons dan maar tot een voordeel en niet tot een oordeel worden.

Wat zal Naomi, na al haar armoede en ellende, gelukkige en gezegende jaren des ouderdoms in Bethlehem hebben doorgebracht. En ook nu zal Gods goedheid onze druk doen veranderen in geluk. Zeker, het volmaakte geluk wacht ons pas in de hemel. Maar wij zijn ook nu reeds gelukkig te prijzen, als wij, door Gods genade, de weg mogen gaan uit het Moab dezer wereld naar het Kanaan, dat boven is, want dan geldt het ook voor ons :

Hoe zalig is het volk, dat naar Uw klanken hoort! Zij wand'len, Heer, in 't licht van 't godd'lijk aanschijn voort; Zij zullen in Uw Naam zich al de dag verblijden; Uw. goedheid straalt hun toe, Uw macht schraagt hen in 't lijden; Uw onhezweken trouw zal nooit hun val gedogen. Maar Uw gerechtigheid hen naar Uw Woord verhogen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 september 1956

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

NAOMI

Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 september 1956

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's