KERKNIEUWS
Beroepen te:
Op- en Neder-Andel J. G. Jansen te Daarle — Zuid Beijerland L. A. Klootwijk te Raamsdonksveer — Rhenen J. N. de Ruiter te Leiden — St. Maartensdijk en Oud Beijerland C. Vos te Westbroek — Ouderkerk a.d. IJssel J. Hovius te Dordrecht — Dordrecht (vac. L. A. Bodaan, wijkgem. 4) S. L. Knottnerus te Hillegom en (vac. W. A. Smit, wijkgem. 1), J. A. van der Meiden, laatstelijk pred. te Paramaribo — Putten op de Veluwe J. C. Stelwagen te Hillegersberg — Schettens en te Longerhouw (toez.) W. Hogendoorn, cand. te Woerden — IJsselmuiden J. H. Cirkel te Woudenberg — Waarder (Z. H.) P. Bouw te Ridderkerk.
Aangenomen naar:
Oosterhout-Slijk-Ewijck A. C. Bonders te Sas van Gent — Dordrecht (vac. W. A. Smit, wijkgem. 1), J. A. van der Meiden, laatstelijk pred. te Paramaribo — Dreischor H. Duyvendak, candidaat te Utrecht — Nieuweschans B. van Blanken, cand. te Anasterdam.
Katwijk aan Zee.
Na een bijna 6-jarige ambtsbediening in deze gemeente, nam ds. P. P. J. Monster zondagavond j.l. in een stampvolle Nieuwe Kerk afscheid wegens het vertrek naar Gouda. Tekst hierbij was Matth. 10 VS. 23b : „Voorwaar zeg Ik u : Gij zult uw reis door de steden van Israël niet geëindigd hebben, of de Zoon des mensen zal gekomen zijn". Hoofdgedachten hierbij waren : 1. De rustloze werkkring van, de dienaar des Woords, 2. De zekere belofte van de Heere Jezus Christus.
In een ernstige predikatie wees ds. Monster op het feit dat Gods dienaren, die uitgezonden worden, zullen ondervinden dat niet altijd en overal het Woord wordt aangenomen. Zij zullen, integendeel, soms geseling en vervolging ondervinden. De overwinning is echter aan de Heere. De boodschap wordt gebracht aan mensen. Dit brengt een grote verantwoordelijkheid met zich. Spr. heeft die verantwoordelijkheid leren kennen. Het zijn schapen, die eenmaal van zijn hand zullen geëist worden. In de tekst — aldus spr. — is het de opdracht en het bevel des Heeren om te gaan van stad tot stad. Sprekend over z'n ambtsbediening in Katwijk aan Zee, merkte spr. op, dat dit voor hem niet de gemakkelijkste jaren van zijn leven zijn geweest. Echter wèl de gezegendste. Jaren, waarin het geestelijk leven is verdiept. Het heeft God de Heere behaagd hem in Katwijk aan Zee terug te voeren naar Zijn aloude paden. Deze omkering was de wonderlijke leiding Gods in zijn leven. Het was niet een omkeren van een jasje, — aldus spr. — want dat „doet" je niets, maar het was een buiging van het hart. De Here is mij hier te sterk geworden — aldus spr. — en Die bracht mij weer op Zijn aloude paden. Velen hier hebben dat niet kunnen of willen begrijpen. Spr. kon dit zich indenken. Blijde was hij echter, dat vele anderen dat wèl hebben begrepen en er steeds meerderen dat zijn gaan begrijpen. Waar de Geest des Heeren in het hart komt, daar wordt de macht van satan uitgebannen. Dat alles is tot luister en grootheid van Zijn Naam. Ondanks alles, kan spr. vanavond alleen maar roemen in de deugden Gods, om zoveel ontvangen weldaden. Als het gaan mag om de ere en grootheid des Heeren, wat zegt dan voor de dienaar een moeilijke ambtsperiode ? Hij mag gewagen van ontvangen zegen op zijn prediking. Dat de Heere hèm hiertoe heeft willen gebruiken, is geen verdienste, maar daarvoor alleen de Heere de eer. Ds. Monster wees tenslotte op de komende Christus, vermanend en waarschuwend: Zoekt dan de Heere en leef !
Na deze onder grote stilte uitgesproken predikatie, hield ds. Monster enkele toespraken. Spr. pleitte bij de kerkeraad in déze vacature te voorzien door een predikant die voor het Herv. gereformeerde deel der gemeente aanvaardbaar is.
De kerkvoogdij dankte spr. hartelijk voor hun ruime blik in de kerkelijke verhoudingen der gemeente en voor de wijze waarop zij hem altijd is tegemoet getreden. Zijn ruim 400 catechisanten dankte spr. voor hun zeer trouwe opkomst, evenals de gemeente voor haar trouwe opkomst, zowel des avonds als des morgens. Spr. roemde de offervaardigheid voor Herv. Geref. doeleinden. In 3 jaar tijds mocht hij in het contactblad „Onze Vaan" ruim 8000 gulden aan giften verantwoorden.
Ds. Monster riep tenslotte op, in de vacaturetijd de eenheid, die er steeds was te bewaren en trouw te blijven aan onze Vaderlandse Kerk.
Na het dankgebed en het zingen van Psalm 138 vs. 1 werd ds. Monster nog toegesproken door de voorzitter van de centr. kerkeraad ds. F. Offeringa. Deze beklemtoonde dat ds. Monster hier velen tot zegen was geweest. Ook spr, hoopte dat de eenheid der gemeente in de enigheid des Geestes bewaard mocht blijven.
Hoewel zelf niet tot de Geref. Bond behorend, hoopte spr. dat wegen gevonden zouden worden, dat de prediking, die ds. Monster gebracht heeft in Katwijk a. Zee, bestendigd zou blijven. U bracht een bevindelijke prediking.
Hij verzocht tenslotte de scheidende predikant Psalm 121 vs. 4 toe te zingen.
Hierna sprak de zeer geliefde herder en leraar voor het laatst de zegen over zijn gemeente uit. Onnodig te zeggen, dat Katwijk a. Zee hem node ziet vertrekken !! Vrijdag d.a.v. waren vele honderden in de Kapel bijeen van kerkvoogdij en kerktelefooncommissie, besturen van Geref. Bondsafdelingen uit de omtrek en gemeenteleden, om de scheidende prediker de hand te drukken. Herv. Gereformeerd Katwijk, momenteel reeds 40 pct. der gemeente omvattend, ziet in grote spanning 't komende beroepingswerk tegemoet.
Leiden. Afscheid ds. Kleermaker.
Na een verblijf van 5 jaar nam ds. N. Kleermaker zondag 16 sept. j.l. in een volle Pieterskerk afscheid van de gemeente van Leiden. Na votum en zegenbede zong de gemeente Psalm 68 vs. 14. Na geloofsbelijdenis was de Schriftlezing uit Matth. 25 vs. 1—13 en 1 Joh. 2 VS. 18—28. Na gebed en zingen van Psalm 119 vs. 17, 18, 65 en 83, las spreker de afscheidstekst voor uit 1 Joh. 2 vs. 28 : „En nu, kinderkens, blijf in Hem, opdat, wanneer Hij zal geopenbaard zijn, wij vrijmoedigheid hebben en wij van Hem niet beschaamd gemaakt worden in Zijn toekomst". „Vijf jaren heb ik u, gemeente van Leiden, vrijwel wekelijks het Woord Gods mogen prediken. Vijf jaar heb ik in de wijkgemeente „'t Centrum" de pastorale arbeid mogen verrichten en het zijn onvergetelijke jaren voor ons geworden. Maar, gemeente, wij hebben hier geen blijvende stad. Wij gaan een zekere toekomst tegemoet. Onze tekst spreekt van Zijn toekomst, n.l. de grote dag van Christus' openbaring, wanneer Hij komt op de wolken des hemels om te oordelen de levenden en de doden. Ook dit afscheid wijst heen naar die grote Dag. Maar : die dag zal dan zijn: de Dag des Gerichts ; dan zullen wij allen, prediker èn gemeente, gewogen worden in de weegschaal van het recht Gods. Zo Gij, Heere, in het recht zoudt treden en gadeslaan onze ongerechtigheden, ach, wie zal dan bestaan ?
Tussen ons en Christus toekomst ligt een weg, die wij persoonlijk en als gemeente moeten bewandelen. In 't teksthoofdstuk wordt gesproken, dat op het laatste stuk van de weg een grote vijand wandelt, n.l. de Antichrist. In beginsel is de satan overwonnen, maar in het boek der Openbaringen kunnen we lezen, hoeveel macht aan hem nog is gelaten. Valse leraren zullen opstaan, die het merkteken van het beest aan de voorhoofden der mensen willen aanbrengen. Het zal blijken, dat ze er niet bij behoren. Het zijn hypocrieten, die het wezen der ware godsvrucht missen. Het kaf zal op die dag der beslissing van het koren worden gescheiden. Als de Antichrist komt, zullen de vijanden van het Kruis geen weerstand hebben. Dan zal het later moeten klinken : „Gaat weg van Mij, gij werkers van ongerechtigheid. Ik heb u nooit gekend". Die grote verdrukking, waarvan Gods Woord spreekt, gaan wij allen tegemoet. Ik wil u, gemeente, zoals de tekst het ook zegt, aanspreken met: kinderkens. Ik vermaan u, kinderkens, blijft in Hem, opdat wij bij Zijn openbaring vrijmoedigheid mogen hebben. Johannes legt de nadruk op het Zoonschap. Zonder Christus hebben wij geen God en Vader. Alle goden zijn afgoden. Zij hebben geen toekomst in de Dag van Jezus Christus. Allen dienen wij te luisteren naar dat „blijft in Hem". Dit Evangelie heb ik u, gemeente, altijd willen verkondigen. Ik heb u mogen wijzen op het volbrachte Middelaarswerk van onze Heere Jezus Christus. Houdt u hieraan, ook in het kerkelijk leven. Blijft u biddend vasthouden aan die Ene Naam, maar: onderzoekt u zelf nauw, want van nature zijn wij niet van Christus. Wij zijn vijanden van de genade. Alleen als ge als een ellendig zondaar naar het kruis vlucht, is er redding en mogen we in Hem blijven. Werp dan weg de strohalmen van uw eigengerechtigheid en ongeloof en bekeert u ! Alleen in Christus hebben wij een barmhartige Hogepriester en een pleitende Advocaat. Alleen zij, die in Christus zijn, kunnen de toekomst onverschrokken tegengaan.
Daarom: kinderkens, blijft in Hem".
Na deze rijke prediking, die met grote aandacht jverd gevolgd, werd gezongen Psalm 72 vs. 11, waarna de scheidende herder en leraar de verschillende colleges, zoals de afgevaardigden van het gemeentebestuur, wijkkerkeraad, centrale kerkeraad, ministerie van predikanten, de consulent ds. J. N. de Ruiter, kerkvoogdij, centrale jeugdcommissie en het vrijw. corps toesprak. Ten laatste sprak Z.Eerw. nog tot de gemeente in haar geheel. „Het was mij immer een grote vreugde u hef Woord des Heeren en de sacramenten te mogen bedienen. Velen kunnen dit vertrek niet begrijpen, maar de Heere riep mij naar een andere plaats. U, gemeente van Leiden, zal ik nooit vergeten. De vrede van Christus wone rijkelijk in uw midden".
Na het dankgebed werd nog gezongen Psalm 89 vs. 1 en 8, waarna deze door velen zo gaarne beluisterde leraar voor de laatste maal de zegen op de gemeente legde. Toegezongen werd nog de zegenbede uit Psalm 121 vs. 4 : „De Heer' zal u steeds gadeslaan".
In de consistoriekamer sprak ds. De Wit namens de centrale kerkeraad woorden van dank en afscheid. Hierna maakten zeer velen uit de gemeente van de gelegenheid gebruik om van ds. en mevr. Kleermaker afscheid te nemen.
Intrede ds. N. Kleermaker te Nunspeet.
Na in de morgenuren in zijn dienst te zijn bevestigd door dr. Jonker uit Amsterdam met een predikatie over Joz. 3 : 17, verbond ds. N. Kleermaker, overgekomen uit Leiden, zich zondag 23 september aan de gemeente Nunspeet met een predikatie over Jer. 1 : 11 en 12. Het is, aldus ds. Kleermaker, een moeilijke taak en opdracht om proleet Gods te wezen bij de mensen. Daar spreker zelf gevoelde de onmogelijkheid van deze roeping kon hij daarom te beter de aarzeling en twijfel van de profeet Jeremia verstaan, geroepen als deze was tot de gewich tige taak te spreken tot harde koningen en tot een goddeloos Jeruzalem, verknocht als deze waren aan de dienst der afgoden. Het leegscheppen der zee met één enkele emmer is, menselijk bezien, even onzinnig als gewapend met een Bijbel te beuken op het eigengerechtigd en verdorven mensenhart. Doch deze opdracht is niet zinloos, noch de arbeid vruchteloos. Dit toont God in het tekstwoord, waarin de beeldspraak voorkomt van de amandelroede. De spreker stelde een tweetal gedachten :
1. een woord voor zichzelf en alle andere dienaren des Woords : de troost in dit beeld ;
2. een woord voor de gemeente : de vastigheid voor de gelovige in dit beeld.
De Hebreeuwse letters voor amandeltwijg en voor het woord waken zijn praktisch hetzelfde, waarom de amandelboom ook wel waakboom wordt genoemd. Dit is een treffende benaming, daar deze boom steeds elk voorjaar de eerste is onder de bomen, die bloesem draagt. Zo echter waakt ook de Wachter Israels over Zijn eigen Woord om dit waar te maken voor Zijn volk.
Dit is een troost voor alle Godsgezanten, want God Zelf waakt over Zijn eigen Woord, dat vervuld is van alle werkelijkheid, dit in tegenstelling met het woord der mensen. Gods Woord zal daarom nooit ledig wederkeren, het verricht Zijn wil in oordeel of voordeel, ten leven of ten dode. Noch spot, noch haat kunnen Zijn hand afslaan of de loop van dit Woord keren. In die bemoediging voor de profeet Jeremia spreekt God tot al Zijn knechten dat Hij achter Zijn eigen boodschap staat. Toch heeft dit consekwenties. Elke prediking, elk horen van het Woord Gods stelt ons dan ook verantwoordelijk en heeft zijn resultaat in positieve of negatieve zin, in een dichter naderen tot God of in een verharding tot een eeuwig oordeel.
Die troost in het tekstwoord voor de Godsgezanten, biedt daarnaast ook een vaste grond, waar aan de gelovigen zich vast kunnen klemmen als een zekerheid des geloofs. Helaas, aldus de spreker, is deze zekerheid zo zeldzaam in de beleving der kerk, waarin we zoveel donkerheid, twijfel en onzekerheid aantreffen. De oorzaak van dit verschijnsel is te vinden in het zoeken van de zekerheid van het kindschap Gods buiten het Woord van God. De Heilige Geest spreekt echter door het Woord, daar buiten is en blijft het donker. Waar het Woord is, daar en daar ook alleen is de Geest. Alle andere gronden in bevinding of kenmerken, of wat dies meer zij, missen de ware basis om op te bouwen. Deze pogingen om dit toch te doen zijn in zoverre begrijpelijk, omdat het bouwen op het Woord Gods betekent zichzelf te zien afgebroken. Dit Woord vraagt immers niet minder dan een overgave op genade of ongenade. Jezus Christus is de enige grond der zaligheid. Dit hoop ik zei de spreker, te prediken, dit en een Evangelie voor verloren zondaren, die niets meer in zichzelf hebben of vinden.
De vastigheid van Gods Woord moge in lange wachtens jaren worden bevochten door de Boze, de amandelroede, de waakboom, aldus besloot ds. Kleermaker zijn prediking, staat er als de goddelijke boodschap Ik zal waakzaam zijn over Mijn Woord.
Na afloop van de dienst volgden toespraken tot diverse afgevaardigden van colleges en kerkeraden. Zelf werd ds. Kleermaker toegesproken door de, predikanten ds. Willemsen Hierden), ds. Elgersma (Nunspeet) en ds. H. van Niel.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 september 1956
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 september 1956
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's