De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Aan boord van het s.s Zuiderkruis

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Aan boord van het s.s Zuiderkruis

9 minuten leestijd

Eén van de merkwaardigste ervaringen van een boordpredikant, die aan boord van een emigrantenschip de pieren van IJmuiden achter zich laat, is het feit, dat dan opeens als het ware de deuren van de Nederlandse samenleving achter hem toevallen. De kerkelijke, geestelijke en theologische problematiek is dan ver weg. Je duikt ineens in de praktijk van het , , apostolaat" om mensen met het Evangelie te helpen, die in zo'n bijzondere levenssituatie verkeren, als het ware op de grens tussen twee werelden.

Ik kan u zeggen, dat deze verandering mij veel vreugde heeft verschaft. In ons lieve vaderland wordt zo ontzaglijk veel getheoretiseerd en geredeneerd over de noodzaak en de functie van het , , apostolaat", maar de praktijk zelve zal ons een weg moeten wijzen. De praktijk stimuleert ook. Nu had Amsterdam mij op dit terrein wel het een en ander geleerd — iedere predikant is daar eigenlijk evangelist —, maar toch is de arbeid in de stad van geheel andere aard dan op een schip met zijn bemanning en zijn passagiers. Je leeft dichter bij elkaar, ziet elkaar bijna elke dag en raakt sneller in gesprek met elkaar.

De emigrant leeft op zo'n bootreis ook in een bijzondere gedachtenwereld. Het vaderland heeft hij achter zich gelaten met zijn familie, zijn kennissen, zijn herinneringen. En hij vaart naar een onbekend land met een onbekende toekomst. Hij leeft als het ware in een geestelijk vacuum. Sommigen weten goed wat ze gedaan hebben, sommigen zijn wat onzeker. Vooral bij de aankomst in Z.­ Afrika waren velen onzeker. Nog zie ik voor mij op de kade van Kaapstad een familie staan, die lange tijd naar de Zuiderkruis  stonden te staren, het laatste restje van Nederland.

Over het algemeen waren het flinke mensen, die emigreerden, mensen, die wij node uit Holland zien vertrekken. De meesten gingen om betere toekomstmogelijkheden te zoeken. Ook waren er families, die een goed bedrijf in Nederland hadden, maar voor de kinderen niet veel mogelijkheden zagen en die dus gingen om de kinderen. Ook waren er vele ouders, die hun kinderen gingen bezoeken. Ik informeerde, hoe lang de kinderen er al waren. Meestal vier a vijf jaar. Het blijkt dus, dat men na vier a vijf jaar financieel zo ver gevorderd is dat men de ouders voor een vakantie van twee of drie maanden per boot kan laten overkomen.

Ik maakte ook kennis met jonge paartjes, die pas getrouwd waren. Zij gingen hun huwelijksleven beginnen in Zuid- Afrika, Voor hen zijn de beste kansen weggelegd. Men moet voor emigratie niet te oud zijn. Oude bomen laten zich moeilijk verplanten. Boven veertig jaar moet men niet meer emigreren, uitzonderingen daargelaten. Immers men komt in een geheel ander land, met geheel andere toestanden en situaties. Jongeren zijn veel soepeler in hun levenshouding om zich aan te passen. Ouderen kunnen zich veel moeilijker schikken en ergeren zich dan aan bepaalde situaties en zijn spoediger geneigd in het vreemde land op te merken: „Bij ons in Nederland " Wat natuurlijk een zeer ontaktische opmerking is, die prompt gevolgd wordt door: „Waarom bent u daar niet gebleven? "

Émigranten hebben het de eerste jaren zeer moeilijk. Het bedje is hun niet gespreid. Ze moeten zich met alles behelpen en langzamerhand vertrouwen winnen. Na een jaar of drie, vier, gaat het ineens veel beter, het vertrouwen is gewonnen en de samenwerking gaat gemakkelijker. En dan liggen er in Z.­ Afrika meer mogelijkheden dan in Nederland. De sociale voorzieningen zijn daar minder, maar de mogelijkheid tot bezitsvorming veel groter dan bij ons, Daardoor wordt het verantwoordelijkheidsgevoel aangekweekt en flinke mensen gevormd. Ergens bij de Kaap ontmoette ik een Hollandse monteur, die hoewel hij tweemaal zoveel verdiende als in Nederland, toch weer terug wilde naar Holland, omdat hij geen kinderbijslag kreeg! Ja, dan is het beter bij de vleespotten van Drees te blijven en niét te emigreren.

Op een oktobermiddag in het vorige jaar vertrok de Zuiderkruis van de Sumatrakade te Amsterdam. De vertrekkenden werden luide toegejuicht door familieleden, vrienden en kennissen. Een enkele liet een traan, maar de ontroering was veel minder dan bij een Australië-afvaart, zoals ik vernam.

Zo'n afscheid is meestal een afscheid voor het leven. De reis naar Australië duurt, meen ik, zes weken, naar Zuid- Afrika 16 dagen.

Tussen Amsterdam en IJmuiden nodigde de purser, het hoofd van de civiele dienst aan boord, de R.K. boordgeestelijke en mij uit tot een bespreking in zijn hut. Ik mag meedelen, dat we van hem en ook van de kapitein en de gehele bemanning de grootste hulp en steun bij ons werk hebben ondervonden. De kerkdiensten werden vastgesteld. Elke zondag zou om 7 uur en 9 uur voor de R.K. passagiers en bemanningsleden de mis gelezen worden, terwijl ik daarna om 10 1/2 uur kerkdienst zou houden voor de protestanten aan boord. De diensten zouden alle gehouden worden in de bioscoopzaal in het vooronder. Elke avond zou door mij om 8 uur een dagsluiting gehouden worden in de kinderkamer op het B-dek, die dan gevolgd werd om half 9 door het avondgebed van de pater. Spreekuren zouden wij in onze gemeenschappelijke hut houden, de pater des morgens om 11 uur en ik om 4 uur in de middag. Wanneer de één spreekuur hield, zou de ander de hut niet betreden, maar zich wat vertreden op het dek of in de salons.....

De boordgeestelijke en ik moesten samen één hut delen, hut 110, de aangewezen hut „voor de geestelijkheid". Het was een twee-persoonshut met twee slaapgelegenheden boven elkaar, een bureau en een tafeltje met twee stoelen. De verhouding met pater Agaci was allerplezierigst. Het was reeds zijn 6de reis en ik kreeg de indruk, dat de bisschop wel een zeer bekwame man voor dit werk had uitgezonden. Hij was met de gewoonten en 't boordleven bekend, een boordpredikant moet telkens in deze ietwat vreemde samenleving inkomen, toch went het gauw.

Naast onze gesprekken over de gebeurlijkheden aan boord, hadden we soms theologische gesprekken. Ik vroeg hem allerlei zaken over de rooms katholieke eredienst, welke hij zeer uitvoerig beantwoordde. Over het protestantisme vroeg hij mij niets, wel wees hij mij eenmaal op de verdeeldheid in het protestantisme.

Om 6 uur 's avonds kwamen wij in IJmuiden aan. De avond was al gevallen, de lichten van de Zuiderkruis en de de wallantaarns wierpen een grimmig schijnsel op de donkere wriemelende menigte, die de vertrekkenden een laatst vaarwel toeriepen. Ik hoopte weer terug te keren en voelde het afscheid derhalve niet zó zwaar als het merendeel der passagiers. Toch moet ik bekennen, dat bij zo'n afscheid er iets door je heengaat. Te midden van de menigte stond ook mijn vrouw en ons zoontje, dat in een wit berenpakje was gekleed, opdat ik hem goed zou kunnen zien. Ze stonden daar samen met ouders, familieleden en vrienden. Plotseling liet de stoomfluit een lang en zwaar gebrom, beter geloei, ten afscheid horen, zó angstwekkend, dat mijn zoon vreselijk schrok en zich in angst aan de moeder vastklemde. Het schip vertrok en langzaam zag ik de witte stip verdwijnen in de grauwe donkerte van de door elkaar wriemelende mensen op de kade. Dat was het afscheid van Holland. Buiten de pieren was er al spoedig een . flinke deining, zodat verschillende passagiers al wit om de neus werden. Ik heb op de heen- en thuisreis geen last van zeeziekte gehad, zodat het pillendoosije, door de dokter met zorgzame hand aan mij overhandigd, ongeopend bleef.

De volgende morgen had om half 11 de eerste kerkdienst plaats. Op het mededelingenbord stond de dienst aangegeven, terwijl ook de scheepsomroep de dienst had aangekondigd. Een organist had ik spoedig gevonden, die bereid bleek de diensten en de avondwijdingen op het scheepsorgeltje te begeleiden. Ik verzocht hem 5 vóór half elf met een improvisatie te beginnen, zodat de bezoekers enigszins het idee zouden hebben in de kerk te zitten. De Madoerese jongens hadden in opdracht van de hofmeester het koffer-altaar van de pater gesloten en terzijde geschoven om plaats te maken voor een eenvoudige katheder. De bijbels en de psalm- en gezangboeken uit de kist van de Hervormde Emigratie Centrale werden uitgereikt, benevens een welkomkaart met aanwijzingen, door de boordpredikant ondertekend. Een kerkeraad had ik niet, maar tijdens de dienst vroeg ik, of er ook oud-ambtsdragers aanwezig waren. Twee heren staken hun vinger op, de één was oud-ouderling van de Hervormde kerk, de andere oud-diaken van de Gereformeerde kerk. Ze werden dadelijk benoemd — wel niet geheel volgens de regelen van de kerkorde! — tot „boordkerkeraad". Zij zouden o.m. zorg dragen voor de inzameling der gaven. Natuurlijk was ik zeer benieuwd naar de opkomst. Er kwamen er ± 100, wat, volgens de purser, vergeleken mét andere emigratiereizen, een hoog aantal was. De tweede dienst waren er 120. Later leerde ik de mensen ietwat beter kennen. Ik moet bekennen, dat de Gereformeerden 't trouwst waren. Van de Hervormden waren diegenen trouw, die kwamen uit meelevende gemeenten. Dit geldt ook van de avondwijdingen.

Het was voor mij een onmogelijkheid alle 800 passagiers binnen 16 dagen te leren kermen, daarom drong ik er op aan met mij kennis te maken op het spreekuur. Velen hebben dit gedaan, zodat we 's middags rustige gesprekken konden hebben in de hut. Ook lieten velen niets van zich horen. Dat zijn vooral de buitenkerkelijke Hervormden geweest. Bij de aankomst bleek mij dat ook een Hervormde uit mijn wijkgemeente was meegereisd. Ik vermoed : buitenkerkelijk, en ik maak mij sterk dat hij niet geweten heeft dat zijn eigen wijkpredikant als boordpredikant de reis meemaakte

In de eerste kerkdienst preekte ik over Psalm 98; „Alle einden der aarde zullen aanschouwen het heil onzes Gods" en wees de , , boordgemeente"' op de wonderlijke leiding Gods in de geschiedenis, dat zij nu naar een land gingen aan het andere einde van de aarde, waar God door Zijn goedgunstigheid het licht van het Evangelie heeft gebracht, zodat zij daar in het vreemde land niet van het Evangelie verstoken zullen zijn. Het was een merkwaardige dienst, die mij lang zal bijblijven. Er was nogal veel deining, zodat dat het spreken en het luisteren niet gemakkelijk maakte. Achter mij het wit van het filmdoek, vóór mij de mannen en de vrouwen en de kinderen, luisterende naar het Woord van die God, die dezelfde blijft in het koele vaderland, als in het warme Z.­ Afrika. En zo voer de Zuiderkruis verder, met zich meevoerende een stukje mensheid met lief en leed, teleurstelling en verwachting, moeite en hoop, varende naar het andere einde van de aardbol de warmte tegemoet.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 oktober 1956

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's

Aan boord van het s.s Zuiderkruis

Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 oktober 1956

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's