HET PROFETISCHE WOORD
„En wij hebben het profetische Woord, dat zeer vast is". 2 Petrus 1 vs. 19.
De bijbel is geen boek onder de boeken. Hij is het boek.
Want hij is het Woord van God. Met onze oude en altijd nieuwe belijdenis, ontvangen wij de boeken van de bijbel „voor heilig en kanoniek, om ons geloof daarnaar te reguleren, daarop te gronden en daarmede te bevestigen. En wij geloven zonder enige twijfeling, al wat daarin begrepen is, en dat niet zozeer, omdat ze de kerk aanneemt en voor zodanig houdt, maar inzonderheid, omdat ons de Heilige Geest getuigenis geeft in onze harten, dat zij van God zijn". Overal ter wereld buigen zich mensen over deze goddelijke waarheid en zoeken en vinden er vrede voor hun arme zondaarsziel.
Want in de bijbel is een wonder geheim verborgen. In de bijbel grijpt God met Zijn genade-handen naar een wereld, verloren in schuld. In dat Woord straalt een zee van gouden genade-licht over een donkere wereld. In dat Woord klopt het hart des Heeren voor vermoeiden en beladenen.
Wie dat in de bijbel gezien heeft, beroemt zich niet meer op wat hij zélf bezit en het vele dat onze moderne wereld bezit.
Neen, maar die legt zijn hand en zijn hart op die bijbel en zegt dankbaar : Wij hebben het profetische Woord, dat zeer vast is.
Dat is voor Gods volk het rijke bezit. Dat Woord. Er staat nog een toevoeging. Het Profetische Woord.
Het is het Woord, dat profeteert. Een profeet uit het Oude Testament was een persoon, die de raad en de wil van God aan de mensen bekend maakte.
En het profetische Woord is het Woord, dat ons en alle mensen de heilige raad en wil des Heeren boodschapt in verleden, heden en toekomst.
Het is het Woord, dat ons de zuivere waarheid spreekt over God en over de mens, over de tijd en de eeuwigheid. Het geeft antwoord op de diepste vragen van het mensenhart, waarop niemand antwoord zou weten.
Het predikt ons de Schepper in Zijn Almacht en heerlijkheid en de schepping, als een vlekkeloos sieraad, gekomen uit Zijn volmaakte handen.
Maar ook de zonde van Adam en Eva in het paradijs, waar onze natuur alzo is verdorven, dat wij allen in zonde ontvangen en geboren worden.
Gelukkig — Gode zij eeuwige dank — ook, dat er een middel is om de welverdiende straf te ontgaan en wederom tot genade te komen. Het predikt ons Jezus Christus, die ons van God geschonken is tot wijsheid, rechtvaardigheid, heiligmaking en tot een volkomen verlossing.
En het eindigt met het machtig perspectief van een nieuwe hemel en een nieuwe aarde, waarin gerechtigheid woont.
Heel de waarheid, die wij nodig hebben om getroost te zijn in leven en sterven, staat in dat profetische Woord, dat zeer vast is.
Laten wij toch vooral bidden om de voorlichtende werking van de Heilige Geest. Want zonder die voorlichtende werking van Gods Geest buigen wij ons niet in waarheid voor het profetische Woord.
In geestelijke zin moeten ons de blinde ogen geopend worden voor de vastheid en de schoonheid en de rijkdom van het Goddelijke Woord. Wat een zegen, persoonlijk te ondervinden dat het waar is wat de catechismus zegt, n.l. dat de Heere Zijn genade en de Heilige Geest schenkt aan diegenen, die Hem zonder ophouden daarom bidden en daarvoor danken.
De waarheid van het Woord gaat dan in eigen hart en leven steeds meer bevestigd worden.
Mensen, die dicht bij het Woord leven, worden goede opmerkers. In vele grote en kleine dingen van hun leven zien zij, dat Zijn Woord altijd trouw wordt volbracht.
Maar bovenal wordt de waarheid en de vastheid van Gods Woord daarin bevestigd, dat je heel persoonlijk die zondaar bent, die de Bijbel ten voeten uit tekent. Ondanks alle schijn aan de buitenkant, een boos en bedorven, gevallen en verloren mensenkind.
Het wordt ervaren en beleden, want wij vallen onszelf hoe langer hoe meer tegen. Want er is niemand, die goed doet; er is niemand, die God zoekt; er is niemand rechtvaardig, niet tot één toe, ook ik niet.
Maar diep in ons hart zullen wij dan ook steeds meer de Heere ootmoedig danken voor dat andere, dat ook waar is en dat vast is, dat eeuwig onwankelbaar is. Namelijk dat er redding is en verlossing, verzoening en behoud voor een arme verloren zondaar, in die enige Naam, die onder de hemel tot zaligheid gegeven is, de geprezen en gezegende Naam van onze Heere Jezus Christus, dat voor uitzichtlozen het uitzicht geopend wordt bij het kruis van Golgotha.
En steeds meer bevestigt Gods Geest de waarheid in het hart, dat wij op dit onwankelbare fundament, gelegd in het verzoenend lijden en sterven van onze Heiland, mogen steunen en leunen.
Wat er ook moge wankelen, die waarheid niet. Gods Woord houdt stand in eeuwigheid en zal geen duimbreed wijken!
Moge zo voor ons het profetische Woord steeds meer een bevestigd, toegepast en aan het hart geheiligd bezit . zijn. Tot veel vreugde in het geloof.
En tot eer van God. Omdat wij het zingen kunnen;
Zo min de hemel ooit uit zijne stand zal wijken. Zo min zal Uwe trouw ooit wank'len of bezwijken.
J. W. de Bruin.
Harderwijk.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 oktober 1956
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 oktober 1956
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's