De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

ALS DE DAUW

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

ALS DE DAUW

4 minuten leestijd

„Ik zal Israël zijn als de dauw". Hosea. 14 vs. 6a.

Dit is een rijk woord. Het spreekt ons van Gods goedertierenheid. Een volheid van genade ligt er in opgesloten voor een volk, dat in ootmoed voor God verkeert. Israël is diep schuldig. Tot bekering worden ze opgeroepen : Bekeert u, o Israël, tot de Heere uw God toe, want gij zijt gevallen om uwe ongerechtigheid. Neem deze woorden met u en bekeer u tot de Heere ; zeg tot Hem : Neem weg alle ongerechtigheid en geef het goede, zo zullen wij betalen de varren onzer lippen. Maar na de prediking van bekering volgt de prediking van vergeving der zonden. In vers 5 begint het al en in de volgende verzen zet het zich voort. Woorden van heil en vrede, jubelend van eeuwige ontferming. Als ze met tranen van oprecht berouw en met smeking tot de Heere wederkeren, dan zal de Heere Zijn verbond gedenken en hen genadig zijn. Datzelfde geldt ook nu nog, ook voor óns. De Heere is een God van Wien kan worden gezongen: Hij slaat toch, schoon oneindig hoog, op hen het oog, die nederig knielen. In Zijn Naam mag gepredikt worden vergeving, maar dan vergeving in de weg der bekering. Gods offers zijn nog altijd een gans verslagen geest, door schuldbesef getroffen en verslagen. Daarvan spreekt ook de tekst.

God wil zijn , , als de dauw". In het land van de Bijbel, Palestina, heeft de dauw veel grotere betekenis dan bij ons. Het klimaat is daar namelijk veel droger. Van mei tot oktober regent het er praktisch niet. De felle zonnestralen verschroeien overdag het aardrijk. Zie, in zulke omstandigheden is de dauw van de nacht een rijke zegen van boven. Temeer, omdat het daar zó sterk dauwt, dat 's morgens alles druipt van 't water. Die dauw is dan tot verkwikking en verfrissing, tot oprichting. Door de droogte en de grote warmte kunnen de planten en bloemen het haast niet uithouden. Tegen de avond vallen ze bijna om. De bladeren hangen slap. Maar door de dauw in de nacht worden ze weer opgericht en gaan ze weer geuren en kleuren.

, , Als de dauw". Wat de dauw nu doet en is voor die verwelkte en neergebogen planten, zal God doen en zijn voor een volk, welks hart zich neerbuigt. Zoals wij van onszelf zijn, verheffen we ons. Dan vinden we onszelf nog niet zo slecht. Dan zijn we nogal met onszelf ingenomen. Dat moet veranderen, lezers. Wij moeten van de berg af. Wij moeten Ieren bukken, onszelf vernederen. Weet u, wanneer dat gebeurt ? Als de zon ons beschijnt. Ja, wij moeten beschenen worden door het ontdekkend licht des Heeren, door de Geest en het Woord Gods. Dan worden wij aan onszelf ontdekt en komen, zoals de verloren zoon, tot onszelf. Dan vergaat onze schoonheid en wordt onze hoogmoed en eigendunk gebroken. We gaan kwijnen en buigen neer in verslagenheid des harten. Dan komen we van de berg van ons hoogmoedig bestaan in het dal van de ware ootmoed. Wat krijgen we het dan warm, want we gaan er iets van verstaan, wat we gedaan hebben : „ik heb tegen U, o Heer', zwaar en menigmaal misdreven ; ik gevoel de grootheid van mijn kwaad". Door Zijn toorn vergaat dan ons kwijnend leven. Zijn gramschap doet ons hart van doodschrik beven.

Kennen wij dit ?

Dan bevat de tekst ook voor óns een goede boodschap. Evenals God daar in het oosten zo wonderlijk zorgt voor die door zonnehitte verwelkte en kwijnende planten, zo zorgt Hij in nog veel rijkere mate voor verslagen en neergebogen zondaren. Hij zal voor hen zijn als , , de dauw". Hij doet een woord der vertroosting in het hart vallen. Hij toont iets van de grootheid Zijner genade in Christus, waardoor er vergeving van zonden is. Hij brengt aan de voet van het Kruis, doet de Zaligmaker zien en omhelzen, geeft te aanschouwen de vrije gunst, die eeuwig Hem bewoog. In Christus zal God voor hen zijn een vergevend God, een genadig Vader.

Tot de kleinen wendt de Heere nog altijd Zijn hand. Er staat geschreven: Alzo spreekt de Heere : „Ik woon in het hoge en in het verhevene, en bij die, die van een verbrijzelde en nederige geest is". Voor het verbroken hart, het verbrijzeld en bedrukt gemoed, is God toch zo eindeloos goed. Het is door de eeuwen heen steeds weer ontmoet. En als 't ontmoet wordt, welk een heerlijke verandering brengt het dan teweeg. Het oog gaat lichten van hoop en verwachtng, van blijdschap en vrede. De zangtijd breekt aan.

Hadden we maar méér van die echte kleinheid voor God en mensen!

Hoeveel rijker zou worden ervaren de waarheid van deze tekst: „Ik zal Israël zijn als de dauw".

J. c. Stelwagen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 oktober 1956

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

ALS DE DAUW

Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 oktober 1956

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's