PREEKSTIJL
III.
Stijl heeft te maken met vorm. Vandaar dat in het vorige artikel over oorsprong en vorm van de preek het een en ander werd gezegd.
Stijl heeft niet minder met de inhoud te maken. Daarom moet het nu over de inhoud van de preek gaan, over het essentiële, het wezenlijke.
Nu zullen we het over dat essentiële allen wel eens zijn, want hierin gaat het over , , de schat der kerk", het eeuwig Evangelie. Of wilt ge het anders : het Woord Gods in zijn bedreiging en belofte. De preek moet in haar inhoud van die schat uitdelen.
En als nu een feit is, dat wezen en vorm in een nauwe relatie zijn, ja, men in zekere zin kan zeggen, dat het wezen de vorm schept, , kan duidelijk worden hoezeer 'ook het wezenlijke mede de stijl en dus ook de preekstijl bepaalt.
Hiermede is, wat de stijl betreft, niet alles gezegd; eigenlijk nog maar heel weinig. Behalve vorm en inhoud is er hier nog een derde grootheid, het gehoor, of om in de stijl te blijven : de gemeente. Daarmede raken we aan de sociale factor, de beïnvloeding van buiten, die een niet te verwaarlozen constituerende betekenis heeft voor de vorming van een stijl. Deze invloed gaat inwerken op de auteur, of zo men wil, in verband met ons onderwerp, op de prediker. Hij staat in het sociale milieu en dat sociale werkt in en door hem.
Deze drie grootheden, de vorm, het wezen, het sociale — ik vat hieronder samen de gemeente, alsmede de tijd, waarin zij leeft — moeten in evenwicht, in harmonie zijn. De prediker mag geen dezer drie verwaarlozen, maar heeft de eisen, die van hen op hem uitgaan, zó te verwerken, dat zijn werk in stijl zij een eenheid, een harmonieuse eenheid worde. Natuurlijk zal het tweede, dat ik noemde, de eerste, de voornaamste plaats moeten hebben. Het gaat immers om Gods boodschap, om het eeuwig Evangelie. Het moet er om gaan, dat Christus voor heel het volk , , verhoogd worde", zó, dat al het volk Hem in al Zijn gepastheid, heerlijkheid noodzakelijkheid en dierbaarheid zie ! (Aldus Calvijn in zijn uitlegging van Joh. 3 : 14). Dit eist, dat de prediker ook in zijn voorbereiding sta onder de leiding en tucht des H. Geestes. En daartoe zij de studeerkamer mede het bidvertrek om dat licht des Geestes voor Schriftstudie en preekwerk te ontvangen.
Wie bereikt hierin wat bereikt moet en kan worden ? Ook predikers zijn zondige mensen. In de goede zin mogen ze de mensen en de eisen van hun tijd nooit kwijt zijn. Maar de mensen en de eisen, die ze stellen, mede in verband met de tijdsomstandigheden, hebben te vaak teveel invloed op de prediker. Dan werken ze niet , , Coram Deo", als voor Gods aangezicht. Zo is het thans vaak. Zo is het altijd geweest. En dan overheersen de eerste en de derde factor van de drie genoemde, of die beide samen. Ik noem u enkele voorbeelden, waarmede ik raak aan wat genoemd is : , , preektypen".
De vorm moet verzorgd wezen. Dat is eis. Calvijn, om hem hier maar te noemen, hij was een meester in het prediken. Wie het wil horen van een niet-Calviniste, leze 't boek van Jo van Ammers-Küller : , Het scharlaken wambuis", waartegen zeer zeker grondige bezwaren zijn in te brengen, maar dat ieders stijl ten goede kan komen, doordat het, wat dit betreft, in deze tijd van banalisering eèn verkwikking is : Calvijn, gelijk hij ook in dat boek getekend wordt, machtig in zijn prediking. Hij zij ons tot een exempel.
Hoe menigmaal heeft echter de vorm overheerst. Dan was er veel oratorie. De gemeente werd er door overbluft. , , Een groot talent", zei ze niet zelden. Maar het was een ledige vorm; wil men : een hol vat.
De dusgenaamde , .literaire preken", die een 30-tal jaar geleden nog al gewild waren in bepaalde gemeenten, liepen groot gevaar op die klip te stranden. Rijnsdorp zegt er in zijn hiervóór genoemd artikel van, dat , , in deze preek met zeker welbehagen mooie taal gebruikt werd". , , Vooral", zo vervolgt hij dan, , , werd er in geschilderd, en wel volgens de impressionistische techniek. Hierin speelden mee een tikkeltje kunst om-dé-kunst, de idee van een seigneuraal Calvinisme en het besef van een gevestigde positie als gecultiveerd prediker te midden van een toegewijd en bewonderend kerkvolk van geringe algemene ontwikkeling". Nu behoeft een dergelijke , , literaire" opzet niet tekort te doen aan de , , boodschap". Men verdiepe zich, om dit te constateren, maar eens in het preekwerk van wijlen prof. dr. Geesink, b.v. de bundels: , , De nederigen vertroost" en , , De liefelijkheid des Heeren", waarin hij bijzonder op de, .literaire" inkleding zich toelegde, doch niet ten koste van de „Verkondiging". Doch dit kan niet van alle , .literaire" preken gezegd worden.
Rijnsdorp heeft het ook nog over , , dogmatische en bevindelijke preken, de politieke en sociale preken". In die lijn voortgaande kunnen we er ook de , , tijdpreken" bij noemen. Ze zijn evenals de , , literaire" preken, af te wijzen. Bij allen is een bepaald element dat, in het algemeen gesproken, in de preek niet mag ontbreken, opgevoerd tot het wezenlijke, ten koste van het Woord en , , de opening der Schriften". Immers, de vorm mag niet onverzorgd zijn. Ik herinner nog weer aan het Schriftuurlijk recept van de , , zilveren gebeelde schalen". Ook het dogmatische element mag niet gemist. De preek moet ook funderen in het dogma, vertolken, dat in het dogma een lied schuilt, maar zij mag niet zijn een dogmatische lezing of een leerstellige verhandeling. Zelfs de catechismus-preek, of gelijk men heden wel gelieft te zeggen, , , de leerdienst", moet iets anders zijn. En dan de , , bevindelijke" preek? Natuurlijk, de bevinding des Woords, de bevinding des geloofs moet in de prediking tot haar recht komen. Maar wat gesignaleerd is als , , bevindelijke" preek in dit verband, heeft, naar ik meen, het oog op de bevindingsprediking, de prediking, welke enkel bevinding is, zonder , , opening der Schriften", en dan moge het zijn naar de smaak der hoorders, of naar de voorkeur van de prediker, het Woord Gods, het essentiële komt te kort.
Ik kan, mutatis mutandis, met de nodige wijzigingen, het zelfde opmerken van de verdere ..preektypen" in het bovenstaande genoemd, ..Tijdloos" mag geen enkele preek zijn. Maar er kan in het wereldgebeuren een situatie zich aftekenen, die aanleiding wordt tot een bijzondere Woordbediening, eenWoordbediening, op dat gebeuren afgestemd. Wie in de Schrift thuis is door biddende, grondige verdieping in haar, zal een tekst of pericoop vinden, waarin dat gebeuren gereflecteerd is, of die een uitkijkvenster daarop geeft. De Schrift is immers het Woord van die God, Wiens , , de gangen der eeuwen" zijn. Daarom kan de prediking ook bijzondere evoluties, misstanden in het staatkundige en sociale leven belichten, beoordelen en als het moet bestrijden.
Nimmer mag de prediking zijn , , naar aanleiding" van dit of dat gebeuren, zelfs niet , , naar aanleiding" van een tekst. Ze ontaardt dan in , , mottoprediking". Wijlen prof. dr. H. Bavinck spreekt dienaangaande van het , , ongelukkige motto-preken, dat onder de schijn van Gods Woord toch dikwerf maar eigen meningen den volke verkondigt". Bij zulk prediken wordt een tekst gezocht bij een idee, een gedachte, die de prediker vindt of voelt opkomen. De tekst is dan de kapstok om eigen gedachten en vinding aan op te hangen. Maar daarvoor is die tekst niet gegeven. Hij staat voor ons met een boodschap Gods en om Gods wille moet die boodschap vertolkt worden , , met terzijdesteiling van alle eigen gedachten en inbeeldingen, opdat weer niets dan de gezonde, frisse, sterkende kost van 't Woord 'Gods aan het volk worde gereikt". (Bavinck) .
Tegenwoordig is het ook een manie om , .actueel" te preken. Daar zijn er, die daarin een zekere virtuositeit hebben of menen te hebben. Zo preekte onlangs ds. K. in de Valkenboskerk zijn intrede als , , herder en leraar" bij de Geref. Kerk van 'Den Haag-West, sprekend over Filippus en "de kamerling van Candacé, welke geschiedenis hij , , een bladzijde uit het levensreisboek van de , , lifter" Filippus noemde". Hij werkte deze gedachte nader uit in een drietal punten : , , opstappen, instappen en uitstappen". , , Zoals Filippus, aldus het verslag verder, , , een lift kreeg van de heidense kamerling, zo zal de predikant van vandaag willen meerijden in de levenswagen van hen die voorbijtrekken om aan deze mensen Christus te verkondigen. Daarom stappen we ook weer uit — de kamerling om gedoopt te worden — en wij om ons op onze doop te beginnen en als christenen actief te zijn".
Een dergelijke preek doet me denken aan ene, van welke ik eens las in een van de boeken van ds. D. Hogenbirk Jz., die vertelt van een prediker — of hij een geordende dominee was weet ik niet meer — die preekte over Hand. 9 : 25 : , , hem aflatende in een mand", waarbij als punten werden gegeven : Paulus vóór de mand ; Paulus in de mand ; Paulus uit de mand". Men vond dat in het verhaal van Hogenbirk een wonder van diepzinnigheid!
In zijn lezing 'over de , , Welsprekendheid" verhaalt prof. H. Bavinck van ds. Zelotes, van Rotterdam, die zijn tekst aldus aankondigde: , , Onze tekstwoorden zijn geschept uit de grote oceaan van Mozes, de vierde springbron, de vijftiende emmer, de twaalfde druppel". Bavinck geeft nog enige dergelijke voorbeelden van zulke , , originaliteit" en vervolgt dan : , , Ik durf niet beweren, dat het volk van de tegenwoordige tijd zulk vals vernuft niet meer fraai vinden zou. De plastische en platte redenaars hebben ten allen tijde de massa van het volk geboeid. Het naturalisme en realisme van Zola valt ook op godsdienstig gebied in veler smaak". Deze rede sprak prof. Bavinck uit in 1889 ; zij verscheen in 1901 in druk. Meer dan 50 jaren zijn sinds verlopen. Doch dergelijke sensationele gezegden doen het nog wel bij het preken-beluisterende gehoor. Jammer. Maar dubbel jammer de predikers, die zich in dergelijke sensationele exsessen te buiten gaan. Natuurlijk doet men het in deze tijd moderner.
Rijnsdorp noemt een zestal typen, welke hij aldus, paarsgewijs, formuleert. , , Men kan de conventionele preek stellen tegenover de sensationele; de simplistische tegenover de in problemen gevangen preek, en de dramatische tegenover de didactische". Hij werkt deze typen daarna uit, een beschrijving, welke ik hier niet kan overnemen. Ik geef er iets uit. Van het conventionele type zegt hij, dat die zich daarvan bedient, , , een meester is in het hanteren van de schabloon. Hij bedoelt er mee een aaneenrijgen van gemeenplaatsen, oude terminologieën, en zo maar meer. De conventionele prediker „blijft geheel in stijl nooit zal men iets tegen komen, dat buiten het geijkte valt". Van het sensationele type zegt hij, dat „het boven alles waarde hecht aan aandacht bij de gemeente". Het heeft een open oog voor de afstomping van de overprikkelde hedendaagse mens en werpt zich in de concurrentiestrijd met het moderne pübliciteitswezen. Tot voor kort werkte het gaarne met de atoombom en de kans op een derde wereldoorlog. Deze methode schiet echter haar doel voorbij. De schrik des Heeren is anders dan de schrik des mensen. Achter dit opjagen proeft men rusteloosheid en onzekerheid".
Wat we hier in de voorbeelden gaven is niet de preekstijl, die wij moeten hebben. Die moet opkomen uit het besef, dat Christus wandelt tussen de zeven gouden kandelaren en de zeven gemeenten en alles met die presentie in harmonie moet zijn.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 oktober 1956
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 oktober 1956
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's