De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

APARTHEID

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

APARTHEID

9 minuten leestijd

Het boek van ds. J. J. Buskes : „Zuid- Afrika's apartheidsbeleid : onaanvaardbaar!" *) is een helder, boeiend en suggestief geschreven boek dat men als een roman achter elkaar uitleest. Wanneer men niet bekend is met de situatie in Zuid Afrika, is het moeilijk dit boek kritisch te benaderen en zal men spoedig gewonnen zijn voor het standpunt van ds. Buskes.

In Zuid, Afrika daarentegen zal het boek op veel weerstand stuiten. Ds. Buskes is in opdracht van de Internationale Broederschap der Verzoening in 1955 drie maanden in Zuid Afrika geweest, om o.m. het rassenvraagstuk te bestuderen. In zijn inleiding verdedigt de schrijver zich al bij voorbaat tegen de opmerking, dat hij er te kort geweest is om een gegrond oordeel te vormen. Hij gebruikt daartoe het beeld van de bomen en het bos, erkent dat hij alleen maar het bos gezien heeft en slechts weinig bomen; houdt echter vol, dat men na tien jaar wel heel wat bomen gezien kan hebben, maar vanwege de vele bomen het bos niet meer ziet. Dit beeld valt bij dieper nadenken in het nadeel van de schrijver zelf uit. Immers een schilder, een tourist kan zich tevreden stellen met de algemene contouren van een bos, een wetenschappelijk onderzoeker daalt van het algemene tot het bijzondere af om na de studie van het bijzondere tot de algemene conclusies te geraken. In het bos der rassenproblematiek van Zuid Afrika is het alleszins noodzakelijk de bomen der afzonderlijke vraagstukken te determineren, wil men tot een gegrond, wetenschappelijk oordeel komen van het geheel. Het hoofdbezwaar tegen het boek is het feit, dat bepaalde vraagstukken, die het rassenprobleem tot zo'n gecompliceerd probleem maken, niet zijn behandeld. Wel poogt de schrijver de problematiek vanuit diverse achtergronden op objectieve wijze te benaderen. Hij geeft een summier overzicht van de Zuidafrikaanse geschiedenis der laatste drie eeuwen, tracht het geloof der Afrikaners te peilen, bespreekt de spanningen tussen Boer en Brit, wijdt een uitvoerig hoofdstuk aan het , , noodlottige apartheidsbeleid" en eindigt met het verzet tegen dit beleid en de „oases in de woestijn der apartheid".

De toon, die in de aanvang koel objectief is — m.i. te koel als 't gaat over het leed der Boeren onder de Engelse overheersing en tijdens de Engelse oorlog — wordt emotioneel, ja, hartstochtelijk, wanneer het apartheidsbeleid aan de horizon verschijnt. De schrijver apelleert dan aan het gevoel. Nu is de verhouding tussen gevoel en verstand altijd een vreemde zaak. John Curton Collins heeft eens opgemerkt, dat de helft van de fouten, die we in het leven maken, een gevolg van het feit zijn. dat we voelen, wanneer we zouden moeten denken en denken wanneer we zouden moeten voelen. De vraag blijft wanneer we moeten denken en wanneer we moeten voelen. De schrijver heeft ook de spanning tussen ideaal en concrete situatie, tussen gevoelvolle romantiek en keiharde feiten aangevoeld als hij schrijft, dat de regering met, , keiharde feiten" rekening dient te houden, (blz. 124).

Wij missen in het boek de bespreking van bepaalde , , keiharde feiten", de determinatie van bepaalde bomen van vraagstukken, die wezenlijkt het bos van de rassenproblernatiek bepalen. '

In de eerste plaats wordt aan het anthropologisch vraagstuk van het onderscheid tussen blank en zwart geen aandacht geschonken. De typische psychologische, somatische en mentale verschillen tussen de rassen, waar wij ons in Holland geen voorstelling van kunnen vormen, maken juist de co-existentie in de samenleving van Zuid Afrika tot een uiterst gecompliceerd geval. Dit is het praktische probleem, waar iedere blanke dagelijks mee te maken heeft en waar het volk al drie eeuwen mee worstelt om tot een allen bevredigende oplossing te komen. De schrijver pleit voor integratie, maar confronteert deze niet met de praktische problematiek der mentaliteitsverschillen. Misleidend is de foto op de omslag van het boek van de in keurige costuums geklede naturellen. Zó keurig gaat de naturel in het algemeen niet gekleed, hij heeft er geen behoefte aan, de goeden niet te na gesproken.

Voorts werd het eugenetisch probleem van de rassenvermenging niet behandeld. Het is bekend, dat de anthropologen over de degeneratieve gevolgen van bloed vermenging zeer verschillend denken.

Ook het juridisch probleem of en in hoeverre de overheid het recht heeft in te grijpen in de huwelijksverbintenissen tot bescherming van het voortbestaan als volk, komt niet aan de orde. Ten onzent heeft de overheid dienaangaande enige bevoegdheden.

De theologische fundering van de apartheid door Afrikaners wordt te vlot geseponeerd met het oordeel van een „fundamentalistische bijbelgebruik" der Afrikaners. Men behoeft het nog niet met de bijbelse fundering der Afrikaners eens te zijn, om toch te erkennen dat er theologische problemen liggen aangaande de verhouding der rassen.

De schrijver geeft zeer uitvoerige mededelingen over de inzichten van prof. Keet en prof. Ben Marais, die beiden gereserveerd staan tegenover het apartheidsbeleid. Ik had het voorrecht hen beiden te ontmoeten en te spreken. Ik heb de indruk, dat prof. Keet toch minder scherp staat tegenover de apartheid dan ds. Buskes, wanneer hij het opneemt voor een „gedeeltelike apartheid mits dit as 'n tydelike maatreel gesien word" (Suid Afrika waarheen? , blz. 47, 48, 55). Het is eenzijdig, hen beiden alleen te noemen. De beschouwingen van prof. Gerdener, voorzitter van Sabra (Suid-Afrikaanse Buro vir Rasseaangeleenthede) en bekwaam zendingsgeleerde, die bij vele nationale en internationale conferenties een leidende rol heeft gespeeld, komen niet ter sprake.

De  door de schrijver hevig bekritiseerde verhuizing der naturellen van Sophiatown naar Meadowlands komt in een andere belichting te staan, wanneer wij bedenken, dat de naturellen op een onwettige wijze zich in het blanke gebied hebben gevestigd. Deze mededeling ontving ik van prof. du Preez, die van 1942—1946 predikant was van een gemeente die aan Sophiatown grenst. Hij deelde mij ook mede, dat op 9 februari 1956 de eerste verjaardag van de grote verhuizing als een godsdienstige dankdag door de naturellen is gevierd. Bij mijn bezoek aan Meadowlands in december 1955, heb ik grote tevredenheid bij de naturellen in hun huisjes kunnen constateren. Het zijn vier-kamerwoningen, waarop jonge paartjes in Amsterdam, die willen trouwen, maar geen woning hebben, jaloers zouden zijn. Door regeeringssubsidie is de huur niinder dan de blanken voor dergelijke huizen moeten betalen.

Op paradijsachtige wijze worden ons de , , oases in de woestijn der apartheid" als Masana, Enzezeleni, Wilgespruit enz. geschilderd, waar het alles , , zo voluit christelijk, zo voluit menselijk was. Hier overbrugt het Evangelie van Christus de tegenstellingen " Ik wil best erkennen, dat op die plaatsen ware christelijke liefde in praktijk wordt gebracht. Maar waarom deze eenzijdige voorlichting ? Waarom niet gewezen op andere inrichtingen, die uitgaan van de Afrikaanse kerken, als Dingaansitad, Krugersdorp, Worcester, Kutlwanong bij Germiston en meerdere, waar blanken, samen met de naturellenonderwijzers, zich wijden in opofferdende liefde aan de arbeid onder dove en blinde naturellen? Daar is alles evenzo , , voluit christelijk en voluit menselijk". Ik kwam diep onder de indruk van de beschaafde liefde, waarmede de heer Nieder-Heitmann in Kutlwanong, midden in de rimboe, met zijn naturellenmedewerkers arbeidt aan de geestelijke verheffing van doofstomme en doofblinde naturellen. Nog zie ik de van dankbaarheid stralende ogen der naturellen van oud en jong, waarmede ze opzagen naar de eerwaarde Esterhuysen, die tientallen jaren met het Evangelie onder hen heeft gewerkt. Van een rassenprobleem heb ik hier niets gemerkt. Waarom deze inrichtingen met hun resultaten en geestelijke sfeer niet vergeleken met de door de schrijver genoemde inrichtingen ?

Te weinig is ook de aandacht gevestigd op de internationaal-politieke factoren, die de beoordeling van het rassenbeleid in Z, -Afrika bepalen. Rusland, Amerika, Engeland en India hebben grote belangstelling voor Z. Afrika en wel uit andere, dan menslievende overwegingen (goudmijnen !). India met zijn overbevolking en kastenstelsel (!) heeft grote belangstelling voor het rijke Afrika met zijn wijde ruimten en stelt de Zuid Afrikaanse rassenaangelegenheid op de vergaderingen van de Verenigde Naties telkens op felle wijze aan de orde. En het is Amerika en Engeland er alles aan gelegen, dat India op de tweesprong tussen het communistische oosten en het democratische westen de laatste zijde kiest.... De schrijver suggereert (blz. 160), dat Z. Afrika alles moet doen om India voor zich te winnen. Door ontrouw te worden aan hun eigen eerlijke bedoelingen? Wat is de reden, dat niet alleen de blanken, maar ook de naturellen en de kleurlingen de Indiërs niet verdragen? De bewoners van Z. Afrika spreken wel ietwat minder sympathiek over de Indiërs dan de schrijver. *

De schrijver staat nog steeds voor het probleem hoe het komt, dat zowel de Afrikaans sprekenden als de Engels sprekenden — ook de United Party, de oppositie partij tegenover de regering — en vele naturellen, zoals hij zelf zegt (blz. 230) in , beginsel voor apartheid kiezen. Zou het soms komen, doordat ze wat langer dan drie maanden in Zuid- Afrika verblijf houden ?

Er zijn meerdere op- en aanmerkingen te maken, maar wij moeten ons beperken. In diepste zin komt het verzet van de schrijver tegen apartheid op uit zijn vraagstelling, of een blanke minderheid het recht heeft over de positie van een onontwikkelde zwarte meerderheid te beslissen. Men kan de vraag ook anders formulieren : of een blanke minderheid het recht heeft als volk zichzelf te blijven, terwijl zij daarbij de opdracht ziet de , , eigensoortige" ontwikkeling van de zwarte bevolking te bevorderen door dit volk op allerlei wijze in contact te brengen met de Westerse cultuur ?

Al deze opmerkingen willen niet suggereren, dat wij persoonlijk geen enkele reserve hebben tegenover de Zuid-Afrikaanse toestanden en van mening zijn, dat geen enkele correctie behoeft toepast te worden. Ze dragen ook niet de pretentie, dat de lezer nu beter en vollediger in de rassenproblematiek is ingeleid. Zij wilden alleen een kritischer instelling tegenover een pertinent standpunt bevorderen. , , Zuid-Afrika's aparheidsbeleid: onaanvaardbaar !" roept de schrijver uit. Wij achten zijn standpunt, zo gesteld en gegrond op een niet volledige voorlichting, onaanvaardbaar. Ook ten aanzien van deze zeer gecompliceerde problematiek geldt de Indische spreuk : Beter is het geheel blind te zijn, dan een zaak van slechts één kant te bezien.


*) Daamen N.V., Den Haag, 1955, ƒ 8.90.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 oktober 1956

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

APARTHEID

Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 oktober 1956

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's