De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

JEAN DE LABADIE

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

JEAN DE LABADIE

10 minuten leestijd

II.

Na het in het vorige artikel gezegde, zal het bij ons wel vaststaan, dat De Labadie een sterke persoonlijkheid was, die dus wel heel licht gevaar liep, tot een eenspanner te worden.

In zijn weervaren zien we bijzonder duidelijk getekend, hoe moeilijk zo'n markante persoonlijkheid het heeft in de gemeenschap, waarin hij leeft en waarmee hij geroepen is samen te werken en samen te leven. Met zijn nadruk op het persoonlijke geloof, op het desnoods alleen kunnen staan tegen allen en alles in, staat hij stellig midden in de Hervorming, zeg : naast Luther en Calvijn. Toch verschilt hij van hen in zijn doorzetten en doorzwenken, waardoor heel het kerkgezag, het gezag van de meerdere vergaderingen, waarin de kerk zich immers openbaart, voor hem wegvalt tegenover het gezag van het enkele geweten.

Het heeft altijd gespannen in de kerk tussen de plaatselijke gemeente en het geheel der kerk. Lees daar de Handelingen der Apostelen maar op na. In de Gereformeerde kerk is deze spanning altijd zeer sterk geweest, omdat daar de persoonlijkheid niet licht geofferd is aan de ambtelijkheid. In de kerkgeschiedenis komen we de naam, Brownisten of Independenten tegen. U kent ze misschien wel, want ze hebben in de kerk nogal kritiek opgeroepen. Ze dragen hun naam naar zekere Robert Browne, een engels theoloog, die leerde dat de plaatselijke gemeente geheel zelfstandig en onafhankelijk (independent) behoort te zijn. Andere gemeenten of enigerlei kerkverband hebben generlei zeggingschap over haar. De independente losse gemeenten kunnen zich samen voegen op voet van gelijkheid en vrijwilligheid, om welke oorzaak men deze mensen ook wel Congregationalisten noemt, (congregatie = samenkomst, zich samenvoegende mensen).

In de leer waren ze gereformeerd, maar in deze kerkopvatting zijn ze „geestelijker" dan Calvijn c.s. Het ambt heeft bij hen beperkter gelding en ze leiden dat daaruit af, dat elke aparte gemeente regelrecht door de Heere. Jezus Christus, het ware Hoofd der kerk, wordt geregeerd. Met deze opvatting hangt weer samen, dat ze de inwoning van de Heilige Geest in gemeente en kerk méér nadruk geven dan de Calvinisten en dus de heiligheid een kenteken van de ware kerk achten. We zouden kunnen zeggen : ze zijn daarin meer , , dopers" en lopen gevaar tot perfectionisme te vervallen, tot overschatting van de vermogens van de geestelijke, de herboren mens. De Gereformeerde kerken hebben hen dan ook scherp bestreden. Als we het hier kort geschetste leg­gen naast wat we al van De Labadie meedeelden, wordt ons de verwantschap wel heel duidelijk. Sprekend, dat hij, ongeveer tegelijk met het beroep naar Middelburg, ook beroepen werd in Westminster (voorstad van Londen), waar de gemeente sterke „brownistische" neigingen vertoonde. We zullen in het vervolg van ons relaas wel merken, dat Westminster dan het hart van, ds. De Labadie wel goed gepeild had.  Vrij spoedig komt het tot een conflict tussen De Labadie en de Waalse synode. Een nieuwe predikant had de belijdenis en kerkorde te ondertekenen. Dat werd De Labadie óok gevraagd. Het eert hem, dat hij maar niet gedachteloos en voor de vorm tekent, maar vroeg, de belijdenis eerst te mogen doorlezen. Dan treft hem, dat de hem voorgelegde belijdenis (natuurlijk in het Frans gesteld) verschilt van de z.g. Franse geloofsbelijdenis, die grotendeels met de Ned. Geloofsbelijdenis overeenstemt, en die hij al eerder in Frankrijk ondertekend had. En het eert zijn theologisch onderscheidingsvermogen, dat hij opmerkt, dat de verschillen belangrijk zijn, waar ze o.a. de vrije wil des mensen en het stuk der Drieëenheid betreffen. Begrijpelijk, dat hij weigert te tekenen en een gravamen (bezwaar) indient. Dat kan de Waalse synode wel billijken, maar niet, dat De Labadie de zaak fluks op de kansel brengt en daarbij geen vleiend beeld van de kennis en bevoegdheid der synode geeft. Inderdaad mocht de synode zich wel schamen, dat een nieuwkomer opmerkte, wat al de gezetenen over het hoofd gezien hadden. Maar nochtans kunnen we de hoge toon van De Labadie, die niet vrij is van zelfverheffing, onmogelijk waarderen. Hier blijkt al een vooringenomenheid en een wantrouwen tegenover de kerk, die wel sterk op beïnvloeding door de genoemde Brownisten moet wijzen. Misschien ook heeft men hem een en ander van de synode verteld, b.v. dat ze in meerderheid zijn idealen niet gunstig gezind was (wat dan ook een feit is), maar aanvankelijk is de houding der synode tegenover hem zeer welwillend. Had hij haar niet zo geprikkeld, alles zou anders zijn gelopen.

Want nu hij, onnodig, de synode onder vuur neemt, meent die, dat het nodig is, dat ze het vuur beantwoordt. Men ergert zich aan zijn , , adventistische'" neigingen, aan een en ander in zijn preken, en vooral wekt het bedenking, dat in zijn „profetie" ook niet ambtelijk bevoegden voorgaan.

Daar zien we ambt en geest in strijd. En stellig is dat geen heilige oorlog. Had de synode dan geen besef van een „priesterschap van alle gelovigen ? " Mozes was stellig een ambtsdrager. Wat sprekend, dat juist hij de verzuchting slaakt: Dat al het volk des Heeren profeten waren !

Aanvankelijk belooft De Labadie dat hij zal vermijden, enig , , adventisme" te propageren. Tot ergernis der synode en ook wel tot onze verwondering geeft hij dan echter toch een dik boek uit, getiteld : De heraut van de grote Koning Jezus.

Hij verkerfde het helemaal, door op dit boek ook geen synodale goedkeuring te vragen, zoals dat betaamde en regel was. We kunnen alleen erkennen, dat de synode het zeer schappelijk maakte, door de bedoelde belijdenis te willen herzien, waarna dan ondertekening zal hebben te geschieden. Maar een paar leerlingen van De Labadie moeten boeten. De één, de meest begaafde en geleerde der Labadisten, later De Labadie's opvolger, P. Yvon, wordt niet tot het proponentsexamen toegelaten. Twee andere leerlingen worden nog harder geraakt, doordat ze van het H. Avondmaal -worden uitgesloten en geen mtzicht op het predikambt hebben.

Dat moet de gemoederen in Middelburg wel zeer geprikkeld hebben. Middelburg weigert in een classicale vergadering te Vlissingen te verschijnen. Als de classis de minste is en te Middelburg vergadert, zeggen de Middelburgers u we denken er niet aan u te erkennen. Al meer beroept dus de plaatselijke gemeente zich op haar autonomie. We moeten daarom De Labadie's doen liever niet onkerkelijk noemen, maar zeer apart kerkelijk, n.l. independentistisch. Er doorheen speelt, dat de synode De Labadie c.s. vergeestelijk, dwepend vindt en die van hun kant de synode onbevoegd en vleselijk.

Het wordt hardop gezegd: synoden zijn maar mensenwerk ! Een levende, zeer persoonlijke vroomheid denkt er niet aan te bukken voor een zijns inziens verambtelijke, formalistische synodaliteit. De Labadie geeft nog een boek uit: De kerkelijke macht, waarin hij kerkvaders en hervormers als zijn geestverwanten voorstelt en tot de slotsom komt dat de synode aan de Schrift is onderworpen.

De Labadie wordt nu geschorst en de afzetting staat voor de deur. Nog aarzelt men en poogt, door een compromis elkaar te vinden. En ja : het lukt. Van beide kanten moet de lust, om tot het einde te gaan, dan wel hebben ontbroken. De Labadie erkent enig onrecht. Zijn leerlingen worden in eer hersteld. De wolken schijnen af te drijven.

Maar dan komen ze terug en dan breekt het onweer los. Nu door een heel andere aanleiding. In Utrecht woont een Waals predikant, Louis Wolzogen genaamd. Hij is, zoals velen, ook onder de Walen, een voorstander van de nieuwe filosofie. D.w.z. dat hij aan de kracht der menselijke rede heel wat toekent, dat hij aan de openbaring in haar noodzaak heeft ontnomen. Z'n desbetreffend boek heet: De uitleg der Schrift. Hij betoogt daarin o.a. dat sommige geloofswaarheden nooit voor de rede bereikbaar zijn, maar mysteriën blijven, b.v. de Drieëenheid. Andere kunnen, achteraf, door de gezonde rede worden begrepen, b.v. de verlossing(!). En een deel kan door de rede heel goed worden begrepen, b.v. het bestaan van God(!!). Hij vindt het nodig, in dit verband nog te verzekeren, dat een heiden de Schrift ook kan verstaan (redelijk !), soms nog beter dan een christen. Kortom : het is redelijkheid en verstandelijkheid wat de klok slaat. Dat de Schrift of , , het boek der ontmoeting", een van begin tot eind religieus boek, dus enkel door geloof (zondaarsgeloof!) is te verstaan, komt bij Wolzogen heel niet ter sprake. En begrijpelijk is hij erg bang voor : geestdrijverij : de Heilige Geest werkt toch wel rationeel, doet ons de Schrift zien, zoals ze is.

De Labadie zegt van dat boek — en terecht — dat de mysteriën van het geloof er in verraden worden. Hij noemt het — zakelijk, o.i. ook terecht — pelagiaans, sociniaans, arminiaans en papistisch. Een geestelijke en een verstandelijke opvatting van de Schrift botsen hier hard.

Wolzogen is boos door deze kritiek, die hij onjuist vindt en beroept zich op de synode. Die benoemt een commissie. waarin vooral vrienden van Wolzogen zitten, die het boek geheel orthodox verklaren. Of men ook voelhorens had ! Of men ook nog wist, wat bijbels-gereformeerd mocht heten.

De Labadie moet dus excuus maken of z'n aantijgingen waar maken. Hij doet natuurlijk het laatste. Hij zet daarin uiteen, dat in geloofszaken de betekenis van de rede zeer bescheiden en die van het hart groter is. Dat niet de schranderen en wijzen, maar de door de H. Geest verlichten, wedergeborenen de Schrift verstaan. De Schrift is rechter over de mens en Wolzogen wil het omgekeerde. Echt geloof in God en een z.g. natuurlijke Godskennis zijn twee dingen. Het is ons hier of we Amezius aan het woord horen. Alles samen : De Labadie handhaaft zijn beschuldigingen en verscherpt ze. Helaas, ook naar de vorm, die scherp en wondend is.

Op een volgende synode zet een kliek van Wolzogen's geestverwanten door, dat De Labadie geschorst wordt. We proeven daarin goed een haat tegen de fijnen, maar velen protesteren er tegen. En nu grijpt de (onlangs immers zo beledigde) classis moed : ze zet de hele Middelburgse kerkeraad af, kiest en bevestigt een nieuwe, met de predikant, die door De Labadie nooit was erkend als voorzitter. Het is duidelijk, dat men de , , lastpost" kwijt wil, zoals men later de , , lastpost" Kohlbrugge liet buitenstaan, omdat men rust begeerde.

Begrijpelijk, dat De Labadie daarom wat lacht en — conventikels gaat houden, nu bepaald on- en antikerkelijk. Finale afzetting is nu het gevolg. Maar dan trekt de Middelburgse overheid, die stellig steeds De Labadie genegen geweest was, de beschermende hand terug en verbiedt de conventikels. Als De Labadie ook dat negeert, wordt hem de kansel ontzegd en hij zelfs uit de stad verbannen. De separatie was van zijn kant voldongen en menens — welnu, dan van de kant van de stad óok.

Nog even een uitweg. De Labadie gaat in Veere wonen, niet ver van Middelburg. Daar stromen de Middelburgers nu 's zondags heen ter kerk. Niet lang, want de Staten van Zeeland treffen hem, zoals ze eens Koelman raakten : verbannen buiten de provincie. Dan vertrekt De Labadie naar Amsterdam, waar hij beschermers heeft. En de gesepareerde kerkgemeente wordt nu een gesepareerde huisgemeente. Haar lotgevallen houden ons de volgende maal bezig.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 oktober 1956

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

JEAN DE LABADIE

Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 oktober 1956

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's