DE GROTE VERBITTERING
Feuilleton
— Tenminste niet diè gelovigen, die weten te spreken van de nacht hunner verlorenheid, van hun ontlediging en Godsgemis en van de vrije souvereine genade Gods. — Dus hij zoekt een christendom zonder strijd ?
— Zo zou je 't op kunnen vatten. En over 't preken, nu ja, niet zozeer om wat je hoort, maar om wat je niet hoort. — Ja, ik begrijp 't.
— Maar wat de jeugd aanbelangt, hij zit er wel achterheen.
— Moeten ze nog veel loslaten in de wereld, of kunnen ze hun gang blijven gaan ? Tante Ada weet dat Oom Albert nu een punt aansnijdt van 't grootste belang en waar het juist op aan komt. Want een dienst in de wereld der zonde, is een dienst aan de satan. Elke jongen of meisje, dat voor Christus gewonnen wordt, zal onmogelijk anders kunnen, dan breken met de wereld en der wereld god.
Staat in het teken van de strijd met de driehoofdige vijand, de duivel, de wereld en het eigen vlees.
Alleen dan heeft het geloof zin, wanneer deze strijd spontaan gestreden wordt, met inzet van alle kracht. Ons gehele wezen moet er in betrokken zijn, want wie een vriend der wereld wil zijn en meedoet met de werelddienst, kan niet anders dan een vijand van God zijn. Onze gedachten, woorden en werken moeten God tot voorwerp hebben. Zijn glorie en verheerlijking. — Oom Albert, ze mogen alle genoegens houden, als ze maar geloven en in de gemeenschap der kerk willen opgenomen zijn.
—• Zouden deze mensen dan wel veel verschillen met de pharizeën uit Jezus' dagen, die vol vijandschap tegen Zijn leer en prediking van vrije genade opstonden? —In de grond zijn ze misschien hen gelijk. Wie niet haat zijn eigen leven, dus wie niet opgeeft zijn wereldse genoegens, die kan Mijn discipel niet zijn, zegt de Heere Jezus.
— Dus de jongen, die trouw de bioscoop bezoekt, zal dit mogen blijven doen en kan intussen tegelijk een goede catechisant zijn?
— Zo ongeveer. De dominee laat hen niet schieten en maakt er toch een gelovige van.
— Ada, ik geloof het zo, dat er wordt teveel aan beschouwing gedaan. Er wordt te veel gefilosofeerd. Alleen het naakte Woord van God moet gepredikt worden. Daar wil God Zijn zegen aan verbinden. Niet in de eerste plaats aan onze beschouwingen, maar Zijn eigen Woord doet Hij met kracht in de zielen dalen. Onze mening zegt zo weinig. Alleen de zuivere prediking van Wet en Evangelie, wondt en heelt. Een prediking, die neerwerpt en opricht. De arm makende prediking is het rijkste Evangelie. Maar vandaag is het zó, de zonde wordt licht geacht, de zonde der wereld is aan het kruis genageld, is weggedaan. Het komt zeker goed.
Maar de Here zegt het Zelf, dat Hij Zich zal overhouden een ellendig en arm volk, een volk, dat minder zonden gaat doen en evenwel steeds groter zondaar voor Hem wordt. No. 14. (Wordt vervolgd).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 oktober 1956
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 oktober 1956
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's