RASSENVRAAGSTUK IN ZUID-AFRIKA
, , ende onder dese wilde, brutale menschen, mogelijck sijnde, Uwe ware gereformeerde Christelijcke leere mettertijd mochte voortgeplant ende verbreijt worden, tot uwes H. Naems loff ende Eere "
Met een gebed werd de volksplanting aan de Kaap in 1652 begonnen. Jan van Riebeeck vaardigde daarbij de proclamatie uit, dat de dag van, aankomst — 6 april 1652 — als dank- en bededag moest worden herdacht , , ten eynde daar bij des Heeren weldaeden, aan ons bewesen, bij ons nacomelingen noyt vergeten, maer altijt tot Gods eere, ter gedachtenlsse in memorie gehouden mogen worden". Daarmee legde Jan van Riebeeck het fundament voor een theocratische staat, die zich ontwikkeld heeft tot de Unie van Zuid Afrika en mede door deze ontwikkeling te worstelen heeft met een groot probleem: het rassenvraagstuk.
Op tweeërlei wijze kan men heden ten dage dit probleem benaderen. Men kan vanuit de Westeuropese verhoudingen zonder kennis van de staatkundige en sociologische situatie van Z. Afrika dit vraagstuk beoordelen en dan komen tot een vernietigend oordeel over het apartheidsbeleid van de regering. Deze benadering is onredelijk tegenover het Zuidafrikaanse volk, vandaar hun diepe verontwaardiging waarmee het een dergelijke benadering en veroordeling radicaal afwijst. Men kan ook trachten de unieke positie op te merken, waarin Z. Afrika in de loop der geschiedenis ten aanzien van zijn rassenaangelegenheid is gekomen.
Zijn positie is uniek, gezien de numerieke minderheidspositie van het blanke ras, die wij noch in Amerika, noch in Australië aantreffen. Van de ruim 13 miljoen zijn 2, 8 miljoen blanken (21 procent), 9 miljoen naturellen (67 procent), 1, 2 miljoen kleurlingen (9 procent) en 400.000 Indiërs (3 procent). In de tweede plaats beschouwt de Zuidafrikaner zijn land als zijn vaderland, waar hij geboren is en waar zijn voorouders onder allerlei bedreigingen moeizaam een bestaan hebben opgebouwd, Toen de posities van de Nederlanders en de Engelsen in overzeese gewesten onmogelijk werden gemaakt, konden deze zich terugtrekken naar hun eigen moederland. Waar moet de Zuidafrikaner heen als zijn bestaan op de een of andere wijze onmogelijk 'wordt gemaakt ?
Voorts laten zij hun aanspraken op het grondgebied van Z. Afrika met recht gelden. Men gaat vaak van de foutieve gedachte uit, dat de Bantoes de ware inheemse bevolking van Z. Afrika vertegenwoordigen en dat deze door de Boeren zijn verdreven. Dit is onjuist. Toen Jan van Riebeeck in 1652 bij de Tafelberg aan land ging, vond hij daar geen Bantoes, maar Hottentotten en Bosjesmannen. Deze bevolkingsgroep sterft langzamerhand uit en is bijna verdwenen. De blanken trokken in de grote trek na 1830 naar het noorden en ontmoeten toen de Bantoes, die door onderlinge oorlogen van het noorden naar het zuiden trokken. Omstreeks 1800 waren zij nog niet verder gekomen dan Natal. Deze kafferstammen vernietigden elkaar te vuur en te zwaard. Het waren de Boeren, die de vrede tussen deze stammen wisten te herstellen, waardoor zij nu met het rassenprobleem zitten. Inplaats van vernietiging, zoals in andere delen van de wereld gebeurde, trachtten zij de naturellen bekend te maken met de geestelijke waarden van het Evangelie.
, , Last not least" hebben wij rekening te houden met de typische staatsopvatting der theocratie, die men nergens ter wereld op die wijze aantreft. Jan van Riebeeck stichtte een theocratische staat, die zich nauw aan het Woord Gods en de levenspraktijk der Gereformeerde religie verbonden wist. Dit theocratisch visioen is men door de eeuwen heen trouw gebleven. Daardoor is de geestelijke ontwikkeling in Z. Afrika anders verlopen dan in Nederland, waar naast het Calvinistisch geloof ook de tegenstroming van het humanisme zijn invloed heeft doen gelden. In de grondwet van Transvaal werd in 1846 vastgelegd, dat de leidende regering , , in ieder geval en onder alle omstandigheden zich zal gedragen naar de instellingen en de bepalingen, vervat in het heilig Woord, de Bijbel, hetgeen altoos als de hoogste wet onder ons zal en moet worden erkend". In 1948 werd onder Malan in de Grondwet de clausule opgenomen : , , Het volk van de Unie erkent de souvereiniteit en de leiding van de Almachtige God".
Om dit hoge ideaal van politiek en maatschapplijk handelen te verv/ezenlijken, moest aan twee voorwaarden voldaan worden. De kleine groep blanken — in 1800 was hun aantal nog maar 30.000 — zag zich in noodzaak geplaatst hun beschaving en godsdienst te beschermen tegenover de dreigingen van de omwonende primitieve volkeren, wilde men niet in de zee van zwarte barbarij ondergaan. Zo was , , apartheid" uit vrees voor een gedegenereerd nageslacht reeds vanaf de nederzetting aan de Kaap als een levensvoorwaarde voor de voortduur van eigen volksbestaan en cultuur gesteld. , .Apartheid" is dus niet een uitvinding van Malan, maar is met het wezen van het volksbestaan gegeven. Malan voerde dit Afrikaanse woord in in plaats van het Engelse , , segregation", dat Smuts gebruikte.
De tweede voorwaarde was de opdracht van Godswege de gekleurde volkeren als christenen tegemoet te treden, hen op te richten uit hun geestelijke en zedelijke ellende en hen met het Evangelie bekend te maken. Busken Huet, die men moeilijk van Calvinistische sympathieën kan verdenken, schrijft in zijn boek , , Het land van Rembrandt" over de Zuidafrikaners : , , Werkelijk is de omgang der Nederlanders met deze Nomadische inboorlingen meestal een toonbeeld van zachtzinnigheid en lankmoedigheid geweest, en nauwelijks kan gezegd worden dat van tien hottentotse trouweloosheden één door hen gewroken is. Geen enkele maal waren zij de eersten deze grote kinderen leed te doen". Toen in Amerika de slavernij nog heerste, onderwezen de Boeren hun Naturellen in de Gereformeerde religie.
Deze twee factoren, die voortvloeien uit het politieke geloofsideaal, dat men zich in 1652 stelde en dat men nog altijd trouw is, hebben zich diep in de ziel van het volk ingegrift, hebben hun politieke visie gevormd en hun eigen maatschappelijke structuur bepaald. Renaissanse, revolutie en socialisme gingen aan de geestesgeschiedenis van het Z. Afrikaanse volk voorbij. Men wilde als volk een eigen blanke natie 'blijven met een Calvinistische inslag, een recht, dat men een volk moeilijk zal kunnen ontzeggen.
Dit theocratisch ideaal is in de laatste 150 jaar aangevochten. Allereerst door het Engelse gouvernement sinds 1806, dat gelijke politieke rechten wilde toekennen aan de gekleurde bevolking. Niet uit menslievendheid, maar om op die wijze de Boeren tegenover de gekleurden uit te spelen. In de tweede plaats door het Engelse kapitaal, dat de goudmijnen rondom Johannesburg na 1886 ging exploiteren en vele naturellen als mijnarbeiders aan het werk zette. Deze naturellen kwamen en komen uit de kampongs met hun oeroude gewoonten en zeden en zij kunnen de plotselinge confrontatie m.et de Westeuropese toestanden niet aan. Door , , ontstamming" en urbanisatie staan zij met hun lager beschavingspeil bloot aan de gevaren van geeselijke en zedelijke ontwrichting, waardoor zij een bedreiging vormen voor de samenleving.
Deze situatie is dan ook één van de belangrijkste motieven voor apartheidspolitiek der Zuidafrikaanse regering. Zij wil de naturellen in hun eigen stamverbanden tot hogere ontwikkeling brengen. Voor de direkte dienst aan de Bantoebevolking besteedt de regering thans bijna 25 miljoen pond, dat is 9 pond of 90 gulden aan belasting- per ziel van de blanke bevolking. Door verbetering van onderwijs en woningtoestanden, aankoop van grond en bevordering van landbouw en veeteelt, doet de regering al het mogelijke om de naturellen op hoger beschavingspeil te brengen, Medische diensten worden gratis aan de naturellen door geneesheren van regeringswege aangeboden. Ouderdomspensioen wordt gegeven aan naturellenmannen boven 65 jaar en aan naturellenvrouwen boven 60 jaar. Intellectuele naturellen wordt het mogelijk gemaakt hun diensten aan het volk aan te bieden om zo met de blanken hun volk op hoger niveau te brengen. Bloedvermenging tussen blank en gekleurd wordt tegengegaan uit vrees voor degeneratie van het nageslacht. Ook de naturellen wensen raszuiverheid. Men wenst op de duur territoriale scheiding om de verhoudingen tussen de rassen tot een betere harmonie te brengen, want ook de kleurlingen, de Indiërs en de naturellen verdragen elkaar niet, noch de naturellenstammen elkaar onderling.
Dat aan dit apartheidsbeleid grote moeilijkheden verbonden zijn — ik denk aan de economische sector van de goudindustrie — zal niemand ontkennen, dat sommige maatregelen in onze Westeuropese oren vreemd klinken, is buiten kijf. Dit alles neemt niet weg, dat voor een billijke beoordeling vereist is oog te hebben voor de unieke positie, waarin het Zuidafrikaanse volk door allerlei omstandigheden geraakt is, welke het onmogelijk maken de situatie dtf? r zó maar met onze gebruikelijke normen hier te meten.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 november 1956
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 november 1956
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's