ONBEDACHTZAAM GETUIGENIS
Uit de veelheid van publicaties, overwegingen, open brieven, enz., rondom de synodale Oproep inzake Nieuw-Guinea, zijn enkele positieve uitspraken voortgekomen: '
1. Nieuw-Guinea worde niet overgedragen aan Indonesië. , , De Synode dringt er niet op aan dat de Nederlandse politiek in die richting zal worden geleid. (Zie de Overwe-gingen n.a.v. de Oproep).
2. Nieuw-Guinea worde niet gesteld onder het beheerderschap van de: Verenigde Naties, met Nederland als besturende autoriteit. Ook deze oplossing , , wordt niet door de Synode overgenomen". (Overwegingen).
De door de Synode gevraagde bezinning mag dus uiteindelijk niet leiden tot een van deze twee oplossingen van het vraagstuk Nieuw-Guinea. Dit is nu wel duidelijk geworden. Trouwens van meet af is van de zijde der Synode de gedachte dat de synodale Oproep neerkomt op : , , 'Geef Nieuw-Guinea aan Soekarno prijs", als onjuist en niet-passend afgewezen.
Evenwel, vóórdat de bezinning inzake Nieuw-Guinea kon beginnen, werd alvast door de Synode vastgelegd dat, , Nederland bereid zal moeten zijn, zijn aanspraken om alléén op eigen gezag Nieuw-Guinea te besturen, te laten vallen en toe te stemmen in een regeling van bestuur, in een zodanige overeenstemming met de volkerengemeenschap, dat zowel de beste behartiging der bevolkingsbelangen als de grootst mogelijke staatkundige stabiliteit redelijkerwijs gewaarborgd is".
Ziehier de centrale zinsnede van de Oproep (later herhaald in Overwegingen), waarop de kritiek in het bijzonder is losgebrand.
Door deze uitspraak was de bezinning op het probleem Nieuw-Guinea immers van meet af niet naar alle kanten open, maar gebonden. Gebonden aan een door de Synode bepaalde richting. Ik vraag in alle ernst of deze richting door de Heilige Schrift werd aangewezen ? De Synode wilde immers over de vragen aangaande Nieuw-Guinea denken en spreken , , naar het licht van Gods Woord" ? Zinvoller gezegd : Hebben zij, die deze Oproep lieten uitgaan, daarmee gehoor gegeven aan de stem van de Meester, die tot déze daad riep ? Ook zou ik willen vragen of reeds van te voren op grond van de Schrift vaststond dat de hier'boven ad 1 en 2 genoemde oplossingen bij voorbaat verwerpelijk waren ?
Ik meen dat het een, noch het ander vanuit de Schrift geargumenteerd kan worden, en dat dus de synodale uitspraak dat , , Nederland bereid moet zijn zijn aanspraken om alléén op eigen gezag Nieuw-Guinea te besturen, te laten vallen", kerkelijk gesproken, over de schreef gaat. In plaats van afstand te nemen t.a.v. een min of meer concrete politieke oplossing, heeft de Synode zich gewaagd in het struikgewas der politieke meningen, met al den aankleve en gevolgen van dien.1)
Naar mijn vaste overtuiging ligt hier het ernstigste bezwaar van duizenden leden onzer kerk. Deze leden willen niet dat de Ned. Hervormde Kerk devalueert tot een instituut waar allerlei politieke overwegingen een minstens even grote rol spelen als de gehoorzaamheid aan het Woord Gods. Deze leden zijn er ook van overtuigd dat dit , , moderne apostolaat" de verwereldlijking van hun kerk mede in de hand werkt. Verder menen zij dat aan de politieke bemoeienis der kerk een grens is gesteld. Zij herinneren zich dat prof. Aalders eens gezegd heeft, dat de kerk op het gebied van het z.g.n. natuurlijke leven , , zeer voorzichtig moet zijn, omdat dit leven zijn eigen bestanddelen, kenwijzen, wetten en organen heeft". De juistheid van dit wijze vermaan is de laatste jaren wel gebleken ! , , Op politiek, sociaal, wetenschappelijk terrein komt het der kerk niet toe allerlei uitspraken te doen, allerminst in de actuele en speciale vraagstukken van de tijd, de dag, het ogenblik". De kerk mag, ja moet getuigen dat Jezus Christus de zijnen roept Hem te volgen op elk levensterrein, maar verder reikt de bevoegdheid van de kerk niet. Zij heeft een eigen en geheel enige taak: de prediking van het Evangelie van Jezus Christus aan de ganse schepping. , , Men behoeft niet bang te zijn dat zij hierdoor haar invloed beperkt. Zij moge die invloed begrenzen, naar die mate verdiept zij hem ook te meer. Het Evangelie is waarlijk revolutionair genoeg". 2)
Als de Synode dit alles had bedacht, dan waren opbouw èn inhoud van de Oproep principieel anders uitgevallen. Dat de Synode over de kwestie Nieuw- Guinea gesproken heeft zoals zij heeft gedaan, vindt zijn oorzaak hierin, dat de synodale uitspraken de laatste jaren sterk beïnvloed worden door een bepaalde theologie. Deze theologie overschrijdt telkens de grenzen van haar 'bevoegdheid. Ik herinner in dit verband aan de synodale uitspraak inzake de geruchtmakende kwestie , , Hardegarijp" (1951) en aan het befaamde Herderlijk Schrijven over het Christen-zijn (1955).
Maar laten wij nu eens aannemen dat de Synode met haar politieke uitspraak „Nederland zal bereid moeten zijn" enz. een alleszins verantwoord kerkelijk getuigenis heeft gegeven. Dan zou daarbij terstond opgemerkt moeten worden dat Nederland reeds nu volstrekt niet , .alléén op eigen gezag" Nieuw-Guinea bestuurt, maar dat het dat doet in overeenstemming met art. 73 van het Handvest der Verenigde Naties, en dat het over dit bestuur regelmatig inlichtingen verstrekt aan de secretaris-generaal dier instelling met betrekking tot de economische, maatschappelijke en onderwijstoestanden in dit gebied. Daartoe heeft Nederland hef beginsel erkend dat de belangen van de inwoners van dit gebied, dus van de Papoea's, allesoverheersend zijn. Als een heilige vertrouwensopdracht heeft Nederland de verplichting aanvaard het welzijn der Papoea's tot het uiterste te bevorderen, het zelfbestuur te ontwikkelen en daarbij behoorlijk rekening te houden met de politieke aspiraties van dit volk: (Vergelijk de tekst van art. 73 van het Handvest).
Ik meen dat een land dat zulke verplichtingen op zich neemt en in de harde werkelijkheid met geestkracht 'en wijsheid, zij het dan met vallen en opstaan tracht uit te voeren, inderdaad , , de belangen van de bevolking op de beste wijze behartigt en de grootst mogelijke staatkundige stabiliteit redelijkerwijs waarborgt".
Laat ik echter nogmaals met de Oproep meegaan en aannemen dat Nederland „alléén op eigen gezag" Nieuw-Guinea bestuurt. Dan zou daarin, volgens de Synode althans, op den duur verandering moeten komen. In de toekomst zal Nederland samen met een ander Nieuw- Guinea moeten besturen, De vraag wordt dan : wie zal die ander zijn ? In de discussie, waarin niet alleen de principiële vragen, maar ook (overeenkomstig de centrale zinsnede van de Oproep) mogelijke praktische oplossingen aan de orde kwamen, zijn als toekomstige medebestuurders Indonesië en Australië genoemd. In de werkelijkheid der hedendaagse verhoudingen zal echter volgens vooraanstaande zendingsmensen, een bestuur van Nieuw-Guinea door Nederland en Indonesië samen volstrekt onmogelijk zijn".) Maar dan zal , , de bedenkelijke spanning" tussen beide landen niet minder en hun , , diepgaand geschil" (zie de aanhef van de Oproep) niet beslecht worden.
Gesteld dat een gemeenschappelijk bestuur van Nederland met Indonesië of van Nederland met Australië tot de praktische mogelijkheden behoorde, dan zou Indonesië, toch in elk geval de grote ontevredene blijven. Want het is Indonesië om Nieuw-Guinea te doen en zulks zonder enige'beperking. Overdracht van Nieuw-Guinea aan Indonesië (de door de Synode gewraakte oplossing!) is voor Soekarno en de zijnen blijk'baar gebiedende eis !
Wat zullen wij verder van dit alles zeggen ? Uit de discussie over en om de Oproep heen is wel gebleken hoe verwarrend dit onbedachtzaam getuigenis der Synode in en buiten onze kerk heeft gewerkt. Ik krijg bij het lezen van wat er nog bijna dagelijks over deze zaak wordt gezegd en geschreven, de indruk dat men er in brede kring weinig meer van begrijpt. Zendingsmensen retireren t.a.v. de Oproep : het zou een ramp betekenen wanneer de Papoea's werden uitgeleverd aan Indonesië! 3) Maar dit staat, zoals terecht is opgemerkt, niet in de Oproep, noch in de Overwegingen.
Ondertussen is in de laatste 'maanden de kloof tussen de Synode en het kerkvolk weer wijder geworden. Alle misnoegen dat er is over de gang van zaken in onze kerk, heeft zich om déze Oproep geconcentreerd. Hier ligt een schrijnende en gevaarlijke werkelijkheid voor ons. Een werkelijkheid, die alleen kan worden verzacht, wanneer de Synode op ingebonden kerkelijk-verantwoorde wijze en in ondubbelzinnige taal aan heel de kerk en heel het volk verklaart wat zij precies bedoeld heeft met haar Oproep inzake Nieuw-Guinea.
De Synode zou echter kerk en volk, en niet in de laatste plaats zichzelf, een bétere dienst bewijzen, indien zij dit onbedachtzaam getuigenis terugnam.
1) Over die aankleef met zijn bewuste en. onbewuste, maar veelal ongrijpbare en daarom moeilijk onder woor^den te brengen sentimenten, weid ik hier niet üit. Evenwel heeft dit hele complex van gevoelens om de Oproep heen, de discussie van imeet af vertroebeld. Over de gevolgen kan ik kort zijn : Onze kerk verwordt steeds meer tot een huis, dat tegen zichzelf verdeeld is.
2) Prof. dr. W. J. Aalders, Kerk en kerken, bladz. 30;
3) Aldus o.a. ds. P. J. Mackaay van „Oegstgeest" in een onlangs te Zeist gehouden zendingsbij eenkomst.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 november 1956
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 november 1956
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's