De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

DE BEJAARDEN I

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

DE BEJAARDEN I

7 minuten leestijd

Steeds meer wordt er aandacht gevraagd voor het vraagstuk van de bejaarden en hun verzorging. Moge het zo zijn, dat velen tot de z, g, n, , , vergeten groepen" zijn gaan behoren in de discussies worden ze bepaald niet vergeten. Het schijnt, dat in onze eeuw iedere bevolkingsgroep zijn beurt krijgt. Men heeft deze eeuw wel genoemd de eeuw van het kind ; anderen noemen hem de eeuw van de vrouw, omdat haar positie in de maatschappij wel sterk gewijzigd is. Weer anderen spreken van de eeuw van de jeugd, omdat de vragen van het opgroeiende geslacht nog nooit zo breed besproken zijn als in de laatste jaren. Wij zouden nu ook nog kunnen gaan spreken over de eeuw van de bejaarden. Straks zal immers de algemene ouderdomsvoorziening in werking treden en voorts zien wij, hoe allerwegen tehuizen voor bejaarden worden ingericht. Het is wellicht het beste onze eeuw de eeuw van de mens te noemen. Waar tussen allerlei machten de .mens welhaast wordt doodgedrukt en hij op velerlei wijze van zijn waardigheid wordt beroofd, is de mens zelf en zijn de menselijke verhoudingen tot een probleem geworden. Verschillende takken van wetenschap, die zich met de mens bezig houden, hebben, in onze eeuw een wijde vlucht genomen, b.v. de psychologie en de sociologie. Een onderdeel van dit brede terrein is ook de toenemende zorg voor de bejaarden.

Men spreekt terecht van de , , vergrijzing" der bevolking. Niet, dat de mensen ouder worden, maar wel worden naar verhouding meer mensen oud. Door de gezondheidszorg is de kindersterfte sterk afgenomen, door betere arbeidsverhoudingen bereiken 'meer mensen de pensioengerechtigde leeftijd, In 1900 was 6% van de bevolking ouder dan 65 jaar, in 1950 was dat 7, 8% en als er geen ingrijpende dingen gebeuren, zal dat in 1980 11% zijn. Het is duidelijk, dat deze ontwikkeling om voorzieningen vraagt, die dan ook gelukkig steeds meer getroffen worden.

Ook de positie van de ouderen is nogal ingrijpend gewijzigd. Vroeger stonden de ouden in hoge ere. Zij waren degenen die het leven uit ervaring kenden en daardoor met hun levenswijsheid een licht konden zijn voor het komende geslaclit. Men zag hoog tegen hen op, want zij gaven de toon aan. Men sprak van de nestor, dat was iemand, naar wie met aandacht en eerbied geluisterd werd. Wij kennen nog wel, al zou het alleen uit de 'boeken zijn, die families waarin de grootvader een bijzonder geëerde plaats innam en de vraagbaak van de jongeren was. De voorwaarde voor deze verhouding is in veel opzichten weggevallen, want dit voorgaan van de ouderen veronderstelt, dat de toestanden in hoofdzaak gelijk gebleven zijn. Als de ouden dan zeggen: wij deden het vroeger zó, zal dat voor, de jongeren alleen gezaghebbend kunnen zijn, wanneer zij het ook zo kunnen doen. Maar zo is het helaas (? ) niet meer. Als wij even denken aan de verhoudingen en toestanden van ongeveer 1900, en die van nu, zien wij twee verschillende werelddelen voor ons. De jongeren van nu zullen, wanneer ze oud geworden zijn, in veel opzichten anders zijn dan het voorgeslacht. Vroeger was de maatschappij goeddeels ingesteld op landbouw en handenarbeid, tegenwoordig speelt de techniek en de machine veel meer een overheersende rol. Laten wij alleen maar denken aan de snelle wijziging, die zich in de loop van een beperkt aantal jaren in onze eigen omgeving heeft voltrokken. Veel van het leven van nu kunnen de ouderen niet meer begrijpen, laat staan, dat ze er eengezaghebbend woord overzonden kunnen spreken. Ze moeten het aan het huidige geslacht overlaten en staan er ietwat vreemd naast. Daardoor zijn er voor de nestor-figuur niet veel mogelijkheden meer. Zelfs in de landbouw zijn de verschillen in opvatting en praktijk welhaast tastbaar. Zodoende zijn velen vroeg oud en is 't te begrijpen dat men vaak verlangt naar zijn pensioen, omdat men toch al het gevoel heeft niet meer mee te kunnen. Wij constateren deze verschuiving met spijt, omdat hierdoor iets waardevols uit onze samenleving bezig is te verdwijnen. Toch liggen de feiten zo en daaraan valt niets te veranderen. De klok kan niet worden teruggezet. Zo zijn dus de ouderen een duidelijker afgegrensde bevolkingsgroep geworden, met alle nadelen en spanningen die daar het gevolg van zijn.

Men kan de vraag stellen: wanneer behoort men tot de bejaarden ?

Een vraag, die gemakkelijker gesteld kan worden, dan beantwoord. Wij lezen van de Levieten, dat ze op 50-jarige leeftijd van hun dienstwerk werden vrijgesteld. Daarna mochten zij nog wel werk doen, maar ze waren daartoe niet meer verplicht. 50 Jaar was dus de pensioengerechtigde leeftijd, maar men werd dan niet zó uit zijn werk gezet dan tegenwoordig. Voor ons is ook de ouderdom wettelijk geregeld ; als men 65 jaar geworden is moet men het werk neerleggen en wordt men in het vakje van de bejaarden gezet. Daar zit iets gewelddadigs in, dat door velen, die op die leeftijd nog vitaal mogen zijn, als iets pijnlijks wordt ervaren. De bureaux met hun ambtenaren en hun formulieren hebben nu eenmaal regels nodig, die moeten worden uitgevoerd. Dan was de regel voor de Levieten héél wat soepeler ; wij zouden óok kunnen zeggen; heel wat menselijker. Bij ons doet het er niet toe, of men- nog flink is of niet, volgens de wet is men te oud geworden.

Wij kunnen niet met een bepaalde leeftijd het begin van de ouderdom vaststellen. Wij kunnen wel vragen : wat is eigenlijk ouderdom ? Dat is, dat het proces van de afbraak van het menselijk leven de overhand krijgt over het proces van de opbouw. Beide processen zijn in ieder mens voortdurend aan de gang, maar op middelbare leeftijd houden ze elkaar in evenwicht. De opbouwende krachten zijn het sterkst in de moederschoot ; direkt na de geboorte neemt de groei snel in capaciteit af. Daarom is het ook in lichaemlijke zin volkomen waar, als het doopsformulier het hele leven een gestadige dood noemt. De afbraak begint inderdaad terstond na onze geboorte; de vernieuwende krachten, die eerst de overhand hebben, nemen steeds meer af en in de ouderdom nemen ze de leiding over.

Als de wet voor de Levieten spreekt over 50 jaar als het begin van de ouderdom, is dat een gedachte die steeds meer door de medische wetenschap bevestigd wordt. Omstreeks die leeftijd ondergaat ieder, vooral de vrouw, maar ook de man, .lichamelijk belangrijke veranderingen. Men spreekt niet voor niets van , , de moeilijke leeftijd" of van „de overgangsjaren". Het lichaam begint dan af te sterven en de verzwakking neemt gaandeweg toe.

Ais gevraagd wordt naar datgene, waarin de ouderdom zich onderscheidt van de andere leeftijden, is het niet zo gemakkelijk daarop een antwoord te geven. Dr. Gilhuis, die onlangs promoveerde op een boek over: , , De pastorale zorg aan bejaarden" (een zeer lezenswaardig boek voor ieder, die zich op dit terrein beweegt), maakt onderscheid tussen welgeteld 18 verschillende typen van bejaarden. Daar wordt de zaak niet eenvoudiger door. Het typische van de jeugd is gemakkelijker te omschrijven dan dat van de ouderdom. Dat komt vooral, omdat het zo geheel verschillende levensomstandigheden zijn, die de bejaarden hebben gestempeld. Men heeft het leven goeddeels achter de rug en men werd er vaak zeer pijnlijk door geschonden. Vreugde en verdriet werden doorleefd en dat liet vaak diepe sporen achter; veel zorgen werden verwerkt en men begint het te begrijpen dat de bijbel het uitnemendste ervan moeite en verdriet noemt. Jakob spreekt over weinige en kwade dagen en veel ouderen gaan dat onderschrijven. Het leven was geen pleziertocht, maar er moest hard en soms bloedig gestreden worden. Al die ervaringen drukken een bepaald stempel op de ouderdom.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 november 1956

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

DE BEJAARDEN I

Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 november 1956

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's