DE GROTE VERBITTERING
Feuilleton
— Dan was ie niet van jou, maar van dat mens !
— Maar ik had 'm dan eerlijk gevonden. Ja!
— Hoe vind je het, als ze een duif van jou houden? Wat zeg je dan?
— Dat is sport! En ze hebben ringen aan, met nummers er op. Dat is gloeiend gemeen, als ze die houden!
— En die broche dan ?
— Dat is héél iets anders !
— Dat is héél iets anders !
Kees beseft heel goed, dat er met Herman niet te praten valt. Hij wil altijd tegen de draad in werken. Als ik het maar heb, dat is zijn parool. Van verbod of gebod trekt hij zich niets aan. Hij doet wat goed is in z'n ogen,
— Ga je zeis maar haren, dat is beter, zegt Kees.
— Een mooie verhouding, peinst hij. Zou iemand nu werkelijk zó kunnen denken ? De mens is verblind, als hij het voordeel alleen voor zichzelf zoekt.
Herman slaat het haarspit in de grond en vat de hamer in de hand. Hij zal er even langs gaan. Met een tien minuten kan de zeis wel weer scherp zijn. Goed gereedschap is immer weer het halve werk. Ondertussen berekent hij het voordeel, als liij de broche eens zou vinden. Kees strijkt de zeis met de wetsteen en begint weer te maaien. Een auto snort voorbij. Hè, aan dat verkeer moet hij even wennen. De koekkoek roept zijn naam in het Hoogkalse bos. Dat is een vertrouwde klank in het voorjaar. De zon rijst al hoger. Het wordt warm vandaag.
Als Kees een meter of tien gemaaid heeft, moet hij de zeis weer wetten om de snede vlijmscherp te krijgen.
Maar dan gaat het weer uitstekend. Totdat Daar schuurt de zeis langs een stuk straatsteen. rang!
— Dat is jammer, zegt Kees spijtig.
Daar lig ik eèn eind mee achterop. Hij licht de zeis omhoog en beziet de snede. Dat heb je, als je moet maaien langs een straatweg.
Het is om te huilen. De snede ligt helemaal om.
Daar zal de haarhamer aan te pas moeten komen. Terwijl Kees ; in perikel is over z'n zeis, prakkizeert Herman over de gouden broche. Hij verheugt zich reeds in het bezit. Ha, ha, hij zal ze allemaal uitlachen. Vol ijver hamert hij op de zeis. Kees probeert het eerst nog met de wetsteen, maar de zeis blijft stomp. Hij loopt naar Herman en laat hem de zeis zien.
— Ik meende, dat ik het hoorde, zegt Herman.
— Dat is pech hebben.
Maar allee, daar wordt goed aan verdiend. Kees bekijkt de zeis, terwijl hij op z'n knieën in de graskant ligt. Onwillekeurig komt hem dezelfde mevrouw vo.or de aandacht. Wat was ze in de war om haar kostbaar bezit, dat ze nu verloren had. Het kwam nu op de eerlijke vinder aan.
— Ik zou wel willen, dat ik hem vond, dacht Kees. tk geloof dat ik mijn werk liet liggen om hem direkt bij die mevrouw te brengen. Misschien zou ze wel zeggen : Wees blijde met mij, want de broche is gevonden, die ik verloren had. En wat zou hij zich mèt haar mogen verheugen in het bezit, dat haar rechtmatig toekwam.
No. 19.
(Wordt vervolgd).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 december 1956
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 december 1956
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's