ADVENTSTROOST
Troost, troost Mïjn volk, zal ulieder God zeggen ; spreekt naar het hart van Jeruzalem en roept haar toe, dat haar strijd vervuld is, dat haar ongerechtigheid verzoend is. (Jesaja 40 vs. 1, 2).
De dagen worden korter, de nachten langer, het zijn de donkere dagen voor kerstfeest.
Ook in de wereld wordt het hoe langer hoe donkerder. , , Wachter, wat is er van de nacht? De morgenstond is gekomen en het is nog nacht".
In de kerk en het kerkelijk leven ziet het er ook donker en troosteloos uit.
Het lied van de enige troost in leven en sterven hoort men weinig zingen. Vele ongetroosten gaan zuchtend hun weg.
Maar nu gaan de adventsklokken luiden, sterker en sterker wordt hun geluid :
Het daget in het Oosten, Het licht schijnt overal; Hij komt de volken troosten, Die eeuwig heersen zal.
En de boodschap van de boven afgedrukte tekst luidt: „Troost, troost Mijn volk, zal ulieder God zeggen".
Wat is troosten? Eigenlijk betekent het: doen opleven, doen herademen. Er was dus een droevige, benauwde tijd voor het volk, dat getroost moet worden. In het land der twee stromen, hadden ze de harpen aan de wilgen gehangen : , , Hoe zullen wij een lied des Heeren zingen in een vreemd land? "
Alles waren ze kwijt: hun land, hun tempel, hun stad. Er scheen aan de ballingschap geen einde te komen..
Zulke mensen moeten getroost worden ! Dat is geen gemakkelijke taak! Wat moeten we tot zulke mensen zeggen. Ze zullen alleen getroost worden als ze weer terug krijgen, wat ze kwijt w^aren.
Misschien zijn er ook zulke troosteloze zielen onder de lezers van deze meditatie.
Hun blijdschap is weg, ze hebben het zo donker. Ze stemmen van harte in met de psalmdichter:
"'k Schatte mij geheel verloren, 'k Mocht van géén vertroosting horen".
Wat doet de Heere met zulke mensen ? Hij geeft de opdracht: Troost dat bekommerde volk, spreek naar het hart van Jeruzalem, d.w.z. spreek ze bemoedigend en vertroostend toe.
Wat een wonderdoend God hebben wij. Door eigen schuld kwamen ze in de ballingschap; door moed- en vrijwillige ongehoorzaamheid heeft de mens zich in zijn troosteloos bestaan gestort.
Ze hadden verdiend daarin te blijven! Maar de bijbel vertelt van God, dat er bij Hem innerlijke beweging der barmhartigheid is.
Bij de Heere is een sterke drang en verlangen om aan die ellende een eind te maken. Hij kan het niet langer aanzien : Troost, troost dat volk, zegt Hij. Dit is één der deugden Gods.
Vanaf de val van de mens in het paradijs, heeft de Heere de genadeboodschap laten verkondigen. Daarom is het advent. Het werd ook kerstfeest in de komst van Christus als de vertroosting Israels. De engelen zongen : „in mensen een welbehagen". Dat is het eeuwig welbehagen. Door U, door U alleen, om 't eeuwig welbehagen.
We moeten terug naar de eeuwigheid, want van eeuwigheid af had de Heere gedachten des vredes voor een volk, dat verloren ligt in zonde en schuld. En nu is er geen zonde, die nog in ons is, die zou kunnen verhinderen dat God ons niet in genade zou aannemen. Hij doet het niet om onzentwil, maar om Zijns groten Naams wil.
De christelijke godsdienst is de religie van troost. De catechismus is het troostboek : Wat is uw enige troost ?
, , Troost, troost Mijn volk", zal uw God zeggen.
Maar er zal plaats moeten zijn voor deze boodschap van troost. Daarom is nodig een ontdekkende prediking. De Heilige Geest overtuigt van troosteloosheid, door een mens te leren dat hij God (en dus alles) kwijt is.
Dan wordt zalig worden een volslagen onmogelijke zaak aan des mensen kant: is er nog wel een middel om tot genade te komen ?
Dan wordt het Godsgemis het grootste gemis. O, wat gaan we dan Augustinus verstaan: „alles wat Gij mij schenkt is gering en nietig, als het niet U zelf is, o God!"
Zo'n ziel is pas waarlijk getroost, als hij door genade weer de gemeenschap met God kent en kan zeggen: „God is mijn licht, mijn heil, mijn troost!"
Wat een rijke inhoud heeft deze boodschap : , , haar strijd is vervuld, haar ongerechtigheid verzoend, en van de hand des Heeren dubbel ontvangen voor al haar zonden".
Dat kan alleen door Christus. Jesaja 40 is alleen te verklaren in het licht van Jesaja 53.
Over Jesaja 40 ligt de zwarte schaduw van het kruis van Golgotha, waar Christus leed voor de zonde en volkomen de ongerechtigheid verzoende, Dat is de blijdschap in het troostboek van Jesaja.
Hij komt troosten, door de adventsklok te luiden: , , Hij komt. Hij komt!" O, het ligt alles in één lijn: verlossing uit ballingschap, daarachter: de kribbe van Bethlehem, waarin de vertroosting Israël wordt gelegd; daarachter : het kruis. Christus in de wereld gekomen om zondaren zalig te makert
Wij hebben geen sociale Jezus; met zo'n Jezus houdt een mens het niet vol in een wegstervende wereld.
Een mens zal het alléén uit kunnen houden als hij deel heeft, door het werk van de Trooster, aan de enige troost, dat je in leven en sterven Christus toebehoort.
Hij spreekt van vrede en troost; de troost der verzoening met God, de gratis troost, dat de schuld uit het boek is weggedaan.
Daar zal plaats voor zijn, als een mens zich als een gevangene in de macht der. zonde en een ongerechtige, leert kennen.
Och, wat wordt in de strijd der heiligmaking door Gods volk nog weinig genoten van die vervulde strijd en die verzoende ongerechtigheid.
Telkens maakt de zonde weer scheiding tussen God en ons.
Dan krijgt hij ook telkens weer die schuldovernemende Borg nodig.
Zo is er ook het heimwee naar de komst van Christus : Kom, Heere Jezus, kom haastiglijk". Dan is de strijd ten volle vervuld en de ongerechtigheid verzoend. Dan is het eeuwig jubeljaar der bevrijding. Dan is de diepste wens van Gods volk vervuld en: Het vrome volk, in U verheugd, zal huppelen van zielevreugd, daar zij hun wens verkrijgen.
Eeuwige troost!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 december 1956
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 december 1956
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's