De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

VERSCHERPTE VERHOUDINGEN

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

VERSCHERPTE VERHOUDINGEN

10 minuten leestijd

Het is niet om feiten te constateren, dat dit artikel geschreven wordt. Hoe nodig het ook is, dat degenen, die op het algemene vlak der kerk hebben te werken, goed geïnformeerd zijn, de kracht en het inzicht ontbreken menigmaal om de kerk uit de impasse te voeren.

Het is ook zeker niet om het kerkvolk eens op de hoogte te brengen met de verhoudingen, zoals die in de kerk liggen. Er wordt al genoeg misbaar gemaakt, die het kerkvolk ach en wee doen roepen en die de buitenstaanders buiten de kerk tevreden het hoofd doen «chudden, als de mensen die het altijd wel gezegd hebben.

Het gaat er mij om, te zoeken naar wegen, waarin de verhoudingen verbeterd worden en waarin de verantwoordelijke mannen de kerk uit de impasse zouden kunnen leiden. Men kan natuurlijk zeggen : „Dat is het beginsel, waarnaar de kerk heeft te leven en te handelen. Hier ligt de bijbel en hier ligt de belijdenis. Als ieder nu maar daarnaar wil luisteren, dan zijn wij er uit!" Men kan ook nog zeggen : „De Heilige Geest moet dat doen". Dan heeft men dingen gezegd, die waar zijn, maar men heeft dan niet gezegd, dat de kerk haar verantwoordelijkheid heeft. En men heeft dan niet gezegd, hoe' de kerk haar verantwoordelijkheid moet beleven.

Met de bijbel en met de belijdenis leven de afgescheidenen allen hun onderling weer gescheiden leven. En met het beroep op de Heilige Geest, dat vijftien jaar lang nu gehoord is in de Hervormde Kerk, is de toestand alleen maar moeilijk geworden. Men zit in de kerk met drie grote problemen: met dat van de vrijzinnigheid, met dat van de middenorthodoxle en met dat van de Gereformeerde Bond.

Het lijkt mij toe, dat deze drie groepen innerlijk een onbevredigd gevoel hebben en dat ook de kerk in haar geheel niet weet, wat zij die geroepen zijn, met die groepen aan moet. De vrijzinnigheid is uitgevallen in synodale en anti-synodale vrijzinnigen. Toch zijn er tendenzen die er op wijzen, dat de kloof niet onherstelbaar is en dat men elkander niet los wil laten. De synodaal vrijzinnigen beijveren zich om te bewijzen dat zij vrijzinnig zijn. Voor zover zij open staan naar de midden-orthodoxie, blijft toch de eis die zij stellen: een andere Schriftbeschouwing dan die der belijdenis. Om dit alleen maar te noemen! En de anti-synodalen, de Zwingli-mannen, mogen dan niet officieel erkend worden en zelf ernstig rekenen met de mogelijkheid dat er na 1961 een breuk zal ontstaan tussen hen en de Hervormde Kerk, er zijn toch in de Vrijzinnig Hervormde Vereniging wel zo sterke banden, dat men elkander niet in de steek zal laten. Het enige wat dan gebeuren kan is dit, dat enkele apartelingen onder hen om persoonlijke eigenschappen uit de kerk gezet worden, terwijl de vrijzinnige groep met linksen en rechtsen, hechter aaneengebonden, in de kerk stand houdt. De winst voor de vrijzinnigen zal dan zijn, dat het vrijzinnig beginsel, naar een zeker midden geschoven, scherper gesteld zal worden. Reeds nu blijkt de middenorthodoxie in het algemeen ook de links vrijzinnigen te aanvaarden. De gemeente van Den Haag laat daar al wat van zien. Zo sterk leeft bij de midden-orthodoxie de volkskerkgedachte, dat men ook de links-vrijzinnigen in 't algemeen niet zal willen loslaten. Als dit zo gebeuren zal, dan blijft de kerk zitten met het probleem der vrijzinnigheid, maar met een verscherpt probleem..

Een even groot probleem in de kerk is dat van de midden-orthodoxie. Dit kan velen vreemd in de oren klinken, omdat de grote middengroep het er voor houdt de eigenlijke Hervormde Kerk te zijn. Hier zijn echter nog wel wat kanttekenigen bij te maken. Dit doet men links en rechts van de midden-orthodoxie, maar dit doet men ook bij de middenorthodoxie zelf. Afgezien nu nog van de onzekerheden, die er bij de midden-orthodoxie zijn, afgezien van de controversen die er daar zijn op dogmatisch gebied, is de kerkpolitieke positie niet zo sterk als men algemeen aanneemt. Wat het aantal predikantsplaatsen betreft, kan men van 't totaal aantal predikantsplaatsen aftrekken de vrijzinnige en de Geref. Bondspredikantsplaatsen en het grote overschot houden voor de midden-orthodoxie.

Is dat echter juist ? Neemt de Confessionele Vereniging, nemen althans de strakkere Confessionelen daar genoegen mee ? Ik schrijf dit niet om de middenorthodoxie wat te verzwakken door de CV. tot elke prijs in het leven te houden.

De CV. zou dit van mij niet nemen en is zelf mans genoeg om haar standpunt en haar plaats te verdedigen. Maar het gaat om eerlijkheid en om een duidelijk beeld van de situatie der kerk. Dit is een groep in de kejk, die men toch maar niet in zijn zak kan steken.

Het gaat hier om de vraag: Wat is de midden-orthodoxie en welke plaats neemt zij waarlijk in ? Behalve de Confessionelen, die prijs stellen op hun naam, zijn er nog een kleine groep speciale vrienden van Kohlbrugge. De meeste plaatsen van de oudere , , Vrienden van Kohlbrugge" zijn bij de Geref. Bond terecht gekomen, maar sommige plaatsen en sommige predikanten van die groep bleven toch hun eigen plaats innemen. Zeker, kerkpolitiek willen zij niet met de midden-orthodoxie worden gelijk geschakeld. Dan zijn er nog de niet in een groep in te delen predikanten en plaatsen, die principieel tegen alle groepsverband zijn. Is het helemaal juist, om die dan zonder meer te rekenen bij de middengroep ?

Ik dacht van niet.

De midden-orthodoxie beroemt er zich op een groot aantal predikantsplaatsen te hebben, maar is de invloedssfeer werkelijk zo groot? Is de invloedssfeer in het grondvlak der kerk zo groot, als het genoemde aantal predikantsplaatsen doet vermoeden? Wat voor gemeente, wat voor deel der kerk staat werkelijk achter de kerkpolitiek van de middenorthodoxie ? De Bondsdominees bijvoorbeeld hebben in het algemeen hun gemeenten en daarbuiten nog een heel deel der kerk achter zich, en dat zijn dan ook werkelijk kerkelijk meelevenden, bewust meelevenden. Hoe groot is nu het bewust meelevende deel van het kerkvolk, dat staat achter de middenorthodoxe theologie en achter haar kerkelijk handelen en willen ?

Dat is mijn vraag.

Men kan weten, dat de kennis, beide van de theologie en van de kerkelijke aanpak, bij de midden-orthodoxie hoofdzakelijk in de bovenlaag zit. In de hogere kringen van de kerk, de synode, de meerdere vergaderingen, de classicale vergaderingen, de predikanten zit dat. In de classisvergaderingen blijken de ouderlingen al niet zo vast te zitten. Menigmaal hoort men daar de klacht, dat tegenwoordig de stof voor de classisvergaderingen zo weinig door de ouderlingen te volgen is. Aan de discussies nemen ze zelden deel. Dan moeten ze al meester in de rechten zijn of notaris, of zoiets. In de stemmingen gaan ze dan, aarzelend veelal, maar met hun dominé mee. En thuis gekomen, hebben de ouderlingen in hun gemeente, in de praktijk van de nieuwe koers, nog al eens een onbevredigend gevoel. Dit alles bezien, maakt de midden-orthodoxe positie evengoed één van de problemen van de kerk uit. En het wil mij voorkomen, dat de verhoudingen tussen het kerkvolk en de leiding der kerk, na vijftien jaar nieuwe koers en na vijf naar nieuwe kerkorde, ook in midden-orthodoxe kringen op nogal wat plaatsen scherper is komen te liggen,

Een ander vraagstuk, waar de kerk mee zit, is dat van de Gereformeerde Bond. Zoals ook de kerk van vandaag een moeilijk op te lossen vraagstuk is voor de Bond. Men heeft de Bond genoemd een moeilijk verteerbare brok. De gestadige groei van de Bond maakt de kwestie alleen maar klemmender. Het Veluwe-artikel 238 werkt nu al meer in andere streken dan op de Veluwe. Op de Veluwe wordt langs andere wegen een oplossing gezocht voor andersgezinde minderheden. De gereformeerde minderheden willen voor zichzelf geen gebruik maken van art. 238 en krijgen van de kerkeraden weinig of geen plaats. Intussen neemt het aantal gereformeerde minderheidsgroepen, al of niet met eigen diensten, snel toe. Men lette er wèl op, dat deze nieuw ontstane groepen meestal niet uit van origine Gereformeerde Bonders bestaan. Het zijn de mensen van de andere kant, die verontrust over de gangbare prediking, naar de Gereformeerde Bond over komen. Het mag wel vermeld worden, dat het hoofdbestuur van de Bond het instellen van preekdiensten in andersgerichte gemeenten zoveel mogelijk afremt. Alleen : het is niet tegen te houden. De officieel geboden zorg voor minderheden werkt naar deze zijde niet. Doorgaans maakt men er zich van af, door te zeggen, dat het slechts onbetekenende groepjes zijn en dat ze een prediking begeren, die buiten artikel X ligt, een prediking, niet naar Schrift en belijdenis. Het moet verwondering wekken dat deze groepen, afkomstig uit het midden der kerk, nu in eens een prediking zouden vragen, die ergens rechts van de Bond opgeld doet. Dat de houding tegen deze nieuwe aanwas van de Bond scherp ligt, is te verstaan. Deze aanwas betekent tenslotte verlies voor de andere groepen. Hier moet men echter oorzaken zoeken niet in het hart van de Bond! Als onverhoopt straks de vrouw in de ambten zal worden toegelaten, dan zal men de Geref. Bond geducht de wind in de zeilen geven. Dit zal men dan de Bond toch niet kunnen wijten, want die hoopt zeer, dat dit besluit niet genomen zal worden. Zo kan men de Bond ook niet wijten, dat de prediking in vele gemeenten zo veranderd is.

Afgezien echter van deze groei, liggen de verhoudingen tussen de Bond en de rest van de kerk gespannen. De streken en de gemeenten, die van ouds af Gereformeerd zijn, zijn weinig in tel bij de anderen, en de anderen zijn weinig bemind bij de Gereformeerde Bonders. Het duidelijker optreden rond het ontstaan van de nieuwe kerkorde, de pers en de radio, hebben over en weer meer bekendheid van elkaar gebracht. Deze nadere kennismaking heeft niet veel toenadering gebracht. Van een kerkelijk gesprek is hier niet veel te verwachten. De gereformeerden hebben andere opvattingen, omdat ze anders zijn, en ze zijn anders, omdat ze andere opvattingen hebben. De kloof, die de Bond van de anderen scheidt, is dieper dan de kloven die er liggen tussen de anderen onderling. Hier liggen verschillen op theologisch terrein, die tenslotte alle zijn terug te brengen tot het verschil in Schriftbeschouwing. Als men in de eerste artikelen van de Ned. Geloofsbelijdenis uiteengaat, dan zal men in de verdere artikelen blijvend uiteengaan. Men kan zeggen dat de vraag, waar alles om draait en waar rond men elkander vinden moet, is : , , Wat dunkt u van de Christus", maar de andere vraag, die daar onmiddellijk verband mee houdt, is de vraag naar de openbaring, omdat de Christus toch altijd de Christus der Schriften is.

En deze dingen zijn het, door heel de kerk heen, de de verhoudingen scherp maken. En zo komen wij dan toch tot dat grote woord uit het begin van dit artikel: , Het moet komen door de Schrift en door de Heilige Geest". Men kan elkander afdwingen elkaar als broeders in Christus te erkennen, broeders worden niet gemaakt, maar geboren, door het ¥/oord en door de Heilige Geest. En als wij zeggen het Woord, dan is dat als accoord van geloofsgemeenschap het enige wat de verhoudingen , , broederlijk" kan maken.

(Uit: „Geref. Weekblad").

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 december 1956

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

VERSCHERPTE VERHOUDINGEN

Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 december 1956

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's