DE GROTE VERBITTERING
Feuilleton
Zo waren daar twee jongens aan het grasmaaien voor de arme weduwvrouw. Jongens, met zulk een buitengewoon verschillende belangstelling die telkens met elkaar overhoop lagen, als het ging over het wandelen en handelen, leven en streven naar Gods wil en Woord. En toch vond Kees, de jongste, bij zichzelf de meeste zonde. Doch dat was een kennis, die hij had gekregen.
VADER EN ZOON.
Willy heeft het eerste wijsje op het orgel gespeeld. Vader stond verbaasd te luisteren.
Hermanbleef de zondag thuis, 's Morgens kreeg vader hem mee naar de kerk en 's middags heeft hij Sarie Marijs ingestudeerd.
— Kom, Herman, probeer nu een psalm te spelen, zei moeder, 't Is nu zondag.
Maar, o nee. Sarie Marijs kon hij er uit krijgen, anders niet.
Willy vindt de melodie van Sarie Marijs wel mooi en ook het liedje is wel aardig, maar de geestelijke liederen steken boven alles uit. Dat is leven !
Met verrukking heeft ze eindelijk ook Psalm 25 gespeeld. Helemaal, en zonder fouten.
Moeder zong zachtjes mee :
— Lout're goedheid, liefdekoorden,
•— Waarheid zijn des Heeren paan.
— Hun, die Zijn verbond en woorden,
— Als hun schatten gadeslaan.
— Wil mij, Uwe Naam ter eer,
— Al mijn euveldaan vergeven,
— Ik heb tegen U, o Heer',
— Zwaar en.menigmaal misdreven.
Nee, géén ander lied haalt het bij de psalmen van David. Willy kan na enkele weken verschillende melodieën spelen. Maar hoe mooi reeds het spelen zo voor de vuist weg al is, ze zal, om werkelijk genoegen van het orgel te hebben, les moeten nemen. Spelen uit een boek verhoogt niet alleen de waarde van het spel, doch biedt veel meer mogelijkheden.
Herman heeft niet veel zin om les te nemen. Hij vindt het al heel mooi, als hij enkele wijsjes van bekende liedjes spelen kan.
Samen met z'n vriend, Roel van Dijk, gaat hij de Veldweg op. De zondagmiddag duurt zo lang zonder conversatie. Hij is blij, dat Roel maar gekomen is. Een mooie kans om er stiekum tussen uit te knijpen. Eerst een beetje gewandeld in de tuin. En toen al verder van huis af.
— Heb je vannacht de wind nog horen waaien op bed? vraagt Roel, terwijl hij een stok afsnijdt in de houtval.
—• De wind horen waaien op bed ! Nee, lacht Herman, niet op bed, maar wèl buiten.
— Kom kom, zeg, ga nu dennenaalden kloven bij het vuur, kaatst Roel terug.
No. 20.
(Wordt vervolgd).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 december 1956
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 december 1956
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's