DE GROTE VERBITTERING
Feuilleton
— Ja, hoe is 't in 't bos tegenwoordig?
— Best, jong. Kun jij ook niet komen ? -
— Ikke. ! 'kZou er best zin in hebben. Kunnen ze nog een mannetje gebruiken?
— Ja, we zitten erg onthand tegenwoordig. Er komt nu veel meer werk met de jonge aanplant.
— Nou, ik zal 't eens vragen. Of misschien is 't nog beter dat Rutgers eens bij vader komt praten.
— Ik zal 't hem zeggen. Dus jij hebt wel idee?
— Jawel. Thuis is ook maar thuis. Altijd bij moeder's pappot, daar moet je ook van houden.
—' Kijk eens, daar is nog een oude berk omgewaaid, vannacht. Dwars over het wegje ligt de zware berk. De wortels zijn afgebroken en steken de naakte armen omhoog.
— Zie eens, hoe voos een deel al was geworden.
— Ja, eigenlijk geen wonder dat hij er uitgetild is. Een zware kruin en brede takken en een slechte voet.
— En dan een windje zoals vannacht, dan gaat zo één •er aan!
Mooi is het gedeelte van de Veldweg hier.
Breed neigen zich de hoge struiken over het fietspad. Het lijkt wel een langwerpig prieëel.
In de schemer van de zomeravond fluisteren hier de stemmen van jonge paartjes onder het suizen van de wind in de eikenbladeren.
Ginds heel in de verte blinken dan de lichtfakkels van lunaoord en hoorde men het rumoer van een spoortrein, maar hier is het stil. Alleen het zingen van de krekels in de droge bladeren, wordt gehoord.
Roel en Herman hebben meermalen van het avontuur genoten, hoewel ze de rechte aanblik op de schoonheid van het leven misten. In de nabetrachting blijkt dan vaak, dat ze met de grote hoop der mensen dit gemeen hebben : ze Icimnen niet genieten, zoals het behoort.
Ze laten de berkenboom achter zich.
— Is Rutgers nogal een goeie knul? vraagt Herman.
— Gaat nogal. Hij komt vanzelf op voor de belangen van zijn baas.
— Nou ja, maar daarom hoeft ie niet vervelend te wezen.
— 't Zal wel net zijn als overal, Herman, ze zijn niet zo heel gauw tevreden.
Opeens zegt Herman: Roel, er is geld te verdienen!
— Wat is 't nou zo ineens ?
—• Nou, hoor. Maandag waren Kees en ik aan 't maaien langs de grote weg, voor vrouw Bemmel, weet je wel.
— Ja, die ken ik best.
— En toen kwam er zo'n hele deftige mevrouw en die kwam bij ons en vertelde, dat ze een heel kostbare broche verloren was, op de weg van Karvelde naar „Bergenbos".
— Ja-a-! '-
- Een gouden broche met een dure steen erin!
— En als je 'm vindt, wou je hem dan terug bezorgen?
— Weineen ! In Lunaoord zien te verpatsen jong, en een motorfiets kopen!
Roel van Dijk is een voetbalmatser en kan vaak heel onverschillig zijn vloeken en ongure praat hebben, maar hiertegen tekent hij protest aan.
— Nee, zegt hij, dat is niet fideel!
— Och, gaat toch weg, weert Herman af. Wat kan je zo'n vreemd mens nou schelen !
— Nou, die broche is toch van haar ! Die is niet van jou.
— 'k Wou maar, dat ik hem vond. De rest zou ik wel weten.
— Die vind je niet. 't Zou wel een duizendste tref zijn. Daar komen nog heel wat mensen over die weg, wandelaars en fietsers.
— 't Is al weer meer dan een week geleden. Geen schijn van kans meer, zegt Herman. Hij wil liever van dit onderwerp afzien, nu hij in Roel geen partner vinden kan. Het bevreemdt hem dat zijn vriend, die heus niet zó kleinzerig is, het in dit opzicht niet met hem eens kan zijn. Maar - wie zou dat wèl met hem zijn? Zelfs de rooie schooier zou voor zo een lage streek nog niet te porren zijn.
—- Herman ! Spreekt de onzichtbare macht. Het lijkt een waarschuwing ! Herman! Een ogenblik is die naam aan alle kanten besmet. Maar voordat het schaamrood zijn wangen kleurt, heeft hij de gedachte al weggedrongen. Herman is niet slecht. Wie zou dat durven beweren?
Al pratend over de bosbouw, bereiken ze de grote weg.
— Kom, Herman, - Vuurt Roel z'n vriend aan. 't Is tijd! Ginds komen de boys al.
Tussen Karvelde en Lunaoord ligt het sportterrein van de diverse verenigingen uit de omtrek.
— Ja, we lopen hier maar te sukkelen, hè.
Ze zetten er een flinke looppas in.
Reeds zijn verscheidene mensen uit Lunaoord rondom het terrein geschaard.
Precies om twee uur zal de wedstrijd beginnen. Lunaoord heeft een sterke tegenspeler in het Vechtse S.A.W.
Er wordt druk gesproken op de tribune. Kansen worden overwogen. Er ontstaan al ruzie's, wie er wel gelijk zal hebben.
— Ja, maar Kadstra is er nu weer bij. De onzen - wiinnen I Een wedje. doen? , hoort Herman iemand zeggen.
No. 21
(Wordt vervolgd)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 december 1956
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 december 1956
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's