De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

HET WOORD IS VLEES GEWORDEN

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

HET WOORD IS VLEES GEWORDEN

9 minuten leestijd

Vreest niet, want ziet, ik verkondig u grote blijdschap, die al den volke wezen zal, namelijk dat u heden geboren is de Zaligmaker, welke is Christus, de Heere, in de stad Davids. Lukas 2 vs. 10 en 11.

Het Woord vlees geworden.

Wie is het, die hier wordt aangediend als het Woord? Het Woord?

En wat is het, dat het Woord vlees werd?

Wat de eerste vraag betreft, ligt het antwoord niet verre. Johannes zelf helpt ons met de plechtige aanvang van zijn Evangelie : „In den beginne"....

Zo begint de Bijbel de aankondiging der Godsopenbaring en tegelijkertijd de aankondiging der schepping. Wij kunnen het misschien beter omkeren: de aankondiging der schepping en daarom ook de aankondiging der Godsopenbaring.

In den beginne schiep God de hemel en de aarde, en dan komt het Woord zich zelf aankondigen, bijna verhuld achter de goddelijke glans van Zijn werken.

Of is het niet het Woord, dat zich aandient, als daar staat geschreven : en God sprak ?

Daarop heeft Johannes het oog, als hij ons bepaalt bij het begin der dingen : In den beginne was het Woord en het Woord was bij God en het Woord was God. Dit was in den beginne bij God. (Joh. 1 VS. 1 V.).

Dit Woord ging scheppend uit als God sprak om gestalte te geven aan alles, wat Hij Zich had voorgenomen in Zijn Raad.

Dat Woord was bij God vóór de aanvang der dingen, en het getuigt van Zijn heerlijkheid bij God. (Joh. 17 vs. 5) en van de heilige vreugde bij de Vader — toen was ik een voedsterling bij Hem, en Ik was dagelijks Zijn vermakingen, te aller tijd voor Zijn aangezicht spelende. (Spr. 8 VS. 30). En het Woord was God, één in Wezen met de Vader en de Heilige Geest.

Alle dingen zijn door het Woord gemaakt en zonder het Woord is geen ding gemaakt, dat gemaakt is. (Joh. 1 vs. 3).

Als om ons te bevestigen, dat wij met de Majesteit van het scheppende Woord van doen hebben, merkt Johannes dit nog eens op in heel gewone en duidelijke taal, opdat wij wel bepaald zullen worden bij de grote genade, — genade is nederbuigen —, met welke de Heere tot de mens komt, als hij enkele verzen verder gaat zeggen, dat dit Woord is vlees geworden.

Alle dingen door hetzelve gemaakt! Daaronder valt ook de mens. Ook hij ontving zijn gestalte en heel zijn aanzijn door het Woord, door de Christus. Deze openbaring is niet zonder zeer ernstige betekenis, want in het licht van dit woord zal een iegelijk kunnen ontdekken en moeten toegeven, dat wij allen dus in betrekking staan met dat Woord, waarvan Johannes op zo plechtige en indrukwekkende wijze gewag maakt.

Velen zijn er onder de mensen, die van deze betrekking niets afweten, omdat zij de Schrift niet kennen, doch velen ook, van wie anders verwacht mocht worden, omdat zij niet onwetende zijn, zijn zich nochtans onbewust van deze innige betrekking, die terecht een levensbetrekking kan genoemd worden.

Edoch, als zij bij de aanschouwing van de schoonheid der schepping in verrukking komen en iets gevoelen van het lied, dat daar ruist door de hemelbogen, zij het slechts een kleine voorbijgaande wijle, zo hebben zij toch even en mogelijk nog onopgemerkt de adefn van het scheppende Woord gehoord — helaas, als van een Onbekende.

Hoe geheel anders was dat bij de dichter van de 19e Psalm.

Wij komen tot de tweede vraag. De beantwoording van deze zal ons nader bij de ernst van deze levensbetrekking bepalen.

Wat is het, dat het Woord vlees werd ?

Wij weten nu, dat het Woord bij God, ja. God was (en nog altijd is, want God is eeuwig).

God is Geest, heeft de Schrift ons geleerd. (Joh. 4 VS. 24). Geest en vlees. Deze tegenstelling is zo groot als de afstand tussen de almachtige Schepper en het afhankelijke schepsel.

Het Woord is God, het is Geest en geen vlees, want het Woord is God uit God.

Als nu het Woord vlees wordt, wordt het, wat het van te voren niet was, want het was Geest en geen vlees. Hoewel het Woord is geworden, wat het van tevoren niet was, is het nochtans ook gebleven, wat het was. Het vlees geworden Woord, blijft het Woord, blijft God. Het heeft Zijn godheid niet ingeruild voor het vlees, maar het Woord, dat alle dingen gemaakt heeft, is in de weg van het schepsel willen gaan, is bereid geweest om mens, waarachtig mens te worden. Hij is door de weg der geboorte — geworden uit een vrouw —, . als ons aller één geworden, ons in alles gelijk, uitgenomen de zonde.

Het Woord is mens geworden naar de gelijkheid des zondigen vleses. Ja, dat had er ook kunnen staan : het Woord is mens geworden. Maar dat staat er niet. Er staat het Woord is vlees geworden. Dan behoeft er eigenlijk niet bij: naar de gelijkheid des zondigen vleses. Niet, omdat dit niet zo zou zijn, of minder juist ware, maar omdat het vlees In zich de besmetting der zonde draagt, zodat ook het woord , , vlees" in de taal der Schrift zelfs zoveel als zonde kan betekenen.

De vleeswording van het Woord heeft betrekking met de zonde, waarin ons geslacht, waarin wij zijn gevallen, en die betrekking wordt uitgedrukt door dat woord vlees: het Woord Is vlees geworden.

In de gelijkheid des zondigen vleses (Rom. 8 VS. 3) wijst dus wel op die betrekking met de zonde, zelfs zegt de Schrift, dat Christus tot zonde is gemaakt, maar Hij zelf heeft geen zonde gekend noch gedaan, zo waarlijk Hij het Woord, de Zoon van God, ook in Zijn vleeswording is gebleven.

Het Woord, de Zoon van God, de Christus, d.i. de Gezalfde, naar het Hebreeuws de Messias, is vlees geworden en heeft onder ons gewoond. (Joh. 1 VS. 14).

Hoe dat mogelijk is ? God neemt het vlees aan. God uit God, wordt waarachtig mens. Verenigt Zijn goddelijke natuur met de menselijke.

Vraag niet, hoe dat mogelijk is. Bij God zijn alle dingen mogelijk.

Luister naar de boodschap der engelen aan de' herders in Efratha. En merk op, dat die herders niet gevraagd hebben, hoe het mogelijk was, maar haastelijk heengingen om te zien : het Woord, dat geschied was.

Hadden zij het dan verwacht ? Begrepen zij er iets van ?

Begrijpen, althans niet in die zin van, hoe is het mogelijk? Maar verwacht? Zonder twijfel is er bij die herders, bij sommigen hunner althans, verwachting geweest.

Hoe ik dit kan zeggen ?

Lees nu eens de boodschap der engelen, hierboven : Ik verkondig u grote blijdschap ! Dat wijst reeds op zekere verwachting.

Wat zou het zijn ? De omstandigheden in het leven zijn zo wisselend, hoe vaak maken zij allerlei wensen, hoop en verwachting, bij ons wakker en als er dan iemand komt: ik verkondig u grote blijd. schap, richt zich de ziel op de vervulling van een lang gekoesterde hoop.

Maar de engel gaat verder: n.l. dat u heden geboren is de Zaligmaker, welke is de Messias, de Heere, in de stad Davids.

Dat was de verwachting Israels, waarvan de profeten hadden gesproken, waarop de vromen in Israël hadden gehoopt, de Simeons, de Zachariasseïi, de Elisabeths, de Hanna's.

De Zaligmaker !

Wie is dat dan ? Een onbekende ?

Wel neen, dat is de Messias, de Beloofde, de Christus ; nog eens, dat is de verwachting Israels.

Ging Paulus niet van synagoge tot synagoge om te verkondigen, dat Jezus is de Christus ? Wie de Christus was, wisten de Joden uit de Schriften. Zij hadden nodig te verstaan, dat de Schrift in Jezus van Nazareth was vervuld ge^ worden.

Iets van die verwachting leefde in de herders en daarom gingen zij naar Bethlehem om te zien het Woord, dat geschied was.

Waarom is Christus in het vlees gekomen?

Waarom Christus mens?

Theologen hebben die vraag gesteld en zich daarmede bezig gehouden. Soms heel diepzinnig. Waarom, en had het niet anders gekund? Voor de praktijk der Godzaligheid volkomen overbodig, want de Schrift heeft slechts één antwoord : vanwege de zonde, die in de wereld is ingekomen.

Het is daarom een daad van onbegrijpelijke genade Gods, dat Christus in het vlees is gekomen. Een daad van onbegrijpelijke genade, maar ook een daad van Gods gerechtigheid.

De mensen komen vaak met voorstellingen van een Christus naar eigen gevoelen, met name ©en zeker geslacht van vredezoekers en pacifisten.

Maar de openbaring van de Christus is een openbaring van gerechtigheid en, genade, een openbaring van de weg der genade tot een eeuwige vrede, maar ook van een Christus, die vuur op de aarde werpt en die het openlijk zegt : Meent niet, dat Ik gekomen ben om rrede te brengen, maar het zwaard.!

Het staat er: Matth. 10 vs. 32 v.v.; Lukas 12 VS. 49 v.v.

Daarom is het een ernstige zaak, dat wij krachtens onze schepping met Hem in rekening staan, die tot een Middelaar Gods en der mensen is gesteld.

Wat dat zeggen wil ?

Dat wil zeggen, dat Hij Gods zaak bij de mensen en de zaak der Zijnen bij God bepleit en bezorgt.

Gods zaak bij de mensen, ook Gods recht. Het genadebestel Gods staat niet los van recht en gerechtigheid. Integendeel : de genade Gods komt in de weg der gerechtigheid.

Men wil van genoegdoening niet horen. Genoegdoening en vergelding worden als versleten goederen verworpen, maar God zal Zijn recht van ons eisen. Wee ons, als wij die Christtis als onze Rechter zullen ontmoeten, omdat wij Hem als oiize Zaligmaker hebben veracht.

Want Christus heeft de gerechtigheid voor God volbracht, die wij weigeren te brengen en waartoe wij bovendien onmachtig zijn. (Hebr. 2 : 17 ; 9 : 11 v.v.).

De gehoorzaamheid, welke Hij heeft gebracht, in de vleeswording, in Zijn lijden en in Zijn dood, is de weg der gerechtigheid, welke de zonden des volks verzoent, en daarom de weg der genade en de weg ten leven.

Daarom wordt Hij Jezus, dat is Zaligmaker genoemd. Want Hij is in de wereld gekomen om te zoeken en zalig te maken, wat verloren was. De blijde boodschap der geboorte. Na de schepping het grootste gebeuren in de geschiedenis der wereld. Zalig, die aan Hem niet geërgerd worden, maar Hem ontmoeten met blijdschap, omdat zij in Hem de zaligheid Gods hebben gezien.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 december 1956

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

HET WOORD IS VLEES GEWORDEN

Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 december 1956

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's