De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

GUILIELMUS SALDENUS

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

GUILIELMUS SALDENUS

10 minuten leestijd

I

De lezing van dit opschrift zal in doorsnee wel als slotsom opleveren : onbekend. Dat hoeft echter helemaal niet te betekenen: onbemind. Het kan veel meer het verlangen wakker roepen z'n kennis te vergroten door de ontmoeting met een nieuw lid van die uitgebreide familie der , , oude schrijvers".

Misschien schrikt die zo deftige voornaam Guilielmus nog wat af. Maar achter die wat deftig uitgedijde betiteling schuilt tenslotte niets anders dan de trouwhartige, goed vaderlandse voornaam Willem.

Saldenus (u moet dit woord uitspreken met de klemtoon op de tweede lettergreep, dus alsof er Sal-dée-nus stond), is een van de minder bekenden uit de kring van de mannen van de Nadere Reformatie. Dat moet ons wel bevreemden, want hij is een aantrekkelijk, helder en origineel man. Misschien heeft dat laatste hem wel kwaad gedaan : sommige mensen vinden lezen alléén prettig, als het weinig of geen nadenken kost. En dat kost het lezen van Saldenus stellig wél. Maar daarom heeft hij ons ook wat te geven!

Saldenus is geboren in 1627 en overleed in 1694. Hij studeerde in Utrecht in Voetius' bloeitijd en we kunnen dan ook wel vatten, dat hij in deze weg een volbloed Voetiaan werd.

Dan wordt hij predikant in Renswoude, Kockengen, Enkhuizen, Delft, om te overlijden als predikant te Den Haag, was een man met een drukke werkkring, die al evengoed als alle predikanten er tegen heeft moeten waken, dat de predikant de theoloog zou tekort doen. Nu, dat is bij Saldenus dan ook geenszins het geval. Hij is blijven studeren en blijven publiceren en we zouden zijn (nogal schaars voorkomende) geschriften niet graag missen. Het bevreemdt en spijt ons, dat een uitblinker als hij niet tot het hoogleraarschap werd geroepen, dat hij stellig met ere zou vervuld hebben. Als een zekere vergoeding daarvoor — toch ook wel surrogaat! — mag gelden, dat Utrecht hem het doctoraat in de theologie , , honoris causa" aanbood : een zeldzaam en zeker verdiend voorrecht.

Iets van de academische sfeer proeven we dan ook aanstonds bij Saldenus. En dan in die gedegen zin : die geen afbreuk doet aan de innerlijkheid. Hij blijkt heel geen cultuurschuw- of overgeestelijk mens te zijn, getuige enkele boeken, die hij schreef over boeken in het algemeen, over hun nut en misbruik en over het verzamelen ervan. Wat zou het ons waard zijn, wanneer we zijn bibliotheek nog ter beschikking hadden ! In deze liefde voor boeken — niet maar om ze te lezen, maar om de boeken-zelf — is. Saldenus binnen de kring van de Nadere Reformatie wel een eenspanner. Men heeft in deze formatie tal van boeken geschreven en nog veel meer gelezen, maar is aan de liefhebberij voor boeken zelden toegekomen.

Deze man dan, die van boeken houdt, geeft daarin blijk van culturele belangstelling. We zeggen er meteen bij, dat die getemperd is, ontdaan van de hartstocht van verschillende Renaissancefiguren en geadeld tot kerkelijk  geestelijke dienst. Daarvan spreekt ons, wat ons in deze kring al niet vreemd meer is : zijn protest tegen toneel, dans, weelde, dus tegen wat men in de kring van Voetius noemt: de trotsheden der wereld. In dit kader heeft Saldenus geschreven een boekje, met de welsprekende titel: De overtuigde Dina. In Jacobs dochter ziet hij al Eva's dochters (en zoon) getekend en waarschuwt hen tegen een argeloos of arglistig de wereld ingaan.

We merken hieruit, als is het hier nog negatief, dat Saldenus tot de piëtisten toehoort, tot hen, die de christelijke vroomheid zeer bepaald belijnd zien en gebonden aan de levensstijl der heiligmaking. Dat hij daarbij dit laatste niet eenzijdig , , drijft", zal ons nog nader blijken.

Deze nadruk op de heiligmaking doet ons sterk denken aan Saldenus' tijdgenoot en geestverwant Jodocus van Lodenstein. In onze verhandeling over hem hebben we aangewezen, hoe streng die het handhaaft, dat zonder heiligmaking niemand de Heere zien zal.

Toch betekent Saldenus aan de andere kant ook een bepaalde critiek op Van Lodenstein juist in deze voor hem zo belangrijke zaak. We hebben indertijd aangewezen, hoe diep Van Lodenstein is beïnvloed door De Labadie. Als Van Lodenstein over zijn heiligingsideaal spreekt, dan springt het in het oog, dat De Labadie hem daarin voorbeeldig is.

En dat kon Saldenus nu juist niet waarderen, evenmin als dit óns mogelijk is. Daarom betekent de ontvouwing van Saldenus' denkbeelden bepaald een critiek op Van Lodenstein. Maar een critiek, van zeer fijn, broederlijk en opbouwend karakter, zoals ze juist (vooral!) in de kerk maar zo zeldzaam is.

In deze critiek verbindt Saldenus het persoonlijke en het zakelijke : hij noemt Van Lodenstein, noch De Labadie. Kwetst hen dus nog minder. Maar hij wijst op bijbelse, dus goede gronden aan, waar zijn geestverwant z.i. tekort schiet. En we zullen zijn critiek zo ook wel moeten accepteren. De hoofdstroom.van de Nadere Reformatie is tenminste eerder met hem, dan met Van Lodenstein— De Labadie meegegaan.

Als we ons herinneren hoeveel klem Van Lodenstein op de heiliging legt, zodat hij zelfs zegt, dat een gereformeerd christen een wonder van een mens moet zijn, dan moet hij dus aannemen, dat de Heilige Geest in het nieuw maken van het oude mensenleven die mens (christen) dan ook wel tot zo iets in staat stelt.

We geloven wel niet, dat Van Lodenstein dat bedoelen kon. Hij moet stellig niets van perfectionisme hebben, maar dan heeft hij in dezen wel niet te duidelijk gesproken. In alle geval stelt hij het dus als onverbiddelijke eis, dat een christen sterk, nieuw, ongedeeld, levend moet zijn.

Zij, die dat hebben gelezen en die zich hebben afgevraagd, of dat bij hen zo.is, moeten, voor zover ze met de waarheid en ootmoed bekleed waren, wel geschrokken zijn en ontmoedigd zijn geworden.

Ja, de Heidelberger zei het wel (en Van Lodenstein heeft dat niet weersproken), dat de allerheiligsten, zolang ze in dit leven zijn, maar een klein beginsel der volkomen gehoorzaamheid hebben, dat kon dan de moed wel weer wat doen toenemen., maar dan volgt daar weer: maar toch zó, dat ze naar alle geboden Gods beginnen te leven. Dat heeft Van Lodenstein erg onderstreept (terecht), maar daarmee heeft hij velen tot mismoedigheid, zo niet tot wanhoop gebracht. Want het kan alleen voor de hand liggen, dat ze zeiden : als een christen zó veel beoefent van de heiliging en ik nog maar zo weinig, dan ben ik zeker wel geen echt christen.

En hier zet dan Saldenus in, om recht te zetten, wat, naar zijn besef, bij Van Lodenstein over de schreef ging. De titels van zijn boeken wijzen dat uit. Zo : De weg des troostes - , Troost voor een bedioeid christen; Der zwakken leidsman ; Weeklachten der heiligen om Sion's ellende.

We begrijpen wel, welk verdriet en welke weeklachten Saldenus hier op 't oog heeft. Het betreft juist dat zo ver onder de maat blijven en dan vooral onder die maat, die Van Lodenstein in overeenstemming met De Labadie zo hoog heeft opgevoerd.

Als Saldenus deze mismoedige mensen troosten gaat, doet hij dat niet, door hen te zeggen, dat de heiligmaking in het christenleven eigenlijk geen belang heeft, omdat het enkel op de rechtvaardigmaking aankomt. Dat hebben de gereformeerden juist altijd in de Lutheranen afgekeurd. Saldenus zegt, dat de beoordeling en de vaststelling van die heiligmaking lang niet zo eenvoudig is, als De Labadie en Van Lodenstein schijnen te denken. We hebben indertijd bij Yvon, de leerling van De Labadie, aangewezen met hoeveel gemak en zekerheid die het geestelijk leven in zichzelf en in anderen meende te kunnen beoordelen. Dat heeft W. a Brakel, terecht, al bestreden en Saldenus doet hetzelfde. Hij legt sterke nadruk op de blijvende zonde in het christenleven. Als het geestelijk leven bloeit, dan denken Gods kinderen wel, dat het oude nu geheel is voorbijgegaan en alles helemaal nieuw is geworden. Maar dat worden ze wel anders gewaar ! Wat kan het weer stil en lauw, of, erger, weer koud en hard worden ! Betekent dat dan, dat het goede zaad daarmee is verstikt ? De Labadie—Van Lodenstein zijn geneigd hierop spoedig ja te zeggen. Saldenus niet. Hij meent, dat christenleven niet alleen geen leven uit de aanschouwing kan zijn, maar ook  geen leven op het gevoel. Er kan (en moet) meer in de diepte zitten, dan er aan de oppervlakte komt. En dus moet de zelfbeoordeling vooral naar de diepte afsteken en niet aan te uiterlijke levenstekenen blijven hangen.

Dat werkt Saldenus breed en klaar uit in een tweetal boekjes, die op elkaar aansluiten. Het eerste heet: De droevigste staat eens christens, bestaande in de dodigheid of ongevoeligheid zijns harten omtrent geestelijke zaken. Het tweede is getiteld : Een christen vallende en opstaande of bedenkingen over het geestelijk weer invallen en de heerschappij der zonde in de wedergeborenen.

We hopen een volgende maal de inhoud van deze belangrijke boekjes verkort weer te geven. Hun inhoud laat zich uit hun titel al wel vermoeden. Het geestelijk leven heeft hier zijn getemperdheid, z'n grenzen en remmen. Om het nog in twee boektitels bij Saldenus weer te geven : De weg des levens is wel diep onderscheiden, maar toch ook weer verbonden met de dood, zodat ge­loofsleven heten moet : het leven uit de dood.

Het geestelijk leven heeft dus zijn zwakte en gebrokenheid. Wat helpt daartegen ? Nee : niet dit zelfonderzoek zelf en nog veel minder zelfbespiegeling. Saldenus wijst op echt gereformeerde wijze op Geest en Woord. En het is nog eens goed gereformeerd, als hij daar als derde het Sacrament aan verbindt. In het belang van de Dienst des Woords, schrijft hij een leidraad voor predikanten : De prediker. En naast het Woord (de belofte der genade, waar niets van het onze bij kan of bij hoeft) stelt hij met name het Heilig Avondmaal (de kracht des Avondmaals). Geestelijk Avondmaal).

We stellen hierbij vast, dat, wanneer Saldenus tot zelfbeproeving oproept, dit niet betekent een blijven woelen in het eigen innerlijk. Integendeel: het is daar, wat onszelf aangaat, zó hopeloos, dat we er door gedreven worden ons heil buiten onszelf, in de Heere Christus te zoeken. Het persoonlijke is hier het nauwst verbonden met het objectieve : God en de belofte van Zijn genade. Maar dat objectieve leeft omgekeerd zonder dat persoonlijke niet.

Tenslotte stellen we hier de vraag, die één van de meest bevoegde kenners van onze stof (W. Goeters) hier oppert : Is Saldenus met zijn moeizaam, bedrukt en strijdend geloof niet een heel stuk afgedreven van het krachtige, triomfanteiijke reformatorische geloof, dat zo'n zekerheid kende, die uit niets van de mens en alleen uit Gods genade opkomt?

We herkennen deze klacht (aanklacht) allicht wel. Zo spreken altijd weer vele Lutheranen, Confessionelen, Kohlbruggianen enz., en zo stellen ze de tijd na Dordt graag in gebreke, omdat die veel te veel aandacht zou hebben gegeven aan de vrome (onvrome) mens en daardoor de mensen zou aftrekken van het enige, dat belangrijk is, n.l. God, Zijn beloften en genade.

Maar ze maken in dezen onzes inziens een kapitale fout. Deze n.l., dat ze dat z.g. reformatorisch geloof veel te simpel en te , , heel" voorstellen. Reeds bij Luther staat het niet zo, dat het geloof altijd maar zekerheid kent en niet van aanvechting weet. In Kohlbrugge : Tale Kanaan's kunnen we dat evengoed heel anders vinden. En waar Calvijn dan in de zaak des geloofs de heiligmaking sterker betrekt dan de genoemden en die heiligmaking juist zoveel stof tot mismoedigheid kan geven, daar is het duidelijk, dat bij hem en zijn geestelijke nazaten, het geloof op geen stukken na zo simpel, triomfantelijk en , , sterk" kan zijn, als de genoemde criticus het voorstelt.

Daarom lijkt ons juist Saldenus, die een hyper-gereformeerde ontsporing als bij De Labadie—Van Lodenstein afwijst, stellig zeer gezond en klassiek gereformeerd.

Daarover volgend maal nog wat meer.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 december 1956

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

GUILIELMUS SALDENUS

Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 december 1956

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's