De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

DE GROTE VERBITTERING

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

DE GROTE VERBITTERING

Feuilleton

4 minuten leestijd

Een druk over en weer praten volgt nu. Het praten raakt over. Ze beginnen te schreeuwen en zich op te winden. Eén, die in extase is gekomen, begint te vloeken en zichzelf te verwensen als de boys uit Vechte het niet zullen winnen.

Herman voelt zich reuze op z'n gemak in dit gezelschap. Als hij de mensen hier vergelijkt met Kees en Willy, dan geeft hij er verre de voorkeur aan met de eersten om te gaan. O, hij kan zich ergeren aan Kees, die soms op z'n ééntje in het Martelaarsboek kan zitten lezen. Dat oude boek met die rare platen en die vreemde geschiedenissen van mensen, die om hun geloof werden gedood door weer andere mensen, die ook een geloof hadden.

Met wie was Kees het nu eens ? Met hen die werden omgebracht, óf met hen die deze daden uitvoerden ? Hij doet net of hij 't niet weet, maar hij weet het wel.

Maar wat is hij kinderachtig om te denken over Kees en diens liefhebberijen. Hij sluit zich aan bij een groepje bewonderaars van de Lunaoordse boys. Nauwlettend luistert liij naar de meningen, die de één en de ander in het midden brengt.

Dan vaart er opeens een spanning door de rijen, alsof allen zijn aangeraakt door een onzichtbare draad. Een macht, die 'hen allen bedwingt.

De elftallen komen het veld op.

— Kadstra is er bij !

— Ja ! Hoera ! Kadstra is er bij !

Zo wordt er even na de stilte geroepen.

Het spel is begonnen.

Niet alleen de beide elftallen richten al hun aandacht op de bal, maar ook de honderden mensen op de tribune en op het grasveld.

De spanning stijgt voortdurend.

Herman en Roel zitten vlak vooraan.

Hevig geïnteresseerd volgen ze de wedstrijd.

Opeens een onstellend gebrul, dat oren en zien je vergaan.

Kadstra heeft de bal weten te pakken te krijgen en met een welgemikt schot maakt hij een goal.

De vrienden van de Vechtse boys knarsetanden van woede. De voetballer, die Kadstra deze kans gaf, was een dit en een dat. Allerlei lelijke namen en verwensingen worden hem toegeroepen.

Gelukkig dat hij er niets van hoort. Het zou zeker tot een onherstelbare breuk tussen de vrienden geleid hebben.

Telkens als het spel een hoogtepunt bereikt, komt er een geweldige deining in de mensenmassa. Er wordt geroepen, geschreeuwd, enthousiast gejubeld en heftig met de armen gesticuleerd.

Herman en Roel zitten echter heel kalm het spel te bekijken. Maar als dan de stand 1—O wordt in het voordeel van de Lunaoordse boys, kunnen zij zich óok niet meer bedwingen. Ze gaan staan en ze schreeuwen 't uit van plezier.

Kadstra heeft in nauwe samenwerking met Leenders deze overwinning weten te bewerken.

Aan het geschreeuw en gejoel komt maar geen einde.

De vrienden van de Vechtse S.A.W. staan met tranen in de ogen en bijten zich op de lippen.

Het spel wordt voortgezet!

Maar zie !

Eenzaam loopt een eenvoudige boerenman langs de Veldweg in de richting van de heide naar Lunaoord.

Wat zoekt hij eigenlijk ?

Anders maakt hij nooit zo'n verre wandeling op de zondag.

Wie het is?

Het is Albert Poot, de boer van „de Olde Deel".

Hij heeft de laatste tijd gedurig met Herman gesproken over het grote probleem van de zondagsheiliging ; dat voor hem geen vraagstuk is en hij weet, ook voor Herman niet, maar er is een oneindig verschil in hun beider opvatting. Hij weet dat Herman de zondag gebruikt als een stuk plezier voor zichzelf en nooit of te nimmer er aan denkt om de zondag te heiligen, door bijzonder in de geestelijke dingen bezig te zijn.

Doch Herman is een jongen van zestien jaar, die hij wel niet in zijn hand kan houden, maar die tóch gehoorzamen zal aan zijn wil. En als pertinente wil eist hij, dat de jorigen op de dag des Heeren zijn vermaak niet zoekt op het voetbalveld. Het is onmogelijk, dat hij dit oogluikend zou kunnen toestaan.

No. 22

(Wordt vervolgd)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 december 1956

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

DE GROTE VERBITTERING

Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 december 1956

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's