HERODES
De geschiedenis van een tyran
Dit opschrift is de titel van een boek, in 1955 verschenen *). Het is te typeren als een uitzonderlijk boek over een uitzonderlijk man. Vandaar dat ik meende, er een artikel aan te mogen wijden.
Uitzonderlijk is dit boek allereerst om zijn uiterlijk. De band is van een artisticiteit, die de uitgeefster eer aandoet. En papier en druk zijn daarmede in overeenstemming.
Maar dan is er nóg een reden, waarom ik het waagde te spreken van , , een uitzonderlijk boek". Het is geen produkt van spontane aandrift. De auteur gaf het niet uit drang van binnen uit, maar heeft het geschreven ingevolge een opdracht van buitenaf. Hij verhaalt daarvan in , , Pro Domo", een soort van „verantwoording", in enigszins archaïstische stijl als volgt:
, , Het geviel Burgemeester en Wethouders van Amsterdam, den schrijver op een goede dag de opdracht te verlenen, om in samenwerking met een regisseur een speelbaar toneelstuk te schrijven. Hij wendde zich voor de uitvoering daarvan tot twee personen. De eerste was de dode Herodes en de tweede de springlevende Albert van Dalsum, beiden onsterfelijk en beiden den schrijver sinds jaren bekend, de eerste als vijand, de tweede als vriend", (blz. 5).
Ziehier wat de schrijver ons mededeelt over het ontstaan van zijn boek.
Maar nu is er nog een derde reden, waarom ik meen het boek „uitzonderlijk" te moeten heten.
De stof, welke de schrijver had te verwerken, was zóveel omvattend, dat hij geen kans zag die in één stuk voor één avond samen te persen. De materie vorderde een toneelstuk, dat drie speelavonden nodig zou hebben. Zijn werk werd dan een trilogie, een drieluik. Dat leek hem minder goed. Zo zag hij ervan af, , , het gehele leven van Herodes dramatisch te verwerken". Want moge , , het spelen van een toneelstuk moeilijk zijn, het spelen van een trilogie is driemaal drie keer zo moeilijk, d.w.z. onmogelijk".
Hoewel geen der zake kundige op dit terrein, kan ik voor een en ander begrip hebben.
Resultaat van des schrijvers overwegingen en moeilijkheden is geworden een boek van drie onderdelen, waarvan het eerste en het laatste gegeven zijn als geschiedverhaal. Het eerste bij wijze van , , inleiding", om Herodes — , , het was de schrijver niet alleen om een toneelstuk te doen geweest, maar ook van Herodes" (blz. 5) —te tekenen in wat hij was en waarom hij zich gedrongen voelde tot wat in het middenstuk de intrigue vormt, met als resultaat de dood van Marianne, zijn vrouw, terwijl hij meende ook verplicht te zijn degenen, die zich voor zijn werk zouden interesseren, in het derde deel in te lichten over het verdere verloop van Herodes' leven. Op deze wijze meent de auteur zich van zijn opdracht „een speelbaar toneelstuk" te schrijven, gekweten te hebben. Tevens heeft daar'bij de overweging gegolden dat er nu, waar het hem ook om Herodes begonnen was, in het Nederlands een geschiedenis van die eerste koning van het geslacht der Antipatriden geschreven zou zijn, welke er vtoorheen, , , afgezien van de vertalingen van Flavius Josephus", niet was. (blz. 6).
Nu kan ik over de speelbaarheid van het toneelstuk niet oordelen, wijl ik op dit terrein geen expert ben. Ook denk ik er niet aan, mijn lezers te adviseren zich eventueel daarvan te overtuigen. Nog altijd heb ik geen vrijmoedigheid mee te werken tot het aankweken van schouwburgbezoek. Er is voor mijn besef nog zo iets als een gereformeerde zede, die zulks niet tolereert. En voorts, men kan ook door lezing van een stuk, zich genoegzaam een oordeel vormen over zijn mérites, en natuurlijk eveneens over de verdiensten van het boek als geheel. Hiermede heb ik wel voldoende, naar ik meen, gezegd over de uitzonderlijkheid van dit boek in formele zin. We komen dus nu tot zijn inhoud en de persoon en het leven van Herodes.
ledere bijbellezer weet wel het een en ander van hem uit het Evangelie. Hij treedt op in de geschiedenis van de Wijzen uit het Oosten, de Bethlehemse kindermoord, de vlucht naar Egypte, en is oorzaak, dat Jozef en Maria met het Kindeke Jezus daar geruimen tijd verblijf nemen. We weten ook, dat hij een Idumaeër is, een Edomiet, een nakomeling van Ezau. Maar dat is dan ook zo ongeveer wel alles, wat we van hem weten. Hoe het mogelijk was, dat deze man, van wie de Joden, als zij het over hem hebben, bij voorkeur de historische uitspraak citeren, , , dat hij regeerde als een tijger en gestorven is als een hond" (blz. 13), daar in Jeruzalem heerste als een tyran, dat is minder, zo niet geheel onbekend. Daarover licht ons de schrijver, mr. Abel J. Herzberg, uitvoerig in.
De vader van Herodes, Antipater geheten, was door de Koning-hogepriester van Judea, dat toen een zelfstandige staat was, Alexander Jannaeus, tot stadhouder of strateeg aangesteld over het reeds vroeger veroverde en gejudaiseerde Idumea (blz. 48). Deze Antipater had onder dwang de Joodse religie aangenomen.
In zijn hart was hij nog wel een heiden. Mr. Herzberg noemt hem , , een dorpeling met de aanleg van een cosmopoliet". blz. 50). Deze man, oorspronkelijk dus een ondergeschikte van de Hasmoneeën, de dynastie, gesproten uit het geslacht der Maccabeeën en tengevolge van de heldenstrijd dezer vijf, aan de heerschappij in Judea, had grote bekwaamheden als bestuurder en was tegelijkertijd , , een bijzonder eerzuchtig heer", (blz. 48). In de verwikkelingen, die er na Jannaeus' dood door , , de broederoorlog" tussen zijn beide zonen ontstonden, trok Antipater uit de provincie naar de hoofdstad Jeruzalem, om zich in die , , oorlog" te mengen, (blz. 49).''Dat deed hij zeer handig, vooral door zich spoedig daarna in contact te stellen met de in die tijden naar het Oosten opdringende macht der Romeinen, tegen welke Judea zijn onafhankelijkheid niet kon handhaven. Resultaat van een en ander was, dat Antipater praktisch de macht in handen kreeg. Zijn zoon Phasaël, de oudste, werd stadhouder of bevelhebber van Jeruzalem, Herodes, een jongere zoon, moest voor de orde in Galilea zorgen, (blz. 57). Deze, toen pas 25 jaar. kweet zich op niets ontziende wijze van die taak. Door wreedheid en bloed vergieten kreeg en hield hij Galilea in bedwang. Door handig intrigueren wist hij daarna immer weer de vriendschap en steun te verwerven van wie in Rome, uit de strijd om de macht successievelijk het imperium wisten te verwerven. Zo werd hij na de dood van Antipater — deze was gestorven tengevolge van vergiftiging, waarin waarschijnlijk een energiek Joods officier, een tegenspeler van de Antipatriden, de hand had, en spoedig daarop vermoord werd — in Judea praktisch alleenheerser. Dan geeft Hyrcanus, zoon van Alexander Jannaeus, wettelijk diens opvolger, in naam dus heerser in Judea, maar een zwakkeling — hij was door Antipater tijdens diens leven al op de been gehouden —om Herodes op zijn zijde te krijgen, deze zijn kleindochter, de schone Marianne, ais bruid. Daar was het Herodes om begonnen. Nu werd zijn positie politiek en nationaal versterkt. Bezien van het standpunt der Hasmoneeën, was deze verbintenis een , , mesalliance" (blz. 65), maar voor Herodes winst en glorie. , , Hij, de , , parvenu", zoon van een vader, die tenslotte ook maar parvenu was, werd geadopteerd in Juda, gelieerd aan de legitieme aristocratie". , , De bruidegom kon nu ook over zijn moeder Kypros en zijn zuster Salome zegevieren, die beiden, de dochter nog meer dan de moeder, op hem verliefd waren, en die men het aan kon zien, ondanks hun nieuwe zijden gewaden en dure sieraden, dat ze nog niet zo lang geleden eigenhandig op de markt de vis hadden gekocht en met de koopman over de prijs hadden staan dingen", (blz. 69).
Maar behalve berekening, was er bij Herodes liefde in het spel. En ook Marianne had Herodes lief. Maar haar liefde sloeg gedurende het huwelijk om in haat. Dit proces is het gegeven in het 2e deel van het boek, het toneelstuk, waarin Marianne en Herodes de hoofdpersonen en tegenspelers zijn. In dit stuk is de auteur in zijn kracht. Met gloed en verve is het geschreven. Dat niet alléén. We voelen, vooral in de visie, ons gegeven op Herodes en in de uitbeelding van Marianne, hoe daarin idealen werken van een Israëliet, die, gelijk het werd uitgedrukt, niet verliberaliseerd is, maar gelooft ook voor het heden in een betekenis van Israël voor de wereld. In dit deel van het boek zien we zich ontwikkelen, wat de auteur in de volgende passus ons verhaalt die tevens in zijn slot een samenvatting van het derde deel geeft.
, , Herodes hield van het jonge meisje en hij zou haar liefhebben een leven lang, in de eerste jaren, toen ze hem vertrouwde en in hem geloofde, en steeds dieper en dieper in de latere jaren, toen zij geleerd had hem te verachten en zelfs van hem gruwde. Zolang zij leefde, had hij haar lief en toen zij dood was (hij zelf heeft haar in de bloei der jaren ter dood laten brengen) hebben zijn berouw en zijn liefde hem tot waanzin gebracht. Het is of deze liefde voor haar, met al hare smartelijkheid, hem al de dagen van al zijn jaren heeft vervolgd. Het is, , of zij hem er toe heeft gedreven, de twee zonen, die uit deze liefde geboren waren, aan haar, hun moeder, in haar graf terug te geven. Zij hadden haar schoonheid geërfd en hij kon die erfenis niet verdragen", (blz. 64).
Zoals uit het voorafgaande kan gebleken zijn, is het in dit boek voornamelijk begonnen om het tweede deel, het drama. Daar is de auteur 'dan ook op zijn best. De historiebeschrijving heeft niet het boeiende van het toneelstuk. Zij is meermalen m.i. te gerekt en heeft daardoor vooral in het derde stuk iets mats. Verantwoord is, wat de auteur in zijn geschiedverhaal geeft, zeer zeker. Wanneer een autoriteit als prof. dr. W. den Boer, uit Leiden, dit dekt, zegt dat wel genoeg in dit verband. Of prof. den Boer ook met zijn autoriteit dekt, wat Herztberg over de Bethlehemse kindermoord poneert, heb ik uit het , , Pro Domo" niet kunnen afleiden. Indien dat wèl het geval mocht zijn, moet ik èn tegen hem èn tegen de auteur voor de historische betrouwbaarheid van het Evangelie opkomen.
De zaak, waarop ik doelde is deze. Mr. Herzberg verwijst op grond van het feit, dat Flavius Josephus, de Joodse historieschrijver van Herodes' moord op de kinderen van twee jaar en daar beneden, in Bethlehem niets vermeldt, deze hele geschiedenis naar het rijk der legenden. Wanneer de auteur Flavius Josephus meer vertrouwt dan het Evangelie Gods, betreur ik dat ten zeerste, doch ligt dat gans en al voor zijn rekening. Voor mij is dat Evangelie ten volle betrouwbaar. En daardoor temeer, wordt deze Herodes de Eerste, — men noemt hem ook de Grote — bijzonder uitzonderlijk. Hij is het in gans enige zin, omdat in die Bethlehemse kindermoord satan hem als een instrument gebruikt, met de bedoeling het Kindeke Jezus, de Verlosser der wereld, de dood in te drijven en Gods plan tot redding van Zijn volk te verijdelen. Zo wordt Herodes van een huiveringwekkende uitzonderlijkheid. Het ontbreken van deze diep zwarte achtergrond is een smartelijk gemis in dit boek, waarin we op zo menige bladzijde een hart voelen, dat in smart is over Israels lijden en strijden de eeuwen door, waarin, gans anders, dan Da Costa het deed, het probleem gesteld wordt van , , Israël en de volken".
*) Abel J. Herzberg : Herodes. De geschiedenis van een tyran. Amsterdam, N.V. De Arbeiderspers, MCMLV.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 januari 1957
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 januari 1957
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's