De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

DE GROTE VERBITTERING

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

DE GROTE VERBITTERING

Feuilleton

5 minuten leestijd

DOOR JAC. OVEREEM

Hij schouwt niets van de schone natuur om hem heen. Hij ziet de geestelijke wildernis in de harten der mensen van alle tijden. Wat heeft de zonde al een ellende teweeggebracht, maar niemand die het ziet. Allen hebben een vermaak in het doen van datgene, wat God haat. En ook hijzelf is van nature zulk een mens. Dat hij een lust heeft in Gods geboden, heeft de Heilige Geest hem geleerd, dat is niet van hemzelf! Maar nu moeten allen om die Heilige Geest bidden. Die ons een liefde geeft tot deze dingen, zó sterk, dat daarvoor al het wereldse vermaak moet wijken.

De christen heeft een eigen levensstijl, die hem onderscheidt van de wereldling. Wat is een wereldling? Is hij, Albert Poot, eenvoudig boer van , , de Olde Deel" soms beter ?

Neen, duizendmaal neen; maar hij weet dat hij zonder God niet leven kan en daarom heeft hij Hem elk ogenblik nodig. Een wereldling is hij, die God wil wegdenken uit zijn leven en die zijn eigen weg gaat, zonder zich te storen aan de bijbel, waarin de weg des levens wordt aangewezen.

Albert Poot dwaalt niet zó maar wat in de natuur. Hij is op weg naar het voetbalveld op de heide, tussen Karvelde en Lunaoord. Daar is Herman. Herman, die hem beloofd heeft, niet meer naar het voetbalveld te gaan op zondag.

Hij zal hem zoeken. Herman zal weten, dat hij op hem vertrouwd heeft. Ook zal hij weten, dat zijn vader het bij praten alléén niet laten kan, dat het hem wel degelijk ernst is.

Albert Poot heeft het moeilijk. Maartje weet, dat hij nu op zoek is naar de jongen. Hij kijkt op.

Hé, daar is het al! Hij wordt als 't ware verwelkomd door een hartstochtelijk gebrul van de zijde der tribune. Dan volgt er een voortdurend handengeklap. Meer dan ooit gevoelt hij nu het godonterend getier van al die mensen. Wat een woorden, die voor God en mensen beledigend zijn, worden hier uitgebracht.

Is dat nu de ontspanning, die Herman zoekt ? Hoe vreemd wil dit hem nu toeschijnen, en tóch, hij heeft in de jongen zien groeien de geest van verzet tegen God en de bijbel. Een diepgaande onverschilligheid, reeds in de kinderjaren opgemerkt in het beginstadium, had hem allengs meer verontrust.

En ziedaar!

Albert Poot komt bij de ingang van het terrein. Iemand wil hem een toegangsbewijs aanreiken. — Goeiedag. Ik zoek mijn jongen!, zegt hij stroef. Beteuterd kijkt de man hem aan. Dat is er een, die wil niet eens naar het toegangsbewijs kijken, laat staan er een kopen!....

Boer Poot loopt door. Ginds groepen de mensen.

Als met arendsogen blikt hij de rijen langs.

Vreemd is hem de sfeer in deze verwilderde wereld. Wat zoeken al deze mensen?

Ze volgen de spelers met hun ogen vol aandacht.

Ze zoeken de uitslag van het spel. Wie als overwinnaar. uit de strijd komt. Is 't om het voordeel van de winnaars ? Het is enkel sensatie! De mens zoekt verstrooiing om de tijd vol te maken. De mens der verveling zoekt in het zienlijke de honger zijner ziel te bevredigen. Tracht liefst zonder inspanning het meest te genieten. De mens van de tijd meent te zijn in de eeuwigheid. Ze zoeken vrijheid, brood en spelen. Men verveelt zich in het rustig unr, 't is enkel maar een jachten naar het einde.

Hij heeft de jongens reeds uit de verte gezien.

Daar zitten ze, Herman en Roel. Hun ogen strak gericht naar het spel. Achter hen de jodelende meisjes, die gekomen zijn voor wat opwinding en flirt. O ja, als er geschreeuwd wordt, , dan jubelen ze ook, maar ze weten niet waarom. En ze giebelen maar en ze lachen om onzin. Herman schrikt op.

Daar staat z'n vader. Nu staan die ogen vol verwijt op hém geslagen.

— Kom jij maar mee

Herman kijkt Roel aan. Hij hoeft niet tegen te streven. Hij móet komen.

't Is te gek om kabaal te maken, anders ! Lelijke woorden sissen tussen z'n tanden. Hij is erg beledigd ; maar, denkt hij, de mensen kunnen menen, dat het om iets anders is, dat ik zo plotseling moet komen.

Zwijgend staat hij op en gaat met zijn vader mee.

De man bij de ingang is weer naar het terrein gelopen, en niemand let op hen.

Herman voelt zich al meer beledigd. Hij kan geen woord uitbrengen. Het zou te erg zijn om ze uit te spreken. Hij kropt z'n woede op.

— Je denkt toch niet, dat ik je de hele zondag op een stoel wil binden? , begint vader Poot.

Herman gromt wat. Hij is erg beledigd.

— Ik heb met je afgesproken, dat je niet naar het voetbalveld zou gaan op Gods dag!

— Op Gods dag, smaalt Herman. Hij spuwt op de grond.

Albert Poot staat stil. Het is hem bang te moede.

Toorn welt er op in zijii binnenste.

Zulk een opstand tegen God moet z'n hele ziel beroeren. Ontzettend!

O, welk een zware gang is dit. Uit de mond van je eigen kind zulk een smading van God te beluisteren, dat is erg!

— O, Heere, schenk mij die genade, dat ik me niet te buiten ga!, schreeuwt het in zijn ziel.

In zijn ijver voor Gods eer zou hij de jongen neer willen slaan.

Herman beseft heel goed, dat hij z'n vader met het zeggen van zoeven een slag in het gezicht heeft toegebracht. Maar dit is juist wat hij bedoeld heeft.

Hij voelt zich een vreemde voor z'n eigen vader. Hij heeft zelfs heel veel tegen z'n vader.

No. 24. (Wordt vervolgd).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 januari 1957

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

DE GROTE VERBITTERING

Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 januari 1957

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's