HET KOMPAS WAAROP ONZE HERVORMDE KERK THANS VAART, DEUGT BESLIST NIET II
Geen wonder, dat in de nieuwe vertaling deze tekst héél anders luidt: Een mens, die scheuring maakt, moet ge, na hem een en andermaal terecht gewezen te hebben, afwijzen.
Men heeft dus eigenlijk de betekenis verzacht. Het zou hier gaan over scheurmakerijen, niet over ketterij.
Gelukkig, dat ook gereformeerde taalkundigen zich tegen deze nieuwe vertaling hebben verzet. De apostel heeft stellig ketters bedoeld. Daarvoor zijn nadere bewijzen ontleend aan het gebruik van het woord, hetwelk vertaald is door ketter. En lees eens wat er staat in 2 Johannes 1 vs. 10 : Indien iemand tot ulieden komt en deze leer niet brengt, ontvangt hem niet in uw huis en zegt tot hem niet: Wees gegroet.
Dat is, dunkt me, ook weer duidelijke taal.
Johannes leert hier geenszins, dat ge een dwaalleraar, die met gebroken been op de straat ligt, maar zoudt moeten laten liggen. Neen, maar wél, dat alle gemeenschap moet geweigerd worden met diegenen, die een dwaalleer brengen. Ook Johannes denkt er niet aan om in de weg van een valse eenheid de waarheidselementen te benaderen in de valse leer van de dwaalleraars.
En dan denk ik verder aan de Judaistische propoganda onder de Galaten. Dwaalleraars wilden - de christenen onder de Galaten weer onder het juk van de Mozaïsche dienstbaarheid brengen.
Lees nu wat er staat in Galaten 1 vs. 6—9. In verwonder mij, dat gij zo haast wijkende van degenen die u in de genade van Christus geroepen heeft, overgebracht wordt tot een ander evangelie.
Daar is geen ander ; maar er zijn sommigen, die u ontroeren en het evangelie van Christus willen verkeren.
Doch al ware het ook, dat wij, of een engel uit de hemel u een evangelie verkondigde, buiten hetgeen wij u verkondigd hebben, die zij vervloekt.
Gelijk wij tevoren gezegd hebben, zo zeg ik ook nu wederom : indien iemand u een evangelie verkondigt, buiten hetgeen gij ontvangen hebt, die zij vervloekt.
Hier spreekt toch de apostel duidelijke taal.
Toen ik op een van de vergaderingen, waar zulk 'n richtingsgesprek gehouden werd, deze woorden uit de Brief aan de Galten naar voren bracht, meende men er zich van te kunnen afmaken met te vragen : of ik wel zeker wist of door de door mij genoemde richting inderdaad een ander evangelie werd gebracht.
Het is wel droevig !
In zijn werk : Tragiek en triumf van het geweten, 1950, noemt Walter Nigg, Zwitsers kerkhistoricus, Simon de tovenaar een oerchristelijke Faust en zegt: , , Simon hield er een andere opvatting van het christendom op na dan de apostelen, doordat hij met zijn grote wijsgerige belangstelling een verbinding tussen Christendom en Hellenistische wiisheid tot stand bracht".
Toch is de apostel Paulus niet met hem in nadere relatie getreden tot het houden van een richtingsgesprek, om het waarheidselement in de beginselen van Simon op te sporen. Neen, bijzonder ernstig en streng heeft Paulus Simon aangepakt en tot hem gezegd:
Bekeer u dan van deze uw boosheid en bid God of misschien u deze overlegging uws harten vergeven wierde; want ik zie, dat gij zijt in een gans bittere gal en samenkoping der ongerechtigheid. (Hand. 8 vs. 22, enz.).
Dit is wel een van de grofste toepassingen van deze methode om de eenheid te handhaven, ten koste van de Waarheid, die men relatief heeft gemaakt.
Op dit slechte kompas heeft toch ook de kerk van de eeuwen, die achter ons liggen, niet gevaren.
Athanasius heeft er toch ook niet aan gedacht om één bloc te vormen met de aanhangers van Arius, ten koste van de Waarheid.
Neen, al kost het Athanasius ook een vijftal vertbanningen, al heeft hij om de Waarheid moeten lijden en 20 jaar van zijn leven in ballingschop moeten doorbrengen, hij wilde toch van geen wankelen weten en houdt de Waarheid vast, al zou hij er ook voor moeten sterven.
Augustinus deed in zijn strijd tegen Pelagius niet anders.
Calvijn heeft er evenmin anders over gedacht.
En onze vaderen ten tijde van de synode van Dordt hebben ook geen compromis gesloten tussen Arminianen en Gomanisten.
Neen, neen, als het gaat om de Waarheid, dan is een heilige oorlog beter dan een valse vrede.
Ik kom tot de conclusie, dat men in de bloeitijd van de kerk niet heeft gevaren op het kompas van de middenorthodoxie.
Wat men mij voorts telkens toevoegt is dit, dat de tegenstelling tussen vrijzinnig en orthodox niet meer zó groot is als vroeger.
Als ik denk aan Kuenen, Scholten, en anderen, dan moet inderdaad worden toegegeven, dat er verschuiving naar rechts heeft plaats gevonden.
Dit geldt dan in het bijzonder van de rechts modernen.
Toch mene men niet, dat er in het kamp der vrijzinnigen zoveel veranderd is. Van de autonomie van de menselijke geest hebben ook de rechts vrijzinnigen nog geen afstand gedaan. Nog steeds blijven ze aanhangers van de zogenaamde hogere Schriftcritiek. De resultaten van de huidige natuurwetenschappen lijken de meesten beter toe, dan te buigen voor het wonder der Heilige Schrift.
En hun stand tegenover de belijdenis onzer kerk is van, dien aard, dat men in de weg van het zogenaamde mystieke belijden een uitweg heeft gevonden om te ontkomen aan de binding aan de letter van de belijdenis onzer kerk.
We willen gaarne erkennen, dat een geloof in de belijdenis ons niet zaligmaken zal, maar we blijven van mening dat het oprechte geloof zich ook in deze 20ste eeuw zal blijven openbaren als staande op de grondslag van de Schrift, zoals de belijdenis daarvan getuigt.
Op het kompas van de midden-orthodoxie kunnen we niet meevaren.
We verwachten van de richtingsgesprekken bijzonder weinig. We menen trouwens te mogen opmerken, dat het grootste optimisme over de richtingsgesprekken reeds voorbij is.
Het varen op dit kompas vervult mij met angst. Er zijn er in onze dagen, die het zoeken van deze gekunstelde eenheid een werk van de Heilige Geest noemen. Ik stel een andere vraag : Zou het ook het werk van de vorst der duisternis kunnen wezen ?
Als het in de zomer avond wordt, en de schaduwen van de nacht zich over de aarde uitbreiden, worden beiden, de witte lelie en de rode klaproos, grauw.
In de duisternis vallen de kleuren weg en wordt alles grauw. Maar dan zijn we ook vlak bij de nacht.
O, Heere, Koning der kerk, laat nog Uw licht schijnen in de donkere nacht in het midden van ons volk!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 januari 1957
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 januari 1957
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's