De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

ARTIKEL 36 IN HET GEDING ?

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

ARTIKEL 36 IN HET GEDING ?

4 minuten leestijd

„De Hervormde Kerk" van 5 januari j.l. heeft zich opgeworpen als verdedigster van art. 36, en beweert, dat de Hervormde Kerk „ook wat betreft art. 36 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis, wil trachten te leven , , in gemeenschap met de belijdenis der vaderen". (De Herv. Kerk, pag. 4, eerste kolom o.a.). Aanleiding vond de schrijver (F. H. L.) in een artikel van „Trouw" van 22 december '56, en ds. L. wil daaruit verstaan, dat het door „Trouw" kwalijk wordt genomen, dat de Hervormde Kerk ook , , wat artikel 36 betreft, tracht te leven in gemeenschap met de belijdenis der vaderen".

Wij kunnen het voor het bedoelde artikel in „Trouw" niet opnemen, omdat het in meer dan één opzicht onjuist en aanvechtbaar is.

Het ware ook beleidvoller geweest, een theoloog over zulke dingen te laten schrijven, hoewel ook theologen zich kunnen vergissen. Dat blijkt althans uit het artikel van ds. L., die met grote letters daarboven schrijft: Heeft de Kerk een eigen rol te spelen in het politieke leven ?

Want daarover gaat het in art. 36 niet. Artikel 36 spreekt niet over de rol van de Kerk in het politieke leven, maar handelt over de taak der Overheid ten aanzien van het religieuse leven, de bescherming van de kerkedienst en de bevordering van de prediking van het Evangelie, en het weren van wat daarmede in strijd is.

Hoe zou de Christgelovige dat anders zien, wijl hem door de Schrift geleerd wordt, dat de Overheid dienaresse Gods is? Welke andere God kan dat zijn dan Hij, die door de Kerk beleden wordt als de Vader van de Heere Jezus Christus ?

Ook de Overheid, die zich van haar goddelijke roeping bewust is en zich Gods dienaresse weet, moet de vordering van het Koninkrijk van de Heere Jezus Christus ter harte gaan.

Ds. L. schijnt nog al onder invloed van , , Trouw" te schrijven — hij deelt mede, dat hij op , , Trouw" is geabonneerd —, want dit blad schijnt van dezelfde gedachte uit te gaan, welke „De He'rvormde Kerk" bezighoudt en redeneert, als zou art. 36 aan de Kerk een „functie" , , in de Staat" toekennen. Immers hij formuleert het wel iets anders : , , een rol in het politieke leven", en deze formulering is zelfs ook beter, maar het komt op hetzelfde neer. Beide schrijvers hebben het over een rol of functie van de Kerk in het politieke leven, m.a.w. over een staatkundige functie der Kerk, en gaan uit van de gedachte, dat art. 36 over zulk een functie der Kerk gaat.

Beide heren hebben blijkbaar verzuimd art. 36 nog eens na te lezen, voordat zij aan het schrijven togen. Mogelijk hadden zij een editie met opschriften aangetroffen en ontdekt, dat art. 36 heus een belijdenis is omtrent het amht der Overheid.

Van de roeping, functie, rol van de Kerk, staat in art. 36 geen woord, ook niet van de verhouding van de Kerk tot de Overheid. Men kan alleen zeggen, dat een Overheid, welke zich bewust is Dienaresse Gods te zijn, het aanzien en de waardigheid der Kerk in ere zal houden en haar woord ernstig zal nemen, indien de kerk aanleiding vindt zich tot haar te wenden in vérband met haar arbeid en roeping. Bepalingen van dien aard staan er echter niet in art. 36.

Ook afgezien daarvan, ligt het voor de hand, dat, het Evangelie post gevat hebbende in een volk, door het geestelijk leven, hetwelk daarvan de vrucht is, altijd en onder alle omstandigheden zijn invloed op het volksleven in al zijn geledingen zal doen gevoelen.

De verhouding van de Kerk tot de Overheid en haar roeping jegens de Overheid en de uitoefening van haar ambt, worden uiteraard door Gods Woord bepaald en door niets anders dan dat Woord. Die roeping is een zuiver profetische en kan geen andere zijn.

Voor alles zal zij daarom de zelfstandige verantwoordelijkheid der Overheid voor de uitoefening van haar ambt eerbiedigen, omdat de Schrift dat zo leert.

In dit opzicht zijn wij van mening, dat de Hervormde Synode de juiste weg nog niet gevonden heeft, zoals een en andermaal gebleken is. Als zij zich meer moeite geeft om de Kerk bij haar belijdenis te houden in geloofsgemeenschap met de vaderen, zal ook haar politieke houding wel meer in overeenstemming daarmede worden.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 januari 1957

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

ARTIKEL 36 IN HET GEDING ?

Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 januari 1957

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's