DE DORDTSE LEERREGELS
Deze Verkiezing is een onveranderlijk voornemen Gods, door hetwelk Hij vóór de grondlegging der wereld een zekere menigte van mensen, niet beter of waardiger zijnde dan anderen, maar in de gemene ellende met anderen liggende, uit het gehele menselijk geslacht, van de eerste rechtheid door hun eigen schuld vervallen in de zonde en het verderf, naar het vrije welbehagen Zijns wils, tot de zaligheid, louter uit genade, uitververkoren heeft in Christus
HOOFDSTUK 1, ARTIKEL 7
Ditmaal is het ons te doen om drie -woordjes uit bovenstaand gedeelte van artikel 7, n.l. tot de zaligheid. Daar ligt een wereld verloren in zonde en schuld. Onder hen is niemand, die God zoekt, niet tot één toe, zegt Romeinen 3. Maar God heeft een eeuwig voornemen om bepaalde personen wél te zoeken. Dat voornemen komt op uit de liefde Gods. God heeft van eeuwigheid Zijn volk lief. Maar als dit volk hier op aarde geboren wordt, heeft het Hem niet lief. Maar dan komt de eeuwige liefde Gods tot dit volk, tot deze Zijn uitverkorenen, in werking. De Heere gaat ze zoeken. Hij gaat ze voor zich winnen.
Wat wil de Heere met dit Zijn volk ? Hij wil hen bij Zich hebben. Dus Hij wil dit Zijn volk in de zaligheid hebben. Want bij God zijn in een verzoende staat, d.i. in de zaligheid zijn. , , Het is mij goed, mijn zaligst lot, nabij te wezen bij mijn God". Daarom spreekt ons artikel van een uitverkiezing tot de zaligheid. Anderen komen hiertegen op. Volgens hen heeft de uitverkiezing niets met de zaligheid te maken. Wie uitverkoren is, is uitverkoren om voor God iets te doen. Dit sluiten wij niet uit. Ten eerste zijn daar de profeten en apostelen. Zij zijn niet alleen uitverkoren tot de zaligheid. Dat zijn ze ook, maar niet alleen. Judas, die Jezus verraden heeft, hij was alleen uitverkoren tot dienst, zover de H. Schrift ons daarover iets openbaart. Van Bileam zou men hetzelfde kunnen zeggen. Maar in de regel zijn de profeten en apostelen uitverkoren tot zaligheid en tot dienst. Ook is de uitverkiezing van Gods volk niet alleen tot zaligheid. Zij zijn uitverkoren om Gods lof te vertellen. Jes. 43 : 21: „Dit volk heb Ik mij geformeerd, zij zullen Mijn lof vertellen". Zij zijn uitverkoren om heilig voor God te leven: „opdat wij zouden heilig en onberispelijk zijn in de liefde". Maar deze dienst aan God is geen tegenstelling met de uitverkiezing tot zaligheid. In dit dienen van God en heilig leven vóór God bestaat de zaligheid van Gods volk.
Dus deze twee opvattingen staan tegenover elkaar. De éen zegt; de uitverkiezing is tot dienst alleen en heeft met de zaligheid niets te maken. De ander zegt: de uitverkiezing is tot zaligheid en de dienst van God is daar een aanklevend deel van en ook verkiest God wel mensen tot dienst voor andere mensen. Op ons rust nu de taak om uit de Schrift aan te tonen, dat daar de verkiezing niet uitsluitend een verkiezing tot dienst is, maar dat Gods volk uitverkoren is tot zaligheid, d.i. om van en bij God te zijn.
Daarvan lezen we in Deuteronomlum 7 : 7 e.v.: „De Heere heeft geen lust tot u gehad, noch u verkoren, om uw veelheid boven vele andere volken; want gij waart het weinigste van alle volken. Maar omdat de Heere ulieden liefhad, en opdat Hij hield de eed, die Hij ulieden gezworen had, heeft u de Heere met een sterke hand uitgevoerd, en heeft u verlost uit het diensthuis, uit de hand van Farao, koning van Egypte. Gij zult dan weten, dat de Heere uw God, die God is, die getrouwe God, welke het verbond en de weldadigheid houdt dien, die Hem liefhebben, en Zijn geboden houden tot in, duizend geslachten".
Hier gaat vers 6 aan vooraf: „Want gij zijt een heilig volk de Heere uw God; u heeft de Heere uw God verkoren, dat gij Hem tot een volk des eigendoms zoudt zijn uit alle volken, die op de aardbodem zijn".
Hier is weinig te lezen van uitverkoren zijn tot dienst van de naaste. Want dat is de bedoeling van hen, die spreken van een uitverkiezing tot dienst. Dit zou een dienst zijn aan de naaste. De bekende tekst, Matth. 24 : 14, wordt dan zó toegepast : Weinigen zijn uitverkoren, opdat zij velen zouden roepen. Waarschijnlijk horen velen onzer deze uitleg voor het eerst. Zij lijkt mij ook niet overtuigend. In elk geval is in Deut. 7 : 6 e.v. geen sprake van dienst aan de andere volken. Israël wordt genoemd: een heilig volk, dat afgezonderd is voor God. Het is niet in de eerste plaats gesteld om de naaste te dienen, doch om Gods lof te vertellen. Israël heeft een uitzonderingspositie. Alle volken dienden hun eigren afgoden. Zij kenden de ware God niet. Maar aan Israël is het gegeven om de rechte liturgie, de rechte eredienst te hebben. En elke Israëliet, die in Gods inzettingen wandelt, zal eeuwig zalig leven. De zaligheid zit vast aan deze verkiezing van Israël. Men moet dit wél verstaan. De verkiezing van Israël als volk is de eerste trap der verkiezing. Als volk waren Ezau en Jacob beide verkoren. Doch in de tweede trap viel Ezau af. Hij heeft er ook nooit lust in gehad om uitverkoren te zijn tot de dienst Gods. Daar krijgt trouwens nooit één niet-uitverkorene lust in. Lust te hebben om de Heere te vrezen is een gave Gods. Maar een eigenwillige godsdienst is van de mens zelf.
Dan is er nóg wat. In Deut. 7 wordt Israël genoemd , , een volk des eigendoms". Hier is dus een volk, dat tot God in een bijzondere verhouding staat. De uitverkiezing heeft hier niet ten doel om een bepaald volk tot zendelingen te benoemen. Zij heeft ten doel om op deze aarde, waar alle volken de God van hemel en aarde verlaten en niet kennen, een volk te scheppen, dat God de Heere wél kent. Daar staat in vers 9, dat Israël moet weten wie de Heere is. Het doel van de verkiezing is, dat zij God kennen. En God kennen is het eeuwlge leven. Men hoeft dus niet te vragen of de verkiezing betrokken is op de zaligheid. En als er dan van dienst sprake is in vers 9, dan is het een dienst aan God. Dat is niet hetzelfde als zendeling zijn onder de heidenen. Het is een wonderlijke stelling: de weinigen zijn uitverkoren om er velen te roepen.
Als er ooit een spelen met woorden heeft plaats gehad, dan in deze uitleg van, Matth. 22 : 14, waar , , Woord en Dienst" van 12 januari j.l. ons gelukkig mee maakt op pagina 4. Efeze 1 spreekt niet van dit roepen, als we daar lezen, dat het doel der verkiezing is, „opdat zij heilig en onberispelijk zouden zijn voor Hem in de liefde". In dit hoofdstuk staat ook : , , Die ons tevoren verordineerd heeft tot aanneming tot kinderen". Men vindt in de hele Schrift, waar ook maar over uitverkiezing gesproken wordt, een nauwe verbinding van uitverkiezing en zaligheid. In 2 Tim. 1 : 9 lezen we ook van roepen, doch niet van een roepen, dat de uitverkorenen moeten doen, maar van een roeping, die tot de uitverkorenen komt. Het is een roeping tot Christus en om zich te laten zaligen in de weg van verzoening door het bloed des Lams. De uitverkorenen zijn niet allereerst de roependen, doch de geroepenen. Er staat: „Die ons heeft zalig gemaakt, en geroepen met een heilige roeping ; niet naar onze werken, maar naar Zijn eigen voornemen en genade". God riep tot de zaligheid. Daarvan lezen we in Hand. 13 : 48 : , , er geloofden er zovelen als er geordineerd waren tot het eeuwige leven". De voorbestemming Gods wordt hier niet in verband gebracht met dienst aan de naaste, doch met een voorbestemming tot het eeuwige leven. Dat is de zaligheid.
In Romeinen 9 : 23 staat, dat de vaten der barmhartigheid bereid zijn tot de heerlijkheid. , , Weinigen zijn uitverkoren om er velen te roepen". Dat is de nieuwste uitleg van de uitverkiezing. Maar de Schrift steunt deze uitleg niet. Zij kent allereerst de verkiezing tot heerlijkheid, zaligheid, eeuwig leven. In 2 Thess. 2 : 13 staat het met zoveel woorden : „Maar wij zijn schuldig altijd God te danken over u broeders, die van de Heere bemind zijt, dat u God van de beginne verkozen heeft tot zaligheid.
Zo blijkt de catechismus een zuivere weergave van de uitspraken der Heilige Schrift te zijn, als we lezen in zondag 21, dat de Zoon Gods de uitverkorenen ten eeuwigen leven zich tot een gemeente vergadert. De laatst genoemde tekst spreekt van een verkiezing van de beginne. Prof. J. A. C. van Leeuwen zegt daarvan : , , Het , , begin", waarvan de apostel spreekt, is niet het begin van zijn prediking, ook niet van zijn verkondiging van het evangelie in Macedonië, maar is absoluut bedoeld". Hier is dus sprake van de eeuwige verkiezing. Dit is de meest waarschijnlijke verklaring. Ik heb goede hoop, dat de dingen nu wel duidelijk zijn. Terecht spreekt ons art. 7 van een uitverkiezing tot zaligheid. Daar is ook een uitverkiezing tot dienst. De apostel Paulus wordt genoemd , , een uitverkoren vat, om Mijn naam te dragen". Doch als deze apostel spreekt over de orde in de verkiezing, dan zegt hij niet: die God te voren gekend heeft, heeft Hij ook zendeling of dominee gemaakt, maar dan zegt hij : die heeft Hij ook gerechtvaardigd en verheerlijkt. Datzelfde vindt men in het Oude Testament. , IJitverkiezing heeft een nauwe betrekking op de persoonlijke zaligheid. Maar dit betekent niet, dat een uitverkorene aan zijn verkiezing genoeg zou hebhen. De uitverkiezing is een begin. Daar moet heel wat aan een uitverkorene gebeuren. Hij moet allereerst met zichzelf bekend gemaakt worden. Daar schrijven zoveel geleerden over de uitverkiezing, bij wie men niet merken kan dat zij weet hebben van de noodzakelijkheid dier verkiezing en de daaruit voortvloeiende bearbeiding door de H. Geest. De zondaar, of hij nu atheïst, dominee, humanist, professor, nihilist of ouderling is, is een vijand van God van nature. Hij kent God niet, maar wat Hij van God meent te kennen, en ook werkelijk kent, dat haat hij. „Het vlees onderwerpt zich der Wet Gods niet, want het kan ook niet. Dewijl het bedenken des vleses vijandschap is tegen God". Dat zal eerst geleerd moeten worden. En wie dit leert met betrekking tot zichzelf, die verstaat, dat alleen in de weg van de verkiezing tot zaligheid, een zondaar zalig kan worden.
L. V.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 januari 1957
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 januari 1957
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's