KRONIEK
Radio Vaticana — Na 400 jaren — Zinspreuk van de Unie van Utrecht — Een gepeperd artikel — Wereldraad contra Wereldraad? — Van de Liturgische Conferentie — Wat men te Embden zeide — „Wees op uw hoede!"
Op 12 jan. j.l. meldde, na de „Nieuwdienst", het , .Katholiek Nieuws", dat Radio Vaticana haar voldoening had uitgesproken over de benoeming van mr. Kolfschoten tot burgemeester van Den Haag. Maar behalve dit bericht gaf de Vaticaanse Omroep ook lof aan onze r.k. landgenoten, dat zij de voorschriften en richtlijnen door Paus Pius X gegeven, zo goed in praktijk hadden gebracht.
Natuurlijk kunnen wij allen begrijpen, dat zowel de roomsen hier te lande, alsmede de leiding der kerk in Rome, met bovenvermelde benoeming zeer blijde zijn. Ze is waarlijk van geen geringe betekenis : de burgemeesterszetel in de residentie bezet door een der vooraanstaande leidende figuren in de K.V.P. ! De pers wist mede te delen, dat dit in Den Haag na 400 jaren de eerste burgemeester is.
Maar met dit al is die benoeming een. miskenning van het protestantse karakter onizer natie. Het is een klap in het aangezicht van allen, die nog enigszins bewust protestant zijn, en ze is dat dubbel voor dat deel der natie, dat leeft uit de beginselen der Reformatie, met welker doorwerking in ons volk, de natie opkwam en ons , , Gemeenebest werd, wat het tijdens de worsteling om de vrijheid God te dienen naar eis van de H. Schrift en het geweten, was.
't Is dan ook begrijpelijk, dat in Den Haag kort na de benoeming een protestvergadering werd gehouden. Maar dat is, hoe goed bedoeld misschien, mosterd na de maaltijd. Ook een minder vriendelijk woord over , , paapse stoutigheden" geeft niet. Als. we boos zijn, dan moeten we boos zijn op onszelf. Wij zijn in gebreke gebleven het heilig patrimonium, het vaderlijk erfdeel, te bewaren en te verbreiden. Wij, en daarbij heb ik het oog op allen, die willen leven uit de waarheid der Schrift, naar de beginselen der Geneefse reformatie.
En ja — want deze benoeming is er een op politiek terrein — dan mag in dezen vooral de politieke partijen van protestants-christelijke signatuur, wel een verwijt treffen. Nu heb ik niet het oog op wat in de ministerraad zou zijn geschied. Dienaangaande waren er geruchten, doch met zekerheid weten wij niets. Daar dus niet over.
Wat dan ? Dit, dat de bedoelde partijen, geen enkele uitgezonderd, niet de christelijke zelfverloochening en offerbereidheid tonen, om, het koste, wat het kost, tot die eenheid te komen, die naar ik meen, eis der beginselen en in het welbegrepen belang van heel ons volk is. Men krijgt soms de indruk, dat die partijen ijverig „voor eigen huis lopen", maar niet voor de grote zaak, ondanks véle woorden, die ons het tegendeel moeten suggereren. En in dit bedrijf gaan ze allen achteruit en verzamelen steeds minder stemmen op zich, terwijl de P.v.d.A. en de K.V.P. onrustbarend toenemen. En men tracht op congressen en welke samenkomsten ook, „na de nederlaag" dat psychologisch te verklaren, maar wat heeft men er aan ? Ons ontbreekt de geestdrift en de bezieling om midden in de branding te staan voor de beginselen der Schrift, toegepast op deze tijd: de bezieling, die Groen van Prinsterer en Mackay en Elout V. Soeterwoude en de Savornin Lohman deden standhouden en in-worstelen tegen alle agressie van liberalisme en socialisme. „Profeteer tot de Geest, mensenkind", zegt de Heere in Ezechiël 31. Dat ontbreekt ons.
Alleen in deze weg is redding voor -ons „Gemeenebest". Dan komt de juiste éénheid en samenbinding. Het devies der Unie van Utrecht luidde : „Concordia res parvae crescunt, discordia maximae dilabuntur", d.l. door eenheid worden kleine zaken groot, door tweedracht zullen de grootste uiteenvallen". Dat is in de geschiedenis van de Unie gebleken. Ook in de strijd voor de christelijke beginselen in onze natie. We zijn nu in de tijd der discordia". Als dat zo blijft, zal onze val groot zijn en de geestelijke schade voor ons volk, voor ons nageslacht, onberekenbaar. En we zullen er bij het misnoegen des Heeren dragen.
In „De Wekker" d.d. 11 jan. j.l. trof mij een zeer geladen artikel van S. (prof. V. d. Schuit), dat tegen de Wereldraad van kerken ging, of juister gezegd, tegen het „Comité van de Wereldraad van Kerken!" dat aug. '56 in Galyatetö, in Hongarije, samen was.
Hij zegt daarin o.m.:
, , A1 zijn de leiders in Hongarije als Veto en Beretsky en meer van dat soort niet anders dan collaborateurs, die de kerken in Hongarije hebben gebracht onder controle van een communistisch regime, dat is allemaal voor de Wereldraad van Kerken geen bezwaar om niet in een allervriendelijkste toon hen te -ontmoeten, en deze mannen een vooraanstaande plaats te geven in de Wereldraad van Kerken".
Dat is nogal gepeperd.
Het is naar aanleiding van wat dr. Berkhof over die bijeenkomst publiceerde in „Wending", okt. '56, waaruit S. het volgende citeert :
„Het stille hoofdthema in Galyatetö was de verhouding tot de kerken in communistische landen. (De cursivering is niet van mij-, maar van dr. Berkhof zelf).
Om te begininen leerden we hier de Hongaarse Lutherse en Hervormde kerk van iets dichterbij kennen. Een beschouwing hierover zou zeer boeiend zijn, maar ons te ver van de hoofdzaak afleiden. Toch moet even gezegd, dat allen met warmte terugdenken aan het verlegen makende medeleven der gemeente en aan de ongekende hartelijkheid en gastvrijheid, die wij overal ontmoetten.
Een aparte verrassing was het feit, dat de kleine Luthersche en Hervormde kerken van Polen en Roemenië {Zevenburgen) na jaren van isolement, van hun regeringen de toestemming kregen om (als waarnemers) de vergadering in Galyatetö mee te maken".
En dan besluit dr. B.:
, , De vreugde bij de aanwezige waarnemers over de hervonden verbinding met de oecumene, maakte op velen van ons diepe indruk"
Maar daarna laat S. volgen wat na de opstand in Hongarije, Waardoor de , , vroegere collaborateurs waren uitgeworpen", dr. Visser 't Hooft, secretaris van de Wereldraad, schreef aan de kerken daar te lande :
, , In deze tijd, nu het Gode behaagd heeft een nieuw tijdperk in het leven Uwer kerken te roepen, wens ik namens de Wereldraad van Kerken uitdrukking te geven aan ontze gegronde verwachting, dat bij het aanbreken van de nieuwe dag het werk der kerken rijkelijk door God moge gezegend worden.
Wij zijn bijzonder verheugd, dat de mannen, die thans de leiding in uw kerken op zich genomen hebben, hebben getoond, dat zij getrouw aan hun christelijke roeping wiUen zijn, boven elke andere zienswijze.
Wij zijn ons ten diepste bewust van de geestelijke strijd, die zovelen van u in de laatste jaren hebben gevoerd. Wij verheugen ons over het feit, dat zovelen getrouw gebleven zijn in hun christelijk getuigenis en verkleefd zijn aan de zaak van Christus".
Dit doet denken aan de desavouëring van Berkhof's loffelijke artikel. En we vragen met prof. v. d. S., hoe het nu zal gaan, nadat de opstand in bloed gesmoord is. En we begrijpen, dat het geladen artikel uitloopt op een waarschuwing tegen „de Wereldraad". Dat was van een enthousiast ijveraar voor , , de Wereldbond van Kerken" niet anders te verwachten.
Prof. V. d. S. besluit aldus :
Het jaar 1956 en vooral de kerkelijke situatie in Hongarije heeft ons veel geleerd. En toch wordt over deze kerkelijke toestanden in onze christelijke pers veel te weinig geschreven.
Het is veeleer een verheerlijken van de Wereldraad, dan een waarschuwing tegen communistische invloeden.
Zelfs enkele leiders in de Gereform. Kerken zijn nog te veel aan de verkeerde kant, en zien niet voldoende het gevaar dat ons, èn vooral onze jeugd, bedreigt".
Als ik nu nog iets. meedeel over wat op de conferentiedag der , , Liturgische Vereniging in de Ned. Herv. Kerk" werd verhandeld, blijven we in de , , oecumene". Daarop doelt wel wat de voorzitter, prof. dr. J. N. Bakhuizen van den Brink, ter inleiding zeide, gelijk de * N.R. Crt. dd. 15 januari dit afdrukte:
, , De liturgie is een belangrijk element in de oecumenische samenleving der kerken. Op het eerste gezicht schijnt juist de liturgie de verschillen te onderstrepen, die er tussen de kerken bestaan, in werkelijkheid, die uit de praktijk blijkt, treedt telkens weer met duidelijkheid naar voren, dat de liturgie meer verbindt dan scheidt".
Men zou dat , , verenigende" element ook kunnen zien in 't feit, dat prof. W. J. Kooiman handelde over de , , Achtergronden van de Avondmaalsconsensus" (overeenstemming betreffende het H. Avondmaal tussen Herv. en Lutherse Kerk). Hij zeide daarin o.m. :
, , De enige theologische reactie in Nederland kwam van de kant van dr. A. F. N. Lekkerkerker (in Kerk en Theologie).
Deze achtte het ongewenst, dat, terwille van de eenheid met de lutheranen, zondag 17 en 18 van de Heidelbergse Catechismus zouden vervallen".
Het verslag van de middagvergadering luidt :
In de middagvergadering sprak mej. mr. S. W. Holsteyn over haar bezoek aan de conferentie te Emden. Tot de Wereldbond van Presbyteriaanse kerken (World Alliance of reformed churches holding the presbyterian order), behoren 68 hervormde of gereformeerde kerken. De alliantie werd opgericht in 1875 en wordt bestuurd door een uitvoerend comité.
Zo kwam mej. H. ook te spreken over de bijeenkomst, najaar '56 te Emden gehouden, waar het Europese deel van de alliantie vergaderde, waar het onderwerp : „De Hervormde Kerken en de Eredienst" werd behandeld.
, , In Emden nu was het Europese deel, dat eens in de drie jaar vergadert, bijeen. Er waren ongeveer 100 afgevaardigden van 19 Hervormde en Gereformeerde kerken, uit 13 landen van Europa ; de Evangelische Reformierte Kirche van Noordwest Duitsland trad op als gastvrouwe.
Het onderwerp: De Hervormde kerken en de eredienst, werd onder vier aspecten besproken : de malaise ten aanzien van de eredienst in onze kerken; de bijbelse grondslagen van de eredienst ; eredienst en leven en vernieuwingen in de eredienst in Frankrijk en Schotland.
Over het nut van de liturgie bleek de stemming in Emden zeer te zijn verdeeld, zó zelfs, „dat dr. Lekkerkerker in de wonderlijke positie kwam een goed woord voor de liturgische beweging te spreken". (Kerk en Eredienst, 1956, pag. 224).
Daar bleek , dat de , , Evangelische Reformierte Kirche" allerminst op verandering van de eredienst in liturgische zin gebrand is. Ze wilde de plaats van de prediking des Woords in de eredienst onverminkt handhaven
Opmerkelijk was de klacht der Duitse afgevaardigden, dat namelijk aan de Duitse universiteiten slechts een enkele representant van de Reformierte Kirche geduld werd. Dat is nu allesbehave een onderstreping van wat de voorzitter der conferentie ter inleiding zeide. En evenmin een bevestiging van het opschrift der N.R. Crt. boven dit verslag : De liturgie als brug tussen de kerken.
Overigens zouden we van die opmerking betreffende een professoraat kunnen concluderen : „Tout comme ehez nous", precies als bij óns!
Tenslotte nog een enkele onderstreping van wat onder , .Ingezonden" in het laatst van 1956 door - de kleine „Vereniging van Christelijke onderwijzers" in , , De Waarheidsvriend" werd gepubliceerd. Dit n.l., dat de „doorbraak" in onze christelijke scholen onrustbarend doorwerkt. Indien dit waar is — en meerdere derzake kundigen bevestigen het — gaat het verkeerd. Dan breekt de „doorbraak" onze scholen stuk. De besturen, en allen die bij ons onderwijs betrokken zijn, mogen gewaarschuwd wezen en de jonge Vereniging op alle mogelijke wijze steunen. Hier ligt een roeping, want het gaat om onze kinderen !
Daar is nóg iets in dit verband. In , , De Hervormde Kerk" (jaarg. 57, no. 2) vertelde Van Schouwenburg hoe hij als kind geregeld mee ging naar de kerk bij confessionele predikanten, die in die tijd slechts één Gezang opgaven. Hij achtte het een voorrecht, dat hij in die diensten de Psalmen had leren zingen.
Hij noemde de Psalmen , , bede-, boete en lofliederen, die moeten gezongen worden". Hij betreurde het, dat ons jonge geslacht van de Psalmen vervreemdt.
Hier ligt een taak voor de gezinnen, de ouders, doch eveneens voor onze scholen en catechisaties.
Het is een opmerkelijk verschijnsel, dat in de kerkdiensten bij de meest bekende Psalmen zovelen een Psalmboek nodig schijnen té hebben. Men kent de bekendste Psalmen niet meer van buiten. Wat een verarming! Ook hier zij men op zijn hoede. Want een geslacht, dat de Psalmen niet kent en liefheeft, is ook onbekend met de hoogten en diepten van het geestelijk leven, die in onze Psalmen zo treffend geopenbaard worden. De reformatorische kerk was een Psalmzingende kerk en daarmede een geslacht, dat opkwam voor God en Zijn eer op alle levensterreinen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 31 januari 1957
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 31 januari 1957
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's