De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

WERELDGELIJKVORMIGHEID

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

WERELDGELIJKVORMIGHEID

4 minuten leestijd

Toen zeide de Heere: Mijn geest zal niet in eeuwigheid twisten met de mens, dewijl bij ook vlees is; doch zijn dagen zullen zijn honderd en twintig jaar. Genesis 6 vs. 3.

De mensheid leeft voort sinds Adam viel, in twee grote geslachten : het geslacht van Kaïn en het geslacht van Seth. De eerste vier, vijf eeuwen vermenigvuldigden de mensen zich nog niet zo snel. In het geslacht van Seth vond men de vreze Gods, maar in het geslacht van Kaïn werd waarachtige vroomheid niet gevonden.

De Heere schonk ook aan het geslacht van Kaïn geniale gaven. Denk maar eens aan de zonen van Lamech: Jabal heeft zich op de veeteelt toegelegd, en Jubal maakte harpen en orgels, en Tubal-Kaïn was de eerste bewerker van het ijzer. Hij smeedde voor zijn vader een zwaard, zodat deze zich oppermachtig gevoelde en voor de oren van zijn vrouwen, Ada en Zilla, brallend kon zingen: Kaïn zal zevenvoudig gewroken worden, maar Lamech zeventig maal zeven maal.

We zien dus duidelijk, waar die eerste beginselen van de cultuur de mens hebben gebracht.

De gaven en talenten, hun geschonken, hebben hen niet tot erkentenis gebracht van God, de Heere, van Wien alle goede gaven en volmaakte giften afdalen.

Ze hadden God niet meer nodig.

Daarnaast ontwikkelde zich het geslacht van Seth. Van grote uitvinders horen we in dat geslacht niet. Het gold óok toen reeds, dat God niet vele edelen en niet vele wijzen, maar het verachte der wereld uitverkoren heeft.

Beide geslachten leefden min of meer van elkaar gescheiden.

Maar ziet, nu breekt er een nieuwe tijd aan, die ons in Genesis 6 vs. 1 wordt ingeluid met de woorden:: "En het geschiedde, als de mensen op de aardbodem begonnen te vermenigvuldigen en hun dochters geboren werden, dat Gods zonen de dochteren der mensen aanzagen, dat ze schoon waren, en zij namen zich vrouwen uit allen, die zij verkoren hadden".

Nu worden de grenzen tussen kerk en wereld uitgewist. Nu gaat de kerk zich met de wereld vermengen. En het gevolg zal wezen, dat er straks een geslacht zal geboren worden, hetwelk met God niet meer zal willen rekenen.

De keuze van de kinderen Gods wordt niet langer bepaald door de Geest der vreze Gods, maar door de lusten van het vlees. Men vraagt niet langer naar vreze Gods, maar slechts naar uiterlijke schoonheid.

En die vermenging blijft niet zonder gevolg. Blijkbaar werden er in die tijid meer dochteren dan zonen geboren. De vermenigvuldiging van het mensdom ging nu voort in een veel sneller tempo dan tevoren. Een reuzengeslacht zag toen het levenslicht, maar helaas, ze waren ook reusachtig in goddeloosheid.

Bediening des Woords in de bedehuizen, catechetisch onderwijs, was er toen nog niet. In de gezinnen moesten de vaders en de moeders de kinderen' onderwijzen in de vreze Gods.

Maar wat moet er nu van terecht komen, als de moeders van God niet meer willen weten?

Dan zal er weldra geen plaats meer wezen voor de vreze Gods.

Dan moet de tijd wel komen, waarin de Heere spreekt: , , Mijn Geest zal niet in eeuwigheid twisten met de mens, dewijl hij ook vlees is ; doch zijn dagen zullen zijn honderd en twintig jaar".

Nog honderd en twintig jaren bedenktijd zou de Heere de mensheid schenken, eer Hij de mensenkinderen door de zondvloed zou verdelgen.

Lezers, deze woorden uit Genesis 6 hebben ons wat te zeggen! Ook in onze tijd worden de grenzen tussen kerk en wereld verdoezeld. Degenen, die nog onder het beslag van Gods Woord leefden, wagen zich hoe langer hoe verder op het terrein der wellusten van de wereld.

Degenen, die met God en Zijn Woord niet meer rekenen, vinden het bijzonder aangenaam, dat de fijnen ook dansen willen.

De kerkse mensen gaan ook naar allerlei bioscoopvoorstellingen.

En jongens, die zondagsmorgens in de kerk zitten, gaan 's middags naar het voetbalveld kijken. En er zijn veel jonge mensen, die er niet meer naar vragen of hun verloofde al of niet naar de kerk gaat. Of men straks in het huwelijksleven met elkaar de knieën zal kunnen buigen, daarover wordt niet gerept. En naarmate de eeuw van de anti-christ nadert, zal satan proberen hoe langer hoe meer de mens te overvleugelen.

En dan zijn er nog lieden in onze dagen, die menen, dat de kerk geheel de wereld zal doordringen.

O, wat een blindheid!

Alsof het niet veeleer te verwachten ware, dat de wereld de kerk zal doordringen en zal trachten haar te overvleugelen.

En zeg nu niet, dat het meisje de ongelovige jonge man wel zal trachten te winnen. De apostel heeft gezegd tot de christenvrouw, die met een heidense man huwde: , , Wat weet gij, vrouw, of gij de man zult winnen? "

Met andere woorden: het huwelijk is geen evangelisatiewerk.

O, laat Gods gemeente zich wachten voor de wereldgelijkvormigheid!

Immers door de wereldgelijkvormigheid wordt de kerk Gods met de ondergang bedreigd.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 31 januari 1957

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

WERELDGELIJKVORMIGHEID

Bekijk de hele uitgave van donderdag 31 januari 1957

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's