GROTERE DINGEN
„GIJ ZULT GROTERE DINGEN ZIEN DAN DEZE" JOHANNES 1 : 51b.
Van de wieg tot het graf verlangt ieder mens naar meer en beter. Het is nooit mooi genoeg ; het moet altijd groter en grootser.
Dat is vrucht van de menselijke hoogmoed. In het paradijs wilde de mens als God wezen en liet zich verleiden tot het eten van de boom der kennis van goed en kwaad. Hij gaf toe aan de influistering van de boze en schonk zichzelf èn zijn nageslacht weg aan de vorst der duisternis.
Zo verloor hij. het gezicht op zijn goede God en het grote werk des Heeren. Sindsdien gaat een mens zijn weg, tastend als de blinden, en hij is tevreden met wat hij tasten kan. Het stoffelijke en vergankelijke is hem genoeg, al wil hij daar wel steeds meer in delen en van genieten.
Bent u misschien ziek ?
U begeert, dat u weer beter mag worden en dat u weer mee kunt doen in uw dagelijks werk? Dat zou u groot vinden daar zou u rijk mee. zijn.
Ben je misschien nog een jonge lezer(es) ?
Wat zou je graag wat zijn in deze wereld. Je zou 't geweldig vinden, als je groot was. Je doet je best om ook wat te lijken en echt mee te tellen.
U staat misschien in de kracht van uw leven.
U hebt zorgen over uw gezin ; u zou zo graag wat zekerheid hebben over de dag van morgen en over de toekomst van uw kinderen. Ja, als dat alles eens waar was, dan zou u dat groot vinden en ge zoudt er gelukkig mee zijn.
Stellig hebt u gelijk : Het is groot als de Heere ons al die wensen zou geven ! Hoevelen blijven er niet van verstoken ? Ze verkrijgen hun wens maar niet of worden zelfs weggerukt door de dood! Het leven is vol moeite en verdriet : De oordelen Gods gaan over de mensen j ze blijven niemand bespaard, want we liggen allen onder de vloek Gods om onzer zonden wil.
Het was voor Nathanaël ook groot, dat hij iets mocht zien van 's Heeren alwetendheid. Hij moest er zich over verwonderen, toen Jezus tot hem zei:
„Eer u Filippus riep, terwijl gij onder de vijgeboom waart, zag Ik u".
Hij had maar één antwoord en dat was nog niet eens van hemzelf : , , Rabbi, Gij zijt de Zoon Gods, Gij zijt de Koning Israels".
Het was hem te groot, te wonderlijk. Maar hoe groot en wonderlijk het hem ook was, het zou nog groter en wonderlijker worden : ., Gij zult groter dingen zien dan deze".
Nathanaël zou de ontplooiing van Gods barmhartigheid in de Heere Jezus Christus mogen zien: Hij zou mogen volgen op Jezus' weg door Palestina met machtige woorden en bijzondere macht. Op de lijdensweg zou hij des Heeren heerlijkheid mogen aanschouwen als Zijn lijden uitloopt in opstanding en hemelvaart, bekroond met de uitstorting van de Heilige Geest en de toebrenging uit alle talen, volkeren en naties.
Dat was groter dan alles, wat hij nu al zo groot vond ; dat was eeuwigheidswerk, genadeverwerving en zaligheidsschenking. Dat zou Nathanaël mogen zien, opdat hij eeuwig rijk mocht zijn in God en Zijn eniggeboren Zoon.
Vandaag zijn er nog geen grotere dingen dan deze. Voor u zijn er geen grotere dingen dan deze.
Ge zijt gezegend, als ge gezond moogt worden. Daar moogt ge u ootmoedig over verwonderen, want ge hebt 't nergens aan verdiend.
Je bent bevoorrecht, als je in deze wereld vooruitkomt. Dat heb je niet aan jezelf te danken en je bent oók niet beter dan een ander.
Het is Gods goedheid, als ge uw gezin gerust kunt gadeslaan, al is dat bezit ook onzeker. Maar de Heere komt alleen de eer toe: , , Eben-Haëzer", tot hiertoe heeft de Heere ons geholpen !"
Het is alles even groot: Hebt u daar al oog voor ? Hebt u u daar al eens echt over verwonderd ? Dat is ook genade !
Maar er is meer ; er zijn groter dingen.
Het is groter als ge door Gods Geest wordt overtuigd van zonde, gerechtigheid en oordeel. Het is groter, als Johannes de Doper u tot het boetekleed heeft gebracht, doordat hij u alles ontnam en u arm maakte in uzelf. Dan is de nood van uw leven, dai^ is de nood van uw ziel, u op uw hart gebonden. Ge kunt er niet meer van los komen tpt uw eigen behoud.
Dat is groter dan alles wat u in deze wereld tebeurt kan vallen aan aardse zegeningen: Kunt u er reeds van getuigen?
Maar er zijn nog groter dingen. Als ge gewezen moogt worden op Gods barmhartigheid, geopenbaard in de Heere Jezus Christus : , , Zie het Lam Gods, dat de zonde der wereld wegneemt". Hij is de vreugde van een verloren zondaar ; Hij is de rijkdom van een arme boeteling. Al wat aan Hem is, is zeer begeerlijk, want Hij spreekt van genade en eeuwige ontferming.
Hij is de ladder Jacobs tussen God en mens, de overbrugging der zondekloof, cfe verbinding van hemel en aarde, de enige mogelijkheid tot eeuwige zaligheid.
Welgelukzalig zijt ge als ge de God Jacobs ter hulpe hebt in een vast geloof, dat Hij niet zal laten varen, wat Hij eens is begonnen. De geloofsvereniging met Hem schijnt het grootste voorrecht te zijn, dat we ooit ontvangen kunnen. Daar schijnt geen einde aan te, zijn, in hoogte noch in diepte, in lengte noch in breedte.
Toch is er nog meer.
Op de Jacobsladder gaan engelen op en neer. De gedienstige hemelgeesten zijn voortdurend bezig beloften van Boven en gebeden naar Boven te dragen: zij dragen zorg voor de zielen ; zij versterken de gemeenschap van God en mens, opdat het nieuwe leven der genade zou opbloeien tot roem van de drieënige God, Zo wordt er gewaakt met hemelse trouw, opdat de vruchten van Gods werk in deze wereld tot volgroeiing zouden mogen komen.
Zo ge dan in het geloof moogt staan, dan moogt ge ook opwassen in de kennis en vreze des Heeren. Brengt ge dan ook vruchten voort, der bekering waardig ? De wereld ziet er net zo goed op als de Heere en de Heere net zo goed als de wereld !
Gij zijt duur gekocht; zo verheerlijk dan God in uw lichaam. Het brengt de strijd tegen uw oude natuur, maar het geeft de vrijmoedigheid om tot de Heere te gaan. De barmhartige Hogepriester heeft medelijden met al onze zwakheden !
Is dit dan het grootste ?
Neen, nog niet, want ten laatste volgt de opname in heerlijkheid. Dat is de triomftocht der Kerk. Ze mag binnentreden door de poorten der gerechtigheid om haar God ootmoedig te eren voor het smaken Zijner zaligheid. Dan doet dit sterfelijke onsterfelijkheid aan en dit verderfelijke onverderfelijkheid en is God alles in allen.
Eens breekt die grote dag aan : Al het geschapene ziet er naar uit; Gods volk verlangt er naar. Het is immers het einde van alle rouw en strijd, van alle zonde en verieid'ng, van alle kruis en drukj het is het verkrijgen van de volle erfenis van onze Heere Jezus Christus.
Dat is het grootste, wat ooit gebeuren kan: Dat heeft geen oog ooit gezien ; dat is de eeuwige heerlijkheid!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 februari 1957
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 februari 1957
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's