De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

BREKERS EN BOUWERS

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

BREKERS EN BOUWERS

10 minuten leestijd

„En ik hief mijn ogen op, en zag, en ziet, er waren vier hoornen. En de Heere toonde mij vier smeden". Zacharia 1 vs. 18 en 20.

Het waren maar donkere dagen, toen het Woord des Heeren tot Zacharia kwam. Zeker, de jarenlange ballingschap in Babel was voorbij. Er was echter maar een klein gedeelte van de Israëlieten uit Babel teruggekeerd naar Kanaän. En de terugkeer naar het eigen land betekende niet, dat Israël de onafhankelijkheid weer herkregen had.

En dat niet alléén. Ze ontvingen hun loon in een doorboorde buidel. D.w.z. de mensen verdienden wel hun loon. En dat loon was ook niet gering. Maar men was het ook zó weer kwijt. Het was net of de geldzak niet goed dicht was. Het verdiende geld vloog weg. Ze spraken toen net, als we nu doen : het leven is duur, of: het zijn dure tijden.

Maar de profeten zeggen : dat komt niet van de tijd, maar dat komt omdat de mensen niet deugen.

De mensen hebben God losgelaten. God heeft evenwel de mensen nog niet losgelaten. God spreekt nog door de mond van de profeet Zacharia, de zoon van Berechja. De Heere bemoeit zich nog met het volk. „Het Woord des Heeren geschiedde tot Zacharia", d.w.z. dat dat Woord geschieden zal ook. God laat niet alleen maar verkondigen. Het zal geschieden ook. Als dat Woord niet meer gehoord wordt, dan ziet het er donker uit. Het is erg, als de mens niet horen wil naar God, maar nog erger is het als God Zijn Woord terugtrekt en het niet meer laat horen.

God laat het ons nog horen. Luisteren wij er naar ? En dat luisteren is dan niet alleen maar horen wat er in de kerk gezegd wordt, maar een luisteren met de ziel. En dit Woord des Heeren door middel van Zacharia komt óok tot ons en het spreekt van hoornen en smeden.

Het visioen dat Zacharia ontving, ziet hij in de nacht en sluit zich zeer nauw aan bij het eerste visioen, dat ging over Die man, rijdend op een rood paard, staande tussen de mirten.

Hoeveel tijd er ligt tussen het eerste en tweede visioen, weten we niet. Er staat alleen, dat de profeet andermaal z'n ogen ophief.

Dat zien is geen zien met het lichamelijk oog. Hij droomt niet. Hij is wakker en zich volkomen bewust. En toch ziet hij wat, dat een ander, die naast hem zou staan, niet zou zien. En wat hij ziet is een nadere toelichting op het eerste visioen. Het gezicht heeft tot inhoud de ondergang van de vijandige volken.

Als hij zijn ogen opslaat, dan ziet hij vier hoornen. Hoornen zijn meestal een teken van bruut geweld. En het volk Israël wist ervan te vertellen, dat het gestoten werd door hoornen. Hoor maar wat de Engel, die bij Zacharia staat en hem alles verklaart, zegt: , , Dit zijn de hoornen, welke Juda, Israël en Jeruzalem verstrooid hebben".

Hoornen, die Juda en Israël verstrooid hebben. Dat zijn de Gode vijandige machten, die zich op Gods volk geworpen hebben. En die hoornen hebben dat volk verstrooid. Ze hebben dat volk verdreven naar Babel. Gij kent toch wel die vijandige volken, als daar zijn Amelek, Moab, Edom, Babel enz. Zij hebben niet nagelaten het volk Israël te bestrijden, te verstoten. Dat is immers altijd de tactiek van de vijand : verstrooien. Daardoor wordt de eenheid immers verbroken. De vijand van Gods kerk vindt de verdeeldheid der kerken wel goed. Daar lacht hij om.

Wat wordt die vijandige macht hier goed getekend, met hoornen. De hoorn van een wild dier probeert immers altijd zijn prooi neer te stoten en te verwonden en te verscheuren!

Zacharia zag niet minder dan vier hoornen. Waarschijnlijk zullen hier niet vier machten bedoeld zijn, maar het getal vier zal een symbolische betekenis hebben, n.l. de Gode vijandige machten in de hele wereld. Die hoornen komen dus van alle kanten. En altijd heeft die vijand, vanwaar hij ook komt, de bedoeling Gods volk te stoten en te verstrooien. Het is de satanische macht, die nu eens optreedt door middel van Egypte, dan weer eens door Babel, maar een macht, die straks zal saam gebundeld worden in de éne grote antichrist. Die vijand is er altijd. Hij heeft maar één doel, het rijk Gods te verstoten en ten onder te brengen. En die machten openbaren zich op elk terrein van het leven en aan alle kanten. Ze zitten van buiten en van binnen. Hoor Gods kerk maar roepen :

Ik werd benauwd van alle zijden, En riep de Heer' ootmoedig aan.

Die brekers zijn altijd aan het werk. De satan gaat immers rond als een brie­sende leeuw, zoekende wie hij zou mogen verslinden. Die machten zijn aan het werk in het vervolgen van de kerk, in het verduisteren van het Woord, maar ook door twijfel te zaaien in het hart. Het is deze macht, die de harten van de mensen gesloten houdt voor het Woord des Heeren.

O, de wereld zit vol van brekers. En ook ons hart zit er soms vol van.

En het felst hebben ze nog gestoten tegen de eigenlijke Grondlegger en Bouwer van Gods kerk, Christus. Wat waren hun aanvallen fel tegen Hem. Hoor Hem:

Verlos mij van de leeuw, die woedt en tiert; verhoor mij, Heer'! en redt mij van 't gediert dat, sterk van hoorn, rondom mij henenzwiert; Mij staat naar 't leven.

Een stierenheir uit Bazan, sterk van krachten En fel verwoed omringt m' aan alle zijden ! Mijn God, hoe zwaar, hoe smart'lijk valt dit voor mijn gemoed. lijden" 

Ja, Christus heeft de stoten opgevangen van alle machten. De hoornen hebben Hem gebeukt en doorstoken. Alle satanische machten zijn op Hem afgestormd. En sinds Hij opstond uit de doden werpen de hoornen zich op de Zijnen. Want zo heeft Hij immers gesproken : , , In de wereld zult gij verdrukking hebben", en: , , zij hebben Mij gehaat, ze zullen ook u haten".

Dit zijn de hoornen, welke Juda, Israel en Jeruzalem verstrooid hebben.

Zacharia zag die hoornen.

Ziet gij ze ook? Kent gij die vijandige macht in uw leven ? Wat een bestrijding van binnen en van buiten!

Wanneer ge die bestrijding niet kent, dan moogt ge u wel eens afvragen aan welke kant gij staat. Gods volk kent ze en voelt ze maar al te dikwijls. En wat doen ze een pijn! Ze. gaan roepen en schreeuwen : Geef 't wild gediert, dat niets in 't woên ontziet De ziele van Uw tortelduif niet over ; Laat, grote God ! om een gehate rover, Uiw kwijnend volk niet eeuwig in 't verdriet.

Zacharia is geheel en al in beslag genomen door die hoornen. Hij zag de wreedheid van deze machten en hoorde de pijn, die zij veroorzaakten. Die hoornen ziet Zacharia zo maar. Evenwel God laat hem ook wat anders zien. De Heere maakt hem opmerkzaam, dat er ook smeden zijn. Die worden hem getoond. Daar moeten z'n ogen dus voor geopend worden. , , En de Heere toonde mij vier smeden". Het zijn mannen, die het smidswerk beoefenen. Dat zijn mannen met de grote hamers, die de hoornen moeten verbrijzelen.

Op de vraag, wat deze smeden komen doen, krijgt hij ten antwoord : De hoornen hebben Juda en Israël verstrooid, zodat niemand z'n hoofd meer opheffen kan, maar deze zijn gekomen om die hoornen te verschrikken en de hoornen der heidenen neder te werpen.

De Heere laat Zacharia dus zien de verlossende macht tegenover die neerwerpende machten. Tegenover die brekers staan bouwers. De Israëlieten, en zo ook Gods volk van onze dag, kunnen niet tegen die brekers op. Maar God is niet machteloos. Hij stelt tegenover elke hoorn een smid, tegenover elke breker een bouwer. O, de nood kan wel groot zijn. Ge ziet geen uitweg en ge denkt om te komen. Maar groter dan de Helper is de nood toch niet. Schoon stormen woeden, vrees toch geen nood!

Tegenover vier hoornen staan vier smeden. En die smeden hebben tot taak de verlossing te brengen in de nood van Gods volk.

O, de macht van de hoornen is zo groot. Onderschat die niet! Wat ze bereiken kunnen dat ziet ge bij het kruis van Golgotha. En denk niet, dat die hoornen er nu niet meer zijn. En denk niet, dat die smeden altijd de hoornen op de voet volgen. Neen! Zie het maar aan Israël. Niet minder dan zeventig jaar hebben ze verstrooid gezeten in Babel. Ze waren zó verdrukt, dat ze hun hoofd niet meer konden opheffen. De bestrijdingen kunnen zo hevig zijn :

Ik lag gekneld in banden van de dood, Daar d' angst der hel mij alle troost deed missen.

Dè hoornen zijn zo sterk. De vragen gaan zich vermenigvuldigen het wordt donker binnen in ons en we durven het hoofd niet meer opheffen.

Daar zijn ook vier smeden. Maar daar moet God uw ogen voor openen. Gelukkig, er zijn evenveel smeden als hoornen. En die smeden mogen in de kracht des Heeren alle macht neerslaan. De hoornen kunnen niet langer stoten dan God toelaat. Hij bestelt de smeden en stelt ze aan. De Heere schenkt verlossing en dat doet Hij dikwijls door middel van de smid. Het zijn de knechten, die God zelf roept om de uitredding te verrichten. Zij hanteren de grote voorhamers Gods. En de smid weet immers waar hij slaan moet. En de smid slaat toch maar niet lukraak. Zo ook deze smeden. De hoorn is wild, als die maar stoten kan, als die maar pijn veroorzaken kan en neer kan slaan en breken. Hoorn is de kracht van het vlees. Maar de smid werkt met overleg, met wijsheid. Hij is het beeld van de Geest. Een geweldige kracht is dat, die smid. Hij zal de wereld overwinnen. Hoornstoten zijn er velen, maar de smid wordt door God geschapen.

En de sterke Held is immers Jezus Christus zelve. Alle hoornen hebben Hem aangevallen. Maar deze Held heeft ook overwonnen. Hij kan verlossen!

Maar als Christus zo sterk is, dat Hij alle hoornen overwon, wat zal het dan vreselijk wezen, als. gij Hem tégen u krijgt. Hier moet ge door Hem overwonnen worden, anders zal uw lot vreselijk wezen.

Door Zijn kracht zijn de hoornen overwonnen. De overste dezer wereld is door de mokerslag van Christus terneergeslagen.

Is uw oog geopend voor de smeden ? Als ge alleen de hoornen ziet, dat denkt ge om te komen. Maar als God u de smeden toont, dan ziet ge de bouwers.

De smeden zijn de helpers, de aangestelde knechten Gods.

Het gebed, de prediking van het Woord, Zijn knechten. God wil ze gebruiken als smeden om Zijn Koninkrijk te bouwen in de Zijnen en in deze wereld. Wij kunnen wel eens moedeloos, neerzitten, omdat de hoornen maar niet ophouden ons te stoten. En wij vragen soms : zal die bestrijding nooit ophpuden? Ge durft uw hoofd niet meer opheffen. Maar ziet, als de Heere u de smeden toont, dan ziet ge dat niet de satan, niet de wereld, niet de zonde winnen zullen, maar Hij, Jezus Christus,

Wat een genade, als de Heere ons de smeden toont,

De Hemelse Werkmeester is bezig de hoornen klein te maken. En daarom mag er rust wezen in het hart van Gods moegestreden kind. Want eens zal alle macht, hoe hoog, hoe groot, voor die grote Werkmeester buigen. Het Lam zal krijg voeren tegen alle hoornen.

Twijfel dan niet, gij verdrukte!

Want eens zullen al de Zijnen bij Hem zijn, in al hun noden, angst en pijn ; Hem al hun liefde waardig schatten, Wijl Hij hun rechterhand woudt vatten. •

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 februari 1957

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

BREKERS EN BOUWERS

Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 februari 1957

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's