De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

HOE KAN IK „ANDERS” WORDEN....?

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

HOE KAN IK „ANDERS” WORDEN....?

10 minuten leestijd

"Hetgeen uit het vlees geboren is, dat is vlees, en hetgeen uit de Geest geboren is, dat is Geest" Johannes 3 : 6.

„Tenzij, dat iemand wederom geboren wordt, hij kan het Koninkrijk Gods niet zien." Indringend klinken deze woorden des Heeren door de stilte van de nacht. „Wederom geboren !"... .O, Nicodemus kan er gewoonweg niet bij. Als één van de meest voorname en geliefde leraren van Israël heeft hij voor zeer hete vuren gestaan. Maar dit. . . . ! O zeker, hij wil de besliste noodzakelijkheid van de wedergeboorte nu wel aanvaarden. Hij ziet wel in, dat zelfs zijn grote kennis niet in staat is om hem het Koninkrijk Gods te doen , , zien". Maar hoe is zo'n wedergeboorte mogelijk ?

„Nicodemus zei tot Hem : Hoe kan een mens geboren worden, nu oud zijnde ? Kan hij ook andermaal in de buik zijner moeder ingaan en geboren worden ? " Gewoonlijk lachen wij een beetje om de verregaande kinderlijkheid van Nicodemus. Snapte hij nu niet eens, dat de Heere over een Geestelijke geboorte sprak ? Laten wij hiermee echter niet te haastig zijn! Het zou wel eens kunnen, dat Nicodemus er meer van begrepen heeft dan wij. Dat hij de bedoeling van Jezus verstaan heeft, is wel zeker. Als „rabbi" was het hem terstond duidelijk, dat de Heére over een Geestelijke zaak sprak. Zijn vraag is dan ook helemaal niet naïef.

Integendeel, door een sprekende vergelijking met de lichamelijke gang van zaken toont hij de onmogelijkheid van de geboorte aan. Hij bedoelt eigenlijk dit: Het leven kan je immers niet over doen. Je kan toch niet teruggaan achter al die zorgen en zonden, die je in al die jaren opgestapeld hebt. Je verleden ligt daar nu éénmaal. Je bent niet meer een schoon blad, dat nog met allerlei kan volgeschreven worden. Een mens is dat bij zijn geboorte al niet, maar als hij oud geworden is, nog minder.

De prediker zegt ergens : , , Gedenk de Heere in de dagen uwer jongelingschap, eer dat de kwade dagen komen, van welke gij zeggen zult: Ik heb geen lust in dezelve!" En we weten allemaal wel, dat dit maar al te vaak in het leven bewaarheid wordt.

Als men oud geworden is, is de last en de drang van het verleden zo sterk geworden, dat zelfs het verlangen naar een , , ander" leven weggedrukt is, als men dat tenminste nog niet heeft leren kennen. Misschien is er nog een enkele jonge lezer, die denkt: „Geloven ga ik, als ik het grootste deel van mijn leven achter mij heb. Dan is het nog vroeg genoeg." Dat is natuurlijk reeds hierom dom, omdat wij niet weten, of wij oud zullen worden. Maar ook als dit het geval is, dan nog moeten wij bedenken, dat met het ouder worden de lust om de Heere te kennen niet toe, maar afneemt, zo wij Hem niet reeds liefhebben. De ouderdom is voor velen een gebukt gaan onder zulk een last van het verleden, dat een nieuwe levensontplooiing als tot de onmogelijkheden gerekend wordt (ik zeg niet: „behoort" !). Het is echter niet alleen in de ouderdom, dat wij met hetgeen in ons leven geschied is en door ons gedaan is (!) verlegen zitten. Dat geldt evenzeer van de jeugd. Hoevele jongeren worden er niet door hun verleden neergedrukt. En zij weten : Dat wat hen neerdrukt, is wat zij zelf van hun leven gemaakt hebben. Maar er is geen mogelijkheid om 't leven opnieuw te leven. En toch komt tot ons allen, jong en oud, het woord: „Tenzij dat iemand wederom geboren wordt, hij kan het Koninkrijk Gods niet zien". Welk een benauwdheid dit te weeg kan brengen, is nauwelijks te peilen.

, , Benauwdheid? ", zeggen velen, juist in de Kerk. , , Benauwdheid ? Ach, kom ! Niet zo somber! Zeg veeleer tegen jonge en oude mensen, dat het Koninkrijk gekomen is, d.w.z. dat het nieuwe leven geopenbaard is. Laten ze God danken, dat er geen reden meer tot benauwdheid is!" Week in, week uit wordt er door velen ook in deze trant gepredikt. Men beseft echter niet half, hoe zeer men op deze wijze ouderen èn .... jongeren in de kou laat staan. Dat is immers juist hun benauwdheid, dat zij ondanks de komst van Gods Koninkrijk nóg niet anders zijn geworden. Eigenlijk wordt hier de mens in benauwdheid niet ernstig genomen. Mogelijk heeft men voor deze dingen zelf geen oog.

Het antwoord van de Heere is geen goedkope bemoediging. En toch: het is meer bevrijdend dan welk , , optimistisch evangelie" ook. Het luidt: Hetgeen uit het vlees geboren is, dat is vlees". Hier wordt aan de mens wel elke mogelijkheid om zelf zijn leven anders te maken ontnomen. , , Vlees brengt altijd weer vlees voort", zegt Jezus. Elk , , nieuw leven", dat teien begint, zal altijd weer blijken een nieuwe openbaring des vleses te zijn. Tegelijkertijd is dit antwoord echter oneindig bevrijdend. Ons wordt namelijk te verstaan gegeven, dat het nutteloos is om te proberen , , nieuw te leven". Maar dan worden wij van een geweldige kwelling verlost! Is dit immers niet de grootste kwelling, dat wij telkens weer „proberen" om anders te worden, zonder daar de mogelijkheid toe te bezitten? Jezus zegt: „Het kan niet èn het behoeft niet." , , Als ik zwak ben, dan ben ik machtig." ... : Dat is de levenswet van het Koninkrijk. Want waar wij geheel en al van onszelf afzien, daar ondervinden wij de kracht des Geestes.

„Hetgeen uit het vlees geboren is, dat is vlees" : Als wij niet wisten, Wie Hij was, zouden we haast zeggen: „Jezus speelt hoog spel". Zal Nicodemus nu immers niet weglopen ? Zal hij de Heere de rug niet toekeren met de woorden: „Deze rede is hard!" En aan degenen, die naar het Woord van Christus begeren te handelen wordt ook inderdaad vaak verweten, dat zij afschrikken door dat zij de mens van aangezicht tot aangezicht met zijn onmacht stellen. Men meent, dat de mens van vandaag reeds voldoende de wanhopigheid van zijn leven verstaat, dan dat wij die wanhoop nog groter zouden moeten maken. Men vergeet echter (of men wil het niet zien !), dat er bij zulk een redenering voor de kerk en haar prediking slechts de arbeid van het „bijschaven" overblijft. Van haar eigenlijke roeping de mensen tot Christus te brengen is niets meer te bespeuren. Het Woord Gods moge dan tot de rand van de afgrond van wanhoop en vertwijfeling voeren, op die plaats wordt tegelijkertijd een totaal nieuw leven geboren. Want in direkte samenhang met het woord : , , hetgeen uit het vlees geboren is, dat is vlees" staat er: , , en hetgeen uit de 'Geest geboren' is, dat is Geest."

Dat laatste is eigenlijk de sleutel tot het geheimenis van het nieuwe leven. Wat „bij mensen onmogelijk is, is mogelijk bij God". De Heilige Geest wekt het nieuwe leven door ons in gemeenschap) te brengen met de opgestane Heere. Die het Leven is. Het vlees blijft altijd binnen de enge grenzen van z'n , , vleselijke mogelijkheden" besloten. Hij komt niet verder dan een enkele min of meer juiste gedachte, een enkel vrij zuiver gevoel, een enkele wilsuiting in de goede richting. Tot een nieuw leven geraakt het niet. Kan 't ook niet geraken. Daartoe biedt het vlees uit zichzelf geen mogelijkheid. Dit is geen „theorie". Wij ondervinden het - smartelijk genoeg - telkens weer in ons leven. Hoe vele malen , proberen" wij niet anders te worden, maar het breekt ons bij de handen af. De Heilige Geest schenkt ons echter wel het nieuwe leven.

Ja maar, nu , , zit" ik met de last van mijn verleden, een last die nog elke dag zwaarder wordt, wat baat mij dan dat nieuwe leven, hetwelk de Heilige Geest' geboren doet worden ? Daarmee ben ik toch die last nog niet kwijt? Wat u er aan heeft? O, stel die vraag niet te gauw! U hebt er alles aan. Want, waar het leven des Geestes tot stand gekomen is en vanuit het hart ons geheel doortrekt, daar wast de Geest door het bloed van Christus hét oude leven weg, zoals een mens zichzelf reinigt van het vuil, dat zijn lichaam bezoedeld heeft. Ja, het vlees speelt eigenlijk geen rol meer in ons leven. Het is de Geest, die ons tot in al de vezelen van ons bestaan beheerst. En welk een liefelijke heerschappij is dat!

, , Maar dan weet ik zeker, dat ik niet uit de Geest geboren ben !", zegt u misschien. Och kom: wees niet te haastig in uw conclusie ! De zonde kan ondanks de inwoning des Geestes nog een geweldige kracht in ons leven ontwikkelen, zo zelfs dat ons leven in feite nog nauwelijks van het onwedergeboren leven te onderscheiden is. Maar toch, waar de handen in verlangen naar Christus zijn uitgestrekt, daar heerst de Geest, onoverwinnelijk. Ge doet wel zonden, maar niet meer uit begeerte. Gij vermeerdert wel schuld, maar zij is reeds verzoend en daarom niet echt „schuld" meer. Wij zullen dan ook niet wanhopen, als wij ons onvermogen tot 't nieuwe leven opmerken, maar bidden, dat de Geest ons meer en meer naar het evenbeeld van Christus herscheppen zal.

„Vlees " en , , Geest" Het lokt als het ware aan om over deze en andere tegenstellingen in het evangelie van Johannes, zoals licht-duisternis, leven-dood en zo voorts, eens heerlijk te gaan mijmeren. Dat is echter allerminst de bedoeling van de Heere. Van het begin af aan heeft Hij iets anders op het oog - hetzelfde trouwens, wat Hij altijd op het oog heeft, als Hij in Zijn woord tot de mens nadert: Het gaat Hem erom, dat ook Nicodemus door het onvergankelijk zaad van het Woord zal worden wedergeboren.

„Onnodig om daar de vinger bij te leggen", zegt u misschien ? Helaas niet! Maar al te vaak doen wij eigenlijk niets meer dan naar het Woord staren en er over mijmeren. Zo verstart ons leven. Zo blijven wij, die we zijn.

De Heere wil echter Zijn Woord juist in Nicodemus' hart hebben. Want meer dan de wetenschap, dat , , hetgeen uit de Geest geboren is, Geest is", is het om zelf wedergeboren te worden tot 't nieuwe eeuwige leven. Bij de wedergeboorte, als iets dat wij weten, valt er misschien nog iets te , , begrijpen", hier niet meer. Alle verstand schiet tekort bij dit onuitsprekelijk wonder.

Vaak hoor je de verzuchting : , , Als ik er nog maar eens licht in mag krijgen !" De bedoeling is duidelijk : Nu weet men nog niet precies, hoe de zaken liggen; na de wedergeboorte hoopt men dat wel te weten. Nu wil ik niet ontkennen, dat ook het verstand welvaart bij de wederbarende werking des Geestes. Het meest wezenlijke van dit Goddelijk wonder is het toch niet. Hierin immers wordt juist de wedergeboorte openbaar, dat men tenvolle erkent, dat , , hetgeen uit de Geest geboren is. Geest is", dat men m.a.w. de Geest Geest laat. God God laat. Waar het nieuwe leven in het hart gewekt is, daar probeert men niet voor alles te begrijpen. Daar staat men veeleer in stille verwondering voor 't grootste geheimenis des Geestes. De diepe tonen van ons hart overstemmen de klanken van het verstand, en het stemt alles samen in 'de jubelende bede:

'k Zal dan gedurig bij U zijn In al mijn noden angst en pijn ;

U al mijn, liefde waardig schatten,

Wijl Gij mijn rechterhand woudt vatten.

Gij zult mij leiden door Uw Raad, O God, mijn Heil, mijn Toeverlaat;

En mij, hiertoe door U bereid,

Opnemen in Uw heerlijkheid."

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 februari 1957

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

HOE KAN IK „ANDERS” WORDEN....?

Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 februari 1957

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's