Wijsheid en wijzen in Israël II
Vormen de „wijzen" een aparte stand?
Wie over de wijzen spreekt, die de spreuken hebben opgesteld en verzameld, denkt daar'bij meestal aan mensen met levenswijsheid. Dat is natuurlijk wel goed, maar wij moeten er wèl rekening 'mee houden, dat er in elk geval in de latere tijd in Israël een aparte stand van mensen bestond, die wij wijsheidsleraren noemen, en destijds eenvoudig als , , de wijzen" werden aangeduid. Dergelijke personen nu kwamen vanouds in het gehele oude Oosten voor. Vooral in Egypte treffen we reeds zeer vroeg deze stand van wijzen aan. We vinden ze voornamelijk aan het hof. Dit is gemakkelijk te begrijpen. Voor het besturen van de staat en het optreden tegenover de omringende landen, werd behoefte gevoeld aan verstandige mensen, die inzicht en doorzicht hadden in vraagstukken van politieke aard. Hiervoor is niet slechts kennis der staatkunde vereist, maar ook een grote schat van mensenkennis. De officiële adviseurs ten hove vormden al spoedig een afzonderlijke stand : de wijzen. Aan hun kennis van zaken zijn vele levensregels ontleend en vele spreuken, zowel in Israël als daarbuiten, hebben dan ook hetrekking op de vorst en zijn optreden.
ledere bijbellezer zal het bij, het volgen van het Spreukenboek zijn opgevallen, hoeveel opmerkingen er over koningen en regeerders worden gemaakt. Wanneer we nu hebben gehoord, dat de stand der wijzen van oude tijden af, voornamelijk aan het hof leefde, zal ons dit begrijpelijk voorkomen. Maar deze raadgevers der kroon gaven niet uitsluitend regeringswijsheden ten beste.
Zij waren het ook, die de volkswijsheid bewaarden. De spreuken en gezegden, die op het dagelijks leven betrekking hebben, zijn meestal afkomstig van het gewone volk. De mensen, die levenswijsheid bezaten, hadden vaak het vermogen op kernachtige wijze algemeen voorkomende dwaasheden, menselijke gebreken en wijze lessen uit te drukken. Van vader op kind werden zulke gezegden overgegeven, totdat een bepaalde zegswijze gemeengoed geworden was. Sommigen van de stand der wijzen hebben er hun werk van gemaakt dergelijke volkswijsheid te verzamelen. Evenals in het buitenland, kwam dit ook in Israël voor.
Zo staat er b.v. in Spreuken 24 : 23 : , , Ook dit zijn spreuken van de wijzen". Wij hebben daar dus te maken met spreuken, die de , , wij zen" verzameld hebben, terwijl wij met de mogelijkheid rekening moeten houden, dat deze wijzen er zelf spreuken aan hebben toegevoegd. In de bijbel worden deze wijzen vaak aangeduid met het woord , , schrijver". De „schrijver" van de koning was dus meer dan een staatssecretaris, kon althans meer zijn dan dat; hij was een wijze in de pregnante zin van het woord.
Schrijvers en wijzen in Israël.
Uit de gegevens, die de opgravingen ons hebben verschaft, weten we, dat in Kanaan reeds schrijvers voorkwamen, vóór de intocht der Israëlieten onder Jozua. De koningen der verschillende Kanaanietische steden lieten zich ook reeds terzijde staan door schrijvers.
U kunt zich voorsteilen, dat de naam „schrijvers" gegeven werd in een tijd, dat de schrijfkunst onder de bevolking nog niet algemeen was. Het viel het meest op, dat deze mensen schrijven konden. In tekens konden ze het geschreven woord vastleggen en het door te lezen, later herhalen. Geen wonder, dat een schrijver een persoon van gewicht werd geacht. Bovendien konden deze schrijvers, omdat ze de leeskunst machtig waren, ook kennis nemen van hetgeen in buitenland geschreven werd. Zo werden zij bekend met de gedachtenwereld der Babyloniërs en Egyptenaren, om alleen maar deze twee belangrijke volken te vermelden. Reeds voordat de Israëlieten zich in Kanaan vestigden, was daar een cultuur, die werd beïnvloed vanuit de beide genoemde gebieden. Israël heeft een deel van deze kennis der Kanaänieten geërfd. In de eerste tijd na de intocht was de toestand echter niet gunstig in Israël om een rijke cultuur te doen opbloeien. Het volk had alle krachtsinspanning nodig om staande te blijven temidden van de overgebleven Kanaänietische stammen en de omringende volken. Men denke slechts aan de ongelukkige toestand, waarin 't land verkeerde vóór het optreden van Debora en aan de omstandigheid, dat na het sneuvelen van Saul, het grootste deel van Kanaan bezet gebied der Filistijnen was, zodat Saul's zoon Isboseth zelfs verplicht was zijn residentie aan de overzijde van de Jordaan, in Mahanaïm te kiezen.
In deze verwarde tijden kunnen we dus niet verwachten schrijvers en wijzen in geordend verband aan te treffen, zoals dat b.v. in Egypte het geval was. Dat de volkswijsheid inmiddels wel bestond, zullen we later nog wei zien. We moeten n.l. tussen de ongeorganiseerde uitingen der levenswijsheid onder het volk enerzijds, en het werk der officiële schrijvers en wijzen anderzijds, wel onderscheid maken. Het is dan ook duidelijk, dat er voor deze aparte stand van schrijvers en wijzen eerst plaats kwam in de tijd van Salomo. Wel was er reeds onder koning David een centraal bestuur van het land opgebouwd, maar in de eerste tijd werd de regering van deze vrome vorst toch gekenmerkt door de vele bevrijdingsoorlogen en veroveringsveldslagen, waardoor van een geordend leven weinig sprake kon zijn. Onder koning Salomo waren er echter twee factoren zeer gunstig voor het opkomen van de stand der wijzen, die wij op het oog hebben. Allereerst kwam er in de periode van bloei, die de laatste tijd van David en de eerste tijd van Salomo kenschetste, veel contact met het buitenland. In de tweede plaats eiste het centrale landsbestuur een stand van ambtenaren des rijks. Onder leiding van de met goddelijke wijsheid begiftigde Salomo werden , , wijzen" aan het hof verzameld, die o.a. de spreuken van Salomo zullen hebben opgetekend en verzameld. Toch schijnen niet alle spreuken van deze verstandige vorst te zijn geordend, want in de tijd van Hizkia zijn er hofbeambten, die nog spreuken van Salomo opschrijven. Immers Spr. 25 begint met de woorden: , , Ook dit zijn de spreuken van Salomo, die de mannen van Hizkia, de koning van Juda, uitgeschreven hebben" (de Nieuwe Vertaling leest: bijeengebracht hebben). Het is geen wonder, dat juist in de tijd van Hizkia deze Salomonische spreuken opnieuw zijn bijeengebracht. Immers het land werd toen door Assyrische legers en wat nog gevaarlijker was door Assyrische invloed bedreigd, zodat men zich meer ging bezinnen op het specifiek Israëlietische, dat van de vaderen geërfd was. Bovendien zal Hiskia bijzondere aandacht voor de spreukenwijsheid hebben gehad, omdat hijzelf ook in korte spreuken op rake wijze de gedachten en omstandigheden kon kenschetsen.
Zo typeert hij in een boodschap aan Jesaja de toestand tijdens het beleg van Jeruzalem door Sanherib met de woorden : „De kinderen zijn gekomen tot aan de geboorte, doch er is geen kracht om te baren". Sebna wordt ons als schrijver in die tijd genoemd en mannen als hij zullen er ongetwijfeld meer aan het hof vertoefd hebben. Bij de profeten vinden we dan ook meermalen de wijzen genoemd als aparte stand naast oudsten, vorsten, raadgevers en hoofden. Wij moeten bij dergelijke opsommingen aan de wijzen denken als groep van hoogwaardigheidsbekleders rondom de regering. Dan krijgt een tekst als b.v. die, waarin als oordeel Gods gedreigd wordt dat de wijsheid der wijzen zal vergaan, diepe inhoud. Deze wijzen waren verzand in menselijke, aardse, zondige wijsheid. En deze wijsheid van beneden zou blijken waardeloos te zijn, als God opstond om het afgedwaalde volk te tuchtigen. Het was een wijsheid, die alleen rekening hield met politieke factoren en dan nog vaak op z'n slechts, maar de Almachtige werd niet betrokken in hun piannen en redeneringen. Terloops zij opgemerkt, dat wij in onze tijd ook hebben te waken tegen deze wijsheid. Wij leven allen mee met de gebeurtenissen in de wereld en hebben allen zo onze kijk op de politieke verwikkelingen. maar onze en der staatslieden redeneringen zijn vaak wijsheid van beneden, die geen rekening houdt met God, die regeert over de volken en zijn raad uitvoert.
Na dit uitstapje keren we terug tot Israël. De spreukenwijsheid en de vorm, waarin de levenswijsheid in spreuken werd uitgedrukt, blijkt dan in de loop der tijden het gehele leven van Israël te doordringen. Er groeit een nauw verband tussen spreukenvorming en rechtspraak. Wat wij hebben aan jurisprudentie, dus aan ervaring in het geibruik der wetten in de praktijk van de rechtspraak toegepast, werd in het Oosten vaak in korte spreuken neergelegd. De Heere God heeft van deze gewoonte ook gebruik gemaakt. Zo vinden we in de wetten van Lev. 19 vele uitspraken, die ons aan de spreuken herinneren. Op die manier bleef de inhoud en bedoeling der wetten des te gemakkelijker in het geheugen van het volk bewaard.
Ook de profeten hebben gebruik gemaakt van een soort spreuken, waarin ze hun boodschap hebben weergegeven. Hier en daar herinnert de vorm hunner prediking aan de wijzen. Ik geef maar één voorbeeld, n.l. uit Amos 3 : 3-6, waarvan het 6e vers vrij bekend is : Zal de bazuin in de stad geblazen worden, dat het volk niet siddere ? Zal er een kwaad in de stad zijn, dat de Heere niet doet?
Op de scholen der wijsheidsleraren werden de wijsheidsboeken, zowel in als buiten Israël, gebruikt als .schrijf- en lesmateriaal. Ook zo bleven de spreuken een levend bestaan voeren onder het volk en werden zij meer verbreid, dan alleen in de kringen der vakgeleerden.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 februari 1957
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 februari 1957
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's