De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

EEN WAARDEVOL BEROEP IN GEVAAR

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

EEN WAARDEVOL BEROEP IN GEVAAR

6 minuten leestijd

In , , het Gereformeerd weekblad voor de opbouw van het Gereformeerde Leven", d.d. 15 februari j.l., schrijft prof. Brillenburg Wurth onder bovenstaande titel over het toenemend tekort aan protestants-christelijke verpleegsters. Wij ontlenen daaraan het volgende :

Daar dreigt voor onze samenleving momenteel een ramp, die in de toekomst wel eens de meest funeste gevolgen zou kunnen hebben, n.l. een tekort aan verpleegsters in onze ziekenhuizen, dat bij de dag meer onrustbarende vormen gaat aannemen.

Onze ziekenhuizen raken steeds meer geperfectioneerd. De medische wetenschap, gesteund door alle mogelijke middelen van de moderne techniek, heeft hier in de laatste jaren enorm veel bereikt en is nog steeds bezig het peil van de medische verzorging en behandeling op te voeren.

En niet anders is het met onze psychiatrische inrichtingen. Vergeleken met wat daar óp dat gebied was in de tijd van de „dolhuizen", is hier een verschil van dag en nacht.

Voor dat alles kunnen wij niet dankbaar genoeg zijn. Maar door dat alles dreigt voor een groot deel een streep gehaald te worden, doordat het getal van hen, die zich aan de verpleging van onze zieken willen wijden, in de ziekenhuizen en vooral in de psychiatrische inrichtingen, zó achteruit loopt, terwijl de vraag naar verpleeghulp steeds meer toeneemt, dat men hier en daar over sluiting van afdelingen is gaan denken en in sommige inrichtingen daartoe reeds moest overgaan.

Financieel en economisch betekent dat grote schade. Maar dat is het érgste nog niet. Maar het wil óok zeggen, dat straks — en voor een deel nu al — aan zieken die dringend geholpen moeten worden, geen hulp kan worden geboden, dat mensen, soms in grote nood om opname verzoekende, moeten worden afgewezen. Het komt verder ook hierop neer, dat zij, die in de verpleging werkzaam zijn, naar verhouding veel te zwaar belast worden, wat maakt, dat zij voor hun patiënten niet kunnen zijn wat zij voor hen móesten wezen, terwijl zij zelf ook oververmoeid dreigen te geraken en straks misschien de arbeid niet kunnen volhouden.

Waaraan is dit droevig en zorgwekkend verschijnsel te wijten ? Wie dragen hiervan de schuld ? Eenvoudig is het intussen niet op die vraag naar het vanwaar, hier een bevredigend antwoord te vinden. Het zal ook hier wel een complex van oorzaken zijn, die voor deze noodsituatie aansprakelijk te stellen is. Sommigen zullen misschien het eerst wij­ zen op misstanden ten opzichte van de verpleging in het verleden. En deze factor is er zonder enige twijfel. Vroeger zijn de meisjes en de jonge vrouwen, die zich aan deze dienst der liefde wijdden, veel te slecht betaald. En de omstandigheden, waaronder ze werken moesten, de arbeidsduur, de verzorging, enz., waren vaak hoogst onbevredigend, ja, soms openlijk treurig.

Intussen is dit in de laatste tijd ook in onze christelijke ziekenhuizen en inrichtingen aanmerkelijk verbeterd, zodat gerust gezegd kan worden, dat de arbeidsvoorwaarden momenteel niet meer de eigenlijke oorzaken voor het tekort aan verpleegsters kunnen zijn.

Voor wat de psychiatrische inrichtingen betreft, heeft men als oorzaak wel genoemd het feit, dat die bijna alle op het platteland zijn ondergebracht, terwijl er ook onder onze jonge meisjes en vrouwen een typische trek naar de stad zich openbaart.

Ook dit zal ongetwijfeld wel een rol spelen en de mogelijkheid om daar voldoende zusters te krijgen, ongunstig beïnvloeden.

Vroeger was het zó, dat in een ziekenhuis de nadruk lag niet op de behandeling, maar op de verzorging en de verpleging. Naar een ziekenhuis gingen heel ernstige patiënten, die thuis niet meer te verplegen waren en heel vaak gingen zij er heen — zo voelden zij het zelf menigmaal en zo was het ook inderdaad — om te sterven. Dat vroeg van de zusters een grote mate van liefde, van zorg, van toewijding. De sfeer in een ziekenhuis was betrekkelijk rustig. Aan de afzonderlijke patiënten kon persoonlijke aandacht worden gewijd, met de dankbaarheid, die daarin lag, het gevoel echt iets voor een ander te zijn.

Dat is heel anders geworden. De sfeer in het ziekenhuis werd veel zakelijker en veel meer doelgericht. Alles is thans in het ziekenhuis ingesteld op de medische behandeling. Heel de medische wetenschap met haar oneindige mogelijkheden en middelen is een verwoede strijd gaan voeren om zieken beter te maken. En het moderne ziekenhuis is daarvan één tastbare demonstratie.

De verpleegster van vandaag moet iets anders zijn dan de verpleegster van 50 jaar geleden. Er worden aan haar héél andere eisen gesteld, dan die vroeger aan haar gesteld werden. Persoonlijk kan ze thans voor een aparte patiënt minder zijn, dan ze vroeger voor hem zijn kon. Ze is nu meer een onderdeel van een groot technisch verlopend geheel, wat voor velen neerkomt op een minder de kans krijgen om juist als vrouw in dit werk voldoening te vinden.

Inhoever deze factor invloed heeft, zou de moeite waard zijn eens nader te onderzoeken ; maar het komt ons voor, dat onmiskenbaar hiermee gerekend zal moeten worden.

Het verpleegstersberoep krijgt een ander cachet.

Vroeger kon men „uit roeping" in deze werkkring gaan en daar met liefde en zegen in dienst van de lijdende mensheid bezig zijn. Maar tegenwoordig geldt dat zeker niet minder.

Daarom schreven wij boven dit artikel: Een waardevol beroep in gevaar. Voor onze zieken zou het een ramp betekenen, als er niet voldoende Zusters meer waren. Maar ook uit het oogpunt van dit zo hoogst waardevolle beroep zélf, zouden wij het ernstig moeten betreuren. Een goede, liefdevolle ziekenverpleging is een stuk geestelijke volkskracht, een stuk geestelijke cultuur, van onschatbare betekenis. Wat baat ons een geperfectioneerde beschaving, maar waarin dat heel belangrijke ferment van de dienst der liefde om het noodlijdende gaat ontbreken ?

Wie dan persoonlijk tot het deelnemen aan die dienst der liefde geroepen zijn ? Dat kunnen wij niet uitmaken. Maar wat wij wèl kunnen, dat is al onze christen-meisjes en christen-jonge vrouwen eens héél ernstig de vraag aan de consciëntie voorleggen, of het steeds meer dreigende tekort aan verpleegsters mee misschien ook op hun rekening te schrijven is, doordat zij de moed en de bereidheid niet gehad hebben zichzelf eens heel ernstig af te vragen, of de Heiland ook niet haar persoonlijk voor dit werk roept.

Gaarne ondersteunen wij het beroep op onze jonge dochters om in de Christelijke verpleging een roeping te vinden.

Onze Christelijke Ziekenhuizen worstelen met een tekort aan verpleegsters en daarom kan het mogelijk zijn nut hebben dit eens onder de aandacht van onze lezers en lezeressen te brengen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 februari 1957

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

EEN WAARDEVOL BEROEP IN GEVAAR

Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 februari 1957

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's