LIEFDE TOT HET EINDE
En voor het feest van het Pascha, Jezus wetende, dat Zijn ure gekomen was, dat Hij uit deze wereld zou overgaan tot de Vader, alzo Hij de Zijnen, die in de wereld waren, liefgehad heeft, zo heeft Hij ze liefgehad tot het einde. Johannes 13 vs. 1.
Als er één onderwerp is, waarover de kerk des Heeren nooit uitgedacht en verwonderd raakt, dan.is het de liefde van haar Heere en Zaligmaker. Vandaar dat elk jaar weer opnieuw zeven zondagen speciaal aan de „via dolorosa" van Jezus gewijd worden. In de lijdensgeschiedenis zijn het huiveringwekkende en het aanlokkende als het ware samengevlochten. Hier komen we voor de afgrond van de gevolgen der zonde te staan, die ons alleen maar met ontzetting kan bevangen, maar tevens zien we hier de heerlijkheid, de grootheid en de schoonheid van Jezus. Als we zien hoe Hij Zijn lijdensweg gaat, dan worden we zó gehoeid, dat we Hem niet meer uit het oog kunnen verliezen. Er straalt iets van Hem uit, dat ons niet meer loslaat.
Hoe is Jezus, hoewel Zelf ook mens, toch geheel anders dan de mensen. Hoe rijst Hij hier ver boven de mensen, die van nature zo zelfizuchtig zijn, uit. Wat steekt Hij scherp bij ons af. Wij willen altijd maar naar boven, wij willen iets groots zijn. De mens wordt verteerd door hoogmoed, eerzucht en zelfhandhaving. En dat is juist onze schande. Bij Christus is juist alles omgekeerd aanwezig: vernedering, ontlediging en ijver voor de eer van God.
Dat komt wel bijzonder uit in onze tekst. Wanneer Johannes deze opschrijft dan staat hem de laatste avond van Jezus leven voor ogen. Het is spoedig Paasfeest. De Heere Jezus weet, dat Hij weldra deze wereld zal gaan verlaten. Deze wereld is Zijn vaderland niet. Zij Is een ballingsoord voor Hem geweest en straks zal zij Hem uitwerpen: „Weg met Hem, Hij is niet waardig, dat Hij leeft". Maar Jezus verlaat de wereld niet op Zijn tijd. Hij wacht altijd de tijd Zijns Vaders af. Daarom lezen we zo dikwijls in de Evangeliën : Mijn ure is nog niet gekomen. En daarmee bedoelt Hij altijd het uur, waarop Hij aan Zijn Vader gehoorzamen moet. Hij is gekomen om Zijn Vader te vertegenwoordigen op aarde. Zijn Vader beschikte dus over Zijn tijd. Daarop ziende, kon de Heere Jezus zeggen : De ure is gekomen, de Zoon des mensen wordt overgeleverd in de handen der zondaren. En tot de bende die Hem gevangen neemt, zegt Hij: , , Dit is uw ure en de macht der duisternis".
Maar ook hierin is Gods leiding. De Vader geeft Zijn Zoon maar niet elk willekeurig uur prijs. Hij zal straks Zijn Zoon offeren op het Paasfeest, opdat Hij het ware Paaslam zou zijn. En zelfs de machten der duisternis zullen hierin moeten meewerken. Hun ure was eigenlijk Gods ure. Daarom schikt Jezus zich om zich aan hen over te geven. Dat kon Hij niet eerder. Toen zij Hem bij een zekere gelegenheid grijpen wilden, ontweek Hij de schare, niet, omdat Hij bang was, maar omdat Zijn ure, d.w.z. de ure Zijns Vaders, nog niet gekomen was.
Maar nu is die ure vlakbij. Spoedig zou Hij overgeleverd worden in de handen der zondaren. En dan zou Hij deze wereld verlaten. Deze wereld, waaruit de giftige dampen der zonde, als uit een stinkend moeras opstijgen. Deze wereld, vol haat, onrecht, twist en egoïsme. Deze wereld, die Hij ondanks dit alles toch liefhad, door in haar af te dalen om zich solidair te verklaren met haar vloek en schuld. Omdat ze ondanks alles Gods schepping is en de mens daarop woont, die naar het beeld Gods geschapen is. Deze schepping zal aan haar wettige Eigenaar teruggebracht moeten worden. Dat zal gebeuren door Zijn bitter lijden, en sterven. Met deze dingen is de Heiland thans vervoerd. Hij weet, dat Hij de laatste avond op aarde leeft. Dan zal Hij heengaan naar Zijn Vader. De hemel is Zijn vaderland, daar is Hij thuis. Hij behoort tot het rijk van het eeuwig licht, waar talloze engelen eeuwig zingen tot glorie van de Drieënige God. Is 't wonder, dat daarheen Zijn hart trekt ? Moet er in Zijn reine ziel geen heimwee zijn naar het vaderhuis?
En toch de Heere Jezus weet, dat Hij hier iets achterlaat. Het zijn de Zijnen, die met Hem op aarde rondgewandeld hebben. Drie jaar heeft Hij met hen verkeerd. Vele gesprekken heeft Hij met hen gevoerd. Dikwijls had Hij hen ook bestraft en van onverstand en ongeloof verweten. Maar ondanks dit, had Hij hen toch zo onuitsprekelijk lief. Ook al Zijn terechtwijzingen kwamen op uit Zijn bewogen Middelaarshart. Ja, Johannes kon naar waarheid schrijven, dat Hij de Zijnen, die in de wereld waren, liefgehad heeft. Wat heeft Hij niet van hen moeten verdragen? Maar dit kon Zijn liefde niet uitblussen. Integendeel, Hij heeft ze liefgehad tot het einde. Naarmate Hij de ure van Zijn scheiden zag naderen, verdubbelde Zijn tederheid jegens hen. Er was een innerlijke band met hen. Deze band was gelegd door God de Vader zelf. Niets kon deze band verbreken. Ook niet het feit, dat zij Hem aan de vooravond van Zijn sterven slavenwerk lieten verrichten, omdat zij zich één voor één er te goed voor vonden de voetwassing te verrichten. Ook dit slavenwerk zal de Meester doen. Hij zal temidden van hen zijn als Eén, Die dient. Straks zullen allen Hem verlaten. Eén zal Hem verraden, een ander zal Hem bij vloeken en zweren verloochenen, juist op het moment, dat Hijzelf de goede belijdenis aflegt onder vele (valse) getuigen, en de rest zal hard op de vlucht slaan. Maar dit alles kon Zijn liefde niet breken.
„Alzo Hij de zijnen, die in de wereld waren liefgehad had, zo heeft Hij hen liefgehad tot het einde". O, goddelijke diepte, wie zal U kunnen peilen ? Straks aan het kruis zal Hij temidden van de helse pijnen nog bidden en zorgen. Neen, Hij laat de zijnen nóóit meer los 1 Ook de zijnen van thans niet. De kerk van de Heere Jezus Christus wordt gedragen door dezelfde liefde waar de discipelen in mochten delen. In Zijn hogepriesterlijk gebed heeft Christus ook voor de kerk van de toekomst gebeden. Ook zij mag zich de liefde van de Heere Jezus Christus bewust zijn. Zij heeft het ook wel nodig, dat zij zich door de liefde van haar Zaligmaker gedragen weet. Hoe ver is zij dikwijls van Hem (door eigen schuld) verwijderd. Hoe verlaat en verloochent zij Hem ook vaak. Neen, laten we ons maar niet boven de discipelen verheffen. Of durft u dat wel, lezer(es)? Kent u dan uzelf wel ? Waar geen zelfkennis is, kan óok geen echte waardering van Christus' liefde zijn. Daar zeggen we eigenlijk hetzelfde wat eens Pilatus zei: „Wat zal ik doen met Jezus? " Maar wie wéét, wat in hem (of haar) woont, voor die wordt de Heere Jezus begeerlijk en die zegt telkens onder de lijdensprediking : , , Hier weidt mijn ziel met een verwond'rend oog" ! Want dan zien we, wat Christus voor ons heeft over gehad en nóg over heeft. Hoe Hij ondanks al onze ontrouw de Getrouwe blijft. Dat moet ons hart dan ook in wederliefde doen ontvonken : Wij hebben Hem lief, omdat Hij ons eerst heeft liefgehad, liefgehad tot het einde. En zo worden we door de lijdensprediking gesterkt in ons geloof, het geloof, dat ons hef lied op de lippen legt:
De Heer' is zo getrouw als sterk,
Hij zal Zijn werk
Aan mij volenden.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 maart 1957
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 maart 1957
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's