De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

EEN WAARDEVOL GESCHRIFT OVER DE DORDTSE LEERREGELS

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

EEN WAARDEVOL GESCHRIFT OVER DE DORDTSE LEERREGELS

10 minuten leestijd

Wanneer er een boek verschijnt, dat de Dordtse Leerregels voor de gemeente toe wil lichten, is dat op zichzelf al iets dat sterk de aandacht vraagt. Immers, we zijn met zulke geschriften bepaald niet verwend. Zeker, van hervormde zijde is daar heel wat minder over verschenen dan over de catechismus. Toch bestaat er zeker behoefte aan een betrouwbare behandeling van dit gedeelte van onze belijdenis. En de vreugde over het feit, dat er nu wat over verscheen, is des te groter, omdat wij hier te doen hebben met een uitlegging, die volkomen de geest van de Dordtse Leerregels ademt en de schoonheid ervan op een congeniale wijze vertolkt. Daarmee zijn wij nog minder verwend. De synode van Dordt is hooggeroemd en diep verguisd en helaas het laatste meer dan het eerste. Het , , Hervormd Remonstrants gesprek" van ds. J. A. van Nieuwenhuizen en dr. W. Aalders, deed ons temeer de behoefte gevoelen aan iemand, die de vijf artikelen tegen de Remonstranten nu eens duidelijk zou verdedigen. Intussen lag een prachtige verklaring verscholen in de oude jaargangen van het , , Kerkblaadje" van de kring van vrienden van Kolhbrugge.

Het is een goede gedachte geweest van de Vereniging tot uitgave van Gereformeerde geschriften deze schat voor ons op te graven en voor de gemeente van nu toegankelijk te maken. Deze Vereniging heeft zich al een goede naam verworven door het uitgeven van vele geschriften van Kohlbrugge en heeft ons door dit gebaar opnieuw aan zich verplicht. Het is immers alleen aan enkele ingewijden bekend, dat dr. J. C. S. Locher in de laatste jaren van zijn leven kort voor 1940 een reeks artikelen had geschreven, waarin de Dordtse Leerregels kort en helder werden toegelicht.

Deze artikelen.zijn nu zojuist door de goede zorgen van ds. D. van Heijst in boekvorm van de pers gekomen. Het bestuur kwam tot het besluit tot heruitgave over te gaan, mede omdat in de laatste jaren de Dordtse Leerregels weer in de theologische belangstelling en discussie zijn gekomen. Uit de inhoud blijkt wel, dat het bestuur graag zou zien, dat de liefde van het gereformeerde volk voor dit waardevol gedeelte van de erfenis der vaderen weer meer bewust zal worden. Want dat is toch wel de indruk, die het door dr. Locher geschreven werk op ons gemaakt heeft, dat hij zich eensgeestes wist met de Dordtse vaderen. Het hele geschrift, ook wanneer een lichte toon van bezwaar soms even doorklinkt, verraadt de zekerheid van de schrijver, dat wij hier te maken hebben met het enig legitieme belijden van de Kerk, dat er ook geen tussenweg is tussen Remonstranten en Contra-remonstranten in, een weg waar men tegenwoordig nogal naar zoekt. (Barth, Woelderink, Duetz).

Dit geschrift stemt ons temeer tot dankbaarheid, omdat de gedachte bij sommigen had postgevat, dat Kohlbrugge en zijn geestverwanten niet zo onverdeeld achter de Dordtse Leerregels zouden staan, als men wel wenste. Bekend is immers de uitspraak van Kohlbrugge in een brief aan zijn vriend Van Heumen : „Waarom pakte men Arminius niet in de ribben aan ? Waarom heeft men zich laten afbrengen van de gerechtigheid van Christus tot de praedestinatie, waardoor de synode van 1618 zulk een ongelukkige houding heeft gekregen, moetende de Remonstranten uitwerpen, waar zij met de prediking van de gerechtigheid Gods en van Christus de Remonstranten op de loop gejaagd zou hebben en voor het toekomende veler monden gestopt waren geweest ? "

Deze kritiek richt zich niet tegen de inhoud, allerminst, maar tegen de opzet en de methode. Wij kunnen deze kritiek laten voor wat ze is, er ook over van mening verschillen, als maar vast staat, dat Kohlbrugge ten volle gereformeerd was juist in de belijdenis van de verkiezing der genade. Daarom is het gevaarlijk om aan zo'n uitlating, nog wel in een persoonlijke brief geschreven, al te ver gaande conclusies te verbinden. Dit boek van dr. Locher getuigt in elk geval van een grote liefde voor het belijden der vaderen en het verheugt ons dat juist in deze hoek dit geluid gehoord wordt. Wij hopen, dat de Kerk er de aandacht aan zal geven, die het verdient.

Trouwens : dr. Locher memoreert, dat Gomarus wel degelijk eerst de rechtvaardiging aan de orde wilde stellen, maar 't gesprek daarover liep vast, doordat Arminius zijn instemming met vraag 60 van de catechismus betuigde, 't Is natuurlijk wel de vraag, of die instemming wel echt was, temeer, waar de Remonstranten Rom. 7 wilden zien als een terugblik van Paulus op zijn vroegere onwedergeboren leven. De uitleg van Rom. 7 is altijd weer van diepgaande betekenis voor het belijden der Kerk gebleken. In ieder geval kan het niet anders dan dat de 5 punten van de Remonstranten het uitgangspunt vormden, want daar moest 'n antwoord op gegeven worden. Intussen heeft Dordt zich niet door de Remonstranten laten binden want dan zou men eerst over de verwerping gesproken hebben. De Remonstranten meenden dan beter hun beschuldiging van willekeur in de gereformeerde leer naar voren te kunnen brengen. Maar Dordt kon de verwerping niet anders zien dan als de keerzijde van de verkiezing en kon daar dus niet zelfstandig, los van de verkiezing, over spreken.

Dr. Locher legt er aanstonds nadruk op, dat Dordt de gevallen mens van meetaf beschouwde als het voorwerp van de verkiezing. Zodoende is het uitgangspunt het recht van God om allen te veroordelen. Dit beheerst zijn gehele visie. , , Dat moet ieder vooropstellen, die iets van de leer der voorverkiezing wil verstaan", (pag. 16). Daarmee, is direkt al het verwijt van willekeur van de hand gewezen. Verwerping is dan het laten liggen in het verdiende oordeel; Locher zegt ergens dat men misschien beter van , , voorbijgaan" dan van verwerping zou kunnen spreken (pag. 30). Zo komt de onverdiende genade Gods in een helder licht te staan en kunnen wij begrijpen, dat de uitleg van Locher hier en daar van de beziiming doorstoot in het loflied. Locher verliest zich dan in de aanbidding van het onuitsprekelijk geheimenis des heils. Daarin zien wij een ook formele overeenstemming tussen het boek en de belijdenis zelf.

De nadruk valt in de Dordtse Leerregels juist zo sterk op het geloof in de Christus, die in het Woord wordt geopenbaard, daarop tenminste veel sterker dan op de wedergeboorte. Op grond daarvan ziet Locher de latere afglijding, waarbij de wedergeboorte een zwaarder accent verkreeg dan de rechtvaardiging van de goddeloze met alle kwade, gevolgen daarvan, als iets dat niet dank zij, maar ondanks Dordt is ontstaan. De Dordtse Leerregels mogen niet worden uitgelegd vanuit later optredende misstanden, maar vanuit de theologie der reformatoren. Daaraan ontleent Locher's boek voor ons zijn bijzondere waarde. Zodoende kan Locher bij sommige passage's, die sterk werden aangevallen, rustig zeggen, dat het helemaal niet zo erg is als men wel meent. Zo bijvoorbeeld wanneer hij spreekt over de verzekering uit de vruchten {I, 12), die door de gelovigen met geestelijke blijdschap en heilige vermaking worden waargenomen. Wel vraagt hij zich dan af of men de droefenis naar God met een heilige vermaking kan waarnemen. Men kan toch geen vermaking hebben met zijn droefheid (pag. 24). , , Zijn de vaderen hier niet in het vaarwater geraakt van een ongezond piëtisme? " Het lijkt mij, dat hier meer een formeel dan een materieel bezwaar naar voren gebracht wordt. Temeer omdat Locher wel degelijk nadruk legt op de noodzakelijkheid van de vruchten van de verkiezing, een heilige wandel, die voor de gelovigen ook zeker min of meer zichtbaar zijn. Hij herinnert in dit verband aan de waarschuwing van Kohlbrugge, dat men zich op de verkiezing Gods zou verheffen, zonder het bewijs te geven, dat men in waarheid een verkorene is. Roeping en verkiezing liggen voor God vast, maar wij worden er voor ons bewustzijn ook van verzekerd in deze weg, dat wij ondervinden hoe al die dingen op ons gebed in Christus verkrijgbaar zijn. (pag. 25). Intussen verzekert God zijn kinderen ervan op Zijn tijd en wijze en dan somis op deze wijze. Het heil ligt niet in de vruchten, maar in Hem. En het gaat niet om de zekerheid, dat ik een uitverkorene ben, maar dat God mijn Vader en mij genadig is.

Bijizonder duidelijk wordt uit dit geschrift, dat de Dordtse Leerregels niet een stuk theologie willen geven, maar voortdurend bezig waren met het pastoraat over de zielen. Daarom schrijft ook Locher voortdurend als zieleherder en kan men zijn boek lezen als een preek en dan als een erg goede preek, christocentrisch en persoonlijk. Geen ogenblik vergeet hij daarbij de door hem aanbevolen schuchterheid, , , die hem betaamt, die heilige grond betreedt". In deze „preek" krijgt niet de vrome mens, maar God alleen de eer, daarom is het juist een goede preek.

Boeiend is ook het gedeelte, waarin Locher spreekt over de zaligheid van de jong gestorven kinderen. Hij maakt duidelijk, dat de Remonstranten dat aan de orde gesteld hadden als een beschuldiging, dat de gereformeerden de kinderen van moeders borst zouden aftrekken om ze zomaar in de hel te werpen. Daartegenover stelden de vaderen het genadeverbond. Aandacht verdient de opmerking : „Velen schatten een bijzon­dere belofte van God hoger dan het verbond", (pag. 32). Overigens hebben de vaderen dit niet zozeer bedoeld als een leerstelling, maar veeleer als een troost en ze hebben het uitgesproken met de schuchterheid, die ons past bij de raadsbesluiten Gods.

De Remonstranten waren met hun beschuldiging van willekeur er wel ver naast. Juist zij gaan immers willekeurig te werk, als zij inplaats van de wetsvervulling het geloof stellen als de voorwaarde voor het verkrijgen van het heil. In de gereformeerde leer is juist geen schaduw van willekeur, omdat de leer der verkiezing geheel christocentrisch bepaald is.

Vanzelf zal de aandacht vallen op wat Locher opmerkt over de nieuwe hoedanigheden, die volgens Dordt in de gelovigen worden ingestort. Hij schrijft daarover behartigenswaardige bladzijden, waarin hij voorop stelt, dat de terminologie hier helaas niet aan de Schrift, maar aan de wijsbegeerte is ontleend. Een echte synode zou die wellicht door een betere moeten vervangen. Overigens moeten deze nieuwe hoedanigheden gezien worden in het verband waarin ze ter sprake komen, dat is de verheerlijking van de genade Gods en de afwijzing van de Remonstrantse gedachte van de aanrading (persuasio), die zij voldoende achtten om tot geloof te kunnen komen. Voor het komen tot geloof is een krachtig werk Gods nodig, daarom stort Hij de liefde Gods uit in het hart, waarvan de Heilige Geest het gevoel in het hart werkt. Er moet intussen wel op gelet worden, dat de Schrift niet van ingieten, maar van uitgieten spreekt. Locher legt er de nadruk op dat Dordt hiermee allerminst bedoeld heeft de mens een zekere zelfstandigheid te geven ten opzichte van de genade. Er is daarnaast immers plaats voor de belijdenis, dat wij lichtelijk uit de genade zouden vallen. (V 8). Dat, wat in III en IV over de ingegoten hoedanigheden gezegd wordt, in V feitelijk weer zou worden teniet gedaan, lijkt mij toch te sterk gezegd. Wèl is het juist, dat niet op de kracht daarvan, maar op de onveranderlijkheid Gods de volharding der heiligen rust. De gelovigen volharden niet, omdat ze innerlijk zijn vernieuwd, maar omdat God trouw houdt. Zodoende wordt in de Dordtse Leerregels over de ingestorte genade alleen gesproken, om daarmede het vernieuwende werk des Heiligen Geestes te prijzen. Over de volharding der heiligen schrijft Locher welhaast de mooiste bladzijden van z'n boek. Duidelijk wordt hoezeer de Remonstranten met hun leer maar een schrale troost overhouden, nog schraler zelfs dan Rome. Ze hebben de zekerheid des vleses willen te niet doen, maar ze hebben de rust van de Kerk in haar Bruidegom en de vastheid van Zijn Woord daarbij los gelaten. Daartegenover zal de Kerk deze belijdenis altijd weer als , , een schat van onwaardeerbare prijs tederlijk en standvastig verdedigen". (V, 15).

Het genoemde zij voldoende, om de aandacht op , , De Dordtse Leerregels" van dr. Locher te hebben gevestigd, dat verkrijgbaar is bij de Vereniging tot uitgave van Gereformeerde Geschriften, Prinsengracht 164 te Amsterdam.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 maart 1957

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

EEN WAARDEVOL GESCHRIFT OVER DE DORDTSE LEERREGELS

Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 maart 1957

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's