MIJN STRUIKELEN
o Gij, Die dag op dag mijn struik'len ziet,
in woord, gedachte en daad, hoe doet Ge mij
naar mijn veelvuldige overtreding niet,
doch blijft mij met Uw liefdezorg nabij.
En schoon ik bij vernieuwing weer me wij'
aan Uw volschone dienst; ik zie mijn pogen
steeds falen door mijn dodelijk onvermogen ;
en Gij alleen weet, hoe 'k daaronder lij'.
'k Zie al mijn doen gebrekkig, onvolkomen,
't Bederf des harten tast ook 't heiligst aan.
Ik wens zo zeer, om op volmaakte wijze
U, Heilige, te dienen en te prijzen.
Mij wenkt een hand aan 't einde van mijn baan
Ééns dien ik U volmaakt en zonder schromen.
Meppel.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 maart 1957
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 maart 1957
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's