De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

DE DORDTSE LEERREGELS

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

DE DORDTSE LEERREGELS

8 minuten leestijd

„Deze verkiezing is een onveranderlijk voornemen Gods, door hetwelk Hij vóór de grondlegging der wereld een zekere menigte van mensen, niet beter oj waardiger zijnde dan anderen, uit het gehele menselijk geslacht, van de eerste rechtheid door hun eigen schuld vervallen in de zonde en het verderf, naar het vrije welbehagen Zijns wils, tot de zaligheid, louter uit genade, uitverkoren heeft in Christus, denwelken Hij ook van eeuwigheid tot een Middelaar en Hoofd van alle uitverkorenen, en tot een fundament der zaligheid gesteld heeft" .. .

HOOFDSTUK 1, ARTIKEL 7

 

Hierboven staat nog eens de omschrijving van de uitverkiezing. Zij is helder en schoon. In het middelpunt staat: tot de zaligheid. Wat is de zaligheid? Dat is de verzoening en vereniging met de Drie-enige God. De grote vraag is : hoe kom ik met God verzoend? Hoe kom ik tot God terug. Toen Michiel Adriaansz. de Ruyter op zijn sterfbed lag hoorde men hem in zijn koortsaanvallen kreunen : „O God, Gij zijt mijn God... . mijn ziel dorst naar U. .., in een land, dor en mat, zonder water. Nooit kan een zondaar bij die God komen. Hij is God kwijt. Er is geen weg terug. Hij weet ook niets van God af. Al wat hij over God denkt of zegt is verkeerd. Maar nu is er bij God een rechte wetenschap van de mens. God kent de mens. Wat betekent nu de uitverkiezing ? De uitverkiezing is de enige mogelijkheid, dat de mens, die dit verlangt tot God terugkeert. Maar als er nu niemand is, die dit verlangt uit en van zichzelf ? Daar is in de uitverkiezing op gerekend. Het vervolg van artikel 7 spreekt er van, hoe God de mens trekt. Dus nu houden we ons aan dit eerste gedeelte. Wij moeten het goed bedenken, dat de Leerregels uitgaan van de gevallen mens. Deze mens wekt de toorn Gods op. Het is geen wonder, dat God Ezau haat, doch het is wel een wonder dat God Jacob liefheeft. De haat Gods of de toorn Gods rust op ieder mens. Maar wonderbaarlijker wijze heeft God vóór de grondlegging der wereld besloten sommigen uit deze zondige mensen tot de zaligheid te brengen. Deze mensen heeft God van eeuwigheid liefgehad niettegenstaande hun zonde en verdorvenheid.

Hier geen filosofische God die alleen maar denkt of besluit. Hier is een levende God, die liefheeft, want Zijn toorn is op het ganse menselijk geslacht. Zijn liefde is op een gedeelte. Dat is de grote aanstoot en ergernis. Doch is dat niet Gods eigen woord? , , Jacob heb Ik liefgehad, Ezau heb Ik gehaat". Men wil dit tegenwoordig wel alleen op de volken Edom en Israël laten zien. Maar dat klopt niet. Wel degelijk zijn ook deze beide personen bedoeld. In het verband wordt trouwens juist betoogd, dat Israël als volk niet is uitverkoren. De Apostel wijst er op, dat niet alle Israëlieten het heil in Christus deelachtig worden, omdat Gods heilsbelofte niet hen allen gold. Gods uitverkiezing is niet volksgewijze. Maar die blijven liggen zijn geen heiligen, doch zondaren, die onder de toorn Gods liggen en blijven. Is nu deze uitverkiezing op zichzelf genoeg ? Dat zou geweest zijn als God had uitverkoren uit een rein en heilig geslacht. Dan hadden daar de heilige mensen op aarde gewoond en uit hen had God sommigen verkoren tot het wonen in Zijn tegenwoordigheid. Maar zo is het niet, het ligt heel anders. Als dan ook God verkiest dan is het met Christus tezamen. Het is een verkiezing, waarin de uitverkorenen op Christus onmiddellijk zijn samengevoegd. Daar is niet gezocht naar iemand, die de afgezonderde verkiezing Gods kon en wilde uitwerken. Van het begin af is de Kerk met haar Borg en Middelaar één. Zij zijn nooit los van elkaar geweest. Die Christus was ook onmisbaar. Zonder Hem zou Zijn Kerk nooit zalig worden. Daar is wel eerst de liefde, des Vaders, maar ook de liefde des Vaders kon de Kerk niet verlossen. God wil, dat aan Zijn gerechtigheid genoeg geschiede. God kan de schuldige niet onschuldig houden.

Daarom is het een vergissing van prof. Haentjes als hij schrijft, dat alle nadruk valt: , , op het eeuwig raadsbesluit, waardoor feitelijk dan ook de werking van Christus overbodig wordt gemaakt".

Het is heel anders. Was het lijden en sterven van Christus er niet geweest, dan zou geen enkele verkorene zalig kunnen worden. Van deze Christus nu zegt artikel 7, dat Hij gesteld is tot een Middelaar en Hoofd van alle uitverkorenen.

Jezus Christus is de Middelaar. De uitverkorenen komen niet vanuit zichzelf tot God. Onze God is een verterend vuur. Geen zondaar mag tot Hem naderen. Helaas, er zijn weinig zondaren. De meeste mensen zijn rechtvaardig.

Algemeen wordt er tegenwoordig geschreven, dat er geen zondebesef meer is. H. Bavinck schreef in zijn dagen al, dat het zondebesef zeer zwak was. Maar toch is er ook nu nog hier en daar een mens, dat de psalmen beleeft, , , 'k Ben door Uwe wet te schenden, krom van lenden, vol van druk, benauwd van hart". Zulken kunnen nooit tot God komen. God hoort de zondaars niet. Maar nu is er een Middelaar. Hij zoekt juist de zondaars op. Aan de uitverkorenen zendt Hij Zijn Geest om hen te bewerken. Want een zondaar, die niet eerst door de Geest van Christus is bewerkt, wil met de Heere Jezus niet spreken. Om dat te bereiken moet de mens eerst allerongelukkigst zijn gemaakt. Het is niet uit te drukken hoe ongelukkig de mens wordt, als de Geest hem bewerkt. Hij wordt ellendig, arm, blind, naakt, jammerlijk. Hij verstaat, dat hij dit is. Tot zulken komt de Middelaar als Profeest, Priester en Koning. Aan zulken openbaart Hij zich. Dan brengt Hij hen tot de Vader. Mocht toch de uitverkiezing nooit een schrikbeeld wezen voor een arm, geplaagd, ongelukkig zondaar. Hoe armer, hoe meer geschikt voor Christus. Want wij moeten nooit vergeten, dat er om te beginnen maar één soort mensen is. Dat zijn harde, wereldsgezinde zondaren. En nu komt daar een ander leven in zo'n man. Hij krijgt pijnlijke gedachten over de eeuwigheid, hij ziet zonde op zonde. Hij krijgt het benauwd en gaat bidden, op een andere wijze dan hij ooit gebeden heeft. Dat zijn allemaal kenmerken van de werking van de H. Geest. En nu is er één ding te hopen. Dit is te hopen, dat deze mens al maar ongelukkiger wordt, zodat hij een Middelaar en Verlosser al dringender nodig krijgt. De Middelaar komt tot een verloren zondaar. De mens leert niet zijn uitverkorenheid kennen, maar zijn verlorenheid. Het zijn zulke sprekende kenmerken. Voor wie is Christus in de wereld gekomen? Om verlorenen te zoeken en om zondaren zalig te maken. De uitverkiezing betekent niet, dat er ergens een besluit ligt. Het is heel anders. In het hart van God is de liefde voor Zijn volk, hoewel dat volk alleen maar geneigd is God te haten. En dan is er de Middelaar. Dat is geen stilzittende Middelaar. Hij is altijd zoekende wat verloren is. Het evangelie bestaat niet in woorden, maar in kracht. Jawel, zegt iemand, doch dat is alleen voor de uitverkorenen. Welneen, zeg ik, op deze wijze, als uitverkorene, komen wij niet met het evangelie in aanraking.

Christus is voor de zondaren. Die zoekt Hij op. , , De Geest van God ontdekt overtuigende aan de zondaren zijn uiterste onvermogen om enig ding te doen dat goed is ; en dus sterft hij. Rom. 7 : 9. Die stem slaat krachtdadiglijk door de ziel: Hoe kunt gij geloven ? Joh. 5:44. Gij kunt niet meer geloven dan dat gij uw hand tot de hemel zoudt strekken en Christus vandaar nederbrengen. En dus ziet hij ten laatste dat hij zichzelf niet kan helpen door werken noch door geloven; en niet meer hebbende om te blijven hangen aan de oude Adam, valt hij daarom af. En terwijl hij is in de verlegenheid, ziende zichzelf waarschijnlijk weggevaagd te zullen worden met de vloed van Gods toorn ; en nochtans onmachtig om zoveel als een hand uit te steken, om een tak aan te grijpen van de Boom des levens, groeiende aan de zijde der rivier, wordt hij opgenomen en ingeënt in de ware Wijnstok, de Heere Jezus Christus, hem gevende de Geest des geloofs.

Aan de uitverkorenen is zulk een Middelaar gegeven, die hen brengt tot de Vader. Maar Hij is ook hun Hoofd. D.w.z. zij zijn met Christus gezet in de hemel. Als de Middelaar hen gevonden heeft, ontvangen zij de H. Geest. Dan worden zij door een waar geloof met Christus verenigd. Dan zijn zij één Geest met Hem. Zonder die vereniging komen de goederen, die Christus verworven heeft, hen niet ten goede. De Geest van Christus woont in Hem en zij zijn in Christus. Nu behoren zij tot het lichaam van Christus, Het is de uitverkiezing niet die zalig maakt: Christus maakt zalig. Hij is het fundament der zaligheid. Het fundament der uitverkiezing is de liefde Gods. Maar de Heere Jezus is het fundament der zaligheid. Alleen als de zondaar met Hem verenigd is, heeft hij de zaligheid. Eerst de Persoon en dan de weldaden. Daarom moet u, mijn lezer, niet vragen: sta ik in het boek der uitverkiezing ? Maar u moet wél vragen : ben ik in Christus ? Deze Christus nu wordt ook u aangeboden. Dat is een hartelijke, welgemeende aanbieding.

Wat wilt u nog meer ? Maar wat was dat bij de Joden erg. Zij wilden wel een Zaligmaker. Zij hebben er eeuwen naar uitgezien. Doch de Zaligmaker, die God gaf, wilden zij niet.

En nu is er nog één geluk. God heeft zich een volk uitverkoren en dat brengt Hij bij de Zaligmaker. Hij maakt bij de zondaar plaats voor de Christus. En weet u wat er anders gebeurt ? Vele mensen doen het zó : zij nemen een gedachte over de Zaligmaker aan. Maar zij nemen Christus Zelf niet aan. Wanneer dit gebeurt, is het een werk Gods, gelijk wij de volgende keer hopen te zien.

L. V.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 maart 1957

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

DE DORDTSE LEERREGELS

Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 maart 1957

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's