O Heerlijke!
o Heerlijke, Die zijt het graf ontstegen,
en in der heem'len hemel ingegaan,
opdat Ge, Uw kerk ten eeuw'ge troost en zegen, ,
voor 's Vaders aangezicht zoudt biddend staan —
O Gij, Wien alle macht nu is gegeven,
en heerst over de onstuimigheid der zee,
hebt de oorzaak aller vrezen nu verdreven
en zendt nog in de storm Uw diepe vree.
Gij spraakt: „Zie, Ik ben met u al de dagen,
tot aan der wereld einde". En niemand zal u rukken uit Mijn hand.
Het donk're graf — geheiligd — naamt Ge zijn verschrikking af.
En Zelve gaat Gij mee door 't laatste dal,
dat naar de feestzaal voert, na al ons klagen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 maart 1957
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 maart 1957
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's