De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

REIN VANWEGE JEZUS' WOORD

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

REIN VANWEGE JEZUS' WOORD

8 minuten leestijd

Gijlieden zijt nu rein om het woord, dat Ik tot u gesproken heb. Johannes 15:3.

Reinheid, daarnaar verlangt de ziel, die zich bezoedeld weet met duizend zonden, en die verstaat, dat alleen de reinen van hart God zullen zien.

Niet altijd heeft zulk een ziel dat verlangen gekend. Van nature kent een mens de bezoedeling der zonde niet.

Geen mens is vrij van zonden. Maar niet allen, kennen zichzelf in hun zonden en verdorvenheid.

Die kennis is slechts het deel dergenen die door Gods- Geest verlicht zijn.

Schenkt de Heilige Geest verlichte ogen des verstands, dan roept de mens met Jesaja uit: Wee mij, ik verga, dewijl ik een man van onreine lippen ben, en woon temidden van een volk, dat onrein van lippen is ! En zulk een mens kent geen sterker en dieper verlangen dan het verlangen naar reinheid.

Hoe wordt echter die reinheid zijn deel ? Misschien gaat zulk een mens trachten zichzelf rein te maken. Hij stelt ernstige pogingen in het werk, de zonden uit zijn leven uit te bannen en een vroom en heilig leven te leiden.

Bij voortgaande verlichting zal hij echter steeds meer zonden ontdekken. Zijn strijd wordt al zwaarder, en tenslotte zal hij tot de conclusie komen, dat het een hopeloze strijd is.

Dan is hij eigenlijk waar hij wezen moet. Want zolang de mens de reiniging zijner ziel bij zichzelf zoekt, in eigen kracht en goede voornemens, is het niet recht met hem gesteld,

De Heilige Geest gaat echter altijd verder met zijn ontdekkend werk, en zo zal Hij de mens, die ingezien heeft, zichzelf nimmermeer te kunnen reinigen en toch rein te moeten zijn, wil hij voor de heilige God kunnen bestaan — naar God heenleiden. Naar God, Die te rein van ogen is, dan dat Hij het kwade zou kunnen aanschouwen, en bij Wie toch de onreine zondaar terecht moet komen, wil hij ooit rein van hart zijn.

Ja, God de Heere, Hij is de Enige, Die de mens, melaats van zonden, reinigen kan. Ook is Hij de gewillige.

Zwaar heeft de mens tegen zijn Schepper gezondigd. Naar recht zou de Heere hem kunnen verdelgen. Maar de Heere is barmhartig. Hij is met ontferming bewogen over de ongelukkige zondaar. Hij wil hem redden en reinigen.

Ook dit leert de Heilige Geest de zondaar inzien.

Maar ach, wat blijkt altijd weer, dat de mens een weerspannig hart heeft! Als de mens het niet meer van zichzelf verwacht en zich bij aanvang op de Heere gaat verlaten om door Hem gereinigd en gered te worden, dan is hij het verre van ééns met Gods weg ter redding. Dan komt die weg hem ongeschikt voor en zou hij de Heere nog wel de weg willen voorschrijven.

Welke dan Gods weg is? We lezen dat in het woord, dat hierboven staat. Jezus zegt daar: gijlieden zijt nu rein om het woord, dat Ik tot u gesproken heb.

De mens wordt dus rein door een woord. Een woord van Jezus. Jezus verklaart de zondaar rein.

En dat is ook wel iets onbegrijpelijks. Want in feite is de zondaar niet rein. Gods wet en zijn ontwaakt geweten en ook de duivel zeggen hem op luide toon, dat hij onrein is. En Jezus zegt: gij zijt rein ! Wie heeft er nu gelijk ?

Het is aan de ene zijde te begrijpen, dat de mens Jezus' woord niet zo gemakkelijk gelooft.

Maar zou de Heere Jezus dan onwaarheid spreken ? Niemand, die dat beweren durft.

Waar ligt dan de oplossing ? Een oplossing is. er niet. Wij kunnen Gods wonderen van genade niet begrijpelijk maken. Dat moeten we niet proberen ook.

Wel kunnen we tot verheldering dit zeggen: We mogen onderscheiden tussen de toestand en de staat van de mens. De toestand van een mens is, wat hij in feite is. Zijn staat wat hij in rechte is.

Als een arm mens de enige erfgenaam is van een rijk familielid, dan is hij, zolang dat familielid leeft, in feite nog altijd arm, maar in rechte is hij rijk. 't Is uitgesproken en officieel beschreven, dat heel de erfenis voor hem is.

Zo is het met de zondaar, die gerechtvaardigd is door God. In feite is hij een zondaar. Dat is zijn dagelijkse ervaring. Maar in rechte, in Gods oog, door Gods woord, is hij rechtvaardig.

De discipelen, tot wie Jezus het woord van ontze tekst spreekt, waren verre van rein in zichzelf. Wat hebben ze de Meester telkens door ongeloof en eigenzinnigheid bedroefd! Hoe hebben ze Hem allen verlaten, toen Hij overgeleverd werd in handen der zondaren! Hoe snood heeft Petrus zijn Heiland verloochend ! Toch waren ze rein in Gods oog. Door Jezus' woord.

En Jezus kón hen rein verklaren. Hij had macht, op aarde de zonden te vergeven. Als Hij deze woorden spreekt, staat Hij op het punt. Zijn ziel te geven tot een rantsoen voor velen. En op grond van dat offer, door Hem gebracht, kan Hij een mensenkind, zwart van zonden, vrij verklaren van schuld en hem recht toekennen op het eeuwige leven. Hij werd tot zonde gemaakt, opdat wij zouden worden rechtvaardigheid Gods in Hem.

Nog altijd' verklaart Jezus zondaren rein in Zijn woord. Maar dat woord moet dan ook worden geloofd. En die weg is het juist, waartegen de mens zich verzet. Als Jezus geloof in Zijn woord van ons vraagt, komen wij mensen met allerlei bedenkingen aan. Wij willen eerst rein zijn in feite, dan willen we Jezus' woord geloven.

Maar dat is niet de weg. Alleen het geloof maakt ons rechtvaardig in Gods oog. Of liever : het geloof is het middel, waardoor de weldaad der rechtvaardiging ons deel wordt. Of meent u, dat ook de discipelen Jezus' woord, waardoor ze rein waren, niet behoefden te geloven ? Maar wat dunkt u dan van die anderen, tot wie Jezus eveneens Zijn woord gesproken heeft, en die dat woord in ongeloof verwierpen ? Zouden zij rechtvaardig geweest zijn in Gods oog ?

Niemand zal dit durven zeggen. Maar dan waren ook de discipelen alleen rein om Jezus woord, doordat ze dat woord geloofden.

Het gaat er maar om : hebben we vertrouwen in de Heere Jezus ? Gaan we op Zijn woord af?

In het leger van Napoleon was eens  een sergeant, die door moedig optreden de keizer uit levensgevaar redde. Geroerd door zijn trouw en moed richtte Napoleon zich tot de sergeant en zei: : Dank je wel, kapitein ! — Van welk regiment, Sire ? was het gevatte antwoord.

Het kwam geen ogenblik in de sergeant op, dat de keizer hem bedroog. Hij geloofde de keizer op diens woord, , waardoor hij eensklaps van sergeant tot t kapitein bevorderd werd, ofschoon zijn distinctieven nog die van sergeant waren.

Zulk een absoluut vertrouwen behoren ook wij in Jezus' woord te tonen. Van nature zijn we kinderen des toorns  vanwege de zonde, waarin we ontvangen en geboren worden. Maar door Zijn woord , , bevordert" Jezus ons tot kinderen Gods. En wie Jezus' woord gelooft, is een kind van God, al zeggen duivel, wet en onze dagelijkse ervaring honderdmaal van neen.

O, de Heere weet, hoe moeilijk het : voor ons is. Zijn woord te geloven tegen de ervaring van elke dag, tegen de • beschuldigingen der wet en tegen de influisteringen van de Boze in.

Maar daarom laat Hij ons ook telkens weer dat woord verkondigen. ledere keer, als ons het woord gepredikt wordt, laat Hij aan de gelovigen, allen en een iegelijk, verkondigen en openlijk betuigen, dat hun, zo dikwijls als zij de belofte aannemen, waarachtig al hun zonden door God, om de verdiensten van Christus' wil, vergeven zijn ; daarentegen alle ongelovigen, en die zich niet van harte bekeren, wordt verkondigd en betuigd, dat de toorn Gods en de eeuwige verdoemenis op hen ligt, zolang als zij zich niet bekeren ; naar welk getuigenis van het evangelie God zal oordelen, beide in dit en in het toekomende leven (Heid. Cat. Zondag 31).

Door deze prediking van het evangelie wil de Heere door Zijn Heilige Geest het geloof in onze harten werken.

En om ons in onze zwakheid tegemoet te komen, stelde Hij naast de prediking van het evangelie, de heilige sacramenten in, opdat ons geloof, dat altijd weer met twijfel en aanvechting te worstelen heeft, door die sacramenten zou ge­sterkt worden. In het sacrament verklaart God de zondaar eveneens rein. Het is hetzelfde woord, maar in andere vorm. In de prediking is het hoorbaar, in het sacrament zichtbaar,

Bidden we dan de Heilige Geest, dat ; Hij ons lere, Jezus' woord te geloven met ons hele hart. En maken we een ootmoedig, dankbaar en getrouw gebruik van de middelen, door de Heere ingesteld. Alleen in die weg worden we Gods heil deelachtig en worden we verzekerd van het kindschap Gods.

Heil ons, o Heer', Gij zelf belooft

aan elk, die Uwe Zoon gelooft, gerechtigheid en eeuwig leven.

Geen oordeel treft wie U behoort,

die heeft de vrijspraak van Uw woord.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 maart 1957

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

REIN VANWEGE JEZUS' WOORD

Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 maart 1957

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's